‘Zeg niet: Hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen.’ *
* Prediker 7 : 10 waarschuwt om niet te klagen dat vroeger alles beter was, omdat zo’n vraag niet voortkomt uit wijsheid, maar uit ontevredenheid. Het wijst erop dat nostalgie een vertekend beeld geeft en dat men beter in het heden kan leven.
Geciteerd 1: De tekst uit Johannes 6 vers 37b kwam op een gegeven moment diep bij me binnen: “die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” (SV). Deze Bijbeltekst is altijd betekenisvol voor me gebleven. Als ik op mezelf zie, is er niets dan onreinheid, onvolkomenheid en gebrek, maar als ik op de Heere zie, is er uitkomst. Iedereen die bij Hem komt en zijn zonden belijdt, zal Hij zeker aannemen als zijn kind.
Opgemerkt 1: Jammer dat hij niet allereerst zegt en belijdt dat hij geraakt is door het feit dat God ons eerst heeft liefgehad en dat Hij dat bewezen heeft door Zijn Zoon te zenden in deze wereld en dat wij weten op grond van Gods Woord dat op Golgotha onze zonden werden/zijn verzoend (zie bijv. Kolossenzen 2 : 12-15). Die Goddelijke waarheid, die werd al aan hem bevestigd bij zijn Doop en in die waarheid is hij onderwezen. Waarom spreekt en belijdt hij (dat) niet met de overtuiging waar Paulus Titus toe aanspoort (zie Titus 3 : 4-8). Waarom wil(de) hij eerst nog zijn zonden gaan belijden bij God om zekerheid te ontvangen over Gods liefde voor hem als mensenkind? Moeten wij daarmee God eerst nog gunstig stemmen? Vroeg onze Heer Jezus dáár om toen moeders hun kinderen bij Jezus brachten? Wilde hij hen niet aannemen en zegenen dan nadat ze de leeftijd zouden hebben bereikt waarop ze hun zonden bewust konden belijden? En vroeg Jezus eerst ook zo’n schuldbelijdenis aan de Kananese vrouw toen die Hem vroeg haar dochter te genezen?
Geciteerd 2: Ik vind dat de kerk een zuiver standpunt moet blijven uitdragen over het feit dat het huwelijk alleen bestemd is voor een man en een vrouw en dat het niet gehoorzamen daaraan zonder bekering consequenties heeft voor de eeuwigheid. Als er twee samenlevende mannen naast me zouden wonen, zou ik vriendelijk en hartelijk met hen omgaan. Ik zou ze alleen duidelijk zeggen wat mijn Bijbelse standpunt over homoseksualiteit is. Ik vind dat een vorm van eerlijkheid die de onderlinge verhoudingen niet in de weg hoeft te staan.
Opgemerkt 2: Zo, een onvergeeflijke zonden dus, waar geen geloof tegen opgewassen is? Of zal onze Heer toch eerst en vooral op hun geloof zien, zoals hij het geloof zag van de mannen die een verlamde bij Hem brachten (zie Matteüs 9 : 1-8 en let ook op wat er geschreven staat over de wetsgetrouwe Schriftgeleerden daar ter plaatse).
Geciteerd 3: Hoewel ik natuurlijk in deze tijd geplaatst ben, en ik dus oog wil blijven houden voor hoe God onder jongeren werkt, kan ik soms naar vroeger verlangen. Toen was er in de samenleving nog respect voor de geboden van God. Mensen hielden zich in ieder geval aan de tweede wetstafel, waarin de Bijbelse normen en waarden, zoals het eerbiedigen van de rustdag, staan beschreven. Die geboden stonden zelfs bij politici als VVD’er Pieter Oud en PvdA’er Willem Drees nog hoog in het vaandel.
Ik vind dat we als christenen te veel aan zelfcensuur doen. We durven nauwelijks meer voor onze standpunten uit te komen. Iemand die dat wel deed, was de Amerikaanse politieke activist en christen Charlie Kirk. Daar heb ik bewondering voor. Hij was een belijdend christen die ook cultuurchristenen wist te motiveren. Maar houd me ten goede – ik zal nooit op Wierd Duk (een prominente rechtse opiniemaker, red.) stemmen als hij een nieuwe politieke beweging van de grond weet te krijgen. Er zijn voldoende christenen in de politiek op wie je kunt stemmen.
Opgemerkt 3a: Wanneer we letten op hoeveel gelovigen – en met name ook vrouwen maar ook heel wat anderen – geleden hebben onder de starre wetsopvattingen en het wetticisme binnen de kerken dan is er geen enkele reden om dáár naar terug te verlangen. Wat heeft m.n. de vrouw, maar zeker ook de man en de seksuele omgang met elkaar geleden onder de opvattingen over lust en seksualiteit zoals die toch m.n. door Augustinus ons is aangepraat. Wat misten en missen we daarin – het Gereformeerd Beraad M/V promoot ze nog altijd – het menselijke en nuchtere onderwijs van Paulus in 1 Korintiërs 7. Wat had vrouwen veel meer vrijheid gegund mogen worden ook binnen het huwelijk en wat hadden echtgenoten niet een rust en vrijheid gekregen om de seksuele omgang met elkaar niet onder het slavenjuk van kinderen verwekken te weten, maar deze te zien en aanvaarden als een genadige gave van God om hun samenleven tot een minzaam en heilzaam en zelfs feestelijk samenleven te maken. Heilzaam voor hen zelf, maar zelfs ook voor de mensen (w.o. hun kinderen, als hen die geschonken werden/waren) die met hen samenleefden. Want waar huwelijkspartners/levenspartners het ook op seksueel goed hebben met elkaar, daar profiteren ook hun medemensen van.
Opgemerkt 3b: Ik verwonder me ten zeerste over deze bewondering van een predikant voor Charlie Kirk. Is dat werkelijk de weg die onze Heer en de apostelen ons gewezen hebben en in lijn met bijv. het onderwijs van Petrus in 1 Petrus 2 : 11-25. Gedroeg Charlie Kirk zich bescheiden als een vreemdeling die niet met grote mond eigen gelijk en rechten opeist en wel omdat die zich ‘ver van huis’ weet? Wil God dat wij met onze woorden ‘onwetende dwazen’ de mond snoeren of onderwijst Petrus ons toch wat anders in (o.a.) 1 Petrus 2 : 15?
Geciteerd 4: Je moet beslist eens iets lezen van de Engelse theoloog J.C. Ryle. Hij heeft bijvoorbeeld gezegd: “Het is verre van eenvoudig om eenvoudig te preken.” Vaak wil je de exegese een hoofdrol geven, maar dan wordt het te theoretisch. Het zielsniveau van de hoorder moet aangesproken worden. Ik geef daarom veel voorbeelden in de preek – volgens mijn kinderen te veel. Zo krijgt de hoorder de ruimte om rust te nemen om zelf na te denken en wordt de boodschap van de verkondiging niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart.
Opgemerkt 4: Scheept Paulus Timoteüs en Titus op met dit soort problematiek waar deze genoemde theoloog mee komt aanzetten of horen we van de apostel toch wat anders? Lees nog eens na wat hij aan Timoteüs schrijft in 1 Timoteüs 4.
Geciteerd slot: Moos geeft me vaak diepe geestelijke lessen. Hij is altijd blij als hij me weer ziet. Ja, zo veel als Moos van mij houdt, zo veel wil ik van God houden. Zelfs wanneer hij door mij wordt bestraft, komt-ie naar me terug en geeft me een lik over mijn wang.’
Opgemerkt slot: Gods Woord zelf onderwijst ons hier op een meer nuchtere manier over: ‘Gij (jullie, gedoopte leden van Christus’ gemeente) hebt nog niet ten bloede weerstand geboden in uw (jullie) worsteling tegen de zonde (ook ds. de Vries zal zich dat vermaan hebben aan te trekken, toch?) en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u (jullie, dopelingen) als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt. Blijft gij (jullie dopelingen) echter vrij van de tuchtiging (wat voor dopelingen in feite onbestaanbaar is!), welke allen toch ondergaan hebben, dan zijt gij (jullie) bastaards en geen zonen.’ (Lees ook het vervolg nog van deze woorden uit Hebreeën 12!)
Bron citaten: ND Geloof – ‘Hersteld-hervormd predikant Piet de Vries verlangt naar vroeger. ‘Toen was er nog respect voor Gods geboden’’ – door Roeland van Mourik.
Bron afbeelding: onewalk-com