Nicodemus – een ‘verbondsdenker’?

De afgevaardigden, die uit de kring van Farizeeën kwamen, vroegen verder: “Waarom doopt u dan, als u niet de Messias bent, en ook niet Elia of de profeet?” “Ik doop met water”, antwoordde Johannes. “Maar in jullie midden is iemand de jullie niet kennen, Hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.‘ (…) ‘De volgende dag zag hij Jezus naar zich toekomen, en hij zei: “Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Hij is het over Wie ik zei: “Na mij komt Iemand Die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij. Ook ik wist niet wie Hij was, maar ik kwam met water dopen opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden.” En Johannes getuigde: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. Nog wist ik niet wie Hij was, maar hij Die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op Iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene Die doopt met de heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’ (Uit Johannes 1 uit de verzen 19-34)

Geciteerd 1: Onze Heer Jezus spreekt hier (in Johannes 3) met Nicodemus, een gelovige Jood, die ook een gerespecteerd leraar in Israël is. Maar, hij is ook een uitgesproken verbondsdenker (1). Zo iemand heeft eerder een oordeel over anderen, dan dat hij beseft dat hij zelf onder het oordeel staat (2). Nicodemus heeft een oordeel over Jezus, maar zonder te bedenken dat hij zélf onder het oordeel van Jezus staat (3). Hij is er al en daarom kan hij de nieuwe rabbi uit Nazareth een complimentje geven (4). (…) Hij weet niet half wat hij zegt, die woorden zijn veel waarder dan hijzelf in de gaten heeft. Maar Jezus die wijst hem als het ware op de noodzaak van bekering (5). Ook jij, Nicodemus, valt onder het oordeel als je je niet onderwerpt aan Mij (6). Je moet opnieuw geboren worden uit water en Geest. En dat is voor Nicodemus volkomen nieuw. (7) Dat je opnieuw geboren moet worden uit het water van de Doop en door de Geest.

Opgemerkt 1: Bovenstaande citaat bevat een aantal misvattingen/misslagen. Hieronder worden ze punt voor punt besproken.
(1) Een uitgesproken Verbondsdenker. Wat is dat voor een typering? Het volk Israël was/is Gods Verbondsvolk en dat is een realiteit waaronder de Joden en ook hun leraren leefden. Nicodemus was dus net als zijn volksgenoten een verbondskind, daar hoefde hij echt geen verbondsdenker voor te zijn of worden. (Zie hierbij o.a. ook Efeziërs 2 : 11-22).
(2) Van verbondsdenkers zou gelden dat zij (direct of al gauw) klaar staan met een oordeel over een ander en ook dat ze er geen tot weinig besef van hebben dat ze zelf ook wel eens onder het oordeel (van een ander/Ander) zouden kunnen vallen. Nu is de typering ‘verbondsdenker’ al misplaatst, maar deze bewering is het niet minder. Eerder nog zullen we Nicodemus kunnen typeren als een hoogmoedig geworden theoloog, dan dat hij geen weet zou hebben van zelf ook beoordeeld/geoordeeld te kunnen worden, maar zelfs die typering (‘hoogmoedige theoloog’) zou hier toch beslist niet terecht zijn!
NB. De Joden, die zich lieten voorstaan op hun fysieke afstamming, dié hadden geen juist zicht meer op het Verbond van God met Zijn volk. Onze Heer verwijt hen dan ook ze de Schriften niet (meer) verstaan en waarschuwt hen dat Mozes hen aanklaagt (Johannes 5 : 39-47) en zegt dat Abraham zich op Zijn komst heeft verheugd (Johannes 8 : 53-59).
(3) Nicodemus erkende Jezus als een van God gezonden leraar en dat is niet gering! Hij komt beslist om te horen wat Jezus hém te zeggen heeft en hij liet zich gezeggen – zie bijv. Johannes 7 : 51.
(4) Het is niet (maar) een complimentje, het is een belijdenis! En dat uit de mond van een Farizeeër, veel van zijn ‘collega’s zeiden hem dat niet na. Integendeel.
(5) Jezus spreekt met Nicodemus over hoe je het Koninkrijk van God kunt (gaan) zien en hoe je het Koninkrijk van God moet binnengaan. Van dat Koninkrijk is deze Leraar en Profeet Jezus ‘de deur’, waar ook Nicodemus doorheen zal moeten – zie Johannes 10 : 9-11. Johannes de Doper was door God als heraut en getuige aangewezen en aangesteld en daarom werd erkenning van wat deze profeet te zeggen had en ook de doop waarmee hij doopte, maar ook het getuigenis dat hij gaf bij/na de doop van Jezus, een ‘vereiste’ om Jezus als dé Messias te kunnen (h)erkennen*. (zie hierbij Johannes 3 : 11, Johannes 5 : 33, Matteüs 21 : 25 en Lukas 7 : 24-30)
* Vandaar dat onze Heer ook opmerkt: ‘De Geest waait waarheen Hij wil.’ De Geest sprak en werkte toen met en door de profeet Johannes, die preekte en doopte bij de Jordaan en de ‘theologen van Jeruzalem’ dienden dat geluid van de Geest te horen én te verstaan (te herkennen en erkennen – zie hierbij o.a. Matteüs 16 : 1-4).
(6) Het woord ‘onderwerpen’ is hier niet gelukkig gekozen. Onze Heer vroeg de mensen – en dus ook Nicodemus – Hem te geloven op Zijn Woord (Zijn getuigenis en dat van Johannes over Hem) en (anders) Hem te erkennen op grond van wat Hij deed. En Nicodemus was daarmee al een eind op weg.
(7) Jezus verwijt Nicodemus dat hij de Doop van Johannes, als teken van (de noodzaak) van sterven en opnieuw geboren worden als ‘leraar van Israël’ niet begrepen heeft, terwijl de ‘gewone’ mensen dat wel begrepen en zich lieten dopen. Nicodemus had de noodzaak van wedergeboorte uit de Psalmen (m.n. Psalm 51) maar ook uit de woorden van de profeten (bijv. Ezechiël 36 : 26) al kunnen afleiden en begrijpen.

Geciteerd 2: Let op dat Jezus die bekering, dat wat Nicodemus nog moet gaan doen (8), typeert als een geboorte. Wat houdt dat allemaal in, waarom noemt Jezus dat een geboorte? Het is echt een nieuw begin, de bekering of wedergeboorte betekent dat er echt iets nieuws ontstaat (9). Geboortedatum dat je echt kind van God wordt (10) door die wedergeboorte. En dat je daardoor ook deelt in die erfenis, want als je kind bent, ben je ook erfgenaam. Deze geboorte levert een blijvende relatie op met God (11). Dat is het radicale bekeringsverhaal uit de evangelische traditie: Ja ik moet wedergeboren worden.

(8) Het zou toch wat zijn als je een geboorte (in dit geval een wedergeboorte) zelf moet gaan doen/veroorzaken! Wat Nicodemus moet doen, dat is zich verootmoedigen en het werk dat de heilige Geest al begonnen is te doen in zijn oren en hart, mee door het optreden en de woorden (getuigenis!) van Johannes en ook die van onze Heer, niet langer te weerstaan. Daarmee kan hij beginnen door zich te laten dopen (mogelijk had hij dat al of heeft hij dat alsnog in het geheim gedaan?).
(9) Door zijn doop kan Nicodemus laten zien dat ook hij (nu) erkent en belijdt dat een mens wedergeboren moet worden en dat dit moet gebeuren ‘uit water en Geest’.
(10) De datum van onze doop (als markering van het begin van onze wedergeboorte) kunnen we aanwijzen, de datum van onze wedergeboorte niet. De dopelingen moest hun doop nog onderwezen worden en de apostel Paulus doet dat ook nog weer in Romeinen 6 (en hij gaat er vanuit dat dit (inmiddels) niet ‘nieuw’ voor hen was – zie Romeinen 15 : 14-15). Het is verder toch ook niet voor niets dat de apostelen ook de gedoopte gemeenteleden nog weer ‘toeroepen’ om de genade die God hen bewezen heeft niet tevergeefs te laten zijn (zie o.a. 2 Korintiërs 6 : 1-13) en ernstig waarschuwen om niet te blijven zondigen (door hun vroegere zondige levensgewoonten voort te zetten) – zie o.a. Hebreeën 10 : 26-31 en 12 : 15-17.
(11) In Galaten 3 zegt Paulus: ‘Jullie allen (ook de gelovigen die met ‘heel hun huis’ gedoopt werden) die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed.‘ En die doop, dat was echt een zuigelingendoop geweest! In 1 Korintiërs 1 t/m 3 lezen we daarvan. Ze moesten alles van hun geloof (hun ‘geloofsbeslissing’) aan het werk van de heilige Geest toeschrijven (dat bleek ook al wel uit de onverwachte verschijning van de apostelen in hun bestaan) en bij het terugzien behoorden ze niet te wijzen op hún geloofsbeslissing, maar op hun Doop. Daarmee was – onweerlegbaar voor anderen – duidelijk geworden dat de betreffende dopeling (eventueel samen met de andere dopelingen in zijn of haar huis) zich nu kind van God en erfgenaam (erfgenamen) van de belofte mocht (mochten) weten en noemen – zie Galaten 3 vers 29!

Leestip(s):
De meditaties ‘Een geopende hemel (1 /tm 14), (28 aug t/m 10 sept.) in ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ van H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
Deze blog: ‘Wie Mijn Woord bewaart…

Bron citaten: Woorden van ds. G.J. Oosterhuis in de middagdienst van GKv De Burcht (Barneveld) op zondag 20 augustus 2023.

Want Hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke Luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.” Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan de aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die schijnt in een donkere ruimte, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in je hart.‘ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 17-19)

Bron afbeelding: Zie bovenaan in afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Als iemand Mijn Woord zal bewaren’…

Waarlijk, waarlijk, Ik zeg u: Als iemand Mijn Woord zal bewaren, die zal de dood niet zien in eeuwigheid.‘ (Uit Johannes 8 vers 51 – weergave DB 1545)

Geciteerd: “Christus zegt: ‘Als iemand Mijn Woord zal bewaren’ – ‘Mijn Woord!’ Hij zegt niet: Mijn gedachten, Mijn Geest, enzovoort, maar ‘Mijn Woord.’ De dwepers verwerpen het uitwendige Woord; die willen met de Geest omgaan en zeggen: Wat zal een leeg woord in de mond van een mens uitrichten? Jullie echter moeten leren wat met het Woord bedoeld wordt! Hij spreekt niet over verborgen gedachten, maar over de prediking die uit Zijn mond uitgaat. Hij spreekt over het gesproken of gepredikte Woord – klem je daaraan vast met een oprecht hart!

Hoe wordt het dan vastgehouden? Het wordt niet vastgehouden met werken, vasten, bidden, mediteren en dergelijke zaken. De woorden van Christus kunnen alleen vastgehouden [bewaard] worden in een hart dat daaraan volkomen hangt. Hij zegt niet: Die Mijn Woord kent of spreekt – maar het gaat over bewaren of vasthouden. Het gaat over Christus’ Woord dat uit Zijn mond uitgaat. Echter omdat de duivel daartegen vecht met zijn valse apostelen en dwepers, die ons van het eenvoudige Woord willen wegvoeren, mag je niet in slaap vallen, maar moet je waken.

Christus zegt: ‘Die zal de dood niet zien in eeuwigheid.’ Wie het Woord níét vasthoudt, die zal de dood zien; wie het vasthoudt, zal de dood niet zien. Want wie in Christus gelooft, zal net zo sterven als Abraham en Izak en alle vromen die in Christus ontslapen zijn: die mens zal de verschrikking van de dood niet voelen, maar zijn dood zal zijn als een slaap.”
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1529 (14. März), WA 29, 100 ff, bearbeitet von Georg Buchwald]

En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes duidelijk te kennen gegeven bij de doornstruik, toen hij de Heere de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob noemde.’ God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen.‘ (Uit Lukas 20 de verzen 37-38)

Bron citaat: Wekelijkse toezending Luthercitaat (zie http://www.maartenluther-com)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Als we nu maar de middeltjes uit zijn apotheek gebruiken…

In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; Het zal mij goed doen te weten hoe het met jullie gaat. Er is verder niemand die zich net zo als ik oprecht om jullie bekommert, want alle anderen jagen alleen hun eigen belangen na in plaats die van Jezus Christus.‘ (Uit Filippenzen 2 de verzen 19-21)

Geciteerd 1: Het vaste honk voor Kamphuis is de Nederlandse tak van The School of Life, in 2014 opgericht door de Britse filosoof Alain de Botton als ‘apotheek van de geest’. Cursisten kunnen er een dosis filosofie en psychologie kopen. Doelgroep: werkende, hoogopgeleide stedelingen.
Aan hen verstrekt Kamphuis de middelen. Met boeken als Filosofie voor een weergaloos leven heeft hij zich ontpopt tot de Nederlandse huisfilosoof van The School of Life. In juli en augustus geeft hij twee vijfdaagse filosofische retraites op een landgoed tegen Hilversum aan. Voor een half modaal maandsalaris krijgen de cursisten volgens de website een ‘begeleide zoektocht naar zelfkennis en -ontwikkeling’, een ‘onderzoek over jezelf en het Leven’. Begeleider en ‘meesterspreker’ is Lammert Kamphuis.

Geciteerd 2: Lammert Kamphuis is telg van een vrijgemaakt-gereformeerd geslacht. Zijn opa Jaap gold als de onbetwiste leider van dit orthodoxe kerkgenootschap. Wie ook maar een beetje afweek van de ware leer, ontmoette in hem een gesel Gods die geen kerkelijke sanctie schuwde.
De kerk was volgens een vrijgemaakte kerkhistoricus ‘exclusief radicaal’: alleen dáár en alleen zó was de waarheid te vinden. Het was officieel zelfs de ‘Enige Ware Kerk’ – 120.000 Nederlanders wisten dat, de overige miljarden aardbewoners zaten fout. “We kregen te horen dat anderen ernaast zaten.”

Geciteerd 3: Het waren anderen die de jonge Lammert niet zelf kende, want de wereld waarin hij opgroeide, was een zorgvuldig afgesloten zuil. In Kampen, het Mekka van de vrijgemaakten, waar zijn vader net als zijn opa professor dogmatiek was.
Kamphuis studeerde theologie en filosofie, viel van zijn geloof. Hij werd het zwarte schaap van de familie doordat hij op z’n 29ste de kerk verliet.

Opgemerkt 1: Stel je voor dat onze Heer een heel plan had opgesteld voor/met Zijn discipelen om eerst Jeruzalem, dan Samaria en verder alle volken tot aan het einde der aarde te bereiken. Dan hadden de apostelen na de Pinksterdag de bekeerlingen als rekruten* kunnen zien en behandelen, die nu mee moesten gaan helpen om die plannen z.s.m. ten uitvoer te gaan brengen. Nu dienden ze echter de leden van de gemeente met het onderwijs van Jezus om hen te leren wat het is om in liefde en zorg voor elkaar samen te leven in een gemeente van Hem. Ze lieten dat verspreiden van het Evangelie werkelijk zorgeloos over aan het werk van de heilige Geest! En Die wist heus wel hoe Hij door alles heen het op de Pinksterdag begonnen werk van onze Heer moest laten voortgaan en voortzetten.
* Zelfs de apostel Paulus werd niet door hen gerekruteerd als meest geschikte kandidaat voor verspreiding van het Evangelie onder de heidenen.

Opgemerkt 2: Helaas vinden we die zorgeloosheid en gerustheid niet of nauwelijks terug in de kerken van vandaag. Waar durft men zich te beperken tot de verkondiging van Gods Woord en de bediening van de Sacramenten en het werk dat de Geest daarmee wil doen. Ook in onze Nederlands gereformeerde kerken is men het weer kwijtgeraakt en worden we ook daar weer vanaf de kansels toegeroepen hoe we het gehoorde Evangelie in praktijk dienen te brengen en waar we aan mee kunnen doen om de Geest en ons weer in beweging te krijgen (New Wine conferentie(s)*, etc.) en om weer enthousiast te worden voor de Heer.
* Nergens in de Schrift vinden we grond om ook maar iets van dergelijke ‘opwekkingsbewegingen’ te verwachten en degenen die daar mogen voorgaan (aan het Woord mogen zijn), vallen niet, zoals binnen een gemeente kan en dient te gebeuren, tot de ‘orde van het Woord’ te roepen. Ieder jaar is het weer een verrassing wat men daar mag/laat ‘uitkramen’!

Opgemerkt slot: Aan het einde van de samenkomst vanochtend met viering van het Avondmaal zongen we geen danklied, maar opwekkingslied 769 ‘Bouw uw koninkrijk’, een lied waarmee we God opwekken om nog maar weer aan de slag te gaan met de kerk(en) in ons land. Dat lied is blasfemie!
NB. Zoals in dit lied ‘Wij zijn uw kerk’ wordt gezongen, is dat niet meer een geloofsbelijdenis (zoals in de twaalf artikelen), maar is het een pretentie! Was dat niet precies het probleem in/van de GKv in de jaren zestig en daarna?!

>> Leestip: Kolossenzen 3 : 12-17.

Zie ook deze blog: ‘Belijdenis doen omdat je de leeftijd van een volwassene bereikt?

Bron citaten 1-3: Trouw Religie&Filosofie – ‘‘Als je lenig in denken blijft, maakt dat het samen leven soepeler’’ – door Lodewijk Dros.

Laat Christus woorden in al hun rijkdom in je wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid en zachtmoedigheid, zing met heel je hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest je vol genade ingeeft. Doe alles wat jullie zeggen of doen in de Naam van onze Heer Jezus, terwijl jullie God, de Vader, danken door Hem.’ (uit Kolossenzen 3 de verzen 16-17).

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Belijdenis doen omdat je de leeftijd van een volwassene bereikt?

Jezus vroeg nu aan Zijn twaalf (jongeren): “Willen jullie misschien nu ook weggaan (net als al die anderen)? Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven, en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent.‘ (Uit Johannes 6 de verzen 67-69)

Geciteerd: Ging ik belijdenis doen omdat ik 21 werd, of had het te maken met een persoonlijke keuze? Dat persoonlijke geloof heb ik bij de EO geleerd. Als we liederen zongen over de Heere Jezus, dan kreeg ik de tranen in mijn ogen. Als je weet wat Hij voor je gedaan heeft, voor mij gedaan heeft. Dat je kunt zeggen: Hij heeft het ook voor mij gedaan. Dat geloof is bij de EO verstevigd.”

Opgemerkt 1: ‘Dat persoonlijke geloof heb ik bij de EO geleerd.’. Uiterst verdrietig om dat te horen én vooral wanneer dat werkelijk waar zou zijn in het leven van iemand die thuis bij de Bijbel en het geloof werd opgevoed en deelnam aan de samenkomsten van een gemeente van onze Heer Jezus Christus waar Gods Woord en ook altijd weer Doop en Avondmaal werden bediend.

Opgemerkt 2: In feite zijn die woorden (die bewering) een verwijt aan onze Heer Zelf, Die toch beloofd heeft om via die heel gewone middelen (die overal de gelovigen ter wereld ter beschikking staan en de EO niet) het (persoonlijk) geloof te willen werken.

Opgemerkt 3: In feite (veel beter!) zou men er aan doen om jongeren al eerder (dan tussen hun 18e-21e levensjaar) te vragen (1) : Wat geloven jullie van onze Heer Jezus Christus en zouden jullie van Hem – onder Zijn gehoor vandaan – willen weglopen? En wanneer ze dan net zoiets als Petrus indertijd kunnen en willen zeggen: ‘Naar wie zouden wij heen gaan, bij Hem zijn woorden van eeuwig leven’, dan heeft niemand het recht om hen nóg langer het deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal te ontzeggen.

Opgemerkt slot: Onze Drie-enige God werkt door de geslachten heen (2), naar Zijn belofte(n) en wij belijden dat ook, o.a. bij en door de bediening van de Doop. Daarom bidden we eerbiedig om het werk van God in onze harten en in die van onze kinderen. En we geven Hem gelegenheid om dat werk te doen door samen met onze kinderen de Bijbel te lezen en te bidden om de liefde en de wijsheid in onze harten en levenspraktijk, zoals Hij alleen ons die schenken kan. We zijn en blijven door en door afhankelijke mensen. Wanneer we dat beseffen en laten blijken – en dat ook mee door onze trouwe ‘kerkgang’ – dan doen we niet alsof we zelf wel wat kunnen. En zó leren we onze kinderen ook zelf in die nederige afhankelijkheid van Woord en gebed en het samenleven in een gemeente, en het werk dat God daarmee en daardoor wil doen, te leven.
Deze nederige en afhankelijke houding aanleren en vasthouden is tevens een goede reden om, van degenen die belijdenis van het geloof afleggen in het midden van de gemeente, dan niet te vragen iets over zichzelf te vertellen. We belijden toch dat we niets van onszelf verwachten, maar alle grond van ons geloof(sleven) ‘buiten onszelf in Jezus Christus zoeken’ (3) én vinden. Laten we daarom dat iets over zichzelf vertellen maar doen door de leden die de gemeente van onze Heer de rug (willen) toekeren, al zullen degenen die het betreft daar waarschijnlijk weinig animo toe hebben. Dan kunnen we ze nog wel vragen om het dan maar schriftelijk te doen.

(1) En dat ongeacht of die gedoopte (en kerkgaande) jongeren wel of geen door-de-weeks gegeven catechismus-onderwijs hebben gevolgd vanaf hun 12-14e levensjaar! Het onderwijs thuis en in de zondagse samenkomsten is voor de Heilige Geest meer dan genoeg om kinderen/jongeren tot besef te brengen wat ze mogen (hebben te*) geloven en wat hen in Christus geschonken is en wordt.
* De Weg, de Waarheid en het Leven is hen verkondigd, en daarom zullen ze geen geloof hechten aan de woorden van de ‘leugenaar en mensenmoorder van den beginne.’
(2) Zie Handelingen 2 vers 39.
(3) Zie de woorden in het ‘Formulier om het heilig Avondmaal te houden’.

>> Leestip: Lukas 11 : 1-13.

NB. Bovenstaande mee opgemerkt n.a.v. woorden van ds. G.J. Oosterhuis in de middagdienst (GKv de Burcht, Barneveld) van zondag 20 augustus 2023.

Bron citaat: RD Muziek – ‘Waarom Martin Zonnenberg vervroegd vertrekt bij ”Nederland Zingt”’ door Mirjam Roukema

Allen die door de Geest worden geleid, zijn kinderen van God. Jullie hebben de Geest niet ontvangen om opnieuw (of voorlopig nog) als slaven in angst te leven, jullie hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. De Geest Zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.‘ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 12-17 de verzen 15-16).

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Maken RK en evangelische mensen meer werk* van hun geloof?

Ik wil(de) Christus winnen en één met Hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus.’ (Uit Filippenzen 3 uit de verzen 8-9)

(…) Geloof – “Geloof is niet die menselijke illusie en droom die sommige mensen denken dat het is. Als ze veel over geloof horen en praten en toch zien dat er geen morele verbetering en geen goede werken uit voortkomen, vervallen ze in fouten en zeggen: ‘Geloof is niet genoeg. Je moet werken doen als je deugdzaam wilt zijn en naar de hemel wilt gaan.’ Het resultaat is dat ze, wanneer ze het Evangelie horen, struikelen en op eigen kracht een concept in hun hart bedenken dat zegt: “Ik geloof.” Zij beschouwen dit concept als waar geloof, maar omdat het een menselijke verzinsel en gedachte is en geen ervaring van het hart, brengt het niets tot stand en volgt er geen verbetering.

Het geloof is een werk van God in ons, dat ons verandert en ons opnieuw uit God laat geboren worden (vgl. Johannes 1). Het doodt de oude Adam, maakt ons totaal andere mensen in hart, geest, zintuigen en al onze krachten, en brengt de Heilige Geest met zich mee. Wat een levend, creatief, actief en krachtig iets is geloof! Het is onmogelijk dat het geloof ooit ophoudt goed te doen. Het geloof vraagt niet of er goede werken gedaan moeten worden, maar voordat het gevraagd wordt, heeft het ze gedaan. Het is altijd actief. Iedereen die zulke werken niet doet, is zonder geloof; hij tast en zoekt om zich heen naar geloof en goede werken, maar weet niet wat geloof of goede werken zijn. Toch babbelt hij voort met veel woorden over geloof en goede werken.

Geloof is een levend, onwrikbaar vertrouwen in Gods genade; het is zo zeker dat iemand er duizend keer voor zou sterven. Dit soort vertrouwen in en kennis van Gods genade maakt iemand blij, zelfverzekerd en gelukkig met betrekking tot God en alle schepselen. Dit is wat de Heilige Geest doet door geloof. Door geloof zal iemand zonder dwang, gewillig en met plezier goed doen aan iedereen; hij/zij zal iedereen dienen, alles lijden voor de liefde en lof van God, die hem zoveel genade heeft betoond. Het is net zo onmogelijk om werken van geloof te scheiden als branden en schijnen van vuur. Wees daarom op uw hoede voor uw eigen valse ideeën en voor de babbelaars die denken dat ze slim genoeg zijn om te oordelen over geloof en goede werken, maar die in werkelijkheid de grootste dwazen zijn. Vraag God om geloof in je te werken; anders zul je eeuwig zonder geloof blijven, ongeacht wat je probeert te doen of te verzinnen.”
[Uit de Duitse Bijbel van Dr. Maarten Luther (1534/1545) ]

* Besteden ze meer aandacht en tijd/werk aan ‘levensheiliging’ dan de gelovigen uit andere ‘denominaties’?

Bron citaat: www. maartenluther-com. – – ‘Voorwoord bij de brief van Paulus aan de Romeinen uit de Duitse Bijbel, 1534/1545 (6)’ – Toegezonden als Engelstalig Luthercitaat.

Tenslotte broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik jullie heb geleerd en overgedragen, wat ik jullie heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met jullie zijn.‘ (Uit Filippenzen 4 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: NIV Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gaan we voor ‘confronterende preken’ naar de kerk?

Deze Boodschap (over de mensenliefde Gods, zie Titus 3 : 4-7) is betrouwbaar. Ik wil dat je hier met overtuiging over (s)preekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.’ (Uit Titus 3 vers 8 en zie hierbij ook Micha 6 vers 8))

Geciteerd 1: De preek is bij uitstek het moment om mensen een confronterende boodschap voor te houden, stelt dr. G.A. van den Brink. Eén van die onderwerpen is de dood, onze sterfelijkheid, de godsontmoeting. We horen liever hoe we christen kunnen zijn op ons werk en met ons gedrag onze naaste voor Jezus kunnen winnen dan een preek over wat het is om met een stervend, verkankerd lichaam de grote eenmalige definitieve stap naar de eeuwigheid te gaan zetten, om als zondaar voor God te verschijnen.”

Opgemerkt: Of zou een vertroostende/troostrijke preek juist niet een veel beter voorbereiding zijn op onze dood? Het is toch niet voor niets dat onze Heidelbergse Catechismus begint met de troost van het Evangelie ons ‘voor ogen’ te stellen. Wanneer we steeds meer ervan doordrongen raken hoe groot de mensenliefde van God is, en dáár met overtuiging over preken (en spreken en naar doen), mogen we dan juist over zulke Evangelie-verkondiging niet Gods zegen biddend verwachten?! Goed spreken van onze God, de mensen getroost en met (DV!) een dankbaar hart weer naar huis sturen en met een gezamenlijke lofzang op Gods goedheid de dienst besluiten, dát dient ‘de ware eredienst‘ – zie Romeinen 12!

Geciteerd 2: De hemelse zegeningen uit Efeze 1:

  • Hij heeft ons de waarde gegeven van Zijn Zoon Jezus Christus, zodat wij ons nooit meer minderwaardig hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons een plekje gegeven in Zijn gezin, zodat wij ons nooit meer alleen hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons losgemaakt van alles waar we aan vast zaten, zodat wij ons nooit meer gebonden hoeven te voelen.
  • Hij heeft al onze schuld vergeven, zodat wij ons nooit meer schuldig hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons Zijn plannen bekendgemaakt, zodat wij ons nooit meer onbelangrijk hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons een toekomst beloofd waarin we zullen delen in de heerlijkheid van Jezus Christus, zodat we niet meer bezorgd hoeven te zijn voor de dag van morgen.
  • Hij heeft ons Zijn Geest gegeven, zodat we voor altijd met God verbonden mogen zijn.

Op grond van bovengenoemde zegeningen mogen we gerust stellen dat wij niet alleen als gezegenden naar de (zondagse of ook wel door-de-weekse) samenkomsten gaan, maar dat we bovenal in die samenkomsten deze zegeningen met elkaar kunnen delen door gezamenlijk de Heer te prijzen en te danken. Door ons gezamenlijk te verdiepen in Zijn Woord. Dan is het niet meer nodig dat er aan het einde een soort zegenbede moet worden uitgesproken om Gods zegen te kunnen ontvangen. We zijn immers al rijk gezegend in Christus in de hemelse gewesten, met geestelijk zegeningen. We zullen steeds weer en altijd nog meer kunnen leren dáár vanuit te leven!

Bron citaat 1: RD Kerk 7 religie – ‘Dr. G.A. van den Brink voor studenten GB: Preek moet confronteren’ – door Jan van Reenen

Bron citaat 2: amen-nl/artikel/488/leven-onder-gods-zegen-deel-3-slot (link kopiëren en plakken en tussen amen-nl verbindingsstreepje vervangen door een puntje.)

De genade van de Here Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met ons allen. Amen!” (Uit 2 Korintiërs 13 vers 13)

Bron afbeelding: Integrated Catholic Life

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Doop- (en belijdenis)praktijk vroege kerk ten voorbeeld stellen?

Kinderen, ik schrijf jullie dat jullie zonden zijn vergeven omwille van Zijn Naam. Ik schrijf jullie, ouderen,: jullie kennen Hem Die er is vanaf het begin. Ik schrijf jullie jongeren: jullie hebben – in Christus! (zie Romeinen 6) – hem die het kwaad zelf is overwonnen. Kinderen, ik schrijf jullie dus dat jullie de Vader kennen (zie Titus 3 : 4-7). Ouderen, jullie schrijf ik: jullie kennen Hem die er is vanaf het begin. Jongeren, jullie schrijf ik; jullie zijn sterk, het Woord van God blijft in jullie, en jullie hebben het kwaad overwonnen.‘ (…) Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: Zijn zalving – zoals jullie de heilige Geest ontvingen bij en door jullie Doop (zie Galaten 3 : 27) – jullie hebben geen leraar nodig (om de Geest alsnog te ontvangen). Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals jullie zalving (!) jullie geleerd heeft.‘ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 12-14 en 26-27)

Opgemerkt 1 (Henry Luth): Ben het in dezen niet met je eens broeder. Zelf geloof ik dat de Bijbel iets anders leert (1). Besprenkelen is niet dopen. De vorm zowel als de inhoud van de zgn “kinderdoop” is ons inziens anders dan de doop die de Bijbel zelf leert. Een zeer boeiend boek om eens te lezen: de doop in de vroege kerk.
Opgemerkt 1 (AJ): Zie voor besprenkeling Hebreeën 9 : 15-22. En wanneer je ziet hoe snel binnen de eerste gemeenten al verkeerde praktijken binnenslopen, dan kunnen we beter maar niet de vroege kerk ons tot voorbeeld stellen, maar kunnen beter houden aan wat de Bijbel ons laat horen en ten voorbeeld stelt.

Opgemerkt 2 (HL): Ach ja broeder, wat zal ik er op zeggen. Het is gewoon de klassieke traditionele reformatorische verbondsleer (1) die jouw gedachten bepaald. Dat is de “bril” waardoor jij de Schrift interpreteert. Zelf hangen wij de visie van de baptisten aan. Een doopvisie die mijns inziens veel meer recht doet aan alles wat de Bijbel over de doop te melden heeft. Dopen en besprenkelen zijn 2 verschillende handelingen. Ook de woorden in de grondtekst voor deze beide zijn verschillende woorden. (…) Nee beste broeder, je zou er mijns inziens echt goed aan doen toch je huidige visie, hoe goed die voor jou ook voelt, even te parkeren en de door mij genoemde boeken eerst te lezen….wie weet leer je iets bij…
Opgemerkt 2a (AJ): Jij vult maar weer voor een ander in. Wanneer je mijn woorden (1) leest, dan zie je dat ik niets noem waarvan je kunt zeggen dat dat moet voortkomen uit de ‘reformatorische verbondsleer’. Ik vind dat zeer te laken dat je zo met wat ik ook jou vanuit Gods Woord voorhoudt ‘weg te zetten’ zodat je er niet over na hoeft te denken en er een goed antwoord op te geven. Dat antwoord heb je blijkbaar ook niet en daarom probeer je mij in een hokje te duwen. Over zulke (onbroederlijke/onchristelijke) streken heeft de Bijbel ook een oordeel!
Opgemerkt 2b (AJ): En wat dat besprenkelen betreft, je leest (o.a. in Hebreeën 9) dat dit stond voor een totale reiniging en vergeving van zonden door het bloed. Daarom kan/zal, bij het dopen van de drieduizend bekeerlingen op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem, dit besprenkelen wel de dooppraktijk zijn geweest en niet onderdompeling.

Opgemerkt slot (AJ): Wanneer we letten op de dooppraktijk van de apostelen en hun medewerkers, dan zien we dat ze werkelijk zuigelingen in het geloof doopten (een bekeerling samen met heel zijn of haar huis). Mensen die nog helemaal geen verhaal konden houden over hun geloof, hun doop, over wedergeboorte en wat niet al. Paulus schrijft aan de Korintiërs (1 Korintiërs 3, eerste verzen): ‘Maar broeders en zusters, ik kon niet tot jullie spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven en geen vast voedsel: daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet.
En aan de Hebreeën moet de apostel schrijven: ‘Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk jullie hadden toch allemaal leraar moeten zijn (en dus geen leraar nodig hebben!). In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen van het Woord van God bij te brengen; het is (zelfs) zover met jullie gekomen, dat jullie weer zijn aangewezen op melk in plaats van vast voedsel.’ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-12).
Dat gebrek aan verstaan van Gods Woord was (bij de Hebreeën) een verwijtbaar iets, er was verachtering in de genade. In een aantal gemeenten die worden aangesproken door onze Heer in het boek Openbaring waren vergelijkbare dingen aan de hand. We zullen daarom wat praktijk (geworden) was in de vroege kerk beslist niet zomaar ten voorbeeld kunnen stellen, zonder het gevaar om daardoor in misverstaan en ‘mispraktijk’ (wanpraktijk t.a.v.) van Gods Woord te belanden.

(1) De hier geciteerde opmerkingen van Henry Luth werden gemaakt bij op FB n.a.v. mijn bericht/blog: ‘Kinderdoop volledig te funderen in het NT‘.

Ik weet wat jullie doen; overal wordt beweerd dat jullie leven hebben, terwijl jullie dood zijn. Wordt wakker, versterk jullie laatste krachten: jullie zijn op sterven na dood. Want ik merk dat jullie gedrag tekort schiet in Gods ogen. Herinner jullie dat jullie de Boodschap hebben ontvangen én begrepen! Houd eraan vast en breek met het (hoogmoedige kerkelijk) leven dat jullie nu leiden.’ (Uit Openbaring 3 uit de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Dr. Michelle Bengston

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kinderdoop volledig te funderen in onderwijs NT!

Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus (Zelf ook God), onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zó zijn we door Zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen!‘ (Uit Titus 3 de verzen 4-7).

Er hoeft voor het geloof maar één ding vast te staan en dat is Gods liefde voor ons mensen, zoals die volmaakt geopenbaard is in en door onze Heer Jezus Christus. De rest is bijzaak. Zelfs of we een vrije wil hebben of niet, doet er niet toe. De oorzaak van ons geloof kunnen we niet aanwijzen. Wel weten we, op basis van het onderwijs van onze Heer, dat we wedergeboren moeten worden uit water en Geest. En in Johannes 3 spreekt onze Heer over de doop van Johannes en wat Johannes en Hij gezien en gehoord hebben bij de Doop van Jezus (1). De doop van Johannes was ‘uit de hemel’ en degenen die zich door hem hadden laten dopen, die konden en wilden ‘hulde brengen aan Gods gerechtigheid’ en verwierpen de raad van God niet. Maar de Farizeeën en Wetgeleerden (Nota Bene de theologen van die tijd!) brachten geen hulde en verwierpen de raad Gods, want zij hadden zich niet laten dopen.
Maar (precies) daarom (op grond van dat onderwijs van onze Heer!) laten wij ook onze kinderen dopen, want we kunnen hen niet Gods gerechtigheid verkondigen en dan van hen vragen daar hulde aan te brengen, zonder het water van de Doop en het werk van de Geest (met en door de verkondiging van het Woord). De kinderdoop valt volledig te funderen in het onderwijs van onze Heer in Johannes 3 en mee te verduidelijken met het onderwijs van de evangelist Lukas zoals we dat vinden in Lukas 7 : 24-30.

(1) Zie Johannes 3 : 9-13.

Leestip: 1 Johannes 5 : 1-12.

Deze boodschap (over de goedheid en mensenliefde van God) is (volkomen) betrouwbaar (en waar). Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt*, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen om het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.‘ ( Uit Titus 3 vers 8 )

* Paulus spoorde Timoteüs aan met de woorden: ‘Zorg dat je je niet hoeft te schamen voor je werk en verkondig regelrecht de waarheid.‘ (En dat behoort iedere voorganger te doen, tenminste, wanneer ze zich niet willen moeten schamen voor hun werk bij de verschijning van hun Heer – zie o.a. Hebreeën 13 : 17a).

Bovenstaande woorden mee n.a.v. de dienst van afgelopen zondagmiddag (20 augustus 2023) in GkV de Burcht, in Barneveld.

Deel in het lijden voor het Evangelie met de kracht die God je geeft. Hij heeft ons gered en geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat Hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze Redder Jezus Christus is verschenen, Die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het Evangelie.’ (uit 2 Timoteüs 1 uit de verzen 8-10)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe onderhouden we een goed geweten? (I)

Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.’ (1 Timoteüs 1 vers 5)

Geciteerd: Deze tekst bevat in het kort de goede christelijke leer, waaraan alles gelegen is. Alles wat God gebiedt en wil hebben, is liefde. En wel zo’n liefde die komt uit een rein hart, uit een goed geweten en uit een ongeveinsd geloof. Men heeft ons geleerd een rein hart te maken: en dat door je onreine gedachten (1) weg te slaan (letterlijk of figuurlijk). Mooi gezegd, maar nog niet gedaan! Daarmee ben je er nog niet vrij van, zoals de ervaring leert: dat als je er één verkeerde gedachte uitslaat, sla je er tien in; jaag je er tien uit, dan vallen er honderd binnen, zodat het niet mogelijk is een rein hart te krijgen door ons eigen boenen en dweilen. Vlees en bloed borrelen altijd door op, hoe meer je wilt stoppen, hoe meer er bovenkomt. (2)
Daarom legt Paulus het zó uit: dat je er geen geweten van maakt, zoals hij zegt in Titus 1 (vers 15): ‘Voor de reinen is alles rein.’ En Christus zegt in Matteüs 5 (vers 8): ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.’ Zodat een rein hart hebben niet alleen is dat er geen onreine gedachten in je opkomen, maar juist dat door Gods Woord je geweten stil en gerust is geworden, en je niet meer bezoedeld wordt door de wet. Dat een christen weet (het voor vast en zeker houdt) dat het hem (of haar) geen schade doet, of hij de wet houdt of niet. Want zijn (of haar) hart is rein. Aan de andere kant, een onrein hart (dat niet rust in Christus werk) verontreinigt en verzondigt zich in alle dingen, (omdat het niet vol is van Christus, maar) omdat het vol zit met wetten en geboden.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]

(Wordt vervolgd!)

(1) En dan hebben we nog niet de vraag beantwoord welke gedachten wel en welke niet als onrein moeten worden beschouwd. We kunnen daar ook veel te vrome (of onvrome) gedachten over hebben!
(2) Denk aan Augustinus, die niet trouwde met de vrouw bij wie hij een kind verwekt had, maar in vrome (huwelijks-)ascese ging leven en daarmee (goede) indruk maakte op christenen in zijn omgeving en van zijn tijd (en ook in later tijden en zelfs ook nu nog altijd).

Leestip: Titus 1 : 10-16 en Romeinen 7 : 21 t/m 8 : 1-2.

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft jullie bevrijd van de wet van de zonde en de dood.‘ (Uit Romeinen 8 de verzen 1-2)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De weg naar kerkverlating geplaveid met theologie en visies…

Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn gebonden aan de wereld. Wanneer jullie afgunstig en verdeeld zijn, dan zijn jullie toch gebonden aan de wereld, dan leven jullie toch als ieder ander?! Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus,” en de ander: “Ik ben van Apollos,” zijn jullie dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 : 1-4)

Opgemerkt: De theologen en kerkleiders maken die (om)weg alleen wat langer en daarom zeggen ze trots: Als Jan-tje of Marie-tje niet een kerk hadden (gevonden) gebaseerd op de opvattingen van ons/onze theologen en onze/hun theologie of niet een gemeente hadden (gevonden) gebouwd op basis van ons leiderschap en onze visie(s), dan hadden ze ónze kerk of ónze gemeente natuurlijk al lang verlaten…

Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk, jullie hadden toch inmiddels allemaal leraar moeten (kunnen/behoren te) zijn! In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig (1) om jullie de grondslagen van Gods Woord bij te brengen; het is met jullie weer zover gekomen dat jullie weer aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de draagwijdte (2) van de verkondiging van de gerechtigheid. Vast voedsel is voor volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad.’ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-14)

(1) Dat is schuldige onwetendheid en verachtering in de genade: zie 1 Johannes 2 : 26-28.
(2) Zoals dat ‘geen weet hebben’ ook bestaat in de theologie en visies van kerken en gemeenten.’

Zie ook: ‘Mooi stelletje leiders, die discipelen van Jezus…

Moge de God van de vrede, Die onze Heer Jezus, de machtige Herder van de schapen, door het bloed van een eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, jullie toerusten met al het goede, zodat jullie Zijn wil (daarom bidden we: ‘Uw wil geschiede’) kunnen doen. Moge Hij in ons tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan Wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (Uit Hebreeën 13 de verzen 20-21)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie