‘Ik ben de HEERE jullie God, Die jullie uit (het overmachtige) Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ (Uit Deuteronomium 5 vers 6)
Vraag: Wat vraagt God van ons in het tweede gebod (voor Luther het 1e gebod)?
Geciteerd 1: Nu zal ieder voor zichzelf toezien om deze dienst en roeping van God, zoals die in Gods Woord is vervat, waar te nemen en dan ook bij deze – ons geboden – godsdienst te blijven. Want voorwaar er is geen andere godsdienst ons geoorloofd dan die in overeenstemming is met het onderwijs van Gods Woord en (dus) het geloof in Christus, de van God ons geschonken Messias. Deze godsdienst wordt uitgelegd (volkomen verklaard) in het Nieuwe Testament – hoewel die ook in het Oude Testament ernstig is geboden – en door de profeten aan het volk verkondigd en voorgehouden. Want het eerste gebod is het hart en de kern, het voornaamste stuk van ons hele christelijke geloof en van ons christendom in deze wereld. Dit gebod is de bron van het geloof, van alle verstand, wijsheid, kennis en wetten – alles wat goed is, staat in het eerste gebod. Het eerste gebod wil alles aan zich gebonden hebben en drijft ons weg uit het vertrouwen op schepselen (en dus ook weg bij wat we bij onszelf vinden!). De reden hiervan is deze: wanneer we God van harte vrezen en vertrouwen, dan kunnen en zullen we de mammon, vorsten of onze eigen gerechtigheid (!), vroomheid en dergelijke zaken niet vrezen. Want deze woorden nemen alle vrees weg: ‘IK ben de HEERE jullie God‘, IK en geen ander. Waarom zou ik dan voor de duivel en zijn macht vrezen, voor vorsten, paus, keizer en president, zij heten toch allen bij elkaar niet ‘IK’. Met deze woorden betrekt Hij alles op Zichzelf, omdat Hij uitdrukkelijk stelt: ‘IK de HEERE‘ – het geloof betrekt alles op God.
Uit dit Woord – en het geloof dat van ons gevraagd wordt – vloeien, als uit een bron en fontein, alle leringen van de profeten en de psalmen. Idem alle vervloekingen en bedreigingen – ook alle beloften. Jeremia zegt: ‘Vervloekt is ieder die op mensen vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt‘ (vgl. Jeremia 17 : 5). Idem, waar de psalm zegt: ‘Het is niet goed om op vorsten te vertrouwen’ (vgl. Psalm 118 : 8, 146 : 3, 147 : 10), zoals in deze psalmen alles geheel en al op God betrokken wordt. Dat betekent: wie of wat kan ons kwaad doen of behouden dan alleen deze God?! Alle profeten en de hele Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament komen voort uit het eerste gebod (of: onderwijzing). Want het eerste gebod verbindt alles aan God en wil zeggen: als ik jullie God ben, waarom vertrouwen jullie dan niet op Mijn barmhartigheid, en waarom vrezen en vertrouwen jullie anderen mee dan MIJ?
[Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28, 600, 32 – 601, 31]
Opgemerkt door de samensteller: Uit het tekstverband blijkt dat Luther hier (ook en m.n.) waarschuwt voor het kloosterleven of het ‘ingekeerde’ leven dat zich afkeert van de door God ingestelde ambten en beroepen. Dat is voor Luther een belangrijk en steeds terugkerend thema. Duidelijk is dat hij de door Christus en de apostelen ingestelde kerkelijke en pastorale ambten (en het gezag en de bevoegdheden van de wereldlijke overheden) niet verwerpt.
Leestips: Deuteronomium 6 : 4-25 en 7 : 6-11 en 2 Tessalonicenzen 3 : 6-16.
Geciteerd 2: Voor Paulus is het belangrijk dat christenen een getuigenis zijn in handel en wandel. Uitziend naar de komst van de Heer zijn christusgelovigen bezig met taken die te maken hebben met levensonderhoud, hun familiezaken en hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de naasten en de schepping. Door verschillende wijze leraren is gezegd: als ik wist dat Christus morgen terug zou komen, zou ik vandaag nog een boom planten. Die booms staat voor de hoop in de zekerheid dat God de schepping en ons schepselen in Zijn hand houdt en dat het leven zal zegevieren. Deze uitspraak leert ons moed en doorzettingsvermogen: juist omdat wij de datum en het tijdstip van de komst van de Heer niet weten, zullen wij doorgaan met onze taken. Die datum en dat tijdstip zijn ons niet bekend gemaakt. Wat ons beloofd is, is dat Jezus terug zal komen net zoals Hij is heengegaan.
Leestip: 2 Korintiërs 1 : 3-11.
‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ (Uit Matteüs 5 : 6)
Geciteerd 3: Onze Heer nodigt ons uit om te verlangen naar echte goedheid, naar ware goedheid die van binnen zit (ons geschonken moet worden) en die tot uitdrukking komt in oprechtheid en gerechtigheid. Leid een integer leven, een leven uit één stuk. Als je daarnaar verlangt en je daarvoor inzet (door trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen!), gebeurt er iets goeds in je leven en dat van anderen. Mijn goedheid wordt dan door jou heen zichtbaar in deze wereld.
Bron citaat 1: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr.
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2025 – Meditatie dinsdag 9 september – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 3: Tijd met Jezus | Jouw Bijbelmoment – tekst en meditatie 9 september 2025 – ds. Jos Douma
‘Moge uit Sion de HEER jullie* zegenen,
Die hemel en aarde gemaakt heeft.’
(Uit Psalm 134 vers 3)
* NB. Een zegenbede voor alle ambtsdragers in huis en in de gemeenten/kerken (maar zeker ook overheden en besturen, etc.)
Bron afbeelding: Christopher Dryden