Niet tegen “vlees en bloed”…

11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. (Uit Efeziërs 6)

De Turken voor Wenen…
(…) Maar de duivel had nog meer ijzers in het vuur (1). Op 17 oktober 1529 hoort Luther dat de legers van de Turkse sultan voor de poorten van Wenen staan. De Balkan is goeddeels veroverd. Gaat Europa hetzelfde lot tegemoet als Noord-Afrika en het Byzantijnse Rijk en worden volgende generaties uit de Koran onderwezen in plaats van uit de (door Luther met zoveel passie vertaalde) Schrift: het Woord van God, die een geliefde Zoon heeft? De schrik slaat de reformator om het hart. Een week later hoort hij dat de Turken het beleg hebben moeten opgeven. Het gevaar van een islamitisch Europa is afgewend! Velen menen dat dát het moment is waarop Luther de luit grijpt en zijn meest bekende lied wordt geboren:

Ein feste Burg ist unser Gott, ein gute Wehr und Waffen.
Er hilft uns treu aus aller Not,  die uns jetzt hat betroffen.
Der alt böse Feind mit Ernst erst jetzt meint: 
gross Macht und viel List sein grausam Rüstung ist, 
aut Erd ist nicht seinsgleichen.
(…)

Wie is de vijand in het Lutherlied?
De oude legende wil dat ‘Ein feste Burg’ is ontstaan op de Rijksdag te Worms (2). Maar in de verschillende gezangboeken die Luther in 1524 laat verschijnen, komt het lied niet voor. Vóór 1528 zijn er geen bewijzen van zijn bestaan. Later werd aangenomen dat Luther het in 1529 schreef, toen de Turken waren weggetrokken van Wenen. Ook die theorie wordt aangevochten… (…)

Vlees en bloed?
‘Vlees en bloed’ spelen bij deze interpretaties en tijdbepaling van het lied een te belangrijke rol. De Wittenbergse nachtegaal zingt in dit lied “tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten” (Efeze 6:12). “Der alt böse Feind” in de 1e strofe is niet “de Paus”, “de Sultan”, “de perikelen” of “de pest”, maar de oude slang, die al in het paradijs probeerde Gods woorden verdacht te maken en die nu met inzet van allerlei middelen Gods werk wil verstoren! “Zijn gruwelijke uitrusting” die toen door hem werden ingezet noemt Luther dat Satanstuig. (…)

Overwinnaars…
(…) Wanneer je strijdt aan de kant van de Heer van de legerscharen, is die satansmacht, die van allerlei kanten dreigen kan, opeens zo afschrikwekkend en onoverwinlijk (3) niet meer! Luther: “Al was de wereld vol duivels, die ons wilden verslinden met huid en haar, toch zijn we niet zo bang meer, want het zal ons tóch GELUKKEN! Zo verschrikkelijk als de overste van deze wereld zich tegenover ons opstelt, zo verschrikkelijk kan hij ons niet treffen: dat komt omdat hij al veroordeeld is. Eén woordje kan hem doen vallen.” (4) […]

 ~~~~~~~~~~~~~~~~

(1) Behalve de ban van kerkelijke en wereldlijke overheden en daadwerkelijke verbranding van Luther’s boeken dreigde ook de brandstapel voor zijn volgelingen (In 1523 waren Johannes van Essen en Hendrik Voes in Brussel de eersten die stierven op de brandstapel).
(2) Passend bij de opvatting dat het lied vooral tegen de Paus en de macht en het geweld van curie en inquisitie geschreven is.
(3) 12 (…)Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt, heb er geen ontzag voor. 13 Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats. (Uit Jesaja 8)
(42 Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. 3 Laat tot u doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft. 4 U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet. (Uit Hebreeën 12)

Bron tekst: J.H. Klein in “Een vaste burcht (gezang 401)” artikel in Opbouw (Opinieblad van de Nederlands gereformeerde kerken) van 22 oktober 1993. (Tekst bewerkt door AJ)

Bron van het Lutherlied is Psalm 46

 psalm16vers8-de-heere-voor-ogen

Bron foto: Leven in het Koninkrijk

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s