“Over de macht en de listen van de duivel”

We moeten er namelijk voor oppassen dat Satan ons niet gebruikt (en opzet tegen elkaar), zijn plannen kennen we maar al te goed (zegt Paulus, ook uit eigen ervaring, en wat zien en weten wij ervan?) (Uit 2 Korintiërs 1 vers 11)

[Citaat uit een preek over Johannes 4 : 47-54]

(…) “Deze vorst, de duivel, regeert de wereld, raast en woedt, is uitzinnig van kwaadheid. Hij kan immers niet verdragen dat een christen groeit in het geloof. Het ís ook werkelijk niet te verdragen, want daardoor wordt een breuk in zijn rijk geslagen en worden zijn netten verscheurd. Daarom laat hij, waar hij kan, geen christen in de wereld opstaan of standhouden.

Zodra nu het vuur van het geloof in de ziel ontstoken is en ontbrandt, en de duivel dat voelt en dit gewaarwordt, valt hij op zo’n christen aan met al zijn macht en listen. Want hij weet welke schade hij daardoor oploopt in zijn rijk. Zodoende beschermt hij zijn rijk uit alle macht en legt hij het erop toe om met alle middelen de mensen onder zijn macht en gehoorzaamheid te houden.

Daarom is het zeker, dat wanneer een christen begint te geloven, de duivel hem op de voet volgt met aanvechtingen en vervolgingen. Als dat echter niet gebeurt, dan is dat een teken dat het geloof niet rechtschapen is en hij het Evangelie niet op de goede manier heeft aangegrepen. Want deze schelm, de duivel, heeft een scherp oog en wordt spoedig gewaar waar een echte christen woont; dus doet hij zijn uiterste best om hem ten val te brengen.

Hij omringt hem en vecht hem aan op alle denkbare en ondenkbare manieren. Want hij kan niet verdragen dat iemand zijn rijk verlaat en de rug toekeert. Daarom is het leven van zo iemand heel gevaarlijk, want de duivel heeft hem spoedig overrompeld (als God het niet verhoedt – AJ).”

[Maarten Luther: Am einundzwanzigsten Sonntage nach Trinitatis, W(2) 11, 1772ff (Zweite predigt 1522)]

Opgemerkt 1: Wat zullen wij elkaar dus met de zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid, die onze Heer en de apostelen ons hebben voorgeleefd, elkaar helpen in de gemeente(n) van onze Heer. Altijd weer zullen wij elkaar zien als gezalfden van de Heer en daarom net zo ootmoedig en nederig als David zijn, die de gezalfde koning Saul niet naar het leven wilde staan of hem van zijn troon stoten!

Opgemerkt 2: Wat lezen we veel over de mate waarin de apostel Paulus belaagd is geworden door de boze. Was het niet door zijn Joodse broeders, die bij het ‘oude geloof’ wilde blijven, dan gebeurde het door heidense overheden, maar zelfs in de gemeenten van onze Heer, die hij zelf had mogen stichten met hulp van zijn medewerkers, waren er mensen die door de boze gebruikt werden om Paulus het leven moeilijk te maken. En Paulus kreeg ook nog ‘engel van satan om hem met vuisten te slaan’ (2 Korintiërs 12 : 7). Maar wat heeft de boze met al dat ‘razen en woeden’ jegens de discipelen en (later) de apostelen juist zichzelf tegengewerkt door zijn listen en lagen juist te keren tegen hen, zodat ze openbaar zouden worden aan ons. Wij mogen daardoor leren zien hoe God al dat kwaad hen en ons toch ten goede (‘ten besten’, Zondag 9 HC) gekeerd heeft!

> Leestips: 2 Timoteüs 2 : 14-26 (Kernwoorden vers 24-26) en ook 2 Korintiërs 1 (geheel) en 2 Timoteüs 4 : 9-22.

Bron: http://www.maartenluther-com – Luthercitaat van maandag 15 september 2025

Een dienaar van de Heer moet niet twistziek, maar voor iedereen vriendelijk zijn; zo iemand moet een betrouwbaar leraar zijn en een ootmoedig (1) verdraagzaam mens die tegenstanders zachtmoedig (op grond van Gods Woord) terecht weten te wijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat ze de waarheid (van Gods onderwijs!) leren kennen en erkennen, en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen. (2)’ (Uit 2 Timoteüs 2 de verzen 24-26)
(1) Zie 1 Korintiërs 4 : 1-7.
(2) Paulus heeft m.n. ook van mensen die zich wilden opwerpen en/of erkenning (en betaling) kregen als nieuwe voorgangers in de gemeenten veel smaad en tegenwerking ondervonden. Zie m.n. 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 11 : 21.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar ons leven mee begint en mee eindigt…

De genadezij met jullie allen.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 3 : 17-18)

Geciteerd 1: Wat opvalt in de laatste zin van deze brief is dat Paulus opnieuw de genade noemt waarmee hij ook zijn brief begint. Je leest (en leeft?) er gemakkelijk overheen. Maar als tot je doordringt dat alles wat gezegd en gedaan wordt in je leven, met genade begint (1) en uiteindelijk door genade wordt afgesloten, dan besef je hoe rijk je bent.
Leven vanuit genade … het kan zelfs een cliché worden … Als je er echter iets ervan leert te bevatten (2) wordt het leven ontspannen omdat we door de Geest een vrede en vreugde ontvangen die alle verstand (en daaruit voortkomend geredeneer) te boven gaat.

(1) Wat toch als je geloofsleven niet begonnen is met het ontvangen van de Doop en de woorden die daarbij persoonlijk tot mij/jou/u gezegd zijn!
(2) De Heilige Geest is ons gegeven om ons dat te leren bevatten en daar wil Hij ons in het samenleven in Christus’ gemeente bij helpen door de bediening van Woord en Doop en Avondmaal.

Geciteerd 2: Paulus eindigt deze brief met een eigenhandige groet. In die tijd was het gebruikelijk dat iemand met een belangrijke boodschap de woorden dicteerde aan een bekwaam schrijver die ze opschreef namens de opdrachtgever. Vaak werd de groet aan het einde van de boodschap door de boodschapper zelf geschreven. Die groet was een waarmerk (3) dat de brief echt van de genoemde boodschapper zelf afkomstig was.

(3) ‘Zie Hij nu, Die ons met jullie bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, Die ook Zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand (waarmerk) in onze harten gegeven heeft’ (2 Korintiërs 1:21-22); en: ‘Ook wijzelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam‘ (Romeinen 8 : 23).

Geciteerd 3: Want niemand kan God geloven en vertrouwen, tenzij dat de Heilige Geest het hart verlicht. Er zijn veel mensen die uitwendig geen beelden aanbidden, maar dat wil niet zeggen dat ze in hun hart niet voor de boze knielen. Want een hart dat vol ongeloof is, kán God niet vertrouwen en God niet voor waarachtig houden. Wij mensen stellen ‘van nature’ liever ons vertrouwen op bezit (4), wijsheid, kracht, vroomheid en heiligheid (5), dan op Gods goedheid en barmhartigheid – dat is allemaal daadwerkelijke afgoderij. Het hoogste en voornaamste goede werk van het eerste gebod is geloven in God – je toevertrouwen aan God en Zijn genade over ons in Jezus Christus en (dus onder alles) geloven in Zijn vergevingsgezindheid over jou en je leven, dat moesten Adam&Eva ook direct al -, want uit dit werk moeten alle andere werken van ons voortvloeien en worden gedaan. Waar echter dat Godsvertrouwen niet is, daar zijn alle werken dood, alle ijver en vlijt (en draven voor gemeente en kerk) niets dan zonde. Zoals Paulus leert: ‘Wat niet uit geloof wordt gedaan, dat is zonde.’ (vgl. Romeinen 14 : 23). Alleen vanwege het geloof kunnen we de naam ‘christgelovigen’ dragen. Alle andere (goede) werken kunnen ongelovigen ook doen, maar vast op God vertrouwen kunnen ze niet, dat kan niemand, dan alleen een christen die door Gods genade en het werk van de Heilige Geest is en wordt verlicht – dit is het goede werk dat het eerste gebod van ons eist.

(4) Zie Matteüs 6 ; 24 en 1 Timoteüs 6 : 10.
(5) ‘In ieder van ons leeft een paap’, zo drukte Luther het uit.

Leestip: Hoe vol van genade en waarheid zijn wij jegens onze naasten?’

Bron citaten 1-2: ‘Dag in dag uit 2025’ – Meditatie vrijdag 12 april – Leger des Heils | Ark media
Bron citaat 3: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

In Hem zijn ook jullie, nadat jullie het Woord van de Waarheid hadden gehoord, het Evangelie van jullie redding, en in Hem zijn jullie ook, toen jullie tot geloof kwamen, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte‘ (Lees deze woorden van vers 13-14 binnen het geheel van Efeziërs 1 : 3-14!)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe vol van genade en waarheid zijn wij jegens onze naasten?

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben maar je vijanden (1a) moet je haten. Maar Ik zeg jullie: Hen je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen (1b), alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen (2) en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.‘ (Uit Matteüs 5 de verzen 43-45)

Geciteerd: Door de woorden “vol van genade en waarheid” te gebruiken, schetst de evangelist voor ons een zeer liefdelijk en aantrekkelijk beeld van Christus. Hij wil zeggen: Op Christus, en op niemand anders, is het vers in Jesaja 53:9 van toepassing: ‘Er was geen bedrog in Zijn mond.’ Hij is ‘vol van genade en waarheid‘. Kortom, alles in Christus is God welgevallig. De Vader heeft Hem lief en is Hem liefdevol en vriendelijk gezind. De Vader vindt geen gebrek en geen smet in Hem.

Het is niet alleen genade die de Vader ertoe aanzet blij te zijn met alles wat de Zoon zegt en doet; nee, alles wat Hij zegt en doet is ook op zichzelf volmaakt, zodat de Vader niets in Hem te vergoelijken heeft. Christus Zelf zegt in Johannes 5 : 30: ‘Ik zoek niet mijn eigen wil, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ Hij heeft de Vader lief met heel zijn hart. De heiligen in deze wereld waren niet zo. Zij deden altijd wat God mishaagde; zij waren zondaars.

Mozes was een groot en heilig profeet met wie God Zelf sprak en door wie Hij de Wet aan het volk Israël overbracht. Maar hoe heilig hij ook was, hij was toch een zondaar en werd de toegang tot het Beloofde Land ontzegd (Numeri 20 : 12). Abraham, die voorname, grote en heilige man, aanbad afgoden in Chaldea (Jozua 24 : 2). Tot op de dag van vandaag ontdekken we gebreken. Daarom moet je zeggen: ‘Zij waren mensen'(zoals wij). De belofte van Christus werd Abraham niet gegeven vanwege enige inherente waardigheid en heiligheid; want voordat God hem uit Chaldea riep, had hij afgoden gediend, zoals we terugvinden in Jozua 24 : 2.

En Abrahams eigen woorden: ‘Ik ben slechts stof en as’ (Genesis 18 : 27) leveren ruimschoots bewijs dat hij geen vertrouwen stelde in zijn eigen eerzaamheid en glorie. De aartsvaders die volgden, waren allen zondaars – Isaak, Jakob, Mozes en Aäron. De Geest van God liegt niet wanneer Hij zegt: ‘Allen hebben gezondigd’ (Romeinen 5 : 12). Ik durf te stellen dat David, die boven anderen wordt geprezen, ook in grove en ernstige zonde verviel, om nog maar te zwijgen van zijn grootste zonde. Zo hadden alle andere heiligen lelijke, grote vlekken en onvolkomenheden in hun karakter. Petrus verloochende Christus; Paulus vervolgde Hem. Als zij niet onder de grote, wijde hemel van genade en vergeving waren geweest, zou de duivel hen bezoedelen en ons ook.’ (3)

(Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, Amerikaanse editie, Concordia Publishing House, deel 22, p. 120/121)

(1a) In de ogen van Joden en christen zijn dat dan meestal gelijk ook vijanden van God.
(1b) Paulus was zo’n vijand van de gemeenten, we mogen aannemen dat de gemeente in Jeruzalem naar Jezus’ opdracht gebeden heeft voor hun vervolgers.
(2) Zie hierbij Jezus woorden in Lukas 11 : 13 en Lukas 18 : 19 en de Psalmwoorden die Paulus citeert in Romeinen 3 : 10-20.
(3) En wie bezoedelen en belasteren wij als handlangers van de boze?

Is het een verdienste wanneer je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars (die jullie zo verfoeilijk vinden) niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters (die jullie vleien en naar de mond praten) vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doen jullie dan? Gaat het onder de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ (Uit Matteüs 5 de verzen 46-48)

Bron citaat: Op donderdag 11 september 2025 toegezonden Engelstalige Luthercitaat

Als u deze Luthercitaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u het e-mailadres sturen naar:
info@martinluther-quotes.nl. U kunt zich ook via dit e-mailadres of via http://www.maartenluther.com aan- en afmelden voor deze wekelijkse citaten. Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zó heeft liefgehad, zullen wij (toch) ook elkaar (moeten) liefhebben. Niemand heeft ooit God gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. Dat we in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in Zijn Geest. En wij hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft als Redder van de wereld. Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem of haar en blijft hij of zij in God. Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem of haar.‘ (…) ‘Wij hebben (dus) lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt (beweert): ‘Ik heb God lief’, maar hij of zij haat (4) zijn broeder of zuster, die is een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij of zij nooit gezien heeft, liefhebben als hij of zij de ander, die wel gezien wordt, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van God gekregen: wie God liefheeft , moet ook de ander liefhebben.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 11-21 : 11-16 en 19-21)

(4) Zie haten als: De ander de plaats in het leven niet gunnen en geven of zelfs ontnemen waar God die ander wel een plaats gegeven heeft: in familie, huwelijk en gezin, in de kerkelijke of burgerlijke gemeente, op het werk of in de samenleving, etc.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen groter liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn Mijn vrienden wanneer je doet wat Ik jullie gezegd (en voorgeleefd) heb.’ (Uit Johannes 15 de verzen 12-14)

Bron afbeelding: Crosswalk-com (The Gift of Sacrificial Love)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over kerkelijke en gemeentelijke ‘vernieuwingen’…

Jullie moeten namelijk uit ons voorbeeld leren: houd jezelf en anderen aan wat in Gods Woord geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een (een heilige, een oudvader of een kerkelijk leider) te verheerlijken boven de ander(en). Wie denken we wel dat we zijn. Bezitten we ook maar iets dat ons niet geschonken is (denk hierbij allereerst aan onze Doop). Alles is jullie geschonken, dus waarom scheppen we dan op (over anderen of – en daarmee – over onszelf) alsof het ons niet geschonken is?‘ Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 1-14 : 6-7)

Geciteerd: Waar (in Gods Woord) wordt ons bevolen dergelijke tegen Gods Woord ingaande vernieuwingen in de kerk (en in onze gemeenten) door te voeren? De kerk is een Geestelijk rijk, maar wij stellen liever lichamelijke hoofden aan, er is er zelfs eentje die allerheiligste vader wordt genoemd en die zich dat laat welgevallen. Maar in de christelijke Kerk (die bestaat in plaatselijke gemeenten en kerkgenootschappen) kan er geen ander Hoofd zijn dan het Hoofd Jezus Christus, Die de christelijke Kerk regeert door Zijn Geest, en Die in iedere gemeente werken wil in de harten van de gelovigen door de (eenvoudige) bediening van Woord en Doop en Avondmaal.
De oude kerk [=Vroege Kerk, in NT en kort daarna] weet daarvan niets en is bij haar Hoofd, Christus gebleven, zoals ook wij dat willen doen en altijd weer in praktijk zullen hebben te brengen (of ernaar streven om dat te herstellen waar de praktijk anders geworden is).
Wie leeft er (nu) in een (nieuwe) afvallige gemeente/kerk? Deze afvallige manier van doen binnen de gemeenten en kerken – die in Gods ogen en op grond van Gods Woord ook ons een gruwel moet zijn – is zo aantrekkelijk dat ons gebrekkige spreken daarover niets helpt, tenzij de Heilige Geest ons de ogen opent (zie 1 Korintiërs 2!).

Verder [n.a.v. gewoonten en gebruiken in de RK, maar denk hierbij ook aan vormen van heiligenverering binnen de Protestantse kerken!]: Wie heeft ons bevolen deze vormen van afgoderij en mensenverering in te stellen? Namelijk dat we instellen om heiligen te vereren, hen canoniseert [=officieel tot heiligen verklaart], vastendagen en rustdagen tot hun eer instelt en hen eert alsof ze de ware vertegenwoordigers van God Zelf zouden zijn. Idem dat men leert dat men op hun verdiensten en werken [denk hierbij ook aan de geschriften Augustinus, Calvijn en oudvaders, etc.] moet vertrouwen en ons daarmee moet laten vertroosten (of laten verontrusten en opjagen). Christus is/wordt door hen als Rechter voorgesteld en wij moeten nu verzoening vinden door de voorbidding van Zijn moeder en de verdiensten en inspanning van allerlei heiligen of door allerlei inspanningen die wijzelf eerst moeten opbrengen (vandaar dat de kinderdoop altijd weer door zovelen verworpen of niet serieus genomen wordt!).

Zoals de Romeinen een pantheon [=tempel voor meerdere heidense goden en godinnen] in Rome hadden gebouwd, zo hebben wij (christenen) ook een pantheon gebouwd voor onze heiligen in de kerk (terwijl de Kerk en daarom ook een plaatselijke gemeente – o.l.v. de voorganger(s) en oudsten – door het geloof als een tempel waar de Heilige Geest woont en werkt dient te worden gezien en aanvaardt – zie 1 Korintiërs 3).
[Bewerking van woorden van Maarten Luther zoals te vinden in zijn boekje ‘Wieder Hans Worst’ (1), 1541]

(1) Mogelijk wel Luthers scherpste boekje tegen de misbruiken in de toen heersende kerk. Het lijkt wel dat Luther – die zijn einde voelde naderen – nog eenmaal zo duidelijk mogelijk wilde waarschuwen.

> Leestips: Matteüs 23 : 1-12 en 1 Korintiërs 2 t/m 4 en 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 5.

Bron citaat 1: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Onderwijs dit alles en spoor ertoe aan, iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets (van het verkondigde Evangelie), maar is ziek door zijn of haar twistzieke geredeneer (intellect); dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen en tot eindeloze discussies vanwege mensen van wie de geest verziekt is omdat ze van de waarheid (van de eenvoudige Evangelieboodschap) beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt (denk hierbij ook aan verkondigers van het welzijn- en welvaartsevangelie). Maar voor wie tevreden is met wat hem of haar is en wordt toebedeeld (ook aan huwelijks- en gezinsgeluk bijv.), is het geloof grote winst. (2) Wij hebben immers niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen.’ (Uit 1 Timoteüs 6 uit de verzen 2b t/m 18 : 2b-7)
(2) Zie o.a. Lukas 16 : 9.

Bron afbeelding: Scripture Media – Savior Connect

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Godsvertrouwen gesproken…

Ik ben de HEERE jullie God, Die jullie uit (het overmachtige) Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ (Uit Deuteronomium 5 vers 6)

Vraag: Wat vraagt God van ons in het tweede gebod (voor Luther het 1e gebod)?

Geciteerd 1: Nu zal ieder voor zichzelf toezien om deze dienst en roeping van God, zoals die in Gods Woord is vervat, waar te nemen en dan ook bij deze – ons geboden – godsdienst te blijven. Want voorwaar er is geen andere godsdienst ons geoorloofd dan die in overeenstemming is met het onderwijs van Gods Woord en (dus) het geloof in Christus, de van God ons geschonken Messias. Deze godsdienst wordt uitgelegd (volkomen verklaard) in het Nieuwe Testament – hoewel die ook in het Oude Testament ernstig is geboden – en door de profeten aan het volk verkondigd en voorgehouden. Want het eerste gebod is het hart en de kern, het voornaamste stuk van ons hele christelijke geloof en van ons christendom in deze wereld. Dit gebod is de bron van het geloof, van alle verstand, wijsheid, kennis en wetten – alles wat goed is, staat in het eerste gebod. Het eerste gebod wil alles aan zich gebonden hebben en drijft ons weg uit het vertrouwen op schepselen (en dus ook weg bij wat we bij onszelf vinden!). De reden hiervan is deze: wanneer we God van harte vrezen en vertrouwen, dan kunnen en zullen we de mammon, vorsten of onze eigen gerechtigheid (!), vroomheid en dergelijke zaken niet vrezen. Want deze woorden nemen alle vrees weg: ‘IK ben de HEERE jullie God‘, IK en geen ander. Waarom zou ik dan voor de duivel en zijn macht vrezen, voor vorsten, paus, keizer en president, zij heten toch allen bij elkaar niet ‘IK’. Met deze woorden betrekt Hij alles op Zichzelf, omdat Hij uitdrukkelijk stelt: ‘IK de HEERE‘ – het geloof betrekt alles op God.
Uit dit Woord – en het geloof dat van ons gevraagd wordt – vloeien, als uit een bron en fontein, alle leringen van de profeten en de psalmen. Idem alle vervloekingen en bedreigingen – ook alle beloften. Jeremia zegt: ‘Vervloekt is ieder die op mensen vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt‘ (vgl. Jeremia 17 : 5). Idem, waar de psalm zegt: ‘Het is niet goed om op vorsten te vertrouwen’ (vgl. Psalm 118 : 8, 146 : 3, 147 : 10), zoals in deze psalmen alles geheel en al op God betrokken wordt. Dat betekent: wie of wat kan ons kwaad doen of behouden dan alleen deze God?! Alle profeten en de hele Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament komen voort uit het eerste gebod (of: onderwijzing). Want het eerste gebod verbindt alles aan God en wil zeggen: als ik jullie God ben, waarom vertrouwen jullie dan niet op Mijn barmhartigheid, en waarom vrezen en vertrouwen jullie anderen mee dan MIJ?
[Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28, 600, 32 – 601, 31]

Opgemerkt door de samensteller: Uit het tekstverband blijkt dat Luther hier (ook en m.n.) waarschuwt voor het kloosterleven of het ‘ingekeerde’ leven dat zich afkeert van de door God ingestelde ambten en beroepen. Dat is voor Luther een belangrijk en steeds terugkerend thema. Duidelijk is dat hij de door Christus en de apostelen ingestelde kerkelijke en pastorale ambten (en het gezag en de bevoegdheden van de wereldlijke overheden) niet verwerpt.

Leestips: Deuteronomium 6 : 4-25 en 7 : 6-11 en 2 Tessalonicenzen 3 : 6-16.

Geciteerd 2: Voor Paulus is het belangrijk dat christenen een getuigenis zijn in handel en wandel. Uitziend naar de komst van de Heer zijn christusgelovigen bezig met taken die te maken hebben met levensonderhoud, hun familiezaken en hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de naasten en de schepping. Door verschillende wijze leraren is gezegd: als ik wist dat Christus morgen terug zou komen, zou ik vandaag nog een boom planten. Die booms staat voor de hoop in de zekerheid dat God de schepping en ons schepselen in Zijn hand houdt en dat het leven zal zegevieren. Deze uitspraak leert ons moed en doorzettingsvermogen: juist omdat wij de datum en het tijdstip van de komst van de Heer niet weten, zullen wij doorgaan met onze taken. Die datum en dat tijdstip zijn ons niet bekend gemaakt. Wat ons beloofd is, is dat Jezus terug zal komen net zoals Hij is heengegaan.

Leestip: 2 Korintiërs 1 : 3-11.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ (Uit Matteüs 5 : 6)

Geciteerd 3: Onze Heer nodigt ons uit om te verlangen naar echte goedheid, naar ware goedheid die van binnen zit (ons geschonken moet worden) en die tot uitdrukking komt in oprechtheid en gerechtigheid. Leid een integer leven, een leven uit één stuk. Als je daarnaar verlangt en je daarvoor inzet (door trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen!), gebeurt er iets goeds in je leven en dat van anderen. Mijn goedheid wordt dan door jou heen zichtbaar in deze wereld.

Bron citaat 1: ‘365 dagen met de Heidelbergse Catechismus – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr.
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2025 – Meditatie dinsdag 9 september – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 3: Tijd met Jezus | Jouw Bijbelmoment – tekst en meditatie 9 september 2025 – ds. Jos Douma

‘Moge uit Sion de HEER jullie* zegenen,
Die hemel en aarde gemaakt heeft.’
(Uit Psalm 134 vers 3)
* NB. Een zegenbede voor alle ambtsdragers in huis en in de gemeenten/kerken (maar zeker ook overheden en besturen, etc.)

Bron afbeelding: Christopher Dryden

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Alleen met het Woord kan dat bestreden en overwonnen worden’…

Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat jullie inderdaad het goede willen en dat het jullie niet aan kennis ontbreekt, waardoor jullie ook in staat zijn elkaar terecht te wijzen. Ik heb jullie hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om jullie te herinneren aan wat jullie al weten. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft.’ (Romeinen 15 de verzen 14-15)

Geciteerd: De satan heeft hier in de kudde van onze Heer te Wittenberg veel kwaad proberen aan te richten, en wel zó dat het moeilijk was hem, zonder ergernis voor beide zijden (in de reformatorische beweging van toen), te weerstaan. Jij echter (1) wilt toch ook niet zien en toelaten dat er iets nieuws begonnen wordt door een opwelling of bevlieging van de gemeente. Alleen met het Woord moet dat bestreden en overwonnen worden. Met en door het Woord zal (DV!) datgene vernietigd worden wat de onzen zelf met geweld en opstand willen ondernemen. Zo heeft de satan ze opgezweept! Ik verwerp zelf ook dat de mis voor een offer en een goed werk moet worden gehouden. Ik wil ze echter niet met mijn vuisten (of andere dwangmiddelen) bestrijden of degenen die het niet anders willen (dan zoals het altijd was), of de ongelovigen, met geweld afhouden. Ik verwerp het alleen met het Woord. Wie gelooft, die gelooft én volgt. Wie niet gelooft, die gelooft niet en gaat maar heen. Want tot het geloof en wat tot het geloof behoort, mag niemand gedwongen worden. Ieder moet door het (verkondigde) Woord getrokken worden, zodat hij of zij die gelooft, geheel vrijwillig tot ons komt (en bij ons blijft). Ik verwerp ook de beelden, maar alleen met het Woord, niet dat ze verbrand zouden worden, maar dat niemand er zijn vertrouwen erop zou zetten, zoals tot nu toe gebeurd is en nog steeds gebeurt. Ze zullen vanzelf vallen als het volk onderwezen zou worden en wist dat ze in Gods ogen waardeloos zijn. Op dezelfde manier verwerp ik de wetten (dictaten) van de paus, de biecht, de communie, het bidden [van verplichte gebeden] en het [gedwongen] vasten. Echter alleen met en door het Woord, waarmee ik tegelijk hun gewetens vrij maak. Wanneer die vrij zijn, kunnen zij tenslotte daarvan gebruik maken ten dienste van de zwakken die daarin nog verstrikt zijn.
[Maarten Luther: Luthers Briefwechsel, Wittenberg 17. März 1522, vgl. WABR 2, 474, 1-28]

(1) Uit een brief aan Nikolaus Hausmann, nadat Luther in maart 1522 was teruggekeerd van zijn noodgedwongen verblijf in de Wartburg. Er dreigde een algemene volksopstand en een beeldenstorm. Luther heeft toen zijn ‘Acht Sermone gepredigt zu Wittenberg in der Fastenzeit’ gehouden. De eerste dreiging werd was daarmee voorbij. Deze acht preken waren gericht tegen de eigenzinnige en radicale dr. Andreas Karlstadt. Karlstadt, die tijdens Luthers verblijf op de Wartburg de confrontatie zocht, meende dat nu het ogenblijk gekomen was om de reformatie – naar zijn inzicht – in Wittenberg onder dwang uit te voeren. Vanuit Zwickau kreeg hij hulp van de dwepers en geestdrijvers, de z.g. Zwickauer proefeten, die nu in de Wittenberg de leiding in handen namen. Had Luther op de vrijheid in Christus gewezen, de dwepers wilden het leven onder hun nieuwe wetten plaatsen. In alles moesten de mensen zich naar leer en voorschriften van Karlstadt en de zijnen gedragen. Overal in de Wittenberg heerste verwarring. Melanchton was radeloos. Toch waren er (gelukkig) ook nog velen die verlangden naar de terugkeer van Luther. (zie hierbij o.a. Galaten 4 : 5-20, 5 : 13-15, 14-17).

Leestip: Romeinen 14 t/m 15 : 15.

Zie deze (voorgaande) blog:Moet zelfs de heilige Geest afwijken van Zijn onderwijs?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 34 vraag 93: ‘Wat is afgoderij’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015).

Alles wat vroeger geschreven is, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge de God, Die ons doet volharden en ons troost geeft, jullie de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zullen jullie eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.’ (Uit Romeinen 15 de verzen 4-6)

Bron afbeelding: Dose of Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moet zelfs de Heilige Geest afwijken van Zijn onderwijs? (I)

Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin jullie onderwezen zijn, in woord en geschrift (lees: door de verkondiging van Gods Woord en in de brieven die wij apostelen – en later ook onze Heer nog! – jullie geschreven hebben). Moge onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, Die ons Zijn liefde heeft getoond en ons door Zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, jullie aanmoedigen en sterken in al het goede dat jullie doen en zeggen.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 2 uit de verzen 13-17 : 15-17 – lees alle genoemde verzen)

Geciteerd 1: De christelijke wereld is aan een immense verandering bezig. En hoe de Geest tot de gemeente van de toekomst spreekt, kan vandaag nog nauwelijks iemand vermoeden.

Geciteerd 2: Het is minder belijnd dan vroeger, ook meer ‘ik’ dan ‘samen’. Het popt ook meer op losse momenten op, zoals bij rampen, uitvaarten of op festivals of online, dan dat het wordt beleefd tijdens een wekelijkse kerkdienst. De basis van het moderne geloof is vaak ook meer een gevoel dan een vaste set geloofsregels, een Boek of een traditie waarnaar je je voegt.
Dominees doen er in zo’n geloofsbeleving inderdaad minder toe. Oude kerken met open deuren des te meer.
Voor academisch geschoolde predikanten die graag hun verhaal kwijt willen, en voor ervaren kerkgangers die diepgang zoeken, voelt dat al snel als een teruggang. Of zelfs als afvallig.
Maar hoe oppervlakkig veel hedendaagse geloofsbeleving ook kan aanvoelen: mag je zulke grote conclusies wel trekken, als veel jonge mensen vandaag God herontdekken (ook als dat in een andere vorm dan vanouds gebeurt)? Of doe je dan de heilige Geest tekort? Wanneer is iets christelijk genoeg om christelijk te mogen heten?
De christelijke wereld is aan een immense verandering bezig. En hoe de Geest tot de gemeente van de toekomst spreekt, kan vandaag nog nauwelijks iemand vermoeden.

Geciteerd 3: In het verleden werd de christelijke levensstijl vaak verbonden met het missionaire karakter van de kerk, maar de kerkgeschiedenis na de Tweede Wereldoorlog heeft het failliet van dat streven aangetoond. ‘Het was niet herkerstening maar ontkerstening die het tijdperk kenmerkte’, schrijft Dekker. De kerk kan niet als functie van de zending worden gezien; het is omgekeerd: de zending is een van de vele functies van de kerk. ‘Levensstijl kan dus niet primair missionair zijn. Niet het transformeren, maar het blijven bij het geheimenis is de uitdaging.’

Geciteerd 4: „Maar,” zo waarschuwt Segers, „God komt niet terug omdat we Hem goed kunnen gebruiken. Wij gaan alleen terug naar God als we denken – geloven! (1) – dat Hij ons kan redden. Christenen hopen niet op Jezus omdat Hij de boel bij elkaar houdt. Christenen hopen op Hem omdat Hij de woorden van het eeuwige leven heeft. Het christelijk geloof kan ons alleen redden als we gered willen worden.”

(1) Geloven op grond van het Evangelie dat ons verkondigd is en wordt! En bij het onderwijs van het Evangelie blijven door vanwege ons geloof ook trouw en met eerbied al de door God ons geschonken middelen te blijven gebruiken in het midden van een gemeente van onze Heer (en in wat voor gebouw die samenkomen – een aula bijv. die door-de-week een ander gebruik heeft – dat zal voor ons samenkomen geen hindernis mogen zijn!). Door het gebruik van de middelen wil God ons bemoedigen en kracht geven om in de samenleving een zoutend zout te zijn en dat ook te blijven – zie de woorden van onze Heer in Matteüs 5 : 11-16.

Leestips: Matteüs 5 : 1-16 en 2 Tessalonicensen 2 en 3.

Lees het vervolg: ‘Alleen met het Woord kan dat bestreden en overwonnen worden…’

Bron citaat 1-2: ND Opinie – ‘Mag je wel van massale geloofsafval spreken als zo veel mensen vandaag God herontdekken?’ – door Dick Schinkelshoek
Bron citaat 3: ND Geloof – ‘Een christelijke levensstijl in een postchristelijke tijd is ‘de vorm die vreugde aanneemt in ballingschap’’ – door Koos van Noppen
Bron citaat 4: RD Kerk & religie | Opening academisch jaar TUU – ‘Gert-Jan Segers: Einde van democratie nabij’ – door Jan van Reenen

Voor het overige broeders, bidt dat het Woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij jullie. Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. (2) Maar de Heer is trouw, Hij zal jullie kracht geven en jullie tegen het kwaad – dat zich juist ook keert tegen de eenvoudige gelovigen! – beschermen. De Heer geeft ons de overtuiging dat jullie zullen doen naar wat wij jullie hebben opgedragen en dat ook zullen blijven doen (3). Moge de Heer jullie wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.‘ (Uit 2 Tessalonicensen 23 de verzen 1-5)

(2) Zie hierbij o.a. 2 Korintiërs 2 : 17, Filippenzen 1 : 15-17, 1 Tessalonicenzen 2 : 5-12.
(3) Hoor hierbij ook de herhaalde oproep van onze Heer aan de zeven gemeente in Klein Azie: De gemeenten moeten gehoor geven aan wat de Geest tot Zijn Gemeente zegt en dat kan alleen gebeuren bij en door het trouw gebruik van de ons daartoe geschonken middelen. Want de Heilige Geest wil wat dat betreft niet buiten de verantwoordelijkheid van ons mensen om werken!

Bron afbeelding: St. Paul of the Cross

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Transformatie naar een meer dienende rol’…

Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hen erop “dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God kunnen binnengaan”. In al die (jonge) gemeenten stelden ze oudsten aan, en na gevast te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in Wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.‘ (Uit Handelingen 14 uit de verzen 21-28 : 22-23)

Geciteerd: Toch ziet Matenga dat Westerse zending een triomfalistische houding blijft hanteren. ‘Maar de Schrift moedigt aan tot een houding van kalme nederigheid, zachtheid en het eren van de ander. Dat biedt waardigheid voor de lokale christenen. Wederkerigheid of simpelweg samen onderweg zijn, leidt tot mensen van God die participeren in de doelen van God om een nieuwe schepping te creëren ter ere van God.’

Creëer ruimte voor groepen die traditioneel ondervertegenwoordigd zijn. Denk aan christenen uit vervolgde kerken maar ook aan gehandicapten, armen mensen en vrouwen.

Durf als zendeling of zendingsorganisatie kritisch te reflecteren op jezelf. In hoeverre ben je aangepast aan zending van overal naar overal. Investeer in lokaal leiderschap en draag de verantwoordelijkheid over.

Onze grootste bijdrage aan Gods zending is niet wat we doen, maar dat waarin we anderen in staat stellen iets te doen. Onze autoriteit en macht overgeven aan de lokale mensen, dat is wat Jezus deed. Dit betekent niet het einde van zending, maar een transformatie naar een meer dienende rol.

Ma te Atua e manaaki koe – dat God zal voorzien in alle goede dingen.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Westerse zending is te dominant, ziet deze theoloog. ‘Laat de inheemse bevolking bepalen wat nodig is’’ – door Laura Dijkhuizen

Nu vertrouw ik jullie toe aan God en aan het Evangelie van Zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die Hem toebehoren. Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; jullie weten wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik jullie getoond dat jullie de zwakken zo, door hard te werken moet steunen, indachtig de woorden van onze Heer Jezus, Die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen”. Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip.’ (Uit Handelingen 20 de verzen 32-38).

Doe alles wat ik jullie heb geleerd en overgedragen, wat ik jullie heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.’ (Uit Filippenzen 4 uit de verzen 4-9 : vers 9)

Bron afbeelding: Amazon-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat nut ons (nog) het onderwijs van de Tien Geboden?

‘Zij mijn ellende en redt mij,
het onderwijs van Uw wet vergeet ik niet.
Strijd voor mij en verlos mij,
houdt mij in leven zoals U hebt beloofd.’
(Uit Psalm 119 de verzen 153 en 154)

Geciteerd: David zegt in de Psalm: ‘Ik heb met mijn stem tot de HEER geroepen – ik heb met mijn stem tot God gebeden. Ik wil voor Zijn ogen mijn gebed uitbreiden en voor hem mijn klacht uitstorten – ik maak aan Hem mijn zonde bekend.’ (vgl. Psalm 142 vers 2)

Op die manier – en met hulp van veel (andere) Psalmen – zal een christen ook overdenken wat hij/zij voelt van zijn/haar vele gebreken, en dat alles vrijmoedig voor God uitstorten met wenen en kermen, zo bedroefd als we maar zijn kunnen (1), hetzelfde als iemand zou doen voor zijn eigen lieve vader en moeder, die bereid zijn om je te helpen en te redden. (2)

Als je zelf je zonde en ellende niet kent of weet, en als je daar niet mee wordt aangevochten (3), dan moet je weten dat je er heel slecht aan toe bent. Dat is je grootste ellende, dat je blijkbaar zo versteend en verhard bent (als de Schriftgeleerden en Farizeeën in Jezus tijd), dat je nu helemaal ongevoelig moet ondervinden dat niets je kan bewegen (tot werkelijk hartelijke – en niet zondags even uiterlijke en gespeelde) ootmoed en berouw.

Geen betere spiegel is er dan de Tien Geboden (4), waarin je kunt zien (leren met hulp van Gods Woord en Geest, zie bijv. Psalm 119) wat je gebrek en gemis is. Daarom, als je ziet dat je een zwak geloof hebt, niet veel hoop, weinig liefde tot God en de naaste(n). Idem: dat je God niet looft en roemt zoals het behoort, maar eigen roem en eer liefhebt boven Hem, en (daarom) de eer van mensen zoekt (5), slordig bent of raakt in de kerkgang – allemaal zaken in wie niemand zonder gebrek is – dan moeten we van deze zaken meer schrikken dan van alle tijdelijke schade aan bezit, eer, lichaam en leven. Dan moet je weten dat die erger zijn dan de dood en alle dodelijke ziekten. Deze nood mag je met alle ernst bij God neerleggen (6), Hem klagen en om bijstand bidden, in het vaste vertrouwen (dat ook de Psalmdichters hadden) dat je ook de nodige hulp en genade en bijstand zult ontvangen.

Ga zo maar van de eerste tafel van de wet, waarin je tegen God gezondigd hebt, naar de tweede tafel, waarin je tegen God én mensen gezondigd hebt. Zie hoe ongehoorzaam je bent geweest en nog bent, tegen je vader en je moeder (7) en allen de over je gesteld zijn. Je verkeerdheid, haat*, schelden, lasteren, ontucht, geldzucht en gierigheid, onwaarheid (en ‘halve waarheden’ om je naaste onderuit te halen en je zelf te handhaven) en onrecht (uit gebrek aan geloof dat is: Godsvertrouwen). Dan zal je zonder twijfel ontdekken/zien – maar zonder trouw gebruik van de ons geschonken middelen gaat dat niet! – dat je vol bent met zonde en ellende en reden genoeg hebt en houdt om tot God te roepen en te kermen en bloeddruppels te wenen als je dat kon.
[Maarten Luther: Von den guten Werken, 1529, vgl. WA 6, 236, 10 – 337, 2]

* Zie haten als: God en mensen niet die plaats in je leven en in het samenleven (in huwelijk, gezin familie, gemeente en in de maatschappij) geven en gunnen, zoals die volgens God Woord hen toekomt. Zelfs t.o.v. de natuur kunnen we dan ook wel spreken van haten, wanneer we die slechts voor eigen gewin willen benutten en een bestaan gunnen en geven of niet.

(1) We zullen er echter geen vertoning van maken, het moet een werkelijke zaak van ons hart zijn, gewerkt door Woord en Geest!
(2) In een periode van diepe geestelijke en fysieke uitputting en zelfverwijt hebben mijn ouders (mijn vader was al geruime tijd met pensioen) me met veel liefde een aantal weken bij hen in huis opgenomen. Ze voelden zich onmachtig om mij te redden (wat eigen kracht en vermogens betrof), maar wat ze me konden schenken, dat gaven ze mij: en dat was hun liefde en hun gebeden en daaruit blijkende Godsvertrouwen. En hun gebeden zijn verhoord geworden!
(3) Denk aan het verschil tussen het David en Salomo. Salomo was toch al heel jong een ‘geweldige’ koning met veel aanhang onder het volk en van hem ontvingen we niet zulke boetpsalmen als die van (eerst) vluchteling en (later) koning David, terwijl Salomo er niet minder reden toe had. Wie weet bad hij die Psalmen van z’n vader David toch nog wel, misschien vooral weer op het laatst? Het staat niet geschreven in Gods Woord, maar zijn leven en dat van z’n vader David en moeder Batseba geeft ons wel aanleiding om erover na te denken.
(4) De Tien geboden, maar dan wel gelezen en toegepast in en met het Licht van het Evangelie, dat is het onderwijs van onze Heer en de apostelen.
(5) Het wachten op de eer die God je schenken wil is een zaak van geduld en ootmoed. Zie het leven van David. Onze mensenbenen zijn niet zo sterk dat wij de eer van mensen kunnen dragen zonder te struikelen, wanneer we onze ogen daarbij van God afwenden en met welgevallen richten op de mensen die ons eer toebrengen.
(6) Dat moeten we zelfs, want Hij alleen kan ons ervan bevrijden en ons een vastere levensgang (vanwege Godsvertrouwen!) geven in die zaken, al bereiken we hierin de volmaaktheid (nog) niet.
(7) Dankzij Gods genade ben ik nooit tegen mijn ouders in opstand gekomen of ben ik ze met allerlei verwijten gaan belagen (vanwege hún zonden en gebreken en ook wel minder Godsvertrouwen dan ons mensen betaamt). Altijd heb ik oog mogen hebben/houden voor de liefde en de eerbied waarmee zij ons hebben opgevoed en ons zoveel goeds hebben mogen meegeven. We leefden als kinderen bij hen in huis toch heel vrij en blij en het meeleven met elkaar en met broeders en zusters gaf in ons ouderlijk thuis de toon aan!

Leestip: Psalm 119 : 153-176, kerntekst vers 176.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 34 vraag 93: ‘Hoe worden deze tien geboden ingedeeld’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Aanvaard de Boodschap (van het Evangelie) die in jullie geplant is en die jullie kan redden. Laten we ons niet vergissen: alleen horen is niet genoeg, we moeten wat we gehoord hebben ook doen. Want wie de Boodschap gehoord heeft en er niet naar leeft, is net als iemand die het gezicht waarmee hij of zij geboren is in de spiegel bekijkt: zo iemand ziet zichzelf, maar zodra die zich omkeert en wegloopt, is hij/zij vergeten hoe hij of zij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – die valt geluk ten deel, juist om wat hij of zij doet (of nalaat vanwege vertrouwen op God).’ (Uit Jakobus 1 uit de verzen 19-27 : 21-25)

Bron afbeelding: Thou shalt not be affraid – God and His Word Bring Deliverance,
Revival and Restoration

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Volwassendoop hoort thuis in Grieks-individualistische denk- en leefwereld…

In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar Zijn wil en verlangen voorbestemd om in Christus Jezus Zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in Zijn geliefde Zoon.‘ (Uit Efeziërs 1 uit de verzen 3-14 : 4-6)

‘Ik was nog maar nauwelijks begonnen te spreken of de Heilige Geest daalde op hen neer, zoals destijds – op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem – ook op ons. Ik herinnerde me dat de Heer tegen ons zei: “Johannes doopt met water, maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’ (Uit Handelingen 11 de verzen 15-16)
NB. Bedenk dat de Heilige Geest wel degelijk aan het werk was met en door de waterdoop van Johannes – zie hiervoor Lukas 7 : 24-30 – maar je kon pas na het Pinksteren in Jeruzalem zeggen dat de mensen die door de Evangelieverkondiging van de apostelen tot geloof kwamen gedoopt werden met de Heilige Geest. Zie ook hieronder bij ‘Opgemerkt 2’ en ‘Opgemerkt 3’

Opgemerkt 1: De kinderdoop ligt juist in het verlengde van het Joodse gemeenschapsleven onder Gods verbondsbeloften, waar ook de kinderen het Pascha meevierden en niet alleen in de tempel maar ook thuis onderwezen werden in de boeken van Mozes, de profeten en de Psalmen. Alleen volwassendoop hoort juist helemaal thuis in het Grieks individuele denken!

Opgemerkt 2: Wanneer Petrus in Handelingen 2 spreekt over ‘want voor jullie is de belofte en voor jullie kinderen’ dan heeft hij het over de belofte van de uitstorting van de Heilige Geest. En in het huis van Cornelius laat de Heilige Geest aan Petrus zien dat Hij die belofte al vervult aan Cornelius en zijn huis nog voordat Petrus heeft kunnen vragen of zij door het/hun geloof van harte ‘ja’ willen zeggen op zijn Evangelieverkondiging en op de vraag of zij nu gedoopt willen worden. De Heilige Geest stort Zich zichtbaar en hoorbaar uit op allen die daar aanwezig waren en naar Petrus verkondiging aan het luisteren waren. En dan beseft en zegt Petrus: dan behoren deze mensen beslist ook (nog met water) gedoopt te worden. Dat wordt dan dus niet als een inmiddels leeg en nutteloos ritueel gezien. Nee, die zichtbare bevestiging die hebben zij beslist ook nodig als bewijs van inlijving bij de Gemeente van Christus en als zichtbare bevestiging (tekenen zegel) dat God ook hen menens geroepen heeft en de Heilige Geest geschonken. Wanneer we dan bij dit gebeuren ook nog terugdenken aan Filippus en de Moorman, dan kunnen we ons die doop van de Moorman ook voorstellen zonder dat Filippus hem na zijn verzoek eerst nog de vraag stelde of hij nu ‘van ganser harte geloofde’. De Heilige Geest was zo duidelijk aan het werk geweest met Filippus en de Moorman, dat Filippus – net als Petrus in het huis van Cornelius – besefte: de Heilige Geest wil dat deze man gedoopt wordt.

Opgemerkt 3: Paulus laat in Athene zijn luisteraars op de Areopagus weten dat God hen door Zijn Geest altijd veel meer nabij is geweest en iedere dag hen nabij is dan zij beseften. (1) Maar de Heilige Geest wil werken met wat God aan ons mensen geopenbaard heeft en die Godsopenbaring was niet aan de heidenen geschonken maar aan de Joden alleen. (2) Maar toen de Heilige Geest was uitgestort en de ‘volle raad Gods’ door de apostelen verkondigd werd en wordt, nu kan en wil Gods Geest in alle mensen wonen en werken door de bediening van Zijn Woord en de sacramenten (Doop en Avondmaal). En daarom delen ook onze (kleine) kinderen in Christus’ gemeente voluit in die uitstorting van Gods Geest ‘op alle vlees’ en is ook hun aanbidden en loven en danken een werk van de Geest van God in hen. En daarom behoren zij – net als allen die in het huis van Cornelius aanwezig waren – gedoopt te worden!

(1) Zie Handelingen 17 : 26-30.
(2) Zie o.a. Deuteronomium 29 : 29 en Romeinen 10.

Denk terug aan jullie roeping broeders en zusters. Onder jullie waren er niet veel naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel machtigen, niet veel die van voorname afkomst waren (ze waren er dus wel). Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen, wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat (nog) niets is (en daar behoren ook de kleine kinderen toe), heeft God uitgekozen om wat wél iets is (of meent te zijn) teniet te doen. (3) Zo kan geen mens zich tegenover God beroemen. (4) Door Hem zijn jullie één met Christus, Die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals het geschreven staat: “Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij of zij zich op de Heer beroemen.“‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de veren 26-31)

(3) Dat ‘teniet doen wat wel iets is’ (of meent te zijn), dat gebeurt ook altijd nog weer in christelijke gemeenten zelf. Let maar op wat er toch altijd weer gebeurde en gebeurt in de kerkwereld om ons heen. Zie hierbij Openbaring 3 : 7-14.
(4) Lees hierbij wat geschreven staat in 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 : 11.

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie