Geciteerd 1: In de grefo- en evangelische bubbel waren de regels misschien anders, maar het patroon was hetzelfde: je leefwereld speelde zich grotendeels af binnen je eigen zuil. Daar vond je gelijkgestemden en was het duidelijk wat wel en niet mocht. Als jongere schopte je daar tegenaan, maar de onderhandelingsruimte was klein. Ruimte voor existentiële vragen was er nauwelijks.
In gezinnen meer in het midden van de kerk, kregen jongeren meer vrijheid, maar ook daar was weinig ruimte voor kritische vragen. Als ik mijn kinderen vertel over mijn reformatorische opvoeding, kijken ze me vol verbazing aan.
Opgemerkt 1: ‘Weinig ruimte voor kritische vragen’? Die mochten wij best stellen, maar de antwoorden werden bij ons thuis bepaald door Gods Woord, en wel omdat onze ouders en wij ook, dat aanvaardden en aanvaarden als het ons van God gegeven Woord. En dan waren er natuurlijk ook zaken waarover binnen onze (NGK-)kerken gediscussieerd werd en ook binnen ons ouderlijk gezin en andere gezinnen kwamen dat soort zaken ter sprake en niet alleen daar (o.a. op de JV, maar ook op de middelbare scholen en latere opleidingen die wij bezochten/volgden). We lazen ook kranten en tijdschriften en niet alleen de ‘eigen’ krant. Dus blijkbaar hadden wij toen een wat andere (voor)geschiedenis als jongeren (en opvoeders) dan de schrijfster (onderwijskundige en theoloog) van dit artikel. En we zullen niet de enigen zijn geweest.
Geciteerd 2: Hoe anders was het in mijn eigen jeugd. Ik bezocht de reformatorische school. Iedere maandagavond ging ik naar catechisatie. Samen met een medecatechisant stampte ik op de fiets de opgegeven vragen uit het boekje van dominee Hellenbroek in mijn hoofd. Vervolgens zaten we met veertig eersteklassers twee aan twee in een kerkzaal, luisterend naar een niet inspirerende ouderling, die geen benul had van pedagogiek en didactiek. Kritische vragen stellen? Dat was niet de bedoeling. Een toetsweek? Jammer voor je. De dienst aan God ging voor het huiswerk.
Opgemerkt 2a: Tsja, wat steekt een jongere op tijdens de catechisatielessen. En dat uit het hoofd leren van de antwoorden, wij mochten het leren, maar het werd niet overhoord. Daar was ik heel gelukkig mee. Zelf ben ik een voorstander van het het onderwijzen van Gods Woord aan de gemeente (oud en jong!) aan de hand van de vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus (beslist niet die van Hellenbroek dus) in de middag- of avonddienst en dat met heel eenvoudige en goed begrijpelijke woorden. En dan de jeugd op 18-jarige leeftijd ja en amen laten zeggen op de twaalf artikelen van het geloof en wanneer ze dat willen doen dat te aanvaarden als hun openbare geloofsbelijdenis dat hen ook toegang geeft tot het deelnemen aan de maaltijden van de Heer, al mogen ze er ook om vragen al eerder toegelaten te worden.
Opgemerkt 2b: Maar wat zou het kunnen/mogen stellen van kritische vragen toevoegen aan het onderwijs dat men aan jong en oud zo graag (mee)geven wil. Daar zijn de catechisatie-uren niet geschikt voor en ook in leerdiensten zou dat geen nuttig effect hebben. Het gaat erom dat oud en jong thuisraken in Gods Woord – dat Evangelie is! – en wanneer dat werkelijk gebeurd, dan zijn allerlei kritische vragen, die we zelf kunnen bedenken, ineens niet meer relevant en dan zouden we achteraf beseffen dat we kostbare tijd ‘verspeeld’ hebben!
Opgemerkt slot: De Heidelbergse Catechismus begint niet voor niets met dat wij geen slaven meer zijn, maar vrijgekochte kinderen! Zoals God Zijn volk Israël eerst bevrijdde uit hun slavenbestaan in Egypte en daarna Zijn verloste volk onderwees in de woestijn en op de berg Sinaï, zo onderwijst Christus Zijn verloste kinderen in het midden van Zijn gedoopte Gemeente.
Graag wil ik hierbij wijzen op deze blogs met gebedsonderwijs dat Luther ons meegaf, Luther die ook altijd weer de gemeente onderwees aan de hand van vragen en antwoorden van de Catechismus, die hij zelf had opgesteld, maar waarvan hij zeggen moest, dat hij altijd weer mee leerling werd wanneer hij over die vragen en antwoorden weer preken moest. En voor ons is dat bij het onderwijs van Gods Woord aan de hand van de HC niet anders. Het uit je hoofd leren van de vragen en antwoorden geeft je eigenlijk een verkeerde kijk op de zaak! Je zou zo maar kunnen denken dat je met die kennis al een heel eind gevorderd bent op de weg der godzaligheid. We hebben die weg altijd weer te gaan, maar op die weg gaat het zo: hoe verder je gevorderd bent, hoe beter zicht je hebt op hoeveel verder je nog hebt te gaan. Laten we anderen maar niet ontmoedigen door te wijzen op onze gevorderdheid, maar hen juist bemoedigen ook door te blijven gaan op de weg die ons gewezen/onderwezen wordt.
Zie hierbij deze blog (en ook de twee voorgaande): ‘Omwille van Gods eigen Woord…‘
Bron citaat: ND Opinie – ‘Je maakt je zorgen over jongeren in de kerk? Kijk ook eens naar jezelf als opvoeder’ – Corina Nagel • onderwijskundige en theoloog, gespecialiseerd in godsdienstpedagogiek en -didactiek.
‘Maak mij, HEER, met Uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van Uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God Die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.
(Uit Psalm 25 de verzen 4-5)
Bron afbeelding: Heartlight-org