Strijden tegen vloeken in de kerk…

Is het dan zo’n grote zonde, Gods Naam met zweren en vloeken te lasteren, dat God Zich ook over diegenen vertoornt die, zoveel als hun mogelijk is, het vloeken en zweren niet helpen weren en verbieden.’ (HC Zondag 36 vraag 100 )

Geciteerd (a): Het grootste en allermoeilijkste werk van dit gebod is: de heilige Naam van God tegen allen beschermen die deze Naam op een geestelijke manier misbruiken – én dat wij deze Naam onder alle mensen zuiver en onvervalst belijden en – laten (1) – prediken. Het is immers niet genoeg dat ik alleen voor mijzelf en in mijzelf de Goddelijke Naam dankzeg en aanroep in voor en tegenspoed, ik moet voor de dag komen en voor Gods eer en Naam de vijandschap van alle mensen op mij laden. Zoals Christus tot Zijn discipelen zegt: ‘Om Mijn Naam zullen alle mensen jullie haten’ (vgl. Matteüs 10 : 22 en zie ook Lukas 12 : 49-53).
Om deze Naam moeten wij [indien dat nodig is/blijkt] vader, moeder, echtgenote en kinderen en onze beste vrienden vertoornen. Om deze naam moeten wij ook de geestelijke en wereldlijke overheden weerstaan en voor ketters en opstandelingen worden uitgemaakt, bovendien ook de rijken, geleerden, heiligen en alles wat in deze wereld iets meent te zijn, tegen ons in het harnas jagen. Hoewel zij aan wie de prediking van Gods Woord is opgedragen (2), in het bijzonder verplicht zijn dit te doen, toch is iedere christen daartoe ook verplicht – waar tijd en plaats dit vereisen (3). Want wij moeten voor de heiliging van Gods Naam alles over hebben en alles daaraan geven wat wij hebben en kunnen.
[Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6, 225, 32 – 226, 18 (verkort)]

(a) Uit dit citaat blijkt wel dat Luther bij de uitgave van dit boekje in maar 1520 al voorbereid was op wat voor hem werkelijkheid zou worden bij zijn moeten verschijnen op de Rijksdag te Worms op 18 en 19 april 1521.

(1) Zie (3)
(2) Denk hierbij allereerst aan voorgangers en oudsten in een christelijke gemeente, maar ook degenen die aan hogescholen en universiteiten hebben les te geven aan aankomende predikers van het Woord. Dat was juist ook Luthers werk toen hij deze woorden schreef.
(3) Denk hierbij aan de verantwoordelijkheid die wij allen dragen in de gemeente waar wij dooplid van zijn, niet alleen bij het verkiezen van oudsten en bij het beroepen van een predikant, maar ook door betrokkenheid te laten blijken bij wat er gepredikt wordt en door wie (denk ook aan wie en aan wat voor verkondiging wij onze jeugd ‘blootstellen’) en ook aan wat (en hoe) er gezongen en gebeden wordt.

Ik ben gekomen op aarde om een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en ik wordt hevig gekweld zolang die niet volbracht is. Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. De vader zal tegenover zijn zoon* staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegen haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ (Uit Lukas 12 : 49-53)
* Zie hierbij dit artikel: https://christenzijn.nl/een-zoals-de-vader-en-de-zoon-een-zijn

‘Laat jullie op geen enkele manier door hen die zich tegen je keren angst aanjagen, want dat – jullie onverschrokkenheid – is een teken voor God: voor hen dat ze ten ondergaan, voor jullie dat je wordt gered. Aan jullie is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. Jullie voeren nu de zelfde strijd als die jullie mij vroeger hebben zien voeren** en die ik, zoals jullie horen, nog steeds voer.‘ (Uit Filippenzen 1 : 28-30)
** Zie Handelingen 16 : 11-40.

Bron afbeelding: only.bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom echtscheiding zo’n groot kwaad is…

Een levenslang ja en amen…

Zo bracht Hij ons vrede en verzoende Hij door het kruis beide (werelden, zie vers 13-15) in één lichaam met God, door in Zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie (heidenen) die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren (de Joden): dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.’ (Uit Efeziërs 2 15-18)

Geciteerd: In het gebod ‘Gij zult de Naam van de HEERE uw God niet misbruiken’ leer ik in de eerste plaats: dat ik Gods Naam alleen tot zijn eer, oprecht, heilig en goed moet gebruiken, maar ook dat ik bij Zijn Naam niet mag zweren, vloeken, liegen enzovoorts. Verder dat ik niet hoogmoedig mag zijn en daarmee mijn eigen eer of naam zoek en bedoel, maar dat ik alleen Zijn Naam moet bedoelen, ootmoedig aanroepen, aanbidden, prijzen en loven – en Zijn Naam mijn hoogste eer en roem laten zijn. Want dit is mijn roem dat Hij onze en ook mijn God is en dat wij allen Zijn Schepselen zijn en (uit en van onszelf) onwaardige dienstknechten.

In de tweede plaats dank ik God voor dit heerlijk geschenk dat Hij aan mijn broeders en zusters en ook aan mij Zijn Naam geopenbaard en gegeven heeft (1), zodat ik nu – en reeds van jongs af aan – in Zijn Naam mocht en mag roemen en mijzelf als Gods dienaar, schepsel, kind, huisgenoot en erfgenaam kan en mag noemen. Daarbij dat Zijn Naam mijn toevlucht is, ‘een vast Burcht’ – zoals Salomo zegt: ‘waar de rechtvaardige heenvlucht en bescherming vindt’ (vgl. Spreuken 18 : 10).

In de derde plaats biecht en belijd ik mijn schandelijke en zware zonden waarmee ik mijn leven lang tegen dit gebod overtreden heb, want ik heb Gods Naam niet in alle omstandigheden aangeroepen, niet geroemd of geëerd, maar ik ben op allerlei manier voor het openbaren en bekendmaken van Zijn Naam nalatig en ondankbaar geweest. Ik heb deze Naam op velerlei wijze tekort gedaan en geschonden en misbruikt – door (onnodig) zweren (en/of niet nakomen van een afgelegde eed), door liegen en bedriegen, lasteren, mijn vertrouwen stellen op geld en goed, enzovoorts. Dat doet mij leed en ik vraag om genade en vergeving en schenk die ook aan anderen (o.a. Matteüs 6 : 14-15, 18 : 35, Markus 11 : 25, Lukas 17 : 3b-4, Jakobus 6 : 14-15).

In de vierde plaats bid ik (altijd weer) om hulp en kracht dat ik dit gebod wél zal leren en houden [= met liefde en wijsheid zal begrijpen en toepassen in het samenleven met al mijn naasten (2)] en mij wacht voor deze schandelijke ondankbaarheid: Het misbruiken ván en het zondigen tégen Gods Heilige Naam. Niet alleen dit, en daarbij en daarmee bid ik ook dat ik – vandaag! – in ware dankbaarheid zal/mag leven en Zijn Naam vrezen, eren en liefhebben, zoals we dat door het onderwijs van onze Heer geleerd hebben dagelijks daarom te vragen (3) met de bedes van het Onze Vader gebed: ‘Uw Naam worde geheiligd’ enzovoorts.

[Maarten Luther: Eine einfaltige weise zu beten für einen guten Freund, 1535, vgl. WA 38, 365, 28-366, 10]

(1) En die openbaring van Gods Naam klonk en werd betekend en verzegeld bij onze Doop.
(2) En dat door de kracht en de liefde en de wijsheid van de Heilige Geest, Die ons vast en zeker geschonken is en wordt op het gelovig gebed (Zie Lukas 11 : 13]
(3) Zie het gebedsonderwijs van onze Heer in Matteüs 6 : 5-14 en 24-34 en Lukas 11 : 1-13.

Opgemerkt: Ons leven zal een levenslang ja en amen zijn op onze Doop, die wij in het samenleven met/van een gemeente van onze Heer Jezus Christus ontvingen en dat gedoopt zijn heeft daarom ook levenslang consequenties voor ons samenleven in familie en gezin en huwelijk en in heel de mensenmaatschappij waar God ons als dopelingen [=geheiligden én gerechtvaardigden] een plaats heeft gegeven. Vandaar dat echtscheiding zo’n groot kwaad is en schenden van Gods heilige Naam, zij heeft gevolgen voor alle samenlevingsverbanden waarin we geplaatst zijn, en dus niet alleen de kinderen maar zelfs ook nog de kleinkinderen – wanneer die ons gegeven zijn of worden – ondervinden er de gevolgen van.

Leestip: Efeziërs 2 (en de bovengenoemde Bijbelgedeelten over gebedsonderwijs)

Bron afbeelding: only.bibe-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tegen het fascisme het Evangelie!

Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, ieder belaagt zijn naaste.‘ (Uit Micha 7 vers 7)

Geciteerd: Tegen de revolutie het Evangelie! Dat was de slogan waarmee in de vorige eeuw Groen van Prinsterer ten strijde trok tegen de machten van revolutie en ongeloof voortkomend uit de Franse Revolutie aan het eind van de 18de eeuw. Werkend in het hartje van Zuidelijk Afrika heeft de zwarte evangelist Shadrach Maloka wellicht nog nooit van Groen van Prinsterer gehoord, maar in zijn dagelijks werk van evangelieverkondiging is de uitspraak van de grondlegger van de christelijke politiek in Nederland zijn inspirerend Leitmotiv.

Werkend in het hartje van Zuidelijk Afrika heeft de zwarte evangelist Shadrach Maloka wellicht nog nooit van Groen van Prinsterer gehoord, maar in zijn dagelijks werk van evangelieverkondiging is de uitspraak van de grondlegger van de christelijke politiek in Nederland zijn inspirerend Leitmotiv.

Tegen de revolutie, het Evangelie. Of om het positiever te zeggen: het Evangelie van Jezus Christus als middel om verzoening tot stand te brengen tussen blank en zwart.

Toen evangelist Maloka in het afgelopen na­ jaar op uitnodiging van de stichting ‘In Zijn Opdracht’ enkele weken in Nederland was, heeft hij het tijdens vergaderingen en op scholen bij herhaling gezegd: niet de revolutie, maar het evangelie brengt de oplossing. En op vaak ontroerende wijze maakte hij aan de hand van voorbeelden duidelijk dat dit geen loze kreet maar realiteit is in de smeltkroes van problemen waarmee men in Zuidelijk Afrika worstelt. Met grote klem riep evangelist Maloka op geen kerkelijke steun te geven aan zogeheten ‘bevrijdingsbewegingen’.

Uit eigen ervaring in met name Mozambique en Rhodesië kon hij getuigen hoe terrorisme slechts leidde tot bloedvergieten en grotere haat, terwijl de terroristenleiders die zeggen hun volk te willen bevrijden slechts uit zijn op het vestigen van een marxistische staat waarin geen plaats meer is voor God en geloof.

En voor wie het niet wilde geloven, diste hij voorbeelden op uit met name Mozambique, maar ook Rhodesië waar ondanks alle mooie beloften christenen ter dood zijn gebracht omdat ze de Heere meer gehoorzaamheid wilden blijven betuigen dan de nieuwe machthebbers. Kerken in Mozambique zijn verwoest, predikanten gedood of gevangen gezet. Bijbels massaal verbrand en kinderen heropgevoed. Shadrach Maloka, die zelf vaak in Mozambique evangelisatiecampagnes heeft geleid en de taal van het volk spreekt, krijgt zijn gegevens van christenen die Mozambique zijn ontvlucht en nu in de mijnen van Zuid-Afrika werken of een onderkomen hebben gezocht bij familieleden net over de grens met Zuid-Afrika Eén van de gemeenten van de Evangelische Broederkerk, waarvan evangelist Maloka voorganger is, ligt op steenworp van de grens met Mozambique.

En Shadrach Maloka realiseert zich terdege het grote gevaar van de oprukkende revolutionaire krachten. Voordat ook Zuid-Afrika, direct of indirect een prooi wordt van intimidatie en geweld, ziet br. Maloka het als een roeping zijn landgenoten het evangelie te verkondigen en waar mogelijk nieuwe gemeenten te stichten. Gemeenten die als cellen kunnen dienen in het grote raderwerk van Gods kerk op aarde. Gemeenten die wel toegerust ook in tijden van verdrukking en lijden staande kunnen blijven in het geloof.

Wie is overigens die Shadrach Maloka, die in Nederland bekendheid geniet dankzij het feit dat hij eenmaal sprak op een landdag van de Evangelische Omroep en de laatste jaren tijdens bezoeken spreekbeurten vervulde en met name ook op diverse lagere en middelbare scholen grote indruk maakte door zijn boodschap en getuigenis?

Shadrach Maloka werd in 1929 geboren in Ficksburg, een dorpje dicht bij de grens met Lesotho. Hij had een bijzonder verdrietige jeugd, want hij werd geboren uit een buitenechtelijke verhouding. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Mohanoe, dat in de Sotho-taal betekent: ‘verstotene’. Tot overmaat van ramp liet zijn moeder hem ook in de steek toen hij amper een half jaar was. Hij werd opgevoed door zijn grootouders die na de Tweede Wereldoorlog van het platteland verhuisden naar de grote Bantoestad Soweto. Die lokatie was destijds nog één grote sloppenwijk met huizen van golfplaat en karton. Met name bij kou en regen was er nauwelijks gelegenheid om te slapen. Men hurkte dan maar wat bij elkaar.

De jonge Mohanoe Maloka, die jarenlang veehouder was, groeide in Soweto op voor galg en rad totdat hij op Tweede Kerstdag 1947 met kwade bedoelingen een tent van de Dorothea-sending instapte. Nieuwsgierig als hij was naar een film die zou worden vertoond.

In die samenkomst greep Gods Geest hem aan met de woorden: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebbe.’ Van liefde had Mohanoe Maloka nog nooit gehoord, hoewel hij er innerlijk naar hunkerde.

Zelf vertelt hij: ‘Op die 26ste december 1947 ben ik ontwaakt uit een diepe geestelijke slaap. In feite een doodsslaap. Ik kwam door Gods genade tot een nieuw leven in de meest letterlijke zin.’ Hoewel zijn grootvader het hem in de eerste weken na zijn bekering erg moeilijk maakte om als christen te leven, zocht hij meteen mogelijkheden om zich in de dienst van God te stellen. En zijn diepste verlangen werd vervuld toen hij een opleiding mocht volgen aan de Bijbelschool van de Dorothea-sending. Het enige dat hij bezat toen hij op school kwam was een kapot hemd en een sportbroekje. Hij had geen gemeente of familie die in zijn onderhoud kon voorzien of studiegeld betalen. Maar God heeft op wonderlijke wijze in al deze dingen voorzien. Door Zijn genade mag hij nu in Zuidelijk Afrika het evangelie brengen. En dat in een tijd waarin er zich donkere wolken samenpakken boven het Zuidelijk deel van Afrika en revolutionaire krachten de overhand krijgen. Maar met kracht moet het evangelie als enige weg tot bevrijding worden gepredikt boven de leugenachtige leuzen van de bevrijdingsbewegingen die al in heel wat landen onvrijheid en onderdrukking hebben gebracht. Met name van de christenen. Denk maar aan landen als Mozambique, Angola en Ethiopië.

Na zijn bekering nam Mohanoe Maloka de naam Shadrach aan. Shadrach Maloka is uitgegroeid tot een zeer begaafd evangelieprediker in kon en ver daarbuiten. Naast het werk in zijn eigen kerk, de Evangelische Broederkerk (een onafhankelijke, wettelijk erkende Bantoekerk die in geen enkel opzicht banden heeft met een zogeheten blanke moederkerk in Zuid-Afrika) wordt Shadrach Maloka bij herhaling uitgenodigd voor grote evangelisatiecampagnes en jeugdconferenties. Soms gaat hij ook voor in blanke diensten. Mede door zijn enorme talenkennis (hij spreekt minstens negen talen vlot) kan hij zich bij alle stammen in Zuid-Afrika verstaanbaar maken.

Shadrach Maloka, die begin april een open hartoperatie onderging in Kaapstad, is één van de meest vooraanstaande niet-blanke evangelisten in Zuid-Afrika die zich openlijk afkeren van de weg die de Wereldraad van Kerken gaat. Met risico voor eigen leven, zoals hij zelf terdege beseft, want in Mozambique en andere landen waren het juist de Bijbelgetrouwe predikers die als eersten werden geliquideerd na de machtsovername door de marxisten.

Vandaar dat we in dit artikel graag zijn veelvuldig geuit verzoek mogen en willen doorgeven tot voorbede voor Shadrach Maloka, zijn gezin, zijn gemeente en zijn medewerkers in het uitdragen van het evangelie in Zuid-Afrika zolang daar nog in alle vrijheid de kans voor is.

Daarnaast is het zeer zeker het overwegen waard hoe wij deze broeder in Zuidelijk Afrika, die in financieel opzicht met zeer beperkte mogelijkheden moet werken, met geldelijke steun kunnen helpen. Als we tegen de revolutie het evangelie willen laten verkondigen en ernstige bezwaren hebben tegen de financiële hulp aan de zogeheten bevrijdingsbewegingen is het haast vanzelfsprekend dat we de helpende hand bieden aan hen die zich met hart en ziel inzetten voor de verkondiging van de waarachtige boodschap van bevrijding.

Bron artikel: De Waarheidsvriend 01-05-1980 (Digibron) – ‘Tegen de revolutie het Evangelie – Shadrach Maloka’ – door M. Leerling.

Opgemerkt: Hebben wij westerse christenen Afrika en Oost Europa met de middelen die wij als rijke christenen tot onze beschikking hadden Afrika en Oost Europa met het Evangelie ‘overspoeld’ of hebben wij hen eerst en vooral het nut van een welvaart brengende kapitalistische maatschappij en wereldheerschappij willen voorhouden en leren?

Maar ik, ik blijf – desondanks! – uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.‘ (Uit Micha 7 vers 7)

Bron afbeelding: In Due Time

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen vreemdelingen of gasten meer in Christus’ gemeente(n)!

Zo zijn jullie dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten met Christus Jezus Zelf als de Hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw (zie 1 Korintiërs 3 : 16-23!), steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, onze Heer, in Wie wij ook opgebouwd worden tot een plaats waar God woont door Zijn Geest.’ (Uit Efeziërs 2 de verzen 19-22)

En het hoofd van de synagoge, die verontwaardigd was dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen waarop men moet werken. Kom dan daarop en laat u genezen, maar niet op de dag van de sabbat.
De Heere dan antwoordde hem en zei: Huichelaar
[=toneelspeler], maakt niet ieder van u op de sabbat zijn os of ezel van de voederbak los en leidt hem weg om hem te laten drinken?
En moest dan deze vrouw, die een dochter van Abraham is en die de satan, zie, nu achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de dag van de sabbat?
En toen Hij dit zei, stonden al Zijn tegenstanders beschaamd en de hele menigte was blij om alle heerlijke dingen die door Hem gebeurden.

(Uit Lukas 13 de verzen 14-17)

Opgemerkt: Opgemerkt: Lees voor ‘deze vrouw, die een dochter van Abraham is’ eens: deze (gedoopte!) christelijke gemeente(n), waar velen zich buitengesloten voelen of weten door het ‘theologische juk’ waaronder ze leven, maar die zich toch ook door onze Heer tot nakomelingen van Abraham gerekend mogen weten door het geloof en die daarom van dat ‘theologische juk’ bevrijd dienen te worden omdat ze ‘erfgenamen zijn volgens de belofte’…

Leestip: Galaten 3 : 21-29 t/m 4 : 7 en Efeziëers 2 : 11-22

Zie hierbij ook deze (eerdere) blog: Wie drukt er zijn stempel op Gods gedoopte gemeente?

En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte‘ (Uit Galaten 3 vers 29)

Bron afbeelding: Roger Farnworth

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie drukt er zijn stempel op Gods gedoopte gemeente?

Weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn en dat de Geest van God in jullie midden woont?‘ (…) ‘Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want alles is van jullie; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie. Maar jullie zijn (het eigendom) van Christus en Christus is van God.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 16 en 21-23)

In een stille nacht een “Godsopenbaring”‘…
NB. Tegen eerdere indrukken en gevoelens in.

Geciteerd 1: ‘Twee groten in Israël* waren gevallen’, staat er in een levensschets. ‘Twee krachtige steunpilaren voor de kerke Gods werden smartelijk gemist.’
* Een van hen was dominee Jozias Fraanje uit Barneveld.

Geciteerd 2: ‘Ik werd in de Goddelijke vierschaar als de grootste schuldenaar en als een monster van goddeloosheid gesteld; ik had mijzelf van de zaligheid en God van Zijn eer beroofd.’ Tot ‘het God behaagde in mijn ziel af te dalen’ en zo werd Fraanje van schuld en zonde verlost.

Geciteerd 3: Fraanje was meer een man van indrukken en ingevingen dan van argumenten en meningen. In een ‘stille nacht’ kreeg hij van God te horen dat er toch een gereformeerde school in Barneveld moest komen. ‘Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet’, had God tegen hem gezegd.

Geciteerd slot: Op 29 februari 1932 verrichtte Fraanje de opening van de school. Tot zijn dood was hij voorzitter van het schoolbestuur. Ook over de Theologische School veranderde hij van gevoelen. Vele jaren was hij voorzitter van het curatorium**. Fraanje overleed op 3 september 1949 aan de gevolgen van suikerziekte. De teraardebestelling werd door duizenden bijgewoond. Korte tijd later werd de school in Barneveld naar hem genoemd: de ‘Ds. J. Fraanjeschool’, die nu twee locaties heeft, De Burcht en De Vesting.
** Je zou kunnen zeggen dat het ‘Goddelijke vierschaar’ toen werd vervangen door een ‘predikanten vierschaar’, maar of de aankomende predikanten daarmee beter af waren?

Opgemerkt 1: Twee krachtige steunpilaren voor de kerke Gods’. Toe maar, wat een roemen in mensen, waar de apostel Paulus ons toch zeer ernstig voor waarschuwt. Wanneer Paulus het heeft over een fundament en pijler van de waarheid van het Evangelie in deze wereld, dan heeft hij het over de Gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus hier op aarde aan wie de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal zijn toevertrouwd en die zich bij die bediening laat leiden door de Heilige Geest en dat m.n. door het gezamenlijk gebed in haar samenkomsten. Paulus vertrouwt dat werk van het samenkomen en samen bidden en de bediening van Gods Woord toe aan medewerkers, die hij betrouwbaar acht (zie 1 Korintiërs 4 : 1-5) en raadt hen aan zelf ook weer naar zulke betrouwbare dienaars van het Woord uit te zien. (Zie 2 Timoteüs 1 : 3-14 en 2 : 1-2)

Opgemerkt 2: Toen Paulus vanuit de hemel werd toegeroepen, toen stond hij niet voor een ‘Goddelijke vierschaar’, maar verloor hij het licht in z’n ogen en moest hij eerst door een gelovige broeder worden toegesproken met verlossende woorden. Ananias, die in opdracht van God hem ging opzoeken, zei toen o.a. dit tegen de apostel: ‘”Saul, broeder, open je ogen!” en ‘De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om Zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en te horen spreken – nu met de ogen en oren van het geloof! -, want je zult (met de andere apostelen) Zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt – namelijk dat God genadig en barmhartig is en Zijn mensenliefde aan ons mensen geopenbaard heeft in en door Zijn Zoon Jezus Christus (1) – Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je Zijn Naam aanroept.’ (Uit Handelingen 22 uit de verzen 6-21 : 13-16)
(1) Zie Titus 3 : 3-8 en dáár moest Titus met overtuiging over (s)preken), en dat zonder ‘vierschaarervaring’!

Opgemerkt 3: Je zal toch maar overgeleverd zijn aan de indrukken van zulke ‘Godsmannen’. Paulus had in de gemeente van Korinthe ook al heel wat te stellen met mensen die zich opwierpen als nieuwe kerkleiders, vanwege ‘bijzondere indrukken’ (en ‘ervaringen’), maar Paulus heeft geen enkel goed woord over voor deze ‘zelfbenoemde profeten’, die zichzelf wisten aan te prijzen (op grond van bijzondere visioenen en openbaringen). In 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 12 : 13 waarschuwt Paulus de gemeente ernstig tegen (toenmalige) ‘schijnapostelen’ en hun ‘gewichtigdoenerij’ en laat hij ons weten dat hij zelf daar juist niet mee zal aankomen en aan meedoen, want zegt hij: ‘“Ik wil beoordeeld worden op grond van wat men van mij hoort of ziet, niet op grond van uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen.”‘ (Uit 2 Korintiërs 12 : 6-13 uit de verzen 6-7). En zie hierbij ook 1 Korintiërs 4 : 1-5 m.n. de verzen 1-7 en Galaten 2 : 3-14)

Opgemerkt slot: ‘Ook over de theologische School veranderde hij van gevoelen.’ Paulus schrijft aan de Korintiërs: ‘Komen al mijn plannen – en wat ik op grond daarvan tegen jullie zeg – voort uit wispelturigheid (een wispelturig gemoed en karakter), zodat ik het ene moment ja zeg en het andere moment nee? Zo waar God trouw is, wanneer ik tegen jullie ja zeg bedoel ik ook ja, niet nee. De Zoon van God, Jezus Christus, Die wij, Silvanus, Timoteüs en ik – Paulus stelt zich hier(in) helemaal gelijk aan zijn medewerkers! – verkondigen was immers ook niet als iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost; en daarom is het ook door Hem dat we amen zeggen, tot Gods eer. Het is God (niet jullie voorgangers) Die jullie en ons Christus als Fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom (het belijden van Zondag 1 van de HC, het belijden van alle gedoopte leden van Christus gemeente!) en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.’
NB. Lees het na in 1 Korintiërs 3 hoe vast en zeker dat is voor alle gedoopte leden van de gemeente te Korinthe aan wie Paulus dat schrijft.

Leestip: ‘Jij draagt het stempel van de Heilige Geest

Zie hierbij ook deze blog: Geen vreemdelingen of gasten meer in Christus’ gemeente(n)!

Bron citaten: ND Geloof – ‘Dominee Jozias Fraanje uit Barneveld drukte zijn stempel op de Veluwse Biblebelt’ – door Willem Bouwman.

Bron afbeelding: God’s Abundant Blessings!

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar de preventieve kracht gemist wordt…

De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?‘ (Uit Jeremia 8 vers 9)

Geciteerd 1: Echtscheiding is geen taboe meer. Niet in de samenleving, en ook steeds minder in kerken, waar het huwelijk bevestigd of ingezegend wordt met een geloofsgemeenschap als getuige. De ND-podcast Gebroken Gelofte bundelt ervaringen die iedereen in christelijk Nederland van nabij of uit eigen leven kent. Verhalen die om reflectie vragen: hoe gaan we samen met breuken en scherven om?

Geciteerd 2: Met pasgeboren kinderen ga je naar een consultatiebureau. Net zo gewoon zou met het moeten zijn dat (wens-)ouders bij een deskundige op consult kunnen met hun relatiekramp, groeipijn en huilbuien. Dat is in direct belang van de volksgezondheid. Dus wat is er logischer dan relatietherapie (ook preventief) uit het basispakket van de zorgverzekering vergoeden.

Opgemerkt: Als christen weet je dat dit niet meer is dan dweilen met de kraan open in een samenleving waar men niet meer leeft bij het eenvoudige onderwijs van Gods Woord, waar de eerste opdracht is: Heb God lief door je naasten lief te hebben als jezelf – en dat hoeft/heeft een christen niet te doen in/uit eigen kracht. (1)

(1) Lees hierbij 1 Johannes 4 en 5.

Bron citaten: ND Opinie – ‘Nu scheiden geen taboe meer is, zou de samenleving aan preventie moeten gaan werken’ – door Sjirk Kuiper

‘In het klimaat van het absolute’…

Geciteerd: Het totalitarisme belooft een gevoel van eenheid dat opbloeit wanneer de vijand eenmaal is verdreven. Als dat gevoel vervolgens uitblijft, is het zaak om steeds weer nieuwe vijanden te produceren.

Opgemerkt: Dit gaat zelfs op voor in de christelijke gemeenten/kerken, als men daar een ander streven heeft dan de (naasten)liefde (van 1 Korintiërs 13), die wij ontvangen door dat heel gewone gebruik van de door God ingestelde middelen (dat we niet volhouden zonder dagelijks gebed om de leiding van de Heilige Geest daarbij), daar moeten altijd weer vijanden van de gezamenlijk na te streven doelen worden aangewezen* omdat het zo’n krachtig middel is om het groepsgevoel te versterken, tenminste, wanneer je dat moet kweken en aanwakkeren zonder daarbij te kunnen rekenen op de bijstand van de Heilige Geest.

* Zie hierbij het artikel van Wim Berkelaar (2), die daarin schrijft: Het is met dominee Veenhof merkwaardig gesteld. Hij werd in 2015 met een vuistdik, ruim 600 pagina’s tellend proefschrift bedacht. Ab van Langevelde schreef met In het klimaat van het absolute. C. Veenhof (1902-1983) Leven en werk een boeiende biografie over een man van wie je denkt: dit was geen sterk karakter, veeleer een in wezen zachtmoedig, meegaand karakter dat zichzelf overschreeuwde. Als Veenhof in een andere kerk (bijvoorbeeld de Nederlandse hervormde kerk) groot was geworden zou er nooit een boek, laat staan een proefschrift aan hem zijn gewijd. Integendeel, geen haan had dan naar Veenhof gekraaid. Hij zou hooguit, na pakweg veertig jaar preken en pastoraal werk, door een plaatselijke kerkbode zijn uitgeluid als brave dorpsdominee.

(2) Na vele jaren bij het Historisch Documentatiecentrum voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme (1800-heden) van de Vrije Universiteit te Amsterdam te hebben gewerkt, is historicus drs. Wim Berkelaar (*1960) per 1 februari 2025 met vervroegd pensioen gegaan.

Link naar het artikel van Wim Berkelaar

Bron citaat: De Groene Amsterdammer.

Bron afbeelding: Versaday

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Vaders fundament en ruggengraat van gezonde samenleving’?

Haar man vertrouwt (op) haar en zal daar rijkelijk bij winnen
(Uit Spreuken 31 vers 11)

Geciteerd 1: Goede vaders zijn de ruggengraat van een gezonde samenleving, maar wat gebeurt er als dat fundament wegvalt? Filmmaker Paul Thomas Anderson laat het zien in zijn films: een vaderloze samenleving maakt veel slachtoffers.

Geciteerd 2: Mitscherlich paste zijn analyse ook toe op zijn vaderland. Was het een gebrek aan vaderschap dat het Duitse volk achter een sterke führer liet aanlopen? Maakten het niet mogen rouwen om hun verloren leider dat de Tweede Wereldoorlog zo gebrekkig verwerkt bleef?

Opgemerkt: Een vader vervult zijn rol (dient zijn vrouw en kinderen) nog het beste wanneer hij ervoor zorgt dat de echtgenote en moeder tot bloei kan komen in het dienen van het gezin en daarmee de samenleving als geheel. De vrouw van Spreuken 31 had blijkbaar zo’n man/echtgenoot/vader, want zij kreeg alle ruimte om zich te ontplooien en haar man werd in de poort niet geëerd om wie hij was (of vanwege wat hij gepresteerd en bereikt had), maar vanwege zijn vrouw en kinderen.
NB. De moeder van Dietrich Bonhoeffer was bepalender voor de opvoeding van de kinderen dan zijn vader (die een bekend psychiater was). Zij gaf haar kinderen een christelijke opvoeding, haar man, die het christelijk geloof niet was toegedaan, liet haar de vrijheid…

Leestip: Spreuken 31.

Bron citaat: ND Cultuur – ‘Waar zijn de vaders? Wat missen we als ze er niet zijn? Het wordt zichtbaar in de films van Anderson’ – door Michiel van Hout.

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De lat van de liefde niet naar beneden bijstellen…

‘De liefde zoekt zichzelf niet’… (Uit 1 Korintiërs 13)

Geciteerd 1: Toen ik begon met mijn werk als relatiecoach was het mijn grote droom: het taboe van het zoeken naar hulp bij relatieproblemen doorbreken. Het normaal maken dat je het niet allemaal zelf hoeft uit te vogelen, want, zo zei ik dan heel zelfgenoegzaam: ‘Met een gebroken been ga je naar de dokter, waarom zoek je dan geen hulp bij relatieproblemen?’

Geciteerd 2: Misschien hebben we elkaars kwetsbaarheid en levenslessen nodig, waar we de lat van de liefde niet naar beneden bijstellen, maar waar we leren dat oefenen (en zo nu en dan mislukken) er ook gewoon bij hoort.

Opgemerkt 1: Wij hebben 35 huwelijksjaren en zeker 20 jaar daarvoor deze levenslessen gehoord en geleerd met hulp van Gods Woord en de Heilige Geest en daar kan werkelijk geen enkele therapeut tegenop! Maar dan moet Gods Woord wel gelooft en in praktijk gebracht blijven worden, en dat betekent o.a. dat we zullen blijven bidden met elkaar en voor elkaar.

Opgemerkt 2: De huidige samenleving toont wel aan waar het aan schort: Het in praktijk blijven brengen van het leven in verbondenheid met Christus door de kracht van de Heilige Geest. Zie Paulus woorden 1 Korintiërs 4 : 16-20. En lees bij vers 21 nog eens wat Paulus schrijft in 2 Korintiërs 1 : 23 t/m 2 : 11.

Lees ook: ‘De ander wil gekend worden…

Bron citaat: ND Opinie – ‘Waarom gaan steeds jongere stellen naar de relatietherapeut? En is dat wel nodig?’ – Column van Cocky Drost (Reeatietherapeut)

Daarom ook stuur ik – mijn nog jeugdige medewerker* – Timoteüs naar jullie toe, die mijn geliefd kind is, trouw aan de Heer. Hij zal jullie in herinnering brengen hoe ik in verbondenheid met Christus lééf.’ (…) ‘Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit (levens)kracht (om in verbondenheid met Christus te léven).’ (Uit 1 Korintiërs 4 de verzen 17 en 20)
* Zie 1 Timoteüs 4 : 11-16 en Titus 3 : 3-8!

Bron afbeelding: only.bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De zonde van de (westerse) theologen/christenheid…

Deze Boodschap (zie Titus 3 : 3-7) is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover (in de samenkomsten en bij de mensen thuis) met overtuiging spreekt, opdat zij die op God hun vertrouwen hebben gesteld zich erop toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.’ (Uit Titus 3 uit de verzen 1-11 : 8 )

Broeders en zusters, ik heb hierover Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van jullie (onderling samenleven als gemeente). Jullie moeten namelijk uit het voorbeeld dat wij gegeven hebben deze regel leren: Houd je bij en aan wat geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.’ (…) ‘Daarom ook stuur ik – mijn nog jeugdige medewerker (1) – Timoteüs naar jullie toe, die mijn geliefd kind is, trouw aan de Heer. Hij zal jullie in herinnering brengen hoe ik in verbondenheid met Christus lééf.’ (…) ‘Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit (levens)kracht (om in verbondenheid met Christus te léven).’ (Uit 1 Korintiërs 4 de verzen 6, 17 en 20)
(1) Zie 1 Timoteüs 4 : 11-16!

Geciteerd 1: Als je gereformeerd bent, of lid van een protestantse gemeente: wanneer heb je voor het laatst iets van een grote protestantse theoloog gelezen? Van Abraham Kuyper bijvoorbeeld, de voorman van de Gereformeerde Kerken? Of van zijn geestverwant Herman Bavinck? Of van een van de belangrijke hervormde theologen zoals Heiko Miskotte of Arnold van Ruler? Of – als je van huis uit vrijgemaakt bent – van ooit zo gezaghebbende kerkleiders als Klaas Schilder en Cornelis Trimp? Ooit stonden ze niet alleen in domineesboekenkasten, maar ook in de huiskamers van talloze protestantse gezinnen. Hun theologie werd besproken, hun boeken werden gelezen, naar hun meningen werd geluisterd. Die tijd is voorbij.

Opgemerkt 1: Gods Woord geeft ons – de gemeenten van Jezus Christus – geen enkele reden om daar rouwig over te zijn, dat er in de huisgezinnen geen theologische werken meer te vinden zijn. Waar we rouwig over zullen zijn, dat is als er in de gezinnen niet meer met elkaar Gods Woord gelezen en ook samen gebeden wordt en dat daarover niet met elkaar gesproken wordt n.a.v. wat er in het samenleven met elkaar in huis, in de gemeente(n) en in de samenleving speelt en wanneer er zondags niet met overtuiging uit Gods Woord gelezen en gepreekt wordt.

Opgemerkt 2: God verlangt en zoekt een dankbaar volk en Maarten Luther mocht die reden van dankbaarheid weer voor ons allemaal ont-dekken en de verkonding van (heel) Gods Woord weer teruggeven/terugbrengen in de samenkomsten van de gemeente(n) en in de huizen van de gelovigen. En ook Doop en Avondmaal werden weer – volgens de instelling van onze Heer – bediend aan heel de gemeente.

Opgemerkt 3: Calvijn en m.n. de Anglicaanse traditie hebben niet de dankbaarheid van Gods gedoopte gemeente, maar de ere Gods een centrale plaats willen geven en daar is zoveel gemeentelijke en kerkelijke ellende uit voortgekomen. Want wie kunnen er het beste werken aan de ‘ere Gods’ in de gemeente van onze Heer Jezus Christus. Dat zijn dan toch o.a. de grote intellectuelen als een Augustinus en een Calvijn. Die konden hele boeken met duizenden woorden volschrijven over God en over wat allemaal volgens hen tot de dienst aan God behoort. Maar wat ze niet konden dat is aan hun woorden de kracht van de Heilige Geest toevoegen, zoals Hij dat wel wil doen waar de gemeenten van onze Heer samenkomen om te luisteren naar het daar gelezen en verkondigde Woord uitgaande van wat in Gods Woord ‘geschreven’ staat. (2)
En verder kunnen we dan ook nog denken aan de beste musici, de beste organisatoren, etc. want die zijn nog het beste in staat om de samenkomsten van de gemeenten op te tuigen tot ware ‘eredienst'(en).
(2) Zoals Filippus dat deed in de wagen van de Ethiopiër.

Geciteerd 2: „Veel Zuid-Koreaanse predikanten kennen mensen als Servet en de Sozzini’s alleen van naam, maar weten nauwelijks wat hun theologie inhoudt. Ook heeft het Koreaans zijn beperkingen. Bepaalde theologische uitdrukkingen kunnen moeilijk in onze taal worden uitgedrukt. Toch koesteren sommigen van hen, zonder het te beseffen, modalistische opvattingen over de Drie-eenheid. Deze houden in dat de Vader, Zoon en Heilige Geest drie verschijningsvormen zijn van God, niet drie verschillende Personen. Ook ik (a) was een van hen. Daar kwam ik pas achter toen ik de werken van tegenstanders van Calvijn en Turretini bestudeerde.”

Opgemerkt 4: Kunnen deze gereformeerde (!) voorgangers in Zuid Korea niet (beter) een paar dagen bij elkaar komen om samen de Schriftteksten te bestuderen m.b.t. dit onderwerp en dat onder gebed tot de Heilige Geest. Daar mag toch werkelijk veel meer van verwacht worden dan dat iemand zichzelf belangrijk gaat maken door de leringen van Calvijn en Turretini (na 10 jaar studie) te gaan promoten/verheerlijken als onontbeerlijk voor het weerlegen van on-Schriftuurlijke gedachten. Staat er dan niet duidelijk geschreven (!) dat Gods Woord een dienaar van God volkomen toerust voor zijn of haar taak?! Zie Bijbeltekst onderaan!

Opgemerkt slot: Dat er voor de politieke visie van iemand als Abraham Kuyper belangstelling is (o.a. het ‘soevereiniteit in eigen kring’) dat valt buiten bovenstaande kritiek.

Bron citaat 1: ND Geloof – ‘De belangstelling voor Nederlandse gereformeerde theologen groeit sterk in China. Hoe komt dat?’ – door Dick Schinkelshoek.
Bron citaat 2: RD Interview – ‘Promovendus Sungkyu Joo: Zonder het te weten koesterde ik on-Bijbelse opvattingen’ – door Ruben Bolier

Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een (ook nog jeugdig) dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk doel volledig toegerust.’ (Uit 2 Timoteüs 3 de verzen 16-17)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Werken aan een veilige kerk…

‘Dit keer als bestuursvoorzitter van Veilige Kerk’

Opgemerkt vooraf: Door wat mij overkomen is voel ik me extra betrokken bij dit onderwerp, daarom de volgende opmerkingen (onder het citaat).

Geciteerd: En nu schrijf ik een column over geld, dit keer als bestuursvoorzitter van Veilige Kerk. Ook dat schuurt een beetje. Wees gerust: voor deze functie ontvang ik geen salaris. Het is al een ongemakkelijk onderwerp trouwens, dus dat past wel. Het is mooi om te zien hoeveel aandacht er is voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, nu ook weer met de podcast Vloeken in de kerk, die sinds 15 september te beluisteren is. Maar als we echt met z’n allen willen dat de kerk een veilige plek is, kunnen we niet om geld heen. En de vraag waar dat vandaan moet komen kan niet alleen op de tafel van bestuurders liggen.

Opgemerkt 1: Wanneer je ziet wat wij m.n. thuis vanuit Gods Woord aan voorbereiding mee kregen op het leven en op het omgaan met onze broeders en zusters en onze medemensen, ook op het gebied van seksualiteit en seksuele omgang en huwelijk (terwijl dat niet eens altijd expliciet benoemd werd), dan weet je dat daar de focus op moet blijven liggen: hoe leeft men thuis bij Gods Woord.
Opgemerkt 2: Door die voorbereiding konden de meisjes waarmee wij verkering zouden krijgen en ons verloven maar ook andere meisjes en vrouwen waarmee wij te maken zouden krijgen en kregen rekenen op jongens en (gehuwde) mannen die het niet in hun hoofd zouden halen om meisjes of vrouwen aan te randen. En dat omdat door Gods genade zij geloofden en geloven in een levende God, Die Zijn goede leefregels voor ons zondaars ‘vlees en bloed’ liet worden in Zijn geliefde Zoon. Het meisje (of de meisjes) met wie wij verkering kregen hoefden geen vrees te hebben of voorbehoedmiddelen te gebruiken om zich veilig te stellen tegen ongewenste (of te vroege) zwangerschap. Zelfs als ze zich helemaal al hadden willen geven (bijv. om een gedwongen huwelijk te ‘forceren’), hadden wij daar niet aan toe gegeven!
Opgemerkt 3: Onze ouders konden ons met een gerust hart in hun ‘eenzaam huis’ met elkaar laten slapen (o.a. tijdens vakantie, en dat gebeurde ook!) of elkaar bij wie al ‘op kamers’ was laten ontmoeten of ons met elkaar op vakantie laten gaan! Dat was de zegen van de huiselijke opvoeding en natuurlijk ook van het hartelijk samenleven in een gemeente van onze Heer onder de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal. En wij werden op school ook nog opgevoed bij de vertellingen uit Gods Woord en het met elkaar bidden en God lof en dank toezingen.
Opgemerkt 4: Dat juist toch binnen het ouderlijk gezin en mijn gezin mijn vader en ook ik als vader en echtgenoot te maken kreeg met vreselijke laster, dat zal zeker degenen die zich daaraan schuldig hebben gemaakt brengen tot zichzelf de vraag stellen: Hoe kan het dat wij juist tegen zulke trouwe echtgenoten en vaders zijn tekeer gegaan en de boze daarmee in ons hart toegelaten en zijn plannen in de kaart gespeeld?
Opgemerkt 5: Wat mij verder nog verbaast dat is dat juist een voorganger zich blijkbaar gaat inzetten voor een ‘veilige kerk’. Waarom zouden wij hen daarmee belasten?! Hun taak is het juist om te zorgen voor een eenvoudige en betrouwbare Woordverkondiging die tot zegen mag strekken voor de hoorders. En zo’n betrouwbare voorganger heeft samen met betrouwbare oudsten (staan ze zo bekend, of zijn het in feite ‘buitenstaanders’?) uit de gemeente te zorgen voor goede gesprekken met de leden van de gemeente (hoe dat dan ook vorm gegeven wordt tegenwoordig).
Opgemerkt 6: Dat wij betrouwbare voorgangers en oudsten en ‘gemeentelijke werkers’ (al of niet betaald) aanstellen, dat heeft de gemeente van Jezus Christus toch al ‘van huis uit’ (vanaf de eerste gemeente in Jeruzalem!) leren doen, en waar wij tegenwoordig gebruik maken van nieuwkomers of ‘huurlingen’ (in pastoraat of jeugdwerk, ook op zondag), ja, daar mogen we ons wel extra voor inzetten om hun verleden na te trekken (ook aan de hand van een vog). Maar hebben we daar werkelijk een aparte kerkelijke commissie voor nodig om ervoor te zorgen dat dit daadwerkelijk gebeurd?

Opgemerkt slot: En waar partijen elkaar gaan beschuldigen en niet tot elkaar weten en willen te komen, weet zo’n commissie dan feit en fictie te scheiden en hoe voorkomt men partijvorming, of is het dan toch beter om de zaak los te laten en te erkennen dat men geen macht en bevoegdheid heeft om deze partijen, die elkaar soms het licht in de gemeente/ogen niet meer gunnen (1), op een zuiver/eerlijke en onafhankelijke manier bij te staan, zodat men ze aan het wereldlijke gerecht/rechtspraak (2) moet overlaten.

(1) Bijvoorbeeld door niet meer gezamenlijk te willen bidden of het Avondmaal nog te (laten) vieren.
(2) En dan moet er geen verborgen (of zelfs openlijke) ‘links’ liggen tussen kerkelijke en burgerlijke bestuurders, advocaten en rechters!

Bron citaten: ND Opinie – Dankzij subsidie kwam er een lotgenotendag van Veilige Kerk. Waarom brengen kerken dit niet zélf op? – Almatine Leene (predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerken en docent aan de Viaa Hogeschool)

Kies daarom, broeders en zusters, uit ons midden zeven wijze mannen die goed bekend staan en vervuld zijn van de Heilige Geest. Aan hen zullen wij de betreffende taak opdragen, terwijl wij ons zullen (blijven) wijden aan het gebed en de verkondiging van het Woord van God.‘ (Uit Handelingen 6 uit de verzen 1-7 : 3-4)

Bron afbeelding: only.bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie