Jullie zijn het zout van de aarde…

‘Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten?’ (Matteüs 5 : 13)

Vanmorgen geeft Jezus geeft ons twee nieuwe titels mee. Hij zegt: ‘Jullie zijn het Zout der aarde, jullie zijn het Licht van de wereld.’ Wij mogen zijn: het zout der aarde. Wat een boodschap aan een kerk die steeds meer van haar kracht schijnt te verliezen. En wie ziet in de kerk nog een zichtbare stad op de berg? Hebben wij geen kerken gebouwd met loodzware muren – kerken bestemd voor de eeuwigheid – maar waarbinnen het licht brandt voor ons alleen? Straalt ons licht nog wel voldoende naar buiten? Hebben wij nog wel een boodschap aan onze wereld?

 Zout spreekt tot de verbeelding van mensen, in allerlei tijden in allerlei culturen. Volgens een Oud-Syrische overlevering komt het zout regelrecht van de goden. Vanwege zijn zuiverende werking was het in het oude Rome gebruik om nieuwgeborenen zout op de lippen te strooien. Daardoor moest het jonge leven beschermd worden tegen dreigend onheil. Een gebruik dat we nog steeds hanteren bij de kinderdoop. In de Bijbel, zowel in het zogenaamde Oude als Nieuwe Testament komen we dat woord zout vaak tegen. Het heeft te maken met levenskracht. Maar zoals bij elk symbool komen de tegenkrachten ook aan bod: de vrouw van Lot verandert in een zoutzuil!

In Afrika sterven er mensen bij gebrek aan zout. Zout is levensnoodzakelijk. Wij denken daar niet meer aan. Alleen als we een zoutloos dieet krijgen, beseffen we ineens, wat we eigenlijk nodig hebben. De oudste wegen van Europa zijn de zogenaamde zoutwegen. Zout was toen het meest begeerde handelsartikel. Lonen werden ook vaak in zout betaald, toen er nog geen sprake van geld was. Het grappige is dat ons woord salaris afgeleid is van het Latijnse woord Sal. En dat woord betekent zout!

In deze weken lezen wij uit Jezus’ regeringsverklaring: zijn Bergrede. Hij zinspeelt vandaag op de conserverende (bederfwerende!) werking van het zout. ‘Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten?’ (Matteüs.5:13). In Marcus 9:50 lezen we: ‘Hebt zout in uzelf en leef in vrede met elkaar.’ Zout en vrede horen bij elkaar. Een vleugje humor kenmerkt dat zout. ‘Uw spreken zij steeds innemend, met een vleugje zout er bij, zodat u iedereen antwoord weet te geven’ (Kolossensen 4:6).

Zout en licht zijn niet buitengewoon. Ook een christen is geen haar beter dan zijn of haar omgeving. Maar toch heeft ’n christen iets dat anderen niet bezitten. Jezus zegt niet: jullie zouden het zout der aarde, het licht der wereld moeten zijn. Hij zegt: jullie zijn het! Jullie zijn ’t zout der aarde, jullie zijn het licht van deze wereld! In onze doop hebben we van God ’t zout en het licht meegekregen. We mogen door Gods geest aanstekelijk werken. Als we dat willen kunnen we in deze, van angst verlamde wereld, de geborgenheid van God uitstralen.

Wat we de wereld te bieden hebben is geen product van onszelf. Het is het product van ons doopsel. Gods Geest. Achter ons staat Zijn gezag. Onze opdracht is het om zijn Woord verder te spreken, zijn Licht door te geven. Het ergste wat gebeuren is dat je het zout van je doop laat verschralen, omdat er niets mee gebeurt. Het ergst dat kan gebeuren is dat je ’t Licht dat je ontving bij je doopsel onder een emmer zet. Dat licht houdt ’t niet lang uit. Het verstikt.

Licht heeft zuurstof van buiten nodig. De kerk kan alleen maar bestaan als ze haar zuurstof van de wereld krijgt en de wereld zout en licht teruggeeft. Je terugtrekken uit deze wereld is je overgeven aan een kwijnend bestaan. De kerk moet midden in de wereld staan, als een stad op de berg, voor iedereen zichtbaar. Wij mogen mensen het zout van het evangelie laten proeven en het vertrouwd laten zijn met het Licht van de wereld.

Dat is geen nieuw verhaal. Ik denk hierbij aan die prachtige vertelling van Dostojewski over de grootinquisiteur. Die laat Jezus arresteren daags nadat er honderden ketters zijn verbrand. Ook hij kent Jezus terug, laat hem opsluiten en besluit ook Jezus tot de brandstapel te veroordelen, ‘want’, zegt hij, ‘de blijde boodschap dat we allen de geest in ons dragen, vrij zijn en zout en licht genoemd kunnen worden, is te gevaarlijk voor deze wereld. Het mag verkondigd noch geweten worden.’ Bij Dostojewksi  antwoordt Jezus niet, hij kust de oude man op zijn bloedloze droge lippen. Die rilt over zijn hele lijf, opent de gevangenisdeur en zegt: ‘Ga weg, ga helemaal weg en kom nooit,  nooit meer terug.’

Maar ook in ons leven blijft God terugkeren. Dit verhaal blijft doorverteld tot op de dag van vandaag. En dat is maar goed ook, want zonder Zijn zout zou menigeen in kerk en wereld alleen maar flauw vallen!

Bron: dekenaat-amsterdam – © Ambro Bakker s.m.a. Deken van Amsterdam

Opgemerkt: Mee naar aanleiding van http://www.tijdmetJezus.nl|dagelijks bijbelmoment (Jos Douma).

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s