Hoe te léven met een ons genadig God… (II)

(…) 13 Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde. 14 Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. (Uit Galaten 5)

(…) Wij willen nu niet verder ingaan op de werken in het algemeen en op die in het bijzonder die een christen met het oog op zijn eigen leven moet doen. Wij willen liever nog wat zeggen over die andere werken die zijn verhouding tot zijn medemensen betreffen. De mens leeft immers niet alleen in zijn eigen lichaam, maar ook te midden van andere mensen op aarde. Ook tegenover hen heeft hij een taak. Hij moet in ieder geval met hen spreken en hij heeft met hen te maken, hoewel ook van de dingen die hij in dit verband doet, geldt dat zij voor zijn gerechtigheid en zaligheid niet nodig zijn. (1)

Daarom moet hij ook deze werken in vrijheid doen en zijn bedoeling daarmee mag geen andere zijn, dan zijn medemensen ermee te dienen en te helpen. Hij mag er niets anders mee op het oog hebben, dan wat voor die anderen nuttig is. Dat is een oprecht christelijk leven en daar gaat het geloof dan ook met plezier en met liefde aan het werk.

Zo heeft Paulus het aan de Galaten geleerd (vgl. Galaten 5 : 6). En zo schrijft hij ook aan de Filippenzen, nadat hij hun duidelijk heeft gemaakt dat zij door hun geloof in Christus de volle rijkdom van de genade bezitten: ‘Ik vermaan u, met een beroep op alle troost die u hebt in Christus, en bij alle troost die u hebt in mijn liefde tot u, en bij de gemeenschap die u hebt met alle geestelijke ware christenen’ – en dan gaat hij verder: ‘maak mijn hart toch volkomen blij, en wel door voortaan één van zin te zijn, en dat de een de ander liefde zal bewijzen; dat de een de ander zal dienen, en ieder niet op zichzelf of het zijne ziet, maar ziet op de anderen en wat zij nodig hebben’ (vgl. Filippenzen 2 : 1 vv).

Kijk, hier heeft Paulus een duidelijk beeld van het christenleven getekend, waarin alles wat de mens doet op het welzijn van zijn naaste gericht is, juist omdat ieder voor zichzelf genoeg heeft aan zijn eigen geloof. Alles wat hij verder bezit aan werk en leven, heeft hij nu over om daar zijn medemens uit vrijwillige liefde mee te dienen.

Maarten Luther: Von der Freiheit eines Christenmenschen, 1520, vgl. WA 7,34,22-35,13

(1) Door de kerkleer worstelde Luther veel van zijn jonge jaren met de vraag “Hoe krijg ik een genadig God”. Toen hij de boodschap van het Evangelie begreep, werd voor hem “Hoe léven wij met een ons genadig God” de centrale vraag en boodschap (antwoord) die hij in en door zijn werk als prediker, pastor en theoloog aan ons wilde voorleggen en doorgeven en voorléven.

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 33, v&a 90, “Wat is de opstanding van de nieuwe mens?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Zie ook:
– “Hoe te léven met een ons genadig God… (III)
– “Hoe te leven met een ons genadig God… (I)”

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Galaten 5 13-14 You, my brothers were called to be free - SlidePlayer

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s