‘Juist door Zijn spreken in de natuur’?

‘Hoe kan wie jong is zuiver (leren) leven?
Door zich te (leren) houden aan Uw Woord.’
(Uit Psalm 119 vers 9)

Geciteerd 1: Opvallend is dat de NGB niet eerst de Bijbel noemt als middel om God en Zijn wil te kennen. Dat zouden wij mogelijk wel gedaan hebben. De kerk wijst ons echter allereerst op de natuur, het ontwerp en het functioneren van de dingen. Die benadering heeft de kerk gemeen met de Schriften van het Oude en Nieuwe Verbond. Denk aan Psalm 19 en aan wat Paulus in Romeinen 1-3 schrijft.

Opgemerkt 1: Toch is dit geen Bijbelse visie ondanks dat het door ‘de kerk’ (?) in de NBG is opgenomen. Adam&Eva leerden God kennen door Zijn gesproken woord tot hen. God liet hen niet eerst maar eens een poosje rondkijken, maar Hij vroeg direct ook al om hun vertrouwen door Zijn woorden bij/over de boom van de kennis van goed en kwaad (Juist dit punt komt als eerste in beeld!). (1)

Geciteerd 2: Ook heidenen konden die stem van God herkennen. Volgens Clemens van Alexandrië (circa 150-215) was de natuurlijke openbaring niet alleen een kennisbron voor goed en kwaad, maar ook een vorm van ”praeparatio evangelica”, een voorbereiding in de heidense wereld op de komst van het Evangelie. We treffen dit gevoelen ook nog bij Voetius (1589-1676). In zijn inaugurele rede als hoogleraar in Utrecht spreekt hij over de dichters van de oudheid als „godgeleerden” en meent hij dat de „dichtkunst der heidenen evenals de aan de Egyptenaren ontroofde vaten, uitstekend tot nut van de tabernakel kan worden aangewend, en bij het uiteenzetten van de leer van de Godzaligheid en bij het bezingen van de lof van de Heere zeer doeltreffend gebruikt kan worden”.

Opgemerkt 2: Met zulke gedachten is het juist ontzettend fout gegaan in de loop van de kerkgeschiedenis en is er mensenroem de kerk binnen gebracht (en die wordt nog altijd geëxploiteerd!) die daar helemaal niet hoort. Daarom krijgen de grote intellectuelen (w.o. Aristoteles en Plato, maar ook Augustinus en Calvijn) er een aandacht en ereplaats die hen helemaal past. Van zulke mensen beweert men graag dat er bij hen vanwege hun intellectuele gaven nog meer goede resten van Gods schepping behouden zijn gebleven, dan bij de minder begaafde broeders en zusters, bij wie alleen maar totale verdorvenheid vanwege de zondeval valt waar te nemen en wordt toegeschreven, terwijl de Heilige Geest juist aan zulke ‘armen van geest’ het Evangelie openbaart! (2)

Geciteerd 3: Immers, volgens de kerkvaders overtuigt de Geest van zonde, gerechtigheid en oordeel, juist door Zijn spreken in de natuur.

Opgemerkt 3: Dit is werkelijk (een) onzin!
NB. Wij moeten het Bijbelse onderscheid tussen wat Gods Geest werkt en wat (alleen) de Heilige Geest (in de harten van de gelovigen middels de Woordopenbaring!) werkt goed blijven zien en hanteren in het naspreken van Gods Woord.

(1) Zie o.a. Paulus woorden ‘met voorbijzien van de tijden der onwetendheid’ in Handelingen 17 : 30 en zie ook ook zijn woorden 2 Korintiërs 4 : 4, in Efeziërs 2 : 1-3 en 12-18.
(2) Zie Jezus’ woorden in Lukas 10 : 21 en Paulus’ woorden in 1 Korintiërs 1 en 2 en zie Jakobus’ woorden in Jakobus 2 : 5.

Bron: ‘Wie Vroege Kerk wil begrijpen moet postmoderne bril afzetten‘ – Lezing van dr. B.A. Zuiddam – Geciteerd in FB-bericht van Jan van Meerten

Bron afbeelding: Joyful Abundant Life

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Welke verwachting mogen en zullen wij hebben van Woord en Geest?

Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat jullie niet anders dan het goede wilt (ontvangen en doen) en dat het jullie (inmiddels, vanwege het doorgaande werk van de apostelen en hun medewerkers o.l.v. de Heilige Geest) niet aan kennis ontbreekt, zodat jullie ook in staat zijn om elkaar (onderling in de gemeente te Rome) terecht te wijzen. (1) Ik heb jullie hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om te herinneren aan wat jullie al weten. Ik doe dat vanwege de genade die God mij (als door onze Heer Zelf uitgekozen/aangewezen apostel) geschonken heeft.‘ (Uit Romeinen 15 de verzen 14-15).

Geciteerd 1: „Veel Zuid-Koreaanse predikanten kennen mensen als Servet en de Sozzini’s alleen van naam, maar weten nauwelijks wat hun theologie inhoudt. Ook heeft het Koreaans zijn beperkingen. Bepaalde theologische uitdrukkingen kunnen moeilijk in onze taal worden uitgedrukt.
Toch koesteren sommigen van hen, zonder het te beseffen, modalistische opvattingen over de Drie-eenheid. Deze houden in dat de Vader, Zoon en Heilige Geest drie verschijningsvormen zijn van God, niet drie verschillende Personen. Ook ik (a) was een van hen. Daar kwam ik pas achter toen ik de werken van tegenstanders van Calvijn en Turretini bestudeerde.”

Geciteerd 2: „Veel Koreaanse predikanten hebben weinig tijd over om zich in de werken van gereformeerde theologen te verdiepen, hoewel Herman Bavinck en Louis Berkhof bekende namen zijn in de gemeenten. Het zijn hardwerkende mensen die soms meer dan duizend gemeenteleden onder hun hoede hebben. Daarbij doen zij veel werk onder onkerkelijken en moeten zij elke morgen een openbare gebedsbijeenkomst houden met zo’n 20 procent van de gemeente. Als zij dan toch iets van een bepaalde theoloog willen lezen, maken ze gebruik van een samenvatting.”

(a) Er zijn verschillende opvattingen over de christelijke verzoeningsleer. De Zuid-Koreaanse predikant Sungkyu Joo vroeg zich af welke daarvan het meest Schriftuurlijk is. Zijn tien jaar durende onderzoek over dit thema resulteerde in een proefschrift.

Zorg voor jezelf (2) en voor de hele kudde waarover de Heilige Geest jullie als (onder)herder(s) heeft aangesteld; jullie zijn de opzieners van Gods gemeente, die Hij verworven heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij jullie zullen binnen dringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit jullie eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. (3) Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik jullie drie jaar lang onder tranen steeds weer raad heb gegeven.‘ (4) (Uit Handelingen 20 : 28-31)

(1) Laten we toch niet de theologische kennis verheffen boven de ‘gewone’ Schriftkennis, die dankzij de Heilige Geest in een gemeente beschikbaar is om elkaar op te bouwen en waar nodig ook elkaar terecht te wijzen. De Heilige Geest is, met en door het verkondigde en (zelf of met elkaar) gelezen Woord, vele malen machtiger dan het (bestudeerde en anderen voorgehouden) werk van theologen! Al die werken van (al of niet befaamd) theologen zullen we zelfs als concurrenten beschouwen van wat de Heilige Geest door de doorgaande verkondiging van Gods Woord kan en wil schenken aan de gemeenten Gods. We vinden in de brieven voldoende aanleiding (uitspraken) om dit zo te kunnen en durven stellen.
(2) Lees hierbij Paulus’ opdracht aan Timoteüs in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en 2 Timoteüs 3 : 14 t/m 4 : 5.
(3) Lees hierbij Galaten 4 : 12-20.
(4) Lees hierbij de verzen 19-21 en 26-27 uit hetzelfde hoofdstuk (Handelingen 20)

Opgemerkt 1: Uiteindelijk heeft Calvijn m.b.t. Servet (en zijn opvattingen) zo weinig vertrouwen gehad in het overtuigende van zijn theologische werk en ook zo weinig Godsvertrouwen (5), dat hij – geheel tegen het onderwijs van Gods Woord in – meende de leer van Servet te moeten onderdrukken en weren met het zwaard van de overheid en dat door Servet als ketter gevangen te laten nemen en om zijn leven – vanwege weigering om zich van die leer te bekeren – op de brandstapel te laten eindigen.

(5) Calvijn vreesde de moeiten die zouden kunnen ontstaan in de kerkelijke en burgerlijke gemeente van Geneve (en/of ook in andere steden) en liet die niet over aan Gods beleid, maar meende er nu beter aan te doen het fysieke zwaard van de overheid het weren van ketters te laten uitvoeren, terwijl de kerkgeschiedenis liet en laat zien, dat waar ‘de kerk’ de burgerlijke overheden te hulp roept, dan als regel juist de ‘ware kerk’ vervolgd wordt. Dat is toch niet voor niets ook in Jeruzalem zo gebeurd bij het proces tegen onze Heer.

Opgemerkt 2: Moeten we de vele opsplitsingen in de kerk van na de reformatie niet juist ook toeschrijven aan het zich niet eenvoudig houden aan wat geschreven staat, maar zich belangrijk willen maken met beroep op het theologische en dogmatisch werk van (inmiddels) befaamde kerkvaders en theologen en oudvaders, waarbij altijd weer de een verheerlijkt werd en wordt boven de ander – zie hierbij 1 Korintiërs 4 : 6-21!

Bron citaten: RD Interview – ‘Promovendus Sungkyu Joo: Zonder het te weten koesterde ik on-Bijbelse opvattingen’ – door Ruben Bolier

> Zie hierbij ook nog deze blogs: ‘Alleen met het Woord kan dat bestreden en overwonnen worden‘ en ook ‘Over kerkelijke en gemeentelijke vernieuwingen…

Ze zullen niet meer naar de waarheid (van het verkondigde Evangelie) luisteren, maar naar (eigen) verzinsels. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden (in vertrouwen op God) aanvaarden, je werk als verkondiger van het Evangelie blijven doen, je dienende (niet heersende) taak vervullen.’ (Uit 2 Timoteüs 4 uit de verzen 1-8 : 4-5)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe wij tot God komen…

Jullie zijn er getuigen van geweest – van de stem vanuit het vuur – opdat jullie zouden beseffen dat de HEER de enige God is; er is geen ander naast Hem.’ (Uit Deuteronomium 4 vers 35)

Let op dat jullie Hem die spreekt niet afwijzen‘… (Uit Hebreeën 12 de verzen 25-29 : 25a)

Geciteerd: Afgoderij [of afgod] is wat wij nu in onze taal ‘ketterij’ noemen, een ketter, een afgod of een valse god aanhangen. Een ketter, dat wil zeggen: iemand die van het eerste gebod en van het christelijke geloof afvalt, de ware God en het ware geloof verloochent. Mozes zegt [met andere woorden] dat het onmogelijk is zonder afgoderij te blijven als wij van het eerste gebod afwijken: want dan worden wijzelf goden en afgoden (vgl. o.a. Deuteronomium 4 : 1 vv).

De geestdrijvers van deze tijd preken ook over dit gebod en zeggen: ‘Wij verkondigen ook de genade en barmhartigheid door Christus en houden ons aan dit gebod. Luther bedriegt jullie!’ Maar wanneer we goed opletten: ze spreken wel over de gestorven Christus, Die aan het kruis gehangen heeft en zalig maakt – dat is waar! Maar ze ontkennen juist datgene waardoor wij Hem ontvangen en tot God komen. De middelen der genade, de weg, de brug en de ladder (zoals ons die hier op aarde gegeven zijn), die breken ze weg.
De Joden geloven ook dat er één God is, maar de weg, hoe men tot God komt, namelijk Christus, door de mensheid (menswording) van Christus, die ontkennen zij.
De moslim belijdt ook één God, maar hij verloochent ook de weg, het middel, de brug waarop men tot God komt. Dat is Christus en de genade van God, in Christus, die willen zij niet hebben – ook geen sacrament of (verkondigt) Evangelie waardoor men tot deze genade komt.

Het gaat precies als met iemand tegen wie ik zou zeggen: ‘Hier heb ik een goudschat.’ Maar ik bood die niet aan, gaf ook geen sleutel om erbij te komen. Wat helpt deze schat hem of haar dan? Ze verbergen de schat voor ons en bieden die niet aan. De toegang en het aanbod, het gebruik en het bezit van de schat worden mij ontzegd en ontnomen zelfs. Daarom, de geestdrijvers spreken ook veel over God, over de vergeving der zonden, over genade van God, dat Christus gestorven is. Maar als ik vraag hoe ik Christus verkrijg en hoe de genade ook tot míj komt, zodat ik deze ontvang en er deel aan heb – dan is het: ‘Alleen de Geest moet het doen.’ Ze zeggen immers, het uitwendige mondeling bediende Woord, de Doop en het Avondmaal doen geen nut. Daarmee hebben ze de sleutel en de brug om tot de schat te komen weggenomen.

[Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28, 574, 25-575, 29]

Opgemerkt: Wanneer wij ons(zelf) de vraag stellen wanneer heeft God zeker weten (en dus zonder enige twijfel) tot mij (of een ander) persoonlijk gesproken en mijn persoonlijke redding aan mij betekent en verzegelt? Dan is het antwoord: Bij en door de Doop.
NB. Sinds ik dit zo durfde stellen en belijden, brak ‘de hel’ tegen mij los.

> Leestips: Deuteronomium 4 : 1-40 (m.n. aandacht voor de verzen 9-10, 31-39) en Hebreeën 12 : 18-29 en 13 : 22.

Bron citaat: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Maar God bewees ons Zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door Zijn dood (toen, op de bestemde tijd, op Golgotha) zijn vrijgesproken, dankzij Hem zullen worden gered en niet veroordeeld. Werden we in de tijd dat we nog vijanden van God waren al met Hem verzoend door de dood van Zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met Hem zijn verzoend, worden gered door Diens leven*. En meer nog, dat wij (als gedoopte gemeente, jong én oud)) God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door Wie we nu al met God zijn verzoend.’ (Uit Romeinen 5 de verzen 8-11)
* Zie hierbij Kolossenzen 2 : 11-15 en Titus 3 : 3-8.

Bron afbeelding: Pagina Del Pastor Jesus Figureroa – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

“Over de macht en de listen van de duivel”

We moeten er namelijk voor oppassen dat Satan ons niet gebruikt (en opzet tegen elkaar), zijn plannen kennen we maar al te goed (zegt Paulus, ook uit eigen ervaring, en wat zien en weten wij ervan?) (Uit 2 Korintiërs 1 vers 11)

[Citaat uit een preek over Johannes 4 : 47-54]

(…) “Deze vorst, de duivel, regeert de wereld, raast en woedt, is uitzinnig van kwaadheid. Hij kan immers niet verdragen dat een christen groeit in het geloof. Het ís ook werkelijk niet te verdragen, want daardoor wordt een breuk in zijn rijk geslagen en worden zijn netten verscheurd. Daarom laat hij, waar hij kan, geen christen in de wereld opstaan of standhouden.

Zodra nu het vuur van het geloof in de ziel ontstoken is en ontbrandt, en de duivel dat voelt en dit gewaarwordt, valt hij op zo’n christen aan met al zijn macht en listen. Want hij weet welke schade hij daardoor oploopt in zijn rijk. Zodoende beschermt hij zijn rijk uit alle macht en legt hij het erop toe om met alle middelen de mensen onder zijn macht en gehoorzaamheid te houden.

Daarom is het zeker, dat wanneer een christen begint te geloven, de duivel hem op de voet volgt met aanvechtingen en vervolgingen. Als dat echter niet gebeurt, dan is dat een teken dat het geloof niet rechtschapen is en hij het Evangelie niet op de goede manier heeft aangegrepen. Want deze schelm, de duivel, heeft een scherp oog en wordt spoedig gewaar waar een echte christen woont; dus doet hij zijn uiterste best om hem ten val te brengen.

Hij omringt hem en vecht hem aan op alle denkbare en ondenkbare manieren. Want hij kan niet verdragen dat iemand zijn rijk verlaat en de rug toekeert. Daarom is het leven van zo iemand heel gevaarlijk, want de duivel heeft hem spoedig overrompeld (als God het niet verhoedt – AJ).”

[Maarten Luther: Am einundzwanzigsten Sonntage nach Trinitatis, W(2) 11, 1772ff (Zweite predigt 1522)]

Opgemerkt 1: Wat zullen wij elkaar dus met de zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid, die onze Heer en de apostelen ons hebben voorgeleefd, elkaar helpen in de gemeente(n) van onze Heer. Altijd weer zullen wij elkaar zien als gezalfden van de Heer en daarom net zo ootmoedig en nederig als David zijn, die de gezalfde koning Saul niet naar het leven wilde staan of hem van zijn troon stoten!

Opgemerkt 2: Wat lezen we veel over de mate waarin de apostel Paulus belaagd is geworden door de boze. Was het niet door zijn Joodse broeders, die bij het ‘oude geloof’ wilde blijven, dan gebeurde het door heidense overheden, maar zelfs in de gemeenten van onze Heer, die hij zelf had mogen stichten met hulp van zijn medewerkers, waren er mensen die door de boze gebruikt werden om Paulus het leven moeilijk te maken. En Paulus kreeg ook nog ‘engel van satan om hem met vuisten te slaan’ (2 Korintiërs 12 : 7). Maar wat heeft de boze met al dat ‘razen en woeden’ jegens de discipelen en (later) de apostelen juist zichzelf tegengewerkt door zijn listen en lagen juist te keren tegen hen, zodat ze openbaar zouden worden aan ons. Wij mogen daardoor leren zien hoe God al dat kwaad hen en ons toch ten goede (‘ten besten’, Zondag 9 HC) gekeerd heeft!

> Leestips: 2 Timoteüs 2 : 14-26 (Kernwoorden vers 24-26) en ook 2 Korintiërs 1 (geheel) en 2 Timoteüs 4 : 9-22.

Bron: http://www.maartenluther-com – Luthercitaat van maandag 15 september 2025

Een dienaar van de Heer moet niet twistziek, maar voor iedereen vriendelijk zijn; zo iemand moet een betrouwbaar leraar zijn en een ootmoedig (1) verdraagzaam mens die tegenstanders zachtmoedig (op grond van Gods Woord) terecht weten te wijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat ze de waarheid (van Gods onderwijs!) leren kennen en erkennen, en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen. (2)’ (Uit 2 Timoteüs 2 de verzen 24-26)
(1) Zie 1 Korintiërs 4 : 1-7.
(2) Paulus heeft m.n. ook van mensen die zich wilden opwerpen en/of erkenning (en betaling) kregen als nieuwe voorgangers in de gemeenten veel smaad en tegenwerking ondervonden. Zie m.n. 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 11 : 21.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar ons leven mee begint en mee eindigt…

De genadezij met jullie allen.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 3 : 17-18)

Geciteerd 1: Wat opvalt in de laatste zin van deze brief is dat Paulus opnieuw de genade noemt waarmee hij ook zijn brief begint. Je leest (en leeft?) er gemakkelijk overheen. Maar als tot je doordringt dat alles wat gezegd en gedaan wordt in je leven, met genade begint (1) en uiteindelijk door genade wordt afgesloten, dan besef je hoe rijk je bent.
Leven vanuit genade … het kan zelfs een cliché worden … Als je er echter iets ervan leert te bevatten (2) wordt het leven ontspannen omdat we door de Geest een vrede en vreugde ontvangen die alle verstand (en daaruit voortkomend geredeneer) te boven gaat.

(1) Wat toch als je geloofsleven niet begonnen is met het ontvangen van de Doop en de woorden die daarbij persoonlijk tot mij/jou/u gezegd zijn!
(2) De Heilige Geest is ons gegeven om ons dat te leren bevatten en daar wil Hij ons in het samenleven in Christus’ gemeente bij helpen door de bediening van Woord en Doop en Avondmaal.

Geciteerd 2: Paulus eindigt deze brief met een eigenhandige groet. In die tijd was het gebruikelijk dat iemand met een belangrijke boodschap de woorden dicteerde aan een bekwaam schrijver die ze opschreef namens de opdrachtgever. Vaak werd de groet aan het einde van de boodschap door de boodschapper zelf geschreven. Die groet was een waarmerk (3) dat de brief echt van de genoemde boodschapper zelf afkomstig was.

(3) ‘Zie Hij nu, Die ons met jullie bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, Die ook Zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand (waarmerk) in onze harten gegeven heeft’ (2 Korintiërs 1:21-22); en: ‘Ook wijzelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam‘ (Romeinen 8 : 23).

Geciteerd 3: Want niemand kan God geloven en vertrouwen, tenzij dat de Heilige Geest het hart verlicht. Er zijn veel mensen die uitwendig geen beelden aanbidden, maar dat wil niet zeggen dat ze in hun hart niet voor de boze knielen. Want een hart dat vol ongeloof is, kán God niet vertrouwen en God niet voor waarachtig houden. Wij mensen stellen ‘van nature’ liever ons vertrouwen op bezit (4), wijsheid, kracht, vroomheid en heiligheid (5), dan op Gods goedheid en barmhartigheid – dat is allemaal daadwerkelijke afgoderij. Het hoogste en voornaamste goede werk van het eerste gebod is geloven in God – je toevertrouwen aan God en Zijn genade over ons in Jezus Christus en (dus onder alles) geloven in Zijn vergevingsgezindheid over jou en je leven, dat moesten Adam&Eva ook direct al -, want uit dit werk moeten alle andere werken van ons voortvloeien en worden gedaan. Waar echter dat Godsvertrouwen niet is, daar zijn alle werken dood, alle ijver en vlijt (en draven voor gemeente en kerk) niets dan zonde. Zoals Paulus leert: ‘Wat niet uit geloof wordt gedaan, dat is zonde.’ (vgl. Romeinen 14 : 23). Alleen vanwege het geloof kunnen we de naam ‘christgelovigen’ dragen. Alle andere (goede) werken kunnen ongelovigen ook doen, maar vast op God vertrouwen kunnen ze niet, dat kan niemand, dan alleen een christen die door Gods genade en het werk van de Heilige Geest is en wordt verlicht – dit is het goede werk dat het eerste gebod van ons eist.

(4) Zie Matteüs 6 ; 24 en 1 Timoteüs 6 : 10.
(5) ‘In ieder van ons leeft een paap’, zo drukte Luther het uit.

Leestip: Hoe vol van genade en waarheid zijn wij jegens onze naasten?’

Bron citaten 1-2: ‘Dag in dag uit 2025’ – Meditatie vrijdag 12 april – Leger des Heils | Ark media
Bron citaat 3: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

In Hem zijn ook jullie, nadat jullie het Woord van de Waarheid hadden gehoord, het Evangelie van jullie redding, en in Hem zijn jullie ook, toen jullie tot geloof kwamen, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte‘ (Lees deze woorden van vers 13-14 binnen het geheel van Efeziërs 1 : 3-14!)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe vol van genade en waarheid zijn wij jegens onze naasten?

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben maar je vijanden (1a) moet je haten. Maar Ik zeg jullie: Hen je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen (1b), alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen (2) en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.‘ (Uit Matteüs 5 de verzen 43-45)

Geciteerd: Door de woorden “vol van genade en waarheid” te gebruiken, schetst de evangelist voor ons een zeer liefdelijk en aantrekkelijk beeld van Christus. Hij wil zeggen: Op Christus, en op niemand anders, is het vers in Jesaja 53:9 van toepassing: ‘Er was geen bedrog in Zijn mond.’ Hij is ‘vol van genade en waarheid‘. Kortom, alles in Christus is God welgevallig. De Vader heeft Hem lief en is Hem liefdevol en vriendelijk gezind. De Vader vindt geen gebrek en geen smet in Hem.

Het is niet alleen genade die de Vader ertoe aanzet blij te zijn met alles wat de Zoon zegt en doet; nee, alles wat Hij zegt en doet is ook op zichzelf volmaakt, zodat de Vader niets in Hem te vergoelijken heeft. Christus Zelf zegt in Johannes 5 : 30: ‘Ik zoek niet mijn eigen wil, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ Hij heeft de Vader lief met heel zijn hart. De heiligen in deze wereld waren niet zo. Zij deden altijd wat God mishaagde; zij waren zondaars.

Mozes was een groot en heilig profeet met wie God Zelf sprak en door wie Hij de Wet aan het volk Israël overbracht. Maar hoe heilig hij ook was, hij was toch een zondaar en werd de toegang tot het Beloofde Land ontzegd (Numeri 20 : 12). Abraham, die voorname, grote en heilige man, aanbad afgoden in Chaldea (Jozua 24 : 2). Tot op de dag van vandaag ontdekken we gebreken. Daarom moet je zeggen: ‘Zij waren mensen'(zoals wij). De belofte van Christus werd Abraham niet gegeven vanwege enige inherente waardigheid en heiligheid; want voordat God hem uit Chaldea riep, had hij afgoden gediend, zoals we terugvinden in Jozua 24 : 2.

En Abrahams eigen woorden: ‘Ik ben slechts stof en as’ (Genesis 18 : 27) leveren ruimschoots bewijs dat hij geen vertrouwen stelde in zijn eigen eerzaamheid en glorie. De aartsvaders die volgden, waren allen zondaars – Isaak, Jakob, Mozes en Aäron. De Geest van God liegt niet wanneer Hij zegt: ‘Allen hebben gezondigd’ (Romeinen 5 : 12). Ik durf te stellen dat David, die boven anderen wordt geprezen, ook in grove en ernstige zonde verviel, om nog maar te zwijgen van zijn grootste zonde. Zo hadden alle andere heiligen lelijke, grote vlekken en onvolkomenheden in hun karakter. Petrus verloochende Christus; Paulus vervolgde Hem. Als zij niet onder de grote, wijde hemel van genade en vergeving waren geweest, zou de duivel hen bezoedelen en ons ook.’ (3)

(Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, Amerikaanse editie, Concordia Publishing House, deel 22, p. 120/121)

(1a) In de ogen van Joden en christen zijn dat dan meestal gelijk ook vijanden van God.
(1b) Paulus was zo’n vijand van de gemeenten, we mogen aannemen dat de gemeente in Jeruzalem naar Jezus’ opdracht gebeden heeft voor hun vervolgers.
(2) Zie hierbij Jezus woorden in Lukas 11 : 13 en Lukas 18 : 19 en de Psalmwoorden die Paulus citeert in Romeinen 3 : 10-20.
(3) En wie bezoedelen en belasteren wij als handlangers van de boze?

Is het een verdienste wanneer je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars (die jullie zo verfoeilijk vinden) niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters (die jullie vleien en naar de mond praten) vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doen jullie dan? Gaat het onder de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ (Uit Matteüs 5 de verzen 46-48)

Bron citaat: Op donderdag 11 september 2025 toegezonden Engelstalige Luthercitaat

Als u deze Luthercitaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u het e-mailadres sturen naar:
info@martinluther-quotes.nl. U kunt zich ook via dit e-mailadres of via http://www.maartenluther.com aan- en afmelden voor deze wekelijkse citaten. Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zó heeft liefgehad, zullen wij (toch) ook elkaar (moeten) liefhebben. Niemand heeft ooit God gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. Dat we in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in Zijn Geest. En wij hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft als Redder van de wereld. Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem of haar en blijft hij of zij in God. Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem of haar.‘ (…) ‘Wij hebben (dus) lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt (beweert): ‘Ik heb God lief’, maar hij of zij haat (4) zijn broeder of zuster, die is een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij of zij nooit gezien heeft, liefhebben als hij of zij de ander, die wel gezien wordt, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van God gekregen: wie God liefheeft , moet ook de ander liefhebben.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 11-21 : 11-16 en 19-21)

(4) Zie haten als: De ander de plaats in het leven niet gunnen en geven of zelfs ontnemen waar God die ander wel een plaats gegeven heeft: in familie, huwelijk en gezin, in de kerkelijke of burgerlijke gemeente, op het werk of in de samenleving, etc.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen groter liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn Mijn vrienden wanneer je doet wat Ik jullie gezegd (en voorgeleefd) heb.’ (Uit Johannes 15 de verzen 12-14)

Bron afbeelding: Crosswalk-com (The Gift of Sacrificial Love)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over kerkelijke en gemeentelijke ‘vernieuwingen’…

Jullie moeten namelijk uit ons voorbeeld leren: houd jezelf en anderen aan wat in Gods Woord geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een (een heilige, een oudvader of een kerkelijk leider) te verheerlijken boven de ander(en). Wie denken we wel dat we zijn. Bezitten we ook maar iets dat ons niet geschonken is (denk hierbij allereerst aan onze Doop). Alles is jullie geschonken, dus waarom scheppen we dan op (over anderen of – en daarmee – over onszelf) alsof het ons niet geschonken is?‘ Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 1-14 : 6-7)

Geciteerd: Waar (in Gods Woord) wordt ons bevolen dergelijke tegen Gods Woord ingaande vernieuwingen in de kerk (en in onze gemeenten) door te voeren? De kerk is een Geestelijk rijk, maar wij stellen liever lichamelijke hoofden aan, er is er zelfs eentje die allerheiligste vader wordt genoemd en die zich dat laat welgevallen. Maar in de christelijke Kerk (die bestaat in plaatselijke gemeenten en kerkgenootschappen) kan er geen ander Hoofd zijn dan het Hoofd Jezus Christus, Die de christelijke Kerk regeert door Zijn Geest, en Die in iedere gemeente werken wil in de harten van de gelovigen door de (eenvoudige) bediening van Woord en Doop en Avondmaal.
De oude kerk [=Vroege Kerk, in NT en kort daarna] weet daarvan niets en is bij haar Hoofd, Christus gebleven, zoals ook wij dat willen doen en altijd weer in praktijk zullen hebben te brengen (of ernaar streven om dat te herstellen waar de praktijk anders geworden is).
Wie leeft er (nu) in een (nieuwe) afvallige gemeente/kerk? Deze afvallige manier van doen binnen de gemeenten en kerken – die in Gods ogen en op grond van Gods Woord ook ons een gruwel moet zijn – is zo aantrekkelijk dat ons gebrekkige spreken daarover niets helpt, tenzij de Heilige Geest ons de ogen opent (zie 1 Korintiërs 2!).

Verder [n.a.v. gewoonten en gebruiken in de RK, maar denk hierbij ook aan vormen van heiligenverering binnen de Protestantse kerken!]: Wie heeft ons bevolen deze vormen van afgoderij en mensenverering in te stellen? Namelijk dat we instellen om heiligen te vereren, hen canoniseert [=officieel tot heiligen verklaart], vastendagen en rustdagen tot hun eer instelt en hen eert alsof ze de ware vertegenwoordigers van God Zelf zouden zijn. Idem dat men leert dat men op hun verdiensten en werken [denk hierbij ook aan de geschriften Augustinus, Calvijn en oudvaders, etc.] moet vertrouwen en ons daarmee moet laten vertroosten (of laten verontrusten en opjagen). Christus is/wordt door hen als Rechter voorgesteld en wij moeten nu verzoening vinden door de voorbidding van Zijn moeder en de verdiensten en inspanning van allerlei heiligen of door allerlei inspanningen die wijzelf eerst moeten opbrengen (vandaar dat de kinderdoop altijd weer door zovelen verworpen of niet serieus genomen wordt!).

Zoals de Romeinen een pantheon [=tempel voor meerdere heidense goden en godinnen] in Rome hadden gebouwd, zo hebben wij (christenen) ook een pantheon gebouwd voor onze heiligen in de kerk (terwijl de Kerk en daarom ook een plaatselijke gemeente – o.l.v. de voorganger(s) en oudsten – door het geloof als een tempel waar de Heilige Geest woont en werkt dient te worden gezien en aanvaardt – zie 1 Korintiërs 3).
[Bewerking van woorden van Maarten Luther zoals te vinden in zijn boekje ‘Wieder Hans Worst’ (1), 1541]

(1) Mogelijk wel Luthers scherpste boekje tegen de misbruiken in de toen heersende kerk. Het lijkt wel dat Luther – die zijn einde voelde naderen – nog eenmaal zo duidelijk mogelijk wilde waarschuwen.

> Leestips: Matteüs 23 : 1-12 en 1 Korintiërs 2 t/m 4 en 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 5.

Bron citaat 1: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Onderwijs dit alles en spoor ertoe aan, iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets (van het verkondigde Evangelie), maar is ziek door zijn of haar twistzieke geredeneer (intellect); dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen en tot eindeloze discussies vanwege mensen van wie de geest verziekt is omdat ze van de waarheid (van de eenvoudige Evangelieboodschap) beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt (denk hierbij ook aan verkondigers van het welzijn- en welvaartsevangelie). Maar voor wie tevreden is met wat hem of haar is en wordt toebedeeld (ook aan huwelijks- en gezinsgeluk bijv.), is het geloof grote winst. (2) Wij hebben immers niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen.’ (Uit 1 Timoteüs 6 uit de verzen 2b t/m 18 : 2b-7)
(2) Zie o.a. Lukas 16 : 9.

Bron afbeelding: Scripture Media – Savior Connect

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Godsvertrouwen gesproken…

Ik ben de HEERE jullie God, Die jullie uit (het overmachtige) Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ (Uit Deuteronomium 5 vers 6)

Vraag: Wat vraagt God van ons in het tweede gebod (voor Luther het 1e gebod)?

Geciteerd 1: Nu zal ieder voor zichzelf toezien om deze dienst en roeping van God, zoals die in Gods Woord is vervat, waar te nemen en dan ook bij deze – ons geboden – godsdienst te blijven. Want voorwaar er is geen andere godsdienst ons geoorloofd dan die in overeenstemming is met het onderwijs van Gods Woord en (dus) het geloof in Christus, de van God ons geschonken Messias. Deze godsdienst wordt uitgelegd (volkomen verklaard) in het Nieuwe Testament – hoewel die ook in het Oude Testament ernstig is geboden – en door de profeten aan het volk verkondigd en voorgehouden. Want het eerste gebod is het hart en de kern, het voornaamste stuk van ons hele christelijke geloof en van ons christendom in deze wereld. Dit gebod is de bron van het geloof, van alle verstand, wijsheid, kennis en wetten – alles wat goed is, staat in het eerste gebod. Het eerste gebod wil alles aan zich gebonden hebben en drijft ons weg uit het vertrouwen op schepselen (en dus ook weg bij wat we bij onszelf vinden!). De reden hiervan is deze: wanneer we God van harte vrezen en vertrouwen, dan kunnen en zullen we de mammon, vorsten of onze eigen gerechtigheid (!), vroomheid en dergelijke zaken niet vrezen. Want deze woorden nemen alle vrees weg: ‘IK ben de HEERE jullie God‘, IK en geen ander. Waarom zou ik dan voor de duivel en zijn macht vrezen, voor vorsten, paus, keizer en president, zij heten toch allen bij elkaar niet ‘IK’. Met deze woorden betrekt Hij alles op Zichzelf, omdat Hij uitdrukkelijk stelt: ‘IK de HEERE‘ – het geloof betrekt alles op God.
Uit dit Woord – en het geloof dat van ons gevraagd wordt – vloeien, als uit een bron en fontein, alle leringen van de profeten en de psalmen. Idem alle vervloekingen en bedreigingen – ook alle beloften. Jeremia zegt: ‘Vervloekt is ieder die op mensen vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt‘ (vgl. Jeremia 17 : 5). Idem, waar de psalm zegt: ‘Het is niet goed om op vorsten te vertrouwen’ (vgl. Psalm 118 : 8, 146 : 3, 147 : 10), zoals in deze psalmen alles geheel en al op God betrokken wordt. Dat betekent: wie of wat kan ons kwaad doen of behouden dan alleen deze God?! Alle profeten en de hele Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament komen voort uit het eerste gebod (of: onderwijzing). Want het eerste gebod verbindt alles aan God en wil zeggen: als ik jullie God ben, waarom vertrouwen jullie dan niet op Mijn barmhartigheid, en waarom vrezen en vertrouwen jullie anderen mee dan MIJ?
[Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28, 600, 32 – 601, 31]

Opgemerkt door de samensteller: Uit het tekstverband blijkt dat Luther hier (ook en m.n.) waarschuwt voor het kloosterleven of het ‘ingekeerde’ leven dat zich afkeert van de door God ingestelde ambten en beroepen. Dat is voor Luther een belangrijk en steeds terugkerend thema. Duidelijk is dat hij de door Christus en de apostelen ingestelde kerkelijke en pastorale ambten (en het gezag en de bevoegdheden van de wereldlijke overheden) niet verwerpt.

Leestips: Deuteronomium 6 : 4-25 en 7 : 6-11 en 2 Tessalonicenzen 3 : 6-16.

Geciteerd 2: Voor Paulus is het belangrijk dat christenen een getuigenis zijn in handel en wandel. Uitziend naar de komst van de Heer zijn christusgelovigen bezig met taken die te maken hebben met levensonderhoud, hun familiezaken en hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de naasten en de schepping. Door verschillende wijze leraren is gezegd: als ik wist dat Christus morgen terug zou komen, zou ik vandaag nog een boom planten. Die booms staat voor de hoop in de zekerheid dat God de schepping en ons schepselen in Zijn hand houdt en dat het leven zal zegevieren. Deze uitspraak leert ons moed en doorzettingsvermogen: juist omdat wij de datum en het tijdstip van de komst van de Heer niet weten, zullen wij doorgaan met onze taken. Die datum en dat tijdstip zijn ons niet bekend gemaakt. Wat ons beloofd is, is dat Jezus terug zal komen net zoals Hij is heengegaan.

Leestip: 2 Korintiërs 1 : 3-11.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ (Uit Matteüs 5 : 6)

Geciteerd 3: Onze Heer nodigt ons uit om te verlangen naar echte goedheid, naar ware goedheid die van binnen zit (ons geschonken moet worden) en die tot uitdrukking komt in oprechtheid en gerechtigheid. Leid een integer leven, een leven uit één stuk. Als je daarnaar verlangt en je daarvoor inzet (door trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen!), gebeurt er iets goeds in je leven en dat van anderen. Mijn goedheid wordt dan door jou heen zichtbaar in deze wereld.

Bron citaat 1: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr.
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2025 – Meditatie dinsdag 9 september – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 3: Tijd met Jezus | Jouw Bijbelmoment – tekst en meditatie 9 september 2025 – ds. Jos Douma

‘Moge uit Sion de HEER jullie* zegenen,
Die hemel en aarde gemaakt heeft.’
(Uit Psalm 134 vers 3)
* NB. Een zegenbede voor alle ambtsdragers in huis en in de gemeenten/kerken (maar zeker ook overheden en besturen, etc.)

Bron afbeelding: Christopher Dryden

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Alleen met het Woord kan dat bestreden en overwonnen worden’…

Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat jullie inderdaad het goede willen en dat het jullie niet aan kennis ontbreekt, waardoor jullie ook in staat zijn elkaar terecht te wijzen. Ik heb jullie hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om jullie te herinneren aan wat jullie al weten. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft.’ (Romeinen 15 de verzen 14-15)

Geciteerd: De satan heeft hier in de kudde van onze Heer te Wittenberg veel kwaad proberen aan te richten, en wel zó dat het moeilijk was hem, zonder ergernis voor beide zijden (in de reformatorische beweging van toen), te weerstaan. Jij echter (1) wilt toch ook niet zien en toelaten dat er iets nieuws begonnen wordt door een opwelling of bevlieging van de gemeente. Alleen met het Woord moet dat bestreden en overwonnen worden. Met en door het Woord zal (DV!) datgene vernietigd worden wat de onzen zelf met geweld en opstand willen ondernemen. Zo heeft de satan ze opgezweept! Ik verwerp zelf ook dat de mis voor een offer en een goed werk moet worden gehouden. Ik wil ze echter niet met mijn vuisten (of andere dwangmiddelen) bestrijden of degenen die het niet anders willen (dan zoals het altijd was), of de ongelovigen, met geweld afhouden. Ik verwerp het alleen met het Woord. Wie gelooft, die gelooft én volgt. Wie niet gelooft, die gelooft niet en gaat maar heen. Want tot het geloof en wat tot het geloof behoort, mag niemand gedwongen worden. Ieder moet door het (verkondigde) Woord getrokken worden, zodat hij of zij die gelooft, geheel vrijwillig tot ons komt (en bij ons blijft). Ik verwerp ook de beelden, maar alleen met het Woord, niet dat ze verbrand zouden worden, maar dat niemand er zijn vertrouwen erop zou zetten, zoals tot nu toe gebeurd is en nog steeds gebeurt. Ze zullen vanzelf vallen als het volk onderwezen zou worden en wist dat ze in Gods ogen waardeloos zijn. Op dezelfde manier verwerp ik de wetten (dictaten) van de paus, de biecht, de communie, het bidden [van verplichte gebeden] en het [gedwongen] vasten. Echter alleen met en door het Woord, waarmee ik tegelijk hun gewetens vrij maak. Wanneer die vrij zijn, kunnen zij tenslotte daarvan gebruik maken ten dienste van de zwakken die daarin nog verstrikt zijn.
[Maarten Luther: Luthers Briefwechsel, Wittenberg 17. März 1522, vgl. WABR 2, 474, 1-28]

(1) Uit een brief aan Nikolaus Hausmann, nadat Luther in maart 1522 was teruggekeerd van zijn noodgedwongen verblijf in de Wartburg. Er dreigde een algemene volksopstand en een beeldenstorm. Luther heeft toen zijn ‘Acht Sermone gepredigt zu Wittenberg in der Fastenzeit’ gehouden. De eerste dreiging werd was daarmee voorbij. Deze acht preken waren gericht tegen de eigenzinnige en radicale dr. Andreas Karlstadt. Karlstadt, die tijdens Luthers verblijf op de Wartburg de confrontatie zocht, meende dat nu het ogenblijk gekomen was om de reformatie – naar zijn inzicht – in Wittenberg onder dwang uit te voeren. Vanuit Zwickau kreeg hij hulp van de dwepers en geestdrijvers, de z.g. Zwickauer proefeten, die nu in de Wittenberg de leiding in handen namen. Had Luther op de vrijheid in Christus gewezen, de dwepers wilden het leven onder hun nieuwe wetten plaatsen. In alles moesten de mensen zich naar leer en voorschriften van Karlstadt en de zijnen gedragen. Overal in de Wittenberg heerste verwarring. Melanchton was radeloos. Toch waren er (gelukkig) ook nog velen die verlangden naar de terugkeer van Luther. (zie hierbij o.a. Galaten 4 : 5-20, 5 : 13-15, 14-17).

Leestip: Romeinen 14 t/m 15 : 15.

Zie deze (voorgaande) blog:Moet zelfs de heilige Geest afwijken van Zijn onderwijs?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 34 vraag 93: ‘Wat is afgoderij’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Alles wat vroeger geschreven is, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge de God, Die ons doet volharden en ons troost geeft, jullie de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zullen jullie eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.’ (Uit Romeinen 15 de verzen 4-6)

Bron afbeelding: Dose of Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moet zelfs de Heilige Geest afwijken van Zijn onderwijs? (I)

Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin jullie onderwezen zijn, in woord en geschrift (lees: door de verkondiging van Gods Woord en in de brieven die wij apostelen – en later ook onze Heer nog! – jullie geschreven hebben). Moge onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, Die ons Zijn liefde heeft getoond en ons door Zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, jullie aanmoedigen en sterken in al het goede dat jullie doen en zeggen.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 2 uit de verzen 13-17 : 15-17 – lees alle genoemde verzen)

Geciteerd 1: De christelijke wereld is aan een immense verandering bezig. En hoe de Geest tot de gemeente van de toekomst spreekt, kan vandaag nog nauwelijks iemand vermoeden.

Geciteerd 2: Het is minder belijnd dan vroeger, ook meer ‘ik’ dan ‘samen’. Het popt ook meer op losse momenten op, zoals bij rampen, uitvaarten of op festivals of online, dan dat het wordt beleefd tijdens een wekelijkse kerkdienst. De basis van het moderne geloof is vaak ook meer een gevoel dan een vaste set geloofsregels, een Boek of een traditie waarnaar je je voegt.
Dominees doen er in zo’n geloofsbeleving inderdaad minder toe. Oude kerken met open deuren des te meer.
Voor academisch geschoolde predikanten die graag hun verhaal kwijt willen, en voor ervaren kerkgangers die diepgang zoeken, voelt dat al snel als een teruggang. Of zelfs als afvallig.
Maar hoe oppervlakkig veel hedendaagse geloofsbeleving ook kan aanvoelen: mag je zulke grote conclusies wel trekken, als veel jonge mensen vandaag God herontdekken (ook als dat in een andere vorm dan vanouds gebeurt)? Of doe je dan de heilige Geest tekort? Wanneer is iets christelijk genoeg om christelijk te mogen heten?
De christelijke wereld is aan een immense verandering bezig. En hoe de Geest tot de gemeente van de toekomst spreekt, kan vandaag nog nauwelijks iemand vermoeden.

Geciteerd 3: In het verleden werd de christelijke levensstijl vaak verbonden met het missionaire karakter van de kerk, maar de kerkgeschiedenis na de Tweede Wereldoorlog heeft het failliet van dat streven aangetoond. ‘Het was niet herkerstening maar ontkerstening die het tijdperk kenmerkte’, schrijft Dekker. De kerk kan niet als functie van de zending worden gezien; het is omgekeerd: de zending is een van de vele functies van de kerk. ‘Levensstijl kan dus niet primair missionair zijn. Niet het transformeren, maar het blijven bij het geheimenis is de uitdaging.’

Geciteerd 4: „Maar,” zo waarschuwt Segers, „God komt niet terug omdat we Hem goed kunnen gebruiken. Wij gaan alleen terug naar God als we denken – geloven! (1) – dat Hij ons kan redden. Christenen hopen niet op Jezus omdat Hij de boel bij elkaar houdt. Christenen hopen op Hem omdat Hij de woorden van het eeuwige leven heeft. Het christelijk geloof kan ons alleen redden als we gered willen worden.”

(1) Geloven op grond van het Evangelie dat ons verkondigd is en wordt! En bij het onderwijs van het Evangelie blijven door vanwege ons geloof ook trouw en met eerbied al de door God ons geschonken middelen te blijven gebruiken in het midden van een gemeente van onze Heer (en in wat voor gebouw die samenkomen – een aula bijv. die door-de-week een ander gebruik heeft – dat zal voor ons samenkomen geen hindernis mogen zijn!). Door het gebruik van de middelen wil God ons bemoedigen en kracht geven om in de samenleving een zoutend zout te zijn en dat ook te blijven – zie de woorden van onze Heer in Matteüs 5 : 11-16.

Leestips: Matteüs 5 : 1-16 en 2 Tessalonicensen 2 en 3.

Lees het vervolg: ‘Alleen met het Woord kan dat bestreden en overwonnen worden…’

Bron citaat 1-2: ND Opinie – ‘Mag je wel van massale geloofsafval spreken als zo veel mensen vandaag God herontdekken?’ – door Dick Schinkelshoek
Bron citaat 3: ND Geloof – ‘Een christelijke levensstijl in een postchristelijke tijd is ‘de vorm die vreugde aanneemt in ballingschap’’ – door Koos van Noppen
Bron citaat 4: RD Kerk & religie | Opening academisch jaar TUU – ‘Gert-Jan Segers: Einde van democratie nabij’ – door Jan van Reenen

Voor het overige broeders, bidt dat het Woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij jullie. Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. (2) Maar de Heer is trouw, Hij zal jullie kracht geven en jullie tegen het kwaad – dat zich juist ook keert tegen de eenvoudige gelovigen! – beschermen. De Heer geeft ons de overtuiging dat jullie zullen doen naar wat wij jullie hebben opgedragen en dat ook zullen blijven doen (3). Moge de Heer jullie wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.‘ (Uit 2 Tessalonicensen 23 de verzen 1-5)

(2) Zie hierbij o.a. 2 Korintiërs 2 : 17, Filippenzen 1 : 15-17, 1 Tessalonicenzen 2 : 5-12.
(3) Hoor hierbij ook de herhaalde oproep van onze Heer aan de zeven gemeente in Klein Azie: De gemeenten moeten gehoor geven aan wat de Geest tot Zijn Gemeente zegt en dat kan alleen gebeuren bij en door het trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen. Want de Heilige Geest wil wat dat betreft niet buiten de verantwoordelijkheid van ons mensen om werken!

Bron afbeelding: St. Paul of the Cross

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie