(Weder)Geboren uit het onvergankelijke Zaad…

Waarin jullie je verblijden, jullie die nu een korte tijd, wanneer het nodig is, bedroefd bent door velerlei aanvechtingen.‘ (Uit 1 Petrus 1 vers 6)

Geciteerd 1: Mostert herkent zich soms in de apostel Petrus. „Die roerde altijd wel zijn mondje en dacht prima zijn eigen zaakjes te kunnen regelen. Dat zit ook in mij. Maar Petrus heeft moeten leren niet op zijn eigen kunnen te vertrouwen, maar het vooral van boven te verwachten.”
Die houding probeert Mostert zich iedere dag opnieuw weer aan te meten. Een opwaartse blik gaat echter altijd gepaard met betrokkenheid bij de medemens, zeker ook op de werkvloer. „Daarom zal ik het moment niet onbenut laten als ik iemand erop kan wijzen bij Wie het echte geluk te vinden is.”

Geciteerd 2: Een gelovige ziet immers dat hij/zij altijd meer heeft ontvangen dan verloren. Is er geen geld of goed, dan weet hij/zij toch dat we een ons genadig God hebben; is zijn/haar lichaam zwak en ziek, dan weten we ons toch tot het eeuwige leven geroepen. Zó is het met andere aanvechtingen en bezwaren ook. Het mag gaan zoals onze lieve God het wil, dan heeft ons hart toch altijd de troost dat het maar een korte tijd duurt (1 Petrus 1 vers 6 vv). Daarna zal het beter met ons worden, en wel zoveel beter dat niemand ons (gelovigen) die vreugde zal ontnemen, want wij hebben in Christus een ons genadig God, Die ons in en door Christus (1) het eeuwige leven heeft geschonken.

(1) Lees de woorden van 1 Petrus 1 met die werkelijkheid voor ogen en dan m.n. zoals het geschreven staat in vers 3 en de verzen 20-23.

Bron citaat 1: RD Economie | Bezield leiderschap – ‘Goereese ondernemer stoort zich aan succesverhalen op LinkedIn’ – door Louis Seesing
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 25 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

Door Hém geloven jullie in God, Die Hém uit de dood heeft opgewekt en Hém (nu al) laat delen in Zijn luister, zodat jullie geloof tevens hoop is op God (de Vader). Nu jullie gehoorzaam zijn aan de Waarheid, is jullie hart gelouterd en kunnen jullie oprecht van jullie broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief…’ (Uit 1 Petrus 1 uit vers 22)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kinderen van onze tijd, van de theologie of ‘kinderen van de Bijbel*’?

Ach HEER, het is toch het volk dat U toebehoort en dat U door Uw grote macht met opgeheven arm hebt bevrijd.‘ (Uit Deuteronomium 9 vers 29)

* Versta onder ‘de Bijbel’: Het Woord van God dat levend krachtig is door de Geest van Christus.

Opgemerkt 1: Bovenstaande vraag kwam in mij op tijdens de Woordverkondiging zondagmiddag (23 juli) waarin gezegd werd dat wij kinderen van onze tijd zijn en dat wij de Bijbel weer anders en met andere vragen lezen dan de generatie(s) voor ons. De voorgaande predikant illustreerde dat uit een boekje van ds. Henk de Jong (1932-2023) waarin bij de bespreking van Deuteronomium 7 t/m 9 (blijkbaar) geen enkel woord gewijd wordt aan de ‘door God bevolen genocide’.
De predikant citeerde in zijn preek ook professor Dawkins, die een nogal blasfemische opsomming geeft van de kwalijke karakter eigenschappen die God, volgens zijn manier van lezen van het OT, bezit. De predikant waagde het om ons deze blasfemische opsomming ook in z’n geheel vanaf de kansel te laten horen en daarmee toonde hij zich een kind van z’n/deze tijd…

Opgemerkt 2: Graag wil ik daarbij eerst maar eens opmerken dat het zeer goed mogelijk is dat ds. De Jong hiermee dan mogelijk toch niet zozeer een kind van zijn tijd bleek/blijkt en naar ik meen ook niet een kind van de (toenmalige) theologie, maar (hopelijk!) vooral toch een ‘kind van de Bijbel’. Want wanneer we de Bijbel – van jongs af aan – met grote eerbied hebben leren aanvaarden (mogen aanhoren en lezen) als het ons van God gegeven Woord, dan hebben we al lang voor het boek Deuteronomium begint (waarin dan van ‘genocide’ sprake zou zijn) gehoord – en met kinderlijk geloof aanvaardt – hoe het met de mensheid gesteld is en hoe God ondanks de mens/mensheid met en door ‘Zijn mensen’ (het volk van God) heen Zijn verlossingsplan gaat uitwerken.
We hebben gehoord hoe de mens na de val in een permanente strijd gezet wordt tegen de boze en het kwaad in de wereld en ook al vernomen waarom en hoe God een zeer hoogmoedig en gewelddadig geworden mensheid wel ‘moet’ laten ondergaan in de zondvloed (ze hadden zich niet bekeerd op Noach’s profetische prediking), waarbij alleen Noach met zijn gezin en dieren in de ark gered worden. We hebben ook al vernomen van de torenbouw te Babel en de spraakverwarring die God sticht en daarna van de roeping en het geloof van Abraham en de belofte voor zijn nageslacht, die uiteindelijk alle volken ten goede zal komen.
Ook hoorden we reeds van de slavernij in Egypte met alle bijbehorend kwaad waaronder het toenmalige Godsvolk te lijden had. Wanneer God Zijn reddingsplan gaat doorzetten, waarbij er door Zijn volk ook gestreden moet worden tegen andere volken en waarbij dan ook (nog meer) volken verdreven en omgebracht moeten worden (de Egyptische Farao en zijn legermacht waren toch al door God Zelf verdronken in de Rode Zee), dan is het niet nodig om dan óók in de verdere geschiedenis God niet God te laten zijn, o.a. door eenvoudig te aanvaarden wat Hij Zijn volk beveelt om met die andere volken te doen.
We hebben én God én ons mensen dan al zó leren kennen dat Deuteronomium 7 ons geen reden meer geeft om nog een heel verhaal op te gaan zetten over wat God o.i. wel en niet zou behoren te zeggen en (laten) doen m.b.t. het verdrijven en ombrengen van de zeven volken die leefden in het toenmalige Kanaän. We kunnen dan eenvoudig luisteren naar wat Gods Woord ons laat horen (onderwijst) over de redenen die God daartoe geeft in Deuteronomium 8 en 9 en daarover spreken met elkaar, wat de predikant in de betreffende dienst in het vervolg van zijn preek dan (gelukkig) ook ging doen.

Opgemerkt 3: Wanneer we de Bijbel (liefst) als een theologieboek lezen, waarbij we dan bij voorkeur allerlei verheven gedachten over God willen horen en verzamelen en formuleren, dan zal het juist wél nodig zijn om eerst (of nog weer) met een eigen verklaring te komen over hoe we dit Bijbelgedeelte (Deuteronomium 7) moeten inpassen in de door ons gedachte/bedachte theologie over een God, Die (natuurlijk) niets te maken kan en wil hebben met het kwaad in deze wereld en Die volgens ‘onze theologie’ alleen maar het goede wil en kan voortbrengen en doen. Maar dan gaan/zijn we toch echt bezig God een dienaar te maken van ‘zijne koninklijke hoogheid de (denkende/eigenwijze) mens’. Dat doet de wereld buiten de kerk al uit zichzelf en als vanzelf en die wil dan uiteindelijk God ook het liefst maar helemaal afschrijven als ‘onbruikbare dienaar van de mens’, terwijl de theologen graag hun best doen wat anders te bewijzen en dan maken ze verheffen ze de gelovige mens tot beste dienaar van (beste ‘eerbewijzer’ aan) God. Maar zo ziet de Bijbel de mens niet (1). Wie echter de stem van onze levende God heeft leren vernemen (verstaan) uit Gods Woord en daarmee ook Zijn liefde en genade voor ons mensen heeft leren zien en ondergaan, die stelt zich altijd weer op als eerbiedig luisteraar en zegt met de jonge Samuel: ‘Spreek Here, Uw dienaar hoort.‘ En dan valt er dagelijks en wekelijks altijd weer veel te leren – a.h.v. ‘elke bladzijde’ van Gods Woord (2) – over de grote liefde en genade en barmhartigheid van onze God, zoals die ons ‘in het laatst der dagen’ (3) ten volle geopenbaard zijn in en door ‘de Zoon’ (3) en hoe wij als gelovigen dat heerlijk en heilig Evangelie in praktijk zullen brengen tot heil voor onszelf én tot heil van onze naasten.
(1) Zie o.a. Psalm 50.
(2) Zie 2 Petrus 1 : 19-21 en 2 Timoteüs 3 : 16-17.
(3) Zie Hebreeën 1 : 1-2

Tot slot:
> Wij zullen net als de gelovigen uit het OT de Bijbel (Gods woorden) aanhoren met geloof, dat wil zeggen met een vast vertrouwen in het Woord van onze levende God. Het belangrijkste voor ons gelovigen van het NT (wij christenen) daarbij is dat wij de Bijbel niet anders meer zullen lezen en verstaan/verklaren dan vanuit de centrale Boodschap van het Evangelie: Jezus Christus en Die gekruisigd én weer opgestaan; Wiens dag wij met groot verlangen verwachten (zie Filippenzen 3 de verzen 20-21).
> De Bijbel (Gods Woord) moet zoveel in onze huizen en ‘Godshuizen’ (en liefst ook de scholen) ‘gehoord’ worden en het leven zo doortrekken dat wij en onze kinderen meer ‘kind zijn van de Bijbel’, dan ‘kind van onze tijd’ of ‘kind van de theologie’. Dat is zeker waar geweest vroeger bij ons thuis in mijn jeugd en het is toch zeker ook nog weer waar geweest in het (t)huis waarin onze kinderen opgroeiden. Maar duidelijk is dat er ook huizen en ‘Godshuizen’ (en scholen) zijn waar men meer ‘kind van de theologie’ is, dan dat men daar leeft als ‘vrije kinderen van het Woord’. En waar de televisie en de moderne media het vooral voor het zeggen hebben, daar kan het niet anders of ‘het kerkvolk’ gedraagt zich daar vooral als ‘kinderen van hun/deze tijd’ en dat blijft beslist niet zonder gevolgen! Dat zien we om ons heen.
> Waar Paulus de leden van de gemeente oproept om te profeteren en wel om daarmee de gemeente(n) op te bouwen, daar zullen we beslist moeten denken aan het lezen en be(s)preken van een gedeelte uit het Oude Testament (4), waarbij dat Bijbelgedeelte zo mogelijk dan ook betrokken zou worden op Christus en ook om het toe te passen op het samenleven van Christus’ gemeente in de wereld van die dagen. Dat was hard nodig omdat veel leden van de gemeente niet zelf het Oude Testament en of al delen van de evangeliën en brieven (delen van het Nieuwe Testament dus) in huis hadden. In feite was deze aanpak dus een voortzetting van de ‘Joodse aanpak’ in de synagogen. (zie hierbij o.a. Handelingen 18 : 1-11 en 17 : 1-15)
(4) Zie 1 Korintiërs 14 : 1, 24-25 en 36-40 en 1 Timoteüs 4 : 13-16, 2 Timoteüs 3 : 14-17 en Titus 3 : 8.

Zie ook ‘De enige Weg tot de Vader (I)

Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten
(Uit Filippensen 3 de verzen 20 en 21)

Bron afbeelding: Torah Family

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De enige Weg tot de Vader (1)

Jullie kennen Mij niet en ook Mijn Vader niet; als jullie Mij zouden kennen, dan zouden
jullie ook Mijn Vader kennen.’ (Uit Johannes 8 vers 19b – weergave DB 1545)

Geciteerd: In deze tekst wordt de hoogste aanvechting van het geloof beschreven. Ieder moet zich dus nauwgezet binden, gewennen en houden aan het Woord van de Heere Christus en deze Man niet uit het oog verliezen. Ik moet mijn ogen, verstand en alle zintuigen hier uitsluiten en wantrouwen en verder niets horen of zien dan alleen deze Man Jezus Christus. En ik moet zeggen: Ik wil van alle andere gedachten die mij kunnen invallen – hoe ik de Schepper van hemel en aarde zou kunnen zoeken of vinden, niets weten of horen. Die persoon zou dan iemand zijn die [in aanvechtingen] stand kon houden, die zou zeggen: Ik weet geen andere God aan te grijpen, te zoeken of te vinden dan alleen deze Christus.

Wie dat kan doen, die is vlees en bloed, wereld en duivel de baas. God heeft Zijn Zoon gezonden en hangt Hem aan uw hals en Hij zegt: Hoor Hem! Wie zich niet aan Hem houdt en Hem niet wil horen, die zal Mij niet vinden. Nu is dit een duivelse list en een grote dwaling waar alle sekten en scheuringen uit voortkomen. Namelijk dat ze alle van voornemen zijn, om níét naar het Woord van deze Man te luisteren. Ze willen met hun verstand iets anders bedenken en uitzoeken wat de wereld en God behaagt. Maar dit moet je niet doen! Laat prediken wie iets ander wil, en die andere wegen weet om tot God te komen. Je zult Hem daardoor niet vinden!”

[Maarten Luther: Wochenpredigten über Joh. 6 – 8 (21. Oktober 1531), WA 33, 555 ff]

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan familie en vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.
Aan- en afmelden: Bij voorkeur via onderstaande e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van www.maartenluther

Bron afbeelding: SlideShare (Can I Trust The Bible)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Heel de wereld ziet het…’ (??)

Bespaar me het geluid van jullie liederen…
(Uit Amos 5 uit vers 23)

Opgemerkt 1: Vanochtend was in onze samenkomst/dienst het thema slavernij aan de orde (en daarbij werd gelezen uit Jesaja 58 en Amos 5 de verzen 21-24) en aan het slot van de dienst zongen wij ‘In de naam van de Vader’ (Opwekking 750) en daarin klinkt herhaald de strofe: ‘God maakt vrij’ en ook ‘Heel de wereld ziet het’.
Maar is dat werkelijk door heel de wereld (inclusief ‘onszelf’ en de engelen waarvan ook sprake is in het lied) aan en in onze gemeenten en kerken en aan ons gemeente-/kerkleden te zien dat God – ons/ons leven! – vrij maakt?
Laat ik hieronder twee punten noemen waardoor de vrijheid waarin het Evangelie (Gods Woord) ons zet, en als dat niet zo is ons alsnog zetten wil, helemaal nog niet zo duidelijk in het gemeentelijk en kerkelijk (samen)leven te zien is.

Punt 1: Het verplichten van gemeenteleden om ‘de tienden’ te laten afdragen aan de ‘gemeentelijke kas(sen)’, dus in handen te geven van de ‘kerkleiders’ ter plaatse. Of is het toch meer naar Gods Woord om de leden van de gemeente thuis (biddend om liefde en wijsheid!) in alle vrijheid te laten beslissen hoeveel (welk percentage) ze willen bijdragen aan de ‘gemeentelijke kas(sen)’ en hoeveel ze zullen bijdragen aan ander werk dat bijdraagt aan de verbreiding van het Evangelie (aan het zoeken van Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid). In die vrijheid mogen – nee, behoren! – (NT) Christenen te staan!

Punt 2: Het ‘optuigen’ van de samenkomsten/diensten van een gemeente, zoals tegenwoordig op veel plaatsen gebeurd, waardoor (bijvoorbeeld) het combo ons wekelijks kan vergasten op één of meer nieuwe (opwekkings)liederen, die zij zelf(s) dán al (direct) – het liefst uit volle borst – kunnen voorzingen. Is dat werkelijk iets waar God Zijn zegen aan wil verbinden, of ziet Hij toch liever dat een gemeente Zijn Woord niet alleen leert (na)spreken, maar ook (na)zingen en dat mee door het herhaald zingen van juist ook de Psalmen. Wanneer dat dan ook ‘kerkelijk breed’ blijft (of weer gaat) gebeuren, dán geef je daarmee de gemeente(n) – jongeren en ouderen! – een gezamenlijk gekende (en door velen goed te zingen) ‘erfenis’ mee uit Gods Woord en een heel aantal mensen van de gemeente bespaar je daarmee dan ook nog eens heel wat tijd en energie: niet alleen de leden van het combo, maar ook jong en oud – thuis of op school – van wie toch verwacht wordt dat ze die liederen mee kunnen/leren zingen. Tijd en energie en geld(!) waarvan gezegd kan worden dat ze ook (en beter) besteed kunnen worden aan (andere) zaken en activiteiten die bijdragen aan de opbouw en uitbouw van Gods koninkrijk en (dus) het heil van onze naasten – al was het bijv. maar omdat er dan meer tijd beschikbaar blijft voor het samenleven thuis (in huwelijk en gezin) en/of met (eenzame of zieke) broeders en zusters.

Aanvullend: We zingen ook wel opwekkingsliederen die God (en de engelen) ronduit beledigend* in de oren moeten klinken. We zingen dan met woorden die aangeven dat wij (als gemeente) helemaal klaar zijn voor een opwekking in ons land – we leggen daarvoor zelfs ‘alles aan Gods voeten neer’, als een Ananias en Saffira (Handelingen 5 : 1-11) – en vragen vrolijk zingend of de Geest maar weer wil gaan waaien in en door ons land… Blijkbaar neemt de dichter van zo’n lied en degenen die zo’n lied ook in de mond willen nemen aan dat God het prachtig vindt dat wij zondag aan zondag Hem onze liederen van ‘goede wille’ laten horen, ook al maken we er door-de-weeks niet of nauwelijks praktijk van… En blijkbaar zitten die dichters en zangers daar helemaal niet/nooit over in de rats, dat de gezongen woorden en door-de-weekse daden nauwelijks of (geheel) niet in overeenstemming zijn met elkaar…

>> Leestip: Jesaja 59

* Een voorbeeld van zo’n lied waarbij God opgeroepen wordt om (weer) aan het werk te gaan is ‘Bouw Uw koninkrijk‘ (Opwekking 769)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘het zaad van de vrouw’…

Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare…’
(Uit Genesis 3 uit vers 15)

Geciteerd 1: Maar het belangrijkste aanknopingspunt vinden we in de Tenach zelf: het verbond van God is met Abraham en Sara beiden. De aartsmoeder is niet tweederangs. Dat geldt ook voor Rebekka en Lea. Het gaat om hun kinderen. Het jodendom heeft dus naast een religieuze ook een etnische component.

Opgemerkt 1: Moeten we niet zeggen de vrouw is zelfs eersterangs! En dat blijkt steeds weer in het Oude Testament en direct ook weer aan het begin van het Nieuwe Testament! Dat Abraham de vader van alle gelovigen genoemd wordt, dat elimineert juist zijn fysieke rol. Isaak was een zoon van de belofte!

Geciteerd 2: Jezus was een Jood, want dat lezen we in de evangeliën. Maar zo simpel ligt die verklaring niet. Allereerst heeft de kerk zelf besloten welke evangeliën leidend zijn, dus welke tot de canon horen. Er is nog een rijtje andere evangeliën dan ‘de grote vier’. Maar ook is het zo dat de vier evangeliën zoals die in het Nieuwe Testament terecht zijn gekomen enorm verschillen. Ze hebben elk hun eigen uitgangspunt en hun eigen theologie, en zijn geschreven met eigen ideeën over Jezus in het achterhoofd.

Opgemerkt 2: Opvallend is dat hier het werk van de heilige Geest helemaal niet genoemd en beleden wordt, terwijl Hij toch, zowel bij het ontstaan van het Oude Testament als bij die van het Nieuwe Testament, en ook bij het werk dat leidde tot de canon-vorming binnen de gemeenten van Jezus Christus, de leiding had. Dat liet Hij niet aan mensenwijsheid over en degenen die een bijdrage hebben geleverd waren nederig (genoeg) gemaakt door Hem om het niet van eigen wijsheid en kunde te verwachten. Dankzij de Heilige Geest is er in de Schrift(en) een eenheid die niet gebroken kan worden – zie hierbij de woorden van onze Heer in Johannes 10 de verzen 34-35!

Geciteerd 3: Was het in de oude tijden niet precies zo als nu? (…) Sterke en wijze mannen en knappe (mooie) vrouwen, hoogstaande mensen (en die vind je veel onder de Joden!), zullen de verlossing brengen. Niet God, maar het ‘zaad’ van de mensen zal door de weg van evolutie de verlossing brengen.’ (…) Naar de profetie van de Schrift zal de antithese steeds meer de geesten gaan beheersen en zullen de gelovigen – als destijds Henoch (zie Judas 1 vers 14) – vervolgd worden. Men zal ze straks boycotten – zie Openbaring 13 vers 17. (…) Het evolutie-geloof is de kracht van de gevallen mens, die ongebroken (1) voor God staat. Het is de kracht van de onboetvaardige wereld. (…) Ja, het zaad van de vrouw zal volkomen verlossen. Maar niet in de zin van de evolutie. (zie Galaten 4 vers 4!)

(1) En met die ‘ongebroken’ mensen (2) – juist ook in ‘de kerk’ (onder ‘het Godsvolk’) werd onze Heer geconfronteerd. Daarop focust de Heilige Geest (!) in het evangelie naar Johannes en daarover lezen we ook weer in Johannes 10 en dat m.n. ook weer in de verzen 22-42.
(2) Zie Psalm 51, Matteüs 5 : 3-10 en Lukas 18 : 9-14.

Bron citaten 1-2: protestantsekerk-nl/verdieping – ‘De Joodse wortels van Jezus’ – door dr. Piet van Midden (emeritus predikant en docent Hebreeuws aan de Universiteit van Tilburg)
Bron citaten 3: Boek – ‘Eva’s dochters’ (1926) – door A. Janse (1890-1960)

Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik jullie schrijf. Met beide wil ik jullie tot een helder inzicht brengen, en wel door jullie te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en Redder, dat jullie apostelen jullie hebben doorgegeven.‘ (…) ‘… wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.‘ (Uit 2 Petrus 3 uit de verzen 1-18 de verzen 1-2 en 13)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Met Christus omkleed? Geen dekmantel(s)* meer nodig!

Want wij zondigen allen menigmaal. Wie echter (zelfs) ook in woorden niet zondigt, die is (nu reeds) een volmaakt mens, en kan ook het hele lichaam in toom houden.’ (Uit Jakobus 3 vers 2)

Geciteerd: Als ik nog dagelijks zondig (1), dan is dat toch niet goed te praten? Ik antwoord: Ja, dat is waar. Ik ben en blijf toch een zondaar en doe onrecht. Maar daarom niet gewanhoopt of in de hel gelopen of voor de wet gevlucht. Want ik heb nog (bezit reeds!) een rechtvaardigheid, die de rechtvaardigheid van de wet te boven gaat. Daardoor grijp ik Christus aan, Die mij (reeds) gegrepen heeft. Ik houd mij vast aan Hem, Die mij heeft omvangen (omkleed – zie Galaten 3 vers 27) in en door de Doop, Die mij in Zijn schoot heeft gedragen en mij door het Evangelie heeft geroepen tot Zijn gemeenschap en tot de gemeenschap van al Zijn goederen (1 Korintiërs 1 vers 9, Handelingen 20 vers 27). Hij zegt mij (ons allen) in Hem te geloven.
Waar Hij is daar moeten nu gauw alle Farizeeën en Mozes met zijn stenen tafels van de wet (2), en alle wetgeleerden met hun boeken, en alle mensen met hun goede werken (waarmee ze graag flaneren, tot op de kansels toe!) stilzwijgen en opzij gaan. Want er is geen wet meer die recht heeft mij aan te klagen of iets van mij te eisen, hoewel ik de wet niet heb gehouden of ook niet kan houden. Want in Christus heb ik alles rijk en overvloedig wat mij mankeert en ontbreekt. Denk er nu echter wel om dat Petrus ons allen ernstig vermaant in 1 Petrus 2 (vers 16): ‘Als vrijen, maar niet alsof u de vrijheid zou hebben als dekmantel van de ongerechtigheid, maar als dienstknechten van God.’ (3,4)
* Ook geen indrukwekkende gewaden (of zwarte pakken) en idem dito hoofddeksels!

(1) Zie Heidelbergse Catechismus Zondag 5 vraag en antwoord 13 (en de tekstverwijzingen!)
(2) Zie Johannes 1 : 17.
(3) Zie hierbij ook Galaten 5 : 13-18.
(4) Volgens Paulus woorden in 2 Korintiërs 4 : 1-6 kan zelfs de Evangelie verkondiging nog gebruikt worden als dekmantel voor het behalen van allerlei doelstellingen, die helemaal niet stroken met het Evangelie. Denk bijv. aan de opstelling van de Russisch Orthodoxe kerk in het huidige Rusland.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 27 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.‘ (Uit Galaten 3 vers 29)

‘Hij is de HEER, onze God,
Zijn besluiten gelden over de hele aarde.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
Zijn belofte aan duizend geslachten,
het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.’
(Uit Psalm 105 de verzen 7-9)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Helaas, toch een kerkelijk top-down* gebeuren…

Ik had besloten jullie geen andere kennis (bij) te brengen dan die van Christus en Die gekruisigd.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 2)

Geciteerd 1a: Mink de Vries ziet grote overeenkomsten tussen de hervormingen die paus Franciscus met het synodale proces in gang zette en de Moderne Devotie-hervormingen van Geert Grote. ‘Net als paus Franciscus geloofde en droomde Geert Grote van een andere kerk.’**
Geciteerd 1b: In de tijd van Geert Grote groeide bij veel gelovigen het besef dat verandering van de Kerk uit henzelf moest komen. Alleen innerlijke omkeer gekoppeld aan een sterke maatschappelijke betrokkenheid (werken van barmhartigheid) konden de Kerk veranderen. Zo ontstond de Moderne Devotie, die ook wel vernieuwde innigheid of hedendaagse toewijding wordt genoemd.
Het synodale proces, het samen op weg gaan, vraagt erom te beginnen bij het volk, bij de gemeenschap, net als bij Geert Grote en de Moderne Devotie. ‘Het horen en raadplegen van Gods Volk, van de geloofsgemeenschappen wereldwijd.’ Deze eerste stap van het synodale proces is intussen gezet, met wereldwijd een vruchtbare opbrengst.

Opgemerkt 1: De Reformatie was niet een beweging die ontstond uit het verlangen en het werk van één of meer mensen (Maarten Luther of vanuit een kerkelijke beweging) maar uit de door God gewerkte herontdekking van de Bijbelse verkondiging en leer van ‘Jezus en Die gekruisigd’! En die boodschap vond weer ingang bij veel mensen.

Geciteerd 2a: Luther heeft de gewetensnood beleefd en de onzekerheid gekend niet eens dát gepresteerd te hebben wat men met recht van ieder kan verlangen wanneer men zich er maar voor inspant. Zijn (gevonden) antwoord is echter typisch reformatorisch (d.w.z. zuiver naar Gods Woord!): angsten die voortkomen uit aanvechtingen, worden niet minder door geringere prestaties te eisen. Zekerheid geeft enkel en alleen God Zelf. Zijn ‘prestatie’ aan het kruis geldt voor alle mensen en zijn belofte wankelt niet.
Geciteerd 2b: Alle aanvallen van de duivel richten zich op dit fundament van het geloof dat heilszekerheid geeft. Alle aanvechtingen, van welke aard ze ook zijn, proberen twijfel te zaaien aan de trouw van God. Op geheel eigen wijze voelt Luther zich in beslag genomen door deze kritische vraag, en dan niet alleen als angstige monnik, maar ook als academisch leraar en ‘Reformator’. Hoewel hij zichzelf nooit Reformator heeft genoemd en zich ook niet als zodanig gezien heeft – alleen Christus Zelf is Reformator en pas de jongste dag zal ‘Reformatie’ brengen -, blijft toch het feit bestaan, dat door hem (heen God) ‘de zaak begonnen is’ en het Evangelie opnieuw ontdekt werd. Hij ziet zichzelf (echter) slecht als een instrument van God en kan zich daarom ‘profeet’ of ‘evangelist’ noemen.
Geciteerd 2c: De ontdekking dat alleen die mens voor God waarlijk rechtvaardig is die uit genade leeft, gaat gepaard met de herwaardering van de aanvechting. In twee opzichten wordt die herwaardering duidelijk: aanvechtingen zijn geen ziekten en er zijn dus geen geneesmiddelen om aan de kwaal een einde te maken. Aanvechtingen behoren veeleer tot de typerende levensvoorwaarden van alle Christenen. Alleen het vaste geloof in Gods onveranderbare belofte maakt het mogelijk aanvechtingen te weerstaan – niet te overwinnen. (1) De wet van God toont afschrikwekkend duidelijk aan hoever het met de mens gekomen is. Iedereen wordt radicaal als onwaardig ontmaskerd (zie ook de eerste drie hoofdstukken van de brief aan de Romeinen). De wet van God, dat is voor de duivel het onomstotelijke bewijs: geen heil! Pas nu wordt duidelijk dat er voor de mens geen andere toevlucht is dan dat hij zijn toevlucht neemt tot de barmhartigheid van God.
(1) Maar we hebben een levende Heer en wanneer we Zijn Woord horen of spreken, dan is er troost en ook dikwijls ‘genezing’. (zie o.a. Psalm 37 vers 23-24 en Spreuken 24 vers 16).

Opgemerkt 2: Wat de kerken van vandaag nodig hebben is terugkeer naar de eenvoudige prediking van het Woord en de bediening van Doop en Avondmaal zoals Maarten Luther dat in praktijk heeft gebracht in de kerk (te Wittenberg) waar hij zelf voorganger was. En van die verkondiging van het Woord en bediening van de sacramenten mogen wij vrucht verwachten omdat de Geest Zelf naar Zijn belofte aanwezig is waar mensen samenkomen in de Naam van hun Heer en Heiland. Ook/Wel hebben wij veel reden om veel bescheidener te spreken over wat er op kerkelijk gebied en daarbuiten (later) allemaal nog aan (meer) goeds bereikt is (zou zijn) door de Reformatie (hervorming) van de kerk in de 16e eeuw.
Opgemerkt 3: Wie meent dat de werken der barmhartigheid (waar de RK beter in zou zijn geweest en nu nog weer zou kunnen worden dankzij het ‘synodale proces’ in de huidige RK) door de ‘Lutherreformatie’ nog altijd gevaar lopen, die wil ik aanraden om in het Bijbels dagboek ‘Vertroost elkaar met deze woorden – dagboek over belofte en troost’ de meditaties ‘Geloof, hoop en liefde (1 t/m 14 – 4 t/m 17 juli) te lezen en dan m.n. 9 t/m 14 over de liefde.

* Geheel naar de aard en het wezen van de Rooms Katholieke kerk!
** Hoe anders Maarten Luther: die geloofde en verkondigde (ons) weer ‘Jezus Christus, en Die gekruisigd.’

Bron citaaten 1a-b: Opinie & columns – ‘Wat de Moderne Devotie en het synodale proces van paus Franciscus met elkaar te maken hebben’ – Mink de Vries • coördinator Actuele Moderne Devotie Beweging Nederland
Bron citaten 2a-c: Bron citaat: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk VI – ‘De aangevochten Reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001)

Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof en in Jezus Christus zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed. En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen van de belofte.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 25-29)

Bron afbeelding: Parochie Heilige Geest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Driemaal is scheepsrecht’?

Jezus zei: ‘Kom achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken!’’
(Uit Mattheüs 4 vers 19)

Opgemerkt 1: Driemaal gaat het mis met de mens/mensheid! De eerste keer gebeurde dat in het paradijs, maar toch mag de mensheid dan de aarde gaan bewonen en bewerken. Maar het blijkt al dat niet de ‘sterke’ mens (Kaïn), die de aarde in cultuur kan en gaat brengen, maar dat de zwakke Abel (briesje, ademtocht) de gunst van God geniet en de zegen ontvangt bij het offer dat hij brengt. De mens begint de aarde te ‘veroveren’ maar het wordt een wereld van geweld. Alleen Noach vindt genade bij God en mag Zijn profeet zijn. Dan mag na de zondvloed de mens opnieuw de aarde gaan bewerken en in bezit nemen met de zegen van God, maar opnieuw blijkt de mens dat niet te willen en kunnen: de torenbouw van Babel kan nu alleen nog gestopt worden door de spraakverwarring die God zendt.
En dan neemt God – nadat het 3x is misgelopen met de mensheid* – helemaal Zelf de zaak ter hand en dat door de roeping van Abraham en Sarah en die krijgen niet een ‘perfecte natuurlijke zoon’ om ‘het cultuurmandaat’ eindelijk toch in praktijk te gaan brengen onder Gods zegen, maar het volk Israël wordt Gods dienende – niet heersende! – (en lijdende) knecht in deze wereld en mag mee helpen om Gods Zoon (de tweede Adam) in deze wereld geboren te laten worden. En ook Hij kwam niet om te heersen en om het Godsvolk onder Gods zegen alsnog ‘het cultuurmandaat’ in praktijk te laten brengen, maar om Zijn volgelingen vissers van mensen te maken. Dienaren van het komende Koninkrijk van God. En zij moeten erop uit de wereldzeeën op, niet met trotse schepen met het opschrift ‘Christianity rules the waves’, om de wereld te ‘veroveren’ en daarover te heersen, maar met kleine vissersscheepjes (met de kruisvlag hoog in top) of als passagiers op handelsschepen om hun dienende taak te volvoeren en de mensen – die zich laten dopen en lid werden/worden van een gemeente van Jezus Christus – te leren hoe zij – in navolging van hun aller Meester – hun dienende taak in ‘kerk en wereld’ in praktijk hebben te brengen.

Opgemerkt 2: Het voortbestaan en de groei van Christus gemeente zal (daarom) hier op aarde niet bestaan uit (vooral) kinderen verwekken en opvoeden in/door christelijke gezinnen, maar door de verkondiging en toepassing van het Evangelie met Woord en daad. Hoe wij de opdracht ‘zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’ in praktijk zullen brengen (jong en oud), zal een zaak zijn van gebed en leven bij Gods Woord. En dat dit (nu) werkelijk zo ligt voor wie volgelingen van Jezus Christus zijn geworden, dat kunnen we o.a. begrijpen uit de woorden van onze Heer in Matteüs 19 vers 12 maar ook uit woorden van Paulus zoals die te lezen zijn in 1 Korintiërs 7.

Opgemerkt slot: Goed, het is hier allemaal in wat kort bestek, maar Gods Woord is hierover zo duidelijk, dat we ons verbazen zullen (moeten!) dat wij christenen het al zo lang niet goed (meer) begrepen hebben! We leven in een gevloekte wereld en de zuchtende schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de kinderen Gods bij de wederkomst van onze Heer. En tot die tijd mogen wij weten dat onze Heer gezeten is aan de rechterhand van God en dat Hém alle macht gegeven is in hemel en op aarde en dat Zijn kinderen zich tot de Wederkomst zich niet vergeefs inzetten voor de verbreiding van Zijn Koninkrijk. Of dat nu gebeurd in huwelijk- en gezinsverband of juist niet.

* Driemaal is scheepsrecht betekent meestal: ‘als iets twee keer niet gelukt is, lukt het de derde keer vast wél’. Je kunt het ook gebruiken als je iets voor de derde keer probeert, dus min of meer als ‘ik probeer het nog één keer’.

NB. Dus christenen zullen zich juist bij uitstek inzetten voor de zwakken en zorgbehoevenden (zie ook Handelingen 20 vers 35). Dat is dus niet een soort ‘neventaak’ naast het ten uitvoer brengen van het ‘cultuurmandaat’ (zoals het toch min of meer zo gezegd werd tijdens de Woordverkondiging).

Leestips: Matteüs 19+20 (geheel) en 1 Korintiërs 7 (geheel).

N.a.v. Woordverkondiging zondagmiddag 16 juli 2023 in NGK ‘De Burcht’ in Barneveld.

Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is (noodzakelijkerwijs, het is dus beslist niet verkeerd!) verdeeld. Een ongetrouwde vrouw en een meisje dat nog niet getrouwd is, dragen zorg voor de zaak van de Heer, en wel zo dat ze God met heel hun lichaam en geest God toegewijd zijn (zou dat ongetrouwde vrouwen nog beter afgaan dan mannen?). Maar een getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen. Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om jullie tot onberispelijk gedrag (en daar hoort ook het elkaar behagen van man en vrouw bij, zie o.a. de verzen 2-7) en tot onverminderde toewijding (in de gegeven omstandigheden!) aan de Heer te brengen.’ (Uit 1 Korintiërs 7 uit de verzen 32-35)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Is ons leven en onze kerkgang toerisme geworden?

Verheugd was ik toen ik hoorde:
“Wij gaan naar het huis van de HEER,”…
(Uit Psalm 122 vers 1)

Geciteerd 1: Van Dale omschrijft de ‘toerist’ als iemand die reist ter ontspanning, liefst in een voor hem ‘vreemd gebied’, meestal met het doel ‘verschillende bezienswaardige of bekende plaatsen te bezoeken’. De hang naar geschiedenis klinkt er nog wel in door, maar de ontspanning staat voorop. De ‘reiziger’ is ernstiger, die moet ergens heen – voor een opdracht of handelsmissie. De reiziger legt een afstand af, de toerist legt vooral zijn dagelijkse beslommeringen af.

Geciteerd 2: Veel andere toeristenwoorden – van ‘toeristenklasse’ tot ‘toeristenmenu’ en van ‘toeristentarief’ tot ‘toeristenstroom’ – wekken associaties met massaliteit, karakterloosheid en slechte smaak.

‘… machtige naties zullen zeggen:
“Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,
en wij zullen Zijn paden bewandelen.”
Vanaf de Sion klinkt onderricht,
vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.
Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee,
laten we leven in het licht van de HEER.’
(Uit Jesaja 2 uit de verzen 1-5)

‘Zie uit naar de HEER en Zijn macht,
zoek voortdurend Zijn nabijheid.
Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken,
nageslacht van Abraham, Zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door Hem verkozen…’
(Uit Psalm 105, de verzen 4-6)

Leestip: Psalm 105.

Bron citaten: Filosofie Magazine – ‘Wie veel reist, wordt geen interessanter mens’ – door Marc van Dijk

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat de liefde vermag…

Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.‘ (Uit 1 Korintiërs 13 vers 13)

Geciteerd 1: Laten christenen, die nu door het geloof vroom en rechtvaardig zijn, op niets anders méér acht geven dan op de liefde tot de naaste! Paulus zegt dat de liefde de vervulling is van Gods geboden. Zoals hij het in de brief aan de Romeinen op deze manier zegt: ‘Wees niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Want dat er gezegd is: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, gij zult niet begeren – en als er enig gebod meer is – dat wordt in dit woord begrepen: Jullie zullen je naaste liefhebben als jezelf. De liefde doet de naaste geen kwaad: dus dan is de liefde de vervulling van de wet‘ (Uit Romeinen 13 de verzen 8-10)
Daarom heeft de Heere Christus Zijn jongeren en ons allen niets zo hoog en ernstig bevolen, als juist dat wij elkaar zullen liefhebben. Want dit is het enige merkteken, waarbij (waaraan) men de christenen (her)kent: dat ze elkaar liefhebben en de één de ander trouw en liefde betoont. Zoals Hij zegt in Johannes 13 (vers 34 vv): ‘Een nieuw gebod geef ik jullie, dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad. Daaraan zal iedereen bekennen dat jullie jongeren van Mij zijn, als jullie liefde hebben onder elkaar.’
[Maarten Luther: Stephanus Roth Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

Geciteerd 2: Wat geloven jullie met deze woorden: ‘Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en van de aarde’? Antwoord: Dat de eeuwige Vader van onze Heer Jezus Christus, Die hemel en aarde met al wat erin is, uit het niets geschapen heeft, Die ook door Zijn eeuwige Raad en voorzienigheid deze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoon Christus’ wil mijn God en Mijn Vader is, Op Wie ik zó vertrouw, dat ik niet twijfel, of Hij zal in alles wat ik nodig heb en mij overkomt voor mij zorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in deze wereld vol lijden toeschikt, mij ten goede keren (tot zegen doen strekken); en wel omdat Hij dat doen kan als een almachtig God en ook doen wil als een getrouw en liefhebbend Vader.

Geciteerd 3: Wat hebben wij eraan, dat wij weten dat God alles geschapen heeft en nog door Zijn voorzienigheid onderhoudt? Antwoord: Dat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zullen zijn, en in alles wat ons nog overkomen kan een vast vertrouwen hebben op onze liefhebbende God en Vader, gelovende dat ons geen schepsel (ook de boze niet!) van Zijn liefde in Christus scheiden kan en zal, aangezien alle schepselen zo in Zijn hand zijn, dat ze zich tegen Zijn wil nog roeren nog bewegen kunnen (ook maar iets kunnen uitrichten).

Opgemerkt: Heeft onze Heer niet uit gelovige liefde en een vast vertrouwen op Zijn hemelse Vader ons liefgehad tot het einde en alle pijn en smarten die dat met zich meebracht gedragen en verdragen! Laten we Hem dan navolgen in Zijn geloof en liefde!

Bron citaat 1: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie van 15 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)
Bron citaten 2-3: De Heidelbergse Catechismus – Zondag 9 en 10 (vraag en antwoord 26 en 28)

En vóór het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.‘ (Uit Johannes 13 de verzen 1-17, vers 1)

Bron afbeelding: Mount Lebanon Lutheran

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie