Niet om blij, maar om diep bedroefd van te worden!

Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk jullie hadden inmiddels allemaal leraar kunnen en moeten zijn. In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen (1) van Gods Woord bij te brengen;’ (Uit Hebreeën 5 uit de verzen 11-14)

Geciteerd 1: Op Aswoensdag haal ik een askruisje bij de katholieken; hun kerk is maar vijf minuten lopen, ons huis valt onder het strooigebied der welluidende klokjes. Het gebouw stroomt op het laatste moment aardig vol, verrassend veelkleurig, voor zo’n Veluws dorp.
Opgemerkt 1: Het askruisje is een RK-alternatief voor de opdracht van Jezus om het kruis op je te nemen door Hem daadwerkelijk te volgen. Hij zegt: “Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen”

Geciteerd 2: Waarom word ik hier niet droevig van maar juist diep-blij? Misschien omdat er al zo weinig heenkomen is, tussen het straatrumoer en alles wat de hemel tergt. En omdat doodgewone mensen tastbare tekens nodig hebben, vormen die hun geloof helpen dragen.
Opgemerkt 2: Waarom zijn de door onze Heer ingestelde zichtbare en tastbare tekens van Doop en Avondmaal ons niet genoeg? De doop is geen ‘magisch ritueel’ (2) maar een door God geschonken en gewerkte realiteit en daarmee een geloofsstuk, want het is een zichtbaar bewijs van de dingen die we niet zien, maar wel hebben te belijden op grond van Gods Woord.

Geciteerd 3: Maar ik moet wel de neiging bedwingen om pardoes naar voren te lopen en te zeggen: wacht, broeders en zusters, dit (zingen bij het orgel) kan beter, even opnieuw graag! Als protestant erken ik de paus inmiddels als geestelijk leidsman, dus als jullie nu voortaan iets harder zingen, komen we er samen wel uit: gelijk oversteken.
Opgemerkt 3:En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus. (3) Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.‘ (Uit Matteüs 23 : 9-12)

(1) Zijn die woorden niet evenzeer van toepassing op de huidige generaties! Hebben in de (jonge) gezinnen de ouders niet als eersten de opdracht/taak om hun kinderen de grondslagen van Gods Woord te onderwijzen. Kunnen ze de betekenis van de Doop onderwijzen aan hun kinderen? En waarom hebben we de leerdiensten afgeschaft, waar toch ook altijd weer de grondslagen van het Woord van God aan de orde kwamen?!
(2) Zie hierbij ook deze blog: ‘De Doop geen ‘magisch ritueel’!’
(3) Zie hierbij ook deze blog: ‘(P)aap uit de mouw van bisschoppelijk gewaad…

Bron citaten: ND Opinie – ‘Aswoensdag: het vuur verteert de oude palmtakjes, al snel trekt er een scherp asgeurtje door de kerk’ – Column van Hilbrand Rozema.

‘Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob
en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf Hij de opdracht
die aan hun kinderen te leren.
Zo zou het volgende geslacht ervan weten,
en zij die nog geboren moesten worden,
zouden het weer aan hun kinderen vertellen.’
(Uit Psalm 78 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Amazon-com (Op voorraad)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een bonte stoet van misgangers…

Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en bloed van de Heer.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 27)

Over de dubbele moraal van/in de kerken…

Geciteerd 1: Iedere priester weet dat wanneer hij de kerkdeuren openzet voor de lokale carnavalsverenging, concessies nodig zijn. Veel bezoekers zien zelden een kerk van binnen, je moet meedeinen op de deuntjes van het dweilorkest en dat sommigen wat onhandig friemelen met de hostie in hun handen – het hoort er allemaal bij.
De meeste priesters hebben het er graag voor over, want de carnavalsmis is een levende reclamefolder. Dus zetten ze monter hun preek* op rijm en trekken een gitaar of accordeon te voorschijn. Op het einde van de viering zegt de priester quasi-streng dat hij iedereen op Aswoensdag terugverwacht, waarop er vanuit de kerkbanken een bulderend gelach opstijgt. Alaaf!

Opgemerkt 1: Er wordt bij zo’n carnavalsmis dus niets strikt genomen, in feite zijn degenen die de hostie uit de handen van de priester aanvaarden en even later zijn uitnodiging om ook op Aswoensdag weer te komen met bulderend gelach beantwoorden godslasteraars! Maar ze hebben blijkbaar geen enkel besef meer van wat de priester daar nog voor ‘heiligs’ aan het doen is en de priester zelf blijkbaar ook niet!

Geciteerd 2: Dat de pastoor van het Limburgse Itteren opeens last kreeg van gewetensdrang, leidde tot een pijnlijk bedrijfsongeval. Het prinsessenpaar van de carnavalsvereniging zijn twee met elkaar getrouwde vrouwen, die van de pastoor het verzoek kregen om tijdens de carnavalsmis niet ter communie te gaan. Prinsessen boos, vereniging boos. En uiteindelijk werd de hele carnavalsmis maar afgeblazen.
Strikt genomen valt de pastoor weinig te verwijten. Wanneer twee mensen van hetzelfde geslacht samenwonen, is het nog geen objectief feit dat zij een volgens de kerkregels ongeoorloofde homoseksuele relatie hebben. Maar met het aangaan van een huwelijk valt iedere twijfel weg.

Opgemerkt 2: Blijkbaar beseft de priester bij dit prinsessenpaar nu toch ineens wel dat hij daar toch wat ‘heiligs’ aan het doen is, en ziet hij blijkbaar zelfs zijn middelaarsfunctie (of die van de RK) in gevaar gebracht en nu wil hij het plots wel strikt en serieus nemen en maken en dat nota bene met twee vrouwen die hun relatie serieus hebben genomen door met elkaar te trouwen. Dan weet de priester het heel zeker: hier zijn twee zondaars die echt niet ter communie mogen gaan! Een bizarre uitzondering in de bonte stoet van al die ‘geheide zondaars’ die de hostie van hem wel zonder pardon krijgen aangereikt.

Zie ook deze blog: ‘De ons toegerekende gerechtigheid ook elkaar toerekenen!’

Bron citaten: ND opinie – ‘De pastoor kon kiezen: de ophef als hij de communie gaf, of het gedoe als hij die weigerde’ – door Jan Willem Wits.

Laat daarom iedereen zichzelf (!) eerst toetsen* voordat hij/zij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn/haar veroordeling af over zichzelf.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 de verzen 28-29).
* Zou de priester in de preek daar nog op gewezen hebben?

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over een ‘geloofwaardige kerk’…

En Simon Petrus antwoordde en zei: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” En Jezus daarop antwoordend zei tegen hem: “Zalig ben je, Simon Bar-Jonas; want vlees en bloed hebben je dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is.”‘ (Uit Matteüs 16 de verzen 16-17)

Geciteerd 1: Een kerk die mensen tot wanhoop drijft, depressief maakt en soms zelfs tot zelfdoding doet besluiten – daar gaat iets mis. De Regenboogverklaring die woensdag werd gelanceerd maakt weer eens pijnlijk duidelijk hoeveel homo’s hebben geleden onder de oordelen van (veelal heteroseksuele) medegelovigen.

Geciteerd 2: Dat gaat niet alleen over lhbt+’ers, maar ook over vrouwen (’onkruid’ volgens Luther), Joden (’zwijnen’) of zwarte mensen (’vervloekten’). Of over andersdenkenden. Of afhakers. Of vraag ouderen eens, die het in hun jeugd waagden te trouwen met iemand van een andere kerk. Het bleken vaak al te menselijke oordelen in naam van God.
Hoeveel daarvan kan een kerk mensen aandoen? Want droeg Christus, de Heer van de kerk, de slagen niet juist, in plaats van dat Hij ze toebracht?

Opgemerkt 1: In de eerste plaats is het van groot belang dat wij beseffen dat wij christenen ieder op de eigen van God gegeven plaats in dit leven mogen laten zien en horen, met daden en woorden, dat wij geloven in een betrouwbaar en barmhartig God, die niet laat varen het werk dat Zijn hand begon. Hoe minder we afschuiven op ‘verantwoordelijkheid’ van ‘geloofwaardige kerk(en)’, hoe beter. Want we schuiven zo graag de verantwoordelijkheid door en willen graag prat gaan op wat ‘onze kerk(en)’ of wat ‘onze gemeente(n)’ allemaal presteert (presteren). Tegenwoordig schrijven we daar zelfs liever wat van op dat dan we laten zien en horen wat wij als christenen mogen en hebben te belijden met daad en woord. Maar ook met dat wat wij hebben te belijden zijn we in het verleden veel te ver gegaan en is dat gebruikt geworden om ongewenste elementen uit te bannen. Voor de (ex-)NGK-ers werd dat in de jaren zestig ook nog weer gepresteerd door ‘de ware kerk’ in ons Nederlandje nog wel…

Opgemerkt 2: Maarten Luther mag dan ‘gekruide’ uitspraken hebben gedaan en vreselijk onderuit zijn gegaan met zijn boekje tegen de Joden, maar hij was vele malen vrouwvriendelijker (en respectvoller!) dan latere promotors/aanhangers van de reformatie (en de RK-clerus) en hij heeft zich nooit aan de Joden vergrepen, terwijl Johannes Calvijn de verbranding van de ketter Michael Servet had kunnen voorkomen, maar hij had klaarblijkelijk toch niet genoeg Godsvertrouwen om zich voor deze man nog levensreddend te willen/durven inzetten…

Op deze petra [=rots (1)] zal ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen die niet overweldigen.’ (Uit Matteüs 16 vers 18)

Geciteerd 3: Wanneer je dan ziet dat ongenadige overheden toornen en de hooggeleerde heren (ook uit de kerken) er bij komen, met alle heiligen van deze wereld – wat dan nog? Dáárop moet je niet letten of je er iets van aantrekken (2), want het zijn maar de poorten van de hel en de golven op het water, die tegen deze rots aanstormen.
[Maarten Luther: WA 10.3 214,26 – 215, 15)]

(1) Besef dat deze rots niet de persoon Petrus (en zijn opvolgers) betreft, maar de belijdenis die Petrus uitsprak en die wij hem met mond en hart ‘nazeggen’ en dát laat ons niet zonder goede vrucht of werk in deze wereld.
(2) Zie ook deze blog (van 14 februari): ‘(P)aap uit de mouw van een bisschoppelijk gewaad…’

Bron citaten 1-2: ND Opinie – ‘Een kerk die mensen tot wanhoop drijft en depressief maakt – wat gaat daar mis?’ – door Dick Schinkelshoek
Bron citaat 3: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 19 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘In mijn nood heb ik (altijd weer) geroepen: “HEER!”
En de HEER antwoordde, Hij gaf mij ruimte.
Met de HEER aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?’
(Uit Psalm 118 de verzen 5-6)
* Lees hierbij Psalm 40 en 116!

Bron afbeelding: Facebook (The KJV Bible)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(P)aap uit de mouw* van een bisschoppelijk gewaad…

Toen Petrus het huis wilde binnengaan, kwam Cornelius hem tegemoet, en wierp zich eerbiedig voor hem neer. Maar Petrus hielp hem overeind en zei: Sta op ik ben ook maar een mens.‘ (…) En hij gaf aan zijn Joodse medegelovigen de opdracht om hen te dopen in de Naam van Jezus Christus. Daarna vroegen ze hem of hij nog enkele dagen wilde blijven.‘ (Uit Handelingen 10)

Geciteerd: Het doel van de oecumene is altijd de zichtbare eenheid van de kerk geweest. Door allerlei breuken in de kerk is Christus verscheurd geraakt. Maar de levende Heer wil ons weer bij elkaar brengen. In het Platform is de vraag opgekomen of dit zou kunnen in de vorm van een protestantse gebruiken binnen de ene kerk. Wij zien dat ook bij oosterse kerken. Zij hebben een eigen liturgie en kerkorde, maar erkennen wel de paus als de huidige Petrus en daarmee als de herder der herders. Voor de nabije toekomst lijkt mij dat een boeiend thema voor theologen en kerkjuristen. Wij hebben Christus niet voor onszelf en kunnen niet geloven los van het geloof van de ene Kerk. Laten wij ons inzetten voor de kerk als één kudde rondom de ene Heer.

Opgemerkt: Als de vertegenwoordiging van heel de christenheid toch weer bij één persoon en in het machtscentrum van Rome terecht zou kunnen komen…, tot hoeveel offers zijn de de RK-bisschoppen dan voorlopig bereid? En hoeveel protestanten dromen ook niet van zo’n geweldig mens als vertegenwoordiger van datgene waar de (hele) christenheid (volgens hun opvattingen) voor zou staan?

* ‘Aap uit de mouw’: Als ineens duidelijk wordt hoe iets zit, of als eindelijk iemands ware bedoeling of karakter blijkt, is het heel gebruikelijk om uit te roepen ‘Nu komt de aap uit de mouw!

Zie ook: ‘Een bonte stoet van misgangers…

Bron citaten: ND Opinie – ‘Zouden we de eenheid van christenen kunnen bevorderen met protestantse gebruiken?’ – door Gerard de Korte (bisschop van ’s Hertogenbosch)

Ze wilden (weer) slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in jullie belang behouden blijven. De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht.‘ (…) ‘Maar toen Petrus in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk.‘ (Uit Galaten 2 uit de verzen 4-6 en vers 11)

Bij de afbeelding: Gerard De Korte geïnstalleerd als bisschop van bisdom ’s Hertogenbosch.

Bron afbeelding: Rooms Katholieke Kerk Nederland.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie geeft er nu betekenis aan de (z’n eigen) Doop?

Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
(Uit Matteüs 5 vers 3)

Geciteerd (Paul Dekerf): Ik ben ervan overtuigd dat de doop veel betekenisvoller is wanneer deze plaatsvindt op basis van een eigen beslissing om Jezus te volgen. Op die manier wordt de doop een krachtig getuigenis van iemands geloof en toewijding aan Christus, en een vreugdevolle viering van iemands nieuwe leven in Hem.

Opgemerkt: Precies, jouw verhaal is een omkering van wat de Doop is. Voor die pas geworven heidenen was de Doop hun houvast niet hun geloof en de geloofsbeslissing van dat moment. Dát is veel te veel eer aan de mens! Lees het maar weer na in de eerste vier hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs. Die mensen hadden het veel te hoog in de bol gekregen, mee door ‘geweldige mensen’ die zich zelf(s) al ‘koningen’ hadden gemaakt en inmiddels op Paulus neerkeken!
De tweede brief aan de Korintiërs bevat ook genoeg stof om de zichzelf overschattende kerkmensen/kerkleiders nederigheid te leren en alles aan het werk van God toe te schrijven. Hij is de eerste ook in het leven van de in de gemeente geboren kinderen. En niet hun aan zichzelf of anderen bewezen geloof (dat kan wankelen en op sterven na dood zijn) maar hun Doop is het zichtbare en vaste getuigenis dat ook zij mogen belijden: Ik ben gekocht en betaald met het bloed van onze Heer, met Hem ben ik gestorven en opgestaan en de Heilige Geest is ook mij gegeven!

NB. Ook (o.a.!) dominees uit de GerGem zijn geneigd om te zien op hun (bijzondere) roeping en het getuigenis dat ze kunnen geven over hun bekeringsweg en in feite verlangen ze dat ook van hun gemeenteleden. Maar Paulus moest zijn (bijzondere) roeping (1) horen uit de mond van een broeder en op grond van zijn Doop daarna ook aanvaarden (geloven!), dat hij nu met Christus was gestorven en opgewekt om een nieuw leven te leiden.
(1) Uit de mond van onze Heer vernam Paulus niet dat hij genade gevonden had bij God. Ananias moest hem dat vertellen en hem er ook toe aansporen om niet langer te aarzelen, maar zich nu eerst ook te laten dopen.

> Leestips: 1 Korintiërs 4 en 2 Korintiërs 6 : 1-13.

Wie denken jullie wel dat jullie zijn. Bezitten jullie ook maar iets dat je niet (eerst) geschonken is? Alles is jullie geschonken, dus waarom scheppen jullie op alsof jullie het zelf verworven hebben. Maar natuurlijk – jullie zijn al helemaal verzadigd, jullie zijn al rijk, jullie zijn inmiddels koningen geworden, maar dan zonder ons. Waren jullie maar werkelijk koningen geworden – dus rijk* om wat God geschonken heeft en schenkt –, dan zouden wij hebben kunnen delen in jullie koningschap. Maar volgens ons heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toebedeeld, alsof we ter dood veroordeeld zijn.’ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-14).
* Maar van zichzelf ‘arm van geest’ (zie de eerste zaligspreking in Matteüs 5)

Bron afbeelding: Hubhopper

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ons toegerekende gerechtigheid ook elkaar toerekenen!

Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ (Uit Romeinen 1 vers 17)

Geciteerd: Door het geloof in Christus wordt Christus’ gerechtigheid onze gerechtigheid, en worden de dingen die van Hem zijn, van ons, ja, Hij wordt Zelf van ons. Daarom noemt de apostel deze gerechtigheid ‘de gerechtigheid van God’ (vgl. Matteüs 3 : 15, Romeinen 1 : 17; alsook Habakuk 2 : 4 en Hebreeën 10 : 38).
Verder zegt hij: ‘Wij komen tot de slotsom dat de mens alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet’ (vgl. Romeinen 3 : 28). Dit is de oneindige gerechtigheid (1), die alle zonden in een oogwenk verzwelgt, want het is onmogelijk dat één zonde in of aan Christus hecht of kleeft. Iemand die in Christus gelooft, hecht zich aan Christus, is verenigd met Hem en heeft een en dezelfde Goddelijke gerechtigheid met Hem!
Daarom is het onmogelijk dat de zonde de gelovige bijft aankleven. En deze gerechtigheid is de eerste, het fundament, de oorzaak, de oorsprong van alle ware gerechtigheid die iemand bezit of doet. Want deze wordt in de plaats gegeven van de oorspronkelijke gerechtigheid van Adam die verloren is gegaan. Zij bewerkt hetzelfde, ja, meer dan deze oorspronkelijke gerechtigheid ooit had kunnen doen of heeft gedaan.
[Maarten Luther: WA 2, 146, 8-26, weergave W(2)]

Opgemerkt 1: Deze ons door het geloof toegerekende gerechtigheid zullen we ook elkaar (als dopelingen in de gemeenten van onze Heer Jezus Christus) toerekenen. Want hoe had de gezalfde koning David (2) anders ooit koning kunnen blijven en vrijgesproken kunnen worden na/van zijn overspel met Batseba en het laten uitvoeren van moord op Uria en andere broeders uit het volk van God en van het handhaven van zijn harem, als niet Gods gerechtigheid door het geloof hem was toegerekend geworden, door God Zelf (middels woorden van de profeet Nathan) en door het gelovige en gehoorzame deel van het Godsvolk.

Opgemerkt 2: Zullen we dan niet ook zo hebben om te gaan met onze gedoopte en gelovige broeders en zusters in de kerken van vandaag. Ook wanneer ze er opvattingen en/of praktijken op na houden en handhaven die in onze ogen niet stroken met Gods Woord? Is dat niet ook de weg die gegaan kan en moet worden t.a.v. elkaar en met elkaar vanwege allerlei wantrouwen en impasses in de huidige kerken?!

(1) Die bij de Doop (onze zalving!) aan ons wordt betekend en verzegeld – zie o.a. 1 Johannes 2 : 12-14 en 25-27.
(2) Lees hoe terughoudend David zelf altijd weer was geweest (met oordelen en afzetten of uit de weg ruimen) tegenover de gezalfde, later zelfs moordzuchtig geworden, koning Saul – lees ervan in o.a. 1 Samuël 24.

> Leestips: Psalm 40 (m.n. vanaf vers 12) en Romeinen 3 : 21-31 en Romeinen 10.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 14 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

PS. Mee n.a.v. ND-artikel ‘Bezwaarde christelijk-gereformeerden laten de kerk in de fuik van een kerkscheuring zwemmen’ – door Hans Bügel (ND Opinie, dinsdag 13 februari 2024)

Jezus antwoordde: “Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.” Toen stemde Johannes ermee in. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoog kwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op Hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.”‘ (Uit Matteüs 3 de verzen 15-17)

Bron afbeelding: Quora

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over een ‘loffelijk streven’…

Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren en bent van kindsbeen af vertrouwd met de Heilige Schriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Jezus Christus.‘ (Uit 2 Timoteüs 3 de verzen 14-15)

Geciteerd: Je liefde voor de Bijbel en je streven om Gods Woord te gehoorzamen, vind ik lovenswaardig. Ik ga met je akkoord dat het van belang is om de Schrift als grondslag te gebruiken voor onze overtuigingen en niet enkel op onze eigen kennis te vertrouwen. Maar ik meen dat er een aantal zaken zijn die je mogelijk over het hoofd ziet, en ik zou die graag met je willen delen.

Ten eerste hoef je geen weerzin te voelen tegen theologie, die de studie van God en Zijn openbaring is. Theologie is een eervolle en onmisbare taak voor elke christen. Hoewel er theologen zijn die dwalen of de Bijbel verdraaien, betekent dit niet dat alle theologen verkeerd zijn of dat theologie nutteloos is. Integendeel, we hebben goede en betrouwbare theologen nodig om ons te helpen de Bijbel beter te verstaan en toe te passen. Theologie is geen last, maar een hulpmiddel om de diepte van Gods Woord te ontdekken en te delen.

Opgemerkt 1 (AJ): Het is niet correct mij van weerzin tegen de theologie (en ook theologen) te betichten, wel dienen we juist theologen waarschuwende woorden te laten horen en dat op grond van de Bijbelse geschiedenis én de kerkgeschiedenis.
Wat betreft dat leren kennen (onderzoeken) van ‘de diepten van God’ verwijs ik naar woorden van Paulus in 1 Korintiërs 2 : 10 en de hoofdstukken 1 t/m 4 geven ook al aan dat we toch geen hoge verwachtingen kunnen hebben van de theologie als wetenschap. Ook de woorden van Paulus in Filippenzen 3 : 8-9 ‘schade en drek’ zullen we in rekening hebben te brengen. Nooit verwijst hij naar wat hij van zijn vroegere rabbi’s geleerd heeft en ook Timoteüs en Titus worden niet aangeraden om zich in die geschriften te verdiepen. Paulus houdt zich aan Gods Woord als een volkomen toerusting voor voorgangers/oudsten in een gemeente om hun taak met zegen te kunnen verrichten. Ook daarin was hij – naast de andere discipelen/apostelen – een echte leerling/navolger van Zijn Heer!

Ten tweede, u gaat er ten onrechte van uit dat onze Heer geen discipelen wierf van de ‘universiteit’ in Jeruzalem. Hoewel de meeste van zijn volgelingen eenvoudige vissers, tollenaars en zondaars waren, waren er ook een paar geleerden onder hen. Denk aan Paulus, een Farizeeër die werd opgeleid door Gamaliël, een beroemde rabbi. Of denk aan Lucas, een arts die een nauwkeurig historisch verslag schreef van het leven van Jezus en de eerste christenen. Jezus koos niet alleen ongeletterde mensen, maar ook mensen met kennis en vaardigheden die Hij inzette voor Zijn koninkrijk.

Opgemerkt 2 (AJ): Het gaat mij bij mijn opmerking ‘niet van de “universiteit” in Jeruzalem’ om ‘de twaalven’, en dan kan je dus niet komen aanzetten met Paulus en Lukas. Zie verder wat ik bij ‘Opgemerkt 1’ al noemde.

Ten derde, u hoeft niet te geloven dat Calvijn de Bijbel vooral las met de bril van Augustinus. Hoewel Calvijn veel waardering had voor Augustinus en vaak naar hem verwees, betekent dit niet dat hij zomaar diens ideeën overnam. Calvijn was een zelfstandige denker die de Bijbel zelf bestudeerde en interpreteerde. Hij was ook bereid te leren van andere christelijke schrijvers, zoals de kerkvaders, middeleeuwse theologen en reformatoren. Hij was geen knecht van een bepaalde traditie, maar een dienaar van de Schrift.

Opgemerkt 3 (AJ): Het is overduidelijk dat ook Calvijn niet zo’n zelfstandig denker was dat hij de Bijbel wel kon lezen zonder bril. Niemand heeft die kwaliteit! We zien eerder dat mensen met een (o.i.) ‘groot brein’ moeite hebben om de Schriften op een eenvoudige manier te (blijven) lezen en te verkondigen. Dat laatste is toch echt een gave van de Heilige Geest en Luther is daarin meer begaafd geweest dan Calvijn! Ook is Luther altijd veel bescheidener gebleven in het spreken over zijn eigen werk dan Calvijn en de volgelingen van Calvijn (de ‘calvinisten’) hebben zich veel meer (en al vroeg) bezondigd aan mensverheerlijking, meer dan de leerlingen van Luther (de ‘lutheranen’) al hebben die zich er ook aan bezondigd. Al die menselijke hoogmoed zorgde al snel voor een onnodige en verdrietige tweespalt in het ‘reformatie-kamp’.

Ten vierde, wat betreft de praktijken en gewoonten van de eerste christenen, die dichter bij de bron van het evangelie leefden, zou ik graag enkele overwegingen met je willen delen:
De vroege kerk was niet zonder gebreken, maar getuigde wel van Gods werk. De fouten en moeilijkheden van de Galaten, Hebreeën en gemeenten in Klein-Azië betekenen niet dat we niets van hen kunnen leren. De Bijbel toont hoe God hen gebruikte, corrigeerde en bemoedigde, zoals Paulus schreef aan de Korinthiërs: “En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen, zoals ook zij verlangd hebben.” (1 Korinthiërs 10:6). We kunnen dus zowel positief als negatief leren van hun voorbeelden.
De vroege kerk bleef trouw aan de apostolische leer. Ook al baseren we ons op Gods Woord, moeten we niet vergeten dat de vroege kerk de bron was van het Nieuwe Testament. De apostelen schreven onder inspiratie van de Heilige Geest, en de vroege kerk bewaarde, verspreidde en erkende hun geschriften als heilige Schrift. Ze waren in overeenstemming met de Schrift.
De vroege kerk was een levende gemeenschap. De aansporingen van Paulus aan Timoteüs en Titus om de Schrift te gebruiken, moeten we bekijken binnen de context van zijn instructies aan leiders van gemeenten. Hij benadrukte eenheid, liefde, dienstbaarheid, aanbidding en getuigenis van de gemeente, waarbij hij ook verwees naar tradities en voorbeelden (2 Thessalonicenzen 2:15). De vroege kerk was niet slechts een bron van informatie maar ook van inspiratie.

Opgemerkt 4 (AJ): De eerste gemeenten waar jij het over hebt, die reken ik niet tot de ‘vroege kerk’. Een (inmiddels emeritus) predikant van de NGK zei ons dat we in Handelingen en in de brieven in feite alle ‘problemen’ (vraagstukken) die gespeeld hebben in de latere kerkgeschiedenis ook al speelden in die eerste gemeenten. In Handelingen en in de brieven kunnen we daarom in elke tijd weer de ‘antwoorden’ vinden die Gods Woord ons aanreikt.

Tenslotte: Ik bid dat God je zal leiden en zegenen in je geloofswandel.
Met vriendelijke groet.

Opgemerkt slot (AJ): Dank voor deze zegenbede/wens en dat is toch ook altijd weer het gebed waarmee christenen de dag beginnen en dan met een vast (kinderlijk!) vertrouwen op God (met een vast geloof dus) aan de slag gaan in/met het werk dat Gods Vaderhand hen te doen geeft. En uit de woorden van het ‘Onze Vader’ blijkt wel dat we de beden van dit (dagelijkse) gebed niet alleen voor onszelf bidden, maar voor al onze broeders en zusters.
Met broedergroet.

Bron citaten: Paul Dekerf (op Facebook n.a.v. uitspraken over het al of niet dopen van kinderen).

PS. Hierbij nog een link naar de Woordverkondiging van de (leer)dienst van zondagmiddag j.l. (zondag 11 febr.) in NGK ‘De Burcht’ (Barneveld), waarin juist ook aandacht werd gegeven voor wat de Bijbel zegt over en bedoelt met de ‘volkomenheid van Gods Woord’.

Ik denk vaak aan het oprechte geloof dat je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike hadden en dat – daarvan ben ik overtuigd – jij nu ook hebt.’ (Uit 2 Timoteüs 1 vers 5)

Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.’ (Uit 2 Timoteüs 3 de verzen 16-17)

Bron afbeelding: Faith, Hope & Joy

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar staat in de Bijbel dat kinderen worden gedoopt?

Ga dus op weg en maak alle volken tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 19-20)

Vraag: Waar staat in de bijbel dat kinderen worden Gedoopt? Je moet er toch voor kiezen om God te willen dienen?

Antwoord: De ‘huisdoop’ is een bewijs dat ook kinderen behoren gedoopt te worden, zelfs als er in de huizen van toen geen kinderen werden gedoopt (wat m.i. moeilijk voorstelbaar is). Kijk maar naar de doop van Lydia en die van de gevangenbewaarder (Handelingen 16). We lezen dat God het hart van Lydia opende, toch werden ook al haar huisgenoten gedoopt. En bij de gevangenbewaarder is het niet anders, hij (!) geloofde en ook zijn huisgenoten werden gedoopt. En waarom? Zij mochten net zo goed als deze ‘huismoeder’ en ‘huisvader’ zeker weten dat het verkondigde Evangelie – dat Jezus ook voor hen gestorven en weer opgestaan is – waarheid is en daarin delen. Die waarheid mochten zij net zo goed aannemen en geloven en ook zij mochten delen in wat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest hen toezegden in verkondiging en Doop. Want het gaat hier om de waarheid van het Evangelie voor ieder mens. Ze konden het nu alleen nog maar afwijzen! Natuurlijk hadden de huisgenoten ook nog kunnen weigeren om (direct al ook) gedoopt te worden, maar daar horen wij niet over.
Misschien heeft Paulus hen nog wel verteld over het huis van de Romeinse hoofdman, waar de Heilige Geest op ieder van de huisgenoten hoorbaar en zichtbaar was neergedaald (Handelingen 10 : 45-46), net als bij Jezus’ discipelen/apostelen op de eerste Pinksterdag. Zo zeker mochten de huisgenoten van Lydia en de gevangenbewaarder nu ook weten dat de Heilige Geest hen geschonken was en zou bijstaan. Daarom waren ze allemaal welkom in de nieuw gevormde gemeente en mochten ze komen onder het onderwijs van de apostelen en deelnemen aan het breken van het brood.

Terwijl Petrus nog aan het woord was, daalde de Heilige Geest neer op iedereen die naar zijn toespraak luisterde. De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook heidenen het geschenk van de Heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen. Toen merkte Petrus op: Wie kan nu nog weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de Heilige Geest hebben ontvangen. En hij gaf opdracht – hij deed het niet zelf! – hen te dopen in de naam van Jezus Christus.‘ (Uit Handelingen 10 de verzen 44-48)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat geven we onze jongeren mee?

Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij? Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.”‘ (Uit Matteüs 3 de veren 14-15)

Geciteerd 1: Het thema is ‘Goed nieuws!’. ‘Je bent niet waardeloos maar geliefd, dat is goed nieuws’, wil Van Houwelingen de jongeren op het hart drukken. ‘Er is een God die van jou houdt, die jou bijvoorbeeld door je negatieve gedachten heen trekt. Wat er ook op je pad komt. En dat is uiteindelijk het fantastische nieuws waarin we geloven met z’n allen.’
Volgens de spreker hebben jongeren die boodschap hard nodig. ‘Ik hoor veel geluiden van somberheid of depressie, van jongeren die vastzitten’, zegt hij. ‘Ik denk dat het voor een heel groot deel zit in eigenwaarde: hoe kijk je naar jezelf? Als jongeren van zichzelf gaan houden, komt er veel meer perspectief op het leven. Ik geloof dat zelfliefde daar ontzettend belangrijk voor is.’

Opgemerkt 1: Was het Zelfliefde (zelfliefde) die onze Heer (en de apostelen) ‘op de been hield’ en Hem (hen) er ‘doorheen’ hielp?

Opgemerkt 2: Graag wil ik dan net als de (EO-dag) spreker mijn eigen levenservaring inzetten om anderen wat mee te geven, want ik heb aan den lijve ervaren wat het is om mezelf – in eigen ogen, dat eerst en herhaald – als ‘afgeschreven’ te beschouwen, zo erg zelfs, dat als iemand me toen een goedwerkend euthanasie-middel (stiekem) in handen had gegeven ik dat middel ook onmiddellijk zou hebben willen gebruiken. En later werd ik door anderen als afgeschreven en daadwerkelijk uitgeschreven (ons huwelijk werd geschrapt bij de burgerlijke stand) beschouwd en dat dus nog wel door de mensen die je het meest nabij waren (fysiek én geestelijk!) en eerder helemaal niet aan dat afschrijven van mezelf (en uitschrijven) hadden willen meewerken, integendeel zelfs, ze spanden zich met alle liefde en macht in om mij weer overeind te helpen om dan weer met hen samen van het leven en (juist) ook van elkaar en het samenleven met elkaar te kunnen genieten. En dat is ons toen ook werkelijk gegeven, dat we weer met z’n allen blij en dankbaar verder konden en ook weer samen van het leven konden genieten. Toch is daar op een heel verdrietige manier een einde aan gekomen, nee, een einde aan gemaakt en dat juist door een broeder en zuster (en leden van het pastoraat die zich daarbij aansloten) die meenden dat zij de visie en de capaciteiten ‘in huis’ hadden om ons huwelijk en gezin voortaan – na het gezamenlijk vieren van ons 35-jarig (!) huwelijksjubileum – een veilige toekomst te garanderen. Maar toen mocht helder gaan blijken dat Góds kracht juist in zwakheid (zwakke mensen) (1) wordt volbracht! Daarom nu het volgende citaat.

Geciteerd 2: We willen hier nog iets zeggen over de Doop naar aanleiding van de woorden die Christus spreekt: ‘Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.’ Daarop kun je zeggen: ‘Nu hoor ik wel dat de Doop er ook bij hoort.’ Jazeker hoort de Doop er ook bij! Maak nu niet de fout dat je denkt dat de Doop iets is wat wij (mensen) doen. Doop en geloof zijn onafscheidelijk. Waarom? God wil niet dat het geloof in het hart verborgen blijft, maar eruit breekt, zodat het bekend en openbaar wordt in de wereld. Daarom heeft Hij het uitwendige teken van de Doop ingesteld, waardoor ieder zijn of haar geloof zou kunnen tonen en belijden en ook dat je tot het (dragen van) het heilige kruis (in je leven) komt. (2)
Wanneer immers het geloof heimelijk in het hart verborgen zou blijven, zou je wel zeker kunnen zijn dat je het kruis niet hoefde dragen, of Christus daarin navolgen. Want wanneer de wereld (3) niet zou weten wat/dat wij geloofden, zou men ons niet vervolgen, maar met rust laten.
Daarom, wie nu een christen is en gedoopt is [en bovendien zijn of haar geloof openlijk belijdt], staat in gevaar dat de heidenen en niet-christen (3) hem of haar zullen willen aangrijpen, uitbannen en (zo mogelijk daadwerkelijk) vermoorden.

(1) Lees hierbij 1 Korintiërs 12.
(2) Lees hierbij Lukas 12 in z’n geheel (zie ook tekst uit dit Bijbelgedeelte hier onderaan)!
(3) We moeten bij dit woord ‘wereld’ beslist ook denken aan de wereld onder het Godsvolk en in de kerk (waar de Psalmisten ook over klagen!), de mensen die daar de vervolgers van hun broeders en zusters zijn/worden. Onze Heer en de apostelen ondervonden dat m.n. van de ‘kerkleiders/theologen’ in hun tijd hier op aarde.

Bron citaat 1: ND Geloof – ‘Bijna blinde Jurjen van Houwelingen spreekt op EO-Jongerendag: ‘Ik dacht: waarom doet God niks?’’ – door Christa van Norel
Bron citaat 2: ’Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 10 februari – Den Hertog uitgeverij (2019)

Ik ben gekomen om op aarde een vuur (!) te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en ik wordt hevig gekweld zolang die niet volbracht is. Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen…’ (Uit Lukas 13 de verzen 49-51)

Bron afbeelding: a christian pilgrimage

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Je doopverjaardag vieren?

Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’
(Uit Johannes 6 vers 68)

Geciteerd 1: Iedere traditionele gelovige mag kritisch zijn op het verlangen van eigen kerkleden naar een ‘tweede’ geloofsdoop. Maar vraag je tegelijk af of je wel je eigen doopverjaardag weet. En wat je de laatste keer hebt gedaan om die te vieren.
Opgemerkt 1: Je doopverjaardag vier je iedere keer weer wanneer het Avondmaal gevierd wordt. Houd dat niet alleen jezelf (als gerechtigd deelnemer) voor, maar vertel dat ook aan de gedoopte kinderen, die nog niet deelnemen aan de vieringen!

Geciteerd 2: Kerken kunnen rituelen voor doopgedachtenis en doopvernieuwing optuigen. Ze kunnen discussiëren over de vraag of die wel of niet met water gepaard mogen gaan (dus: in hoeverre ze op de oorspronkelijke doop mogen lijken of niet). Ze kunnen in de paasnacht de gelovigen aanmoedigen zingend met hun handen door het doopwater te gaan. Of ze kunnen – goed gereformeerd – het heilig avondmaal als de ultieme doopbevestiging presenteren.
Opgemerkt 2: Nee, het kan dan wel gereformeerd heten, maar wanneer het Avondmaal als de ultieme doopbevestiging presenteren is dat toch niet naar Gods Woord. De dopeling ontvangt bij de Doop alles wat nodig is om door de gemeente als een volwaardig lid van het lichaam van Christus te worden gezien en aanvaard. Dat we deelname aan de vieringen van het Avondmaal nog uitstellen is praktisch gezien wel een goede en geoorloofde beslissing, maar dat betekent niet dat de kinderen niet net zozeer ‘hemels recht’ hebben op deelname aan deze vieringen als de ouderen. In feite zouden we hen op een bepaalde leeftijd alleen nog de vraag van onze Heer aan Zijn discipelen kunnen voorhouden: ‘Willen jullie ook niet weggaan?‘.

> Zie daarbij dit web-artikel: ‘Willen jullie ook niet weggaan?’

Bron citaten: ND geloof – ‘Johan liet zich ‘overdopen’. Daar kun je kritisch op zijn. Maar weet je dan wel je eigen doopverjaardag?’ – door Dick Schinkelshoek

Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Preach the Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie