Wereldse denkbeelden en verlangens…

Het leger (!) liet de ark van het verbond uit Silo overbrengen, de ark van de HEER van de hemelse legermachten, Die op de cherubs troont. Hofni en Pinehas, de beide zonen van hogepriester Eli, kwamen met de ark mee. Toen de ark van het verbond met de HEER in het legerkamp kwam, barstten alle Israëlieten uit in luid gejuich, zodat de aarde ervan dreunde.’ (Uit 1 Samuël 4 de verzen 4-5)

Geciteerd 1: In 1989 zongen de Positivoos – alias Kees van Kooten en Wim de Bie – op muziek van Tonny Eyk het lied: ‘Onze God is de beste’. Het slotcouplet geeft in alle kracht de moraal aan van het lied: Ja, wij zijn hier in het westen Nog het best in goeden doen Onze Heer blijft toch de beste Hij is wereldkampioen.

Geciteerd 2: Wie wint, dankt God, maar wat doet de verliezer? Hij (of zij) kan bij een nederlaag toch moeilijk het opperwezen gaan uitschelden, al zal hij daar misschien diep in zijn hart behoefte aan hebben. Daarin zit ook de tegenstrijdigheid: wie wint heeft dat aan God te danken. Wie verliest, zal dat niet God verwijten, maar uitsluitend zichzelf. Het is zijn (of haar) eigen schuld. Dat is een christelijk, zelfs calvinistisch principe. God is goed, maar de mens is geneigd tot alle kwaad. Terwijl God het niet fout kan doen, ligt het falen van de mens besloten in alles wat hij doet en heeft gedaan vanaf zijn geboorte.
Een sombere gedachte, die weinig hoop biedt. Door de ritueelgevoeligheid van sport is de connectie met religie snel gemaakt. Dat is ook wat de socioloog Ruud Stokvis betoogt in Lege kerken, volle stadions. Hij ziet een duidelijke relatie: hoe minder mensen er naar de kerk gaan, hoe voller de stadions zitten. Het is al lang geen uitzondering dat een belangrijke voetbalwedstrijd door meer dan 100.000 toeschouwers wordt bijgewoond. Zelfs Andries Knevel kijkt liever naar een voetbalwedstrijd dan naar een kerkdienst, biechtte hij nog niet eens zo lang geleden op! Kun je nagaan.

Opgemerkt: Die rituelen en het toejuichen van onze idolen in volle stadions. Vandaar ook de aantrekkingskracht van het op vergelijkbare manier ónze God dan ook maar luidkeels juichend toe te willen zingen en aanbidden in de samenkomsten van een grote menigte, liefst in een megakerk, op conferenties of zelfs ook in een stadion. Het is daar (schijnbaar) een wat ander ritueel dan het (liefst zo) luidkeels (mogelijk) zingen van de Psalmen bij het orgel* – in grote ‘(g)refo-kerken’ – maar toch…
* Maarten ’t Hart (bioloog) sprak van ‘territoriumzang’.

Verlies de moed niet, Filistijnen, laat zien wat je kunt! Anders worden wij slaven van de Hebreeën zoals zij het van ons zijn geweest. Laat dus zien wat je kunt, ten aanval! De Filistijnen gingen over tot de aanval en de Israëlieten werden verslagen.’ (Uit 1 Samuël 4 de vers 9)

Bron citaat: HP/De Tijd – ‘Voetbal en religie delen de zelfde oorsprong: Hoe voller de stadions zitten, hoe leger de kerken’ – door Max Pam

Toen Jozua eens in de omgeving van Jericho liep, zag hij plotseling tegenover zich een man met een getrokken zwaard in de hand. Jozua ging op hem af en vroeg: “Hoor je bij ons of bij de vijand?” Bij geen van beide, Ik ben de aanvoerder van het leger van de HEER. Daarom ben Ik hier.”‘ (…) ‘De HEER zei: “Ik (!) lever Jericho met al zijn dappere helden aan je uit.“‘ (Uit Jozua 5 de verzen 13-14 en uit 6 vers 2)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

We hebben maar één Beschermheer die niet tekortschiet…

Ik ben de goede Herder, de goede herder stelt zijn leven in voor de schapen.
(Uit Johannes 10 vers 11)

Geciteerd: Wij zien hoe de wereld en de duivel het Woord vijandig gezind zijn. En vooral de religieuze/kerkelijke wereld gebruikt al haar macht om het Woord desnoods met geweld uit te blussen of te vervolgen. Daar moeten de goede herders ook onder lijden. Daarom hoort het bij de vrome predikanten, die gelovig belijden (op grond van Gods Woord, niet op grond van hun vrome bevindingen!) dat ze door de dood van Christus als verloste mensen mogen leven (Zie Romeinen 6 : 3-5), dat ook zij spoedig het voorbeeld van Christus volgen en voor de schapen gevaar lopen en zelfs sterven; zij laten dan het leven omwille van het Woord.
Dit sterven redt de schapen niet (maakt hen niet zalig), want de redding (zaligheid) komt alleen door de dood van Christus Jezus. Maar toch versterkt het anderen, en op die manier wordt God door mijn bloed en sterven geprezen. De naaste wordt in het geloof daardoor versterkt, hoewel hij toch daardoor niet van de dood wordt verlost. Want dat is al eerder gebeurd door de dood van de enige ware Herder, Jezus Christus, zoals jullie al zo dikwijls gehoord hebben.
Er zijn echter niet alleen goede herders, maar ook huurlingen (1) en wolven. Ze mogen zo vroom zijn als ze willen. Niemand van hen kan zichzelf beschermen tegen de wolf, de duivel en de zonde om dan over het beschermen en redden van anderen maar te zwijgen.
[Maarten Luther: WA 52, 276, 39-277, 16]

(1) Luther heeft Mozes en ook zichzelf als een huurling getypeerd, omdat zij niet de schapen kunnen redden zoals Christus dat heeft gedaan. Bij hun sterven moeten ze de kudde achterlaten. Lees hierbij de woorden van Hebreeën 3 : 1-6.

Leestips: 1 Petrus 5, handelingen 20 : 17-38 en Psalm 4.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 3 juli – Den Hertog uitgeverij (2019)

Red het volk dat U toebehoort, zegen het, wees zijn herder en draag het voor eeuwig.‘ (Uit Psalm 28 vers 9)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ontbreken van een bepaald soort leiderschap’?

Toen zei Samuel: “Laat iedereen naar Mispa komen, dan zal ik voor jullie tot de HEER bidden. Het hele volk kwam in Mispa bij elkaar. Ze putten water dat ze voor de HEER uitgoten, en vastten de hele dag. Ze erkenden: “We hebben tegen de HEER gezondigd.” Zo gaf Samuël in Mispa onderwijs aan de Israëlieten.‘ (Uit 1 Samuel 7 de verzen 5-6)

Geciteerd 1: Rondom het overlijden van oud-premier Dries van Agt, in februari van dit jaar, waren er terugblikken op zijn leven en loopbaan te zien. Ik moet daar dezer dagen geregeld aan terugdenken. Ze vervulden me met een diep gevoel van melancholie – vanwege het contrast tussen de politieke cultuur van toen en nu.

Geciteerd 2: Maar toch – er was nog een soort elementaire beschaving die ervoor zorgde dat alle polemiek in banen van fatsoen werd geleid. Er was wel een diep verschil van mening, maar geen vijandschap. Er was ook polarisatie, maar geen fundamenteel wantrouwen omtrent de uiteindelijke bedoelingen van het andere kamp. De tegenstellingen waren zakelijk en werden niet persoonlijk. De hand van Den Uyl op de arm van een huilende Wiegel staat symbool voor de uiteindelijke welwillendheid in die tijd.

Geciteerd 3: We moeten natuurlijk nog zien hoe het allemaal gaat lopen, maar de tekenen zijn niet bijzonder hoopvol. Over en weer wordt er in vijandbeelden gegrossierd. Als je, zoals ik, in principe bereid bent deze nieuwe coalitie het voordeel van de twijfel te gunnen, dan haal je smalend uit naar de linkse onmacht om een overtuigend, inhoudelijk weerwoord te formuleren.
Over de oorzaken en achtergronden van de nieuwe verhoudingen kun je machtig interessante intellectuele bomen opzetten, maar dat zal niet helpen. Vooralsnog denk ik dat het vooral te maken heeft met het ontbreken van een bepaald soort leiderschap.

Opgemerkt 1: Aangeven dat je denkt dat het (politieke) Nederland van nu ‘vooral te maken heeft met het ontbreken van een bepaald soort leiderschap’ is in feite al een hele intellectuele boom neerzetten, maar die zal echter toch te groot blijken voor de plantenbak waarin de schrijver deze geplaatst heeft en daarom bij de eerste de beste stevige ‘discussiewind’ wel moeten omvallen.
(NB. ‘Plantenbak’, want niet geplant aan de waterstromen van Gods Woord – zie Psalm 1)

Opgemerkt 2: Om de wind (vanuit Gods Woord) alvast maar aan te blazen het volgende.
Gisteravond hoorden wij in een preek over 1 Samuël 24 (‘De volkstelling’) dat Samuël Gods werk onder en aan het volk van Israël begonnen was met Israël op te roepen tot bekering (Zie Samuël 7 : 2-6). Zullen we niet veeleer het alsmaar verder leeglopen van de kerken en het weglopen van ons vroegere/eerdere gedoopte (kerk)volk onder de bediening van Gods Woord* en de Sacramenten(Doop en Avondmaal) als oorzaak hebben aan te wijzen. Onze Heer sprak toch niet zonder reden van een zoutend (bederfwerend) zout en een gist dat heel het brood (de samenleving van mensen) doortrekt?!
* Te beginnen bij het verzuimen van de middag/avonddienst.

Opgemerkt 3: Ook onder het volk Israël leefde de gedachte dat ze een bepaald soort leiderschap, namelijk zoals de volken om hen heen die hadden, misten. Lees hierbij 1 Samuel 7 en 8 en Psalm 81.

Opgemerkt slot: En hoe staat het met ons bidden voor de overheden en onze overheidspersonen en kabinetten in de samenkomsten en thuis? Hebben wij ook daarmee en daarin onze vijanden lief?

Bron citaat: ND Geloof – ‘Vroeger was er in Den Haag een diep verschil van mening, maar geen vijandschap. Dat is nu wel anders’ – Column van Bart Jan Spruyt (Historicus en docent kerkgeschiedenis aan het Hersteld hervormd Seminarium)

David antwoordde: “Dat deed ik voor de HEER, Die mij aangesteld heeft over het volk van de HEER, over Israël, en mij zo verkozen heeft boven jouw vader en heel zijn familie; voor de HEER danste ik! En al zou ik me nog erger vernederen (onze Heer heeft dat later willen doen voor ons allemaal!), dan nog zou ik in aanzien staan bij de slavinnen over wie je zo (laatdunkend) spreekt.”‘ (Uit 2 Samuël 6 de verzen 21-22)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat zeg je dan als opvoeder tegen een ander?

Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent.’ (Uit 1 Johannes 3 vers 1)

Geciteerd 1: Laten we beginnen bij de systematische beïnvloeding. Is dat iets wat een christelijke opvoeding kenmerkt? Wat mij betreft wel. Sterker nog, als het goed is, is dat zelfs (vanuit christelijk perspectief) een belangrijk kenmerk van een christelijke opvoeding: de waarden en kaders die de Bijbel biedt, vormen altijd en overal de basis en komen systematisch en consequent terug. Gods Woord is bedoeld voor altijd en overal, niet voor sommige momenten en situaties wél en voor andere niet (Deuteronomium 6:4-7).

Opgemerkt 1: Systematisch? Doet ons dat niet eerder en teveel denken aan een uitgewerkt schoolplan of aan een wetenschappelijke doordachte aanpak? We zeggen toch ook niet dat wij ons en onze kinderen systematisch voeden omdat we dagelijks (de) maaltijden gebruiken met elkaar? Zo zullen we dat ook zien wat betreft de christelijke opvoeding van onze kinderen. Door dagelijks met elkaar te bidden en een Bijbelverhaal te vertellen of een Bijbelgedeelte te lezen voeden wij ons met Gods Woord. En m.n. voor de jongere kinderen zal de dagelijkse maaltijd er wat anders uitzien dan die van de volwassenen en al wat oudere kinderen. Maar wij hebben allemaal elke dag weer dat voedsel nodig! Dus wijs buitenstaanders er maar op dat wij onze kinderen dagelijks ook geestelijk voedsel geven en dan nog wel van de beste soort die er is. En net als bij gewone voeding en opvoeding is alles er op gericht dat we vrije en verantwoordelijke mensen worden die weten dat ze leven voor het liefdevolle aangezicht van hun God en Vader door Jezus Christus Zijn Zoon in de kracht van de Heilige Geest, Die aan ieder van ons geschonken is en wordt. Dus niet onze opvoeding is leidend, maar de Heilige Geest.

Geciteerd 2: Ook voor een christelijke opvoeding geldt daarom dat die meer kans van slagen heeft wanneer de opvoeder ruimte laat voor het zelfstandig onderzoeken van de vragen die op dat moment relevant zijn.

Opgemerkt 2: Heeft ooit iemand een lijstje criteria opgesteld (kunnen opstellen) aan de hand waarvan we kunnen vaststellen dat een christelijke opvoeding geslaagd is? In feite is in het hiervoor opgemerkte al aangegeven wat christelijk opvoeden is. Dat is een gezamenlijk levenslang leerproces. Luther vertelde dat wanneer hij weer over een vraag en antwoord moest preken aan de hand van de catechismus die hij zelf had opgesteld, dat hij dan weer volop medeleerling was. Zo machtig is Gods Woord het is altijd weer fris en nieuw voor ons omdat wijzelf niet stilstaan in onze geestelijke groei en ook omdat de omstandigheden waaronder wij Gods Woord lezen en overdenken ook altijd weer anders zijn.

Opgemerkt slot: Wat van ons als dopelingen gevraagd wordt dat is dat we altijd weer gelovig en trouw met elkaar alle middelen zullen blijven gebruiken die God ons ter beschikking heeft gesteld voor de groei en het onderhoud van ons geestelijk leven. En dat is geen zware last, we mogen dat altijd weer met vreugde doen, want Hij die ons Zijn beloften gedaan heeft is getrouw.

Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkaar aansporen, en dat des te meer, naarmate jullie de dag zien naderen.’ (Uit Hebreeën 10 de verzen 23-25)

> Leestip: 1 Johannes 2.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Is christelijke opvoeding indoctrinatie?’ – Pieternel Spaan-Van Braak (De auteur is moeder en docent Engels op een middelbare school).

Kinderen, ik schrijf jullie dus dat jullie de Vader kennen.’ (…) ‘En dit is wat Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. Dit wilde ik jullie schrijven over hen die proberen jullie te misleiden. Wat jullie zelf betreft: De zalving die je van Hem ontvangen hebt is blijvend, je hebt geen leraar nodig (die je vertellen moet hoe je eerst nog een kind van God moet zien te worden). Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog (zie hierbij hoe je tot God mag/zal bidden volgens Jakobus 1 : 5). Blijf daarom in Hem, zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft.’ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 14a en 25-27).

‘God, U onderwees mij van jongsaf aan,
en nog steeds vertel ik Uw wonderen.’
(Uit Psalm 71 vers 17)

Bron afbeelding: Flickr (Picasa)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een ‘mooie uitdaging’?

‘Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig
wie zijn zaken eerlijk behartigt
De rechtvaardige komt nooit (definitief!*) ten val,
men zal hem/haar eeuwig gedenken.’
(Uit Psalm 112 de verzen 5-6)
* Zie Spreuken 24 : 16, Psalm 32 : 5-6 en Psalm 37 : 23-24 en 28-29.

Geciteerd 1: Wil je me vergeven? Theoloog Stephen Cherry wantrouwt die vraag. ‘De kunst is om niet te haten’
Opgemerkt (Ruth Kruishoop): Mooie uitdaging
Geciteerd 2: En de tragiek is dat die beschadiging zo diep kan gaan dat je ook het vermogen om te vergeven kwijt bent. Terwijl je misschien een vergevingsgezind persoon wilt zijn. Daarom kunnen mensen zo’n moeite hebben met een dader of met instanties die zaken toedekken.’

Opgemerkt (AJ): ‘Mooie uitdaging’? Nou, als het je overkomt – een ander vergeven vanuit opgelopen geestelijke/mentale en/of fysieke beschadigingen (1) – is het niet zo’n mooie uitdaging. Dat woord past hier niet. Zowel daders als vergevers zullen hun afhankelijkheid van God belijden, dan spreek je niet van uitdagingen, want daarbij moet je juist zien op eigen kracht, terwijl voor God niets onmogelijk is. Door het geloof – dat de Heilige Geest in ons werken wil – mogen we een vast vertrouwen hebben dat ons duidelijk gemaakt wordt hoe wij zullen handelen. Maar dat zullen we alleen ontvangen door een dagelijks leven bij Woord en gebed. Dat is de verantwoordelijkheid (niet de uitdaging!) die we hebben.

(1) Denk hierbij ook nog aan (onterechte) roof van eer (door kwaadspreken en laster) en roof van geld en goed en ook aan alle gevolgen die dat heeft voor relaties in huwelijk en gezin, familie en gemeente en in de maatschappij.

> Leestip: Psalm 37.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Wil je me vergeven? Theoloog Stephen Cherry wantrouwt die vraag. ‘De kunst is om niet te haten’’ – door Wim Houtman

‘Voor een vals gerucht zal een rechtvaardige niet vrezen,
de rechtvaardige is volhardend en vertrouwt op de Heer.
Standvastig is zijn hart en zonder vrees
Aan het eind zien hij zijn vijanden (haters) verslagen.
(Uit Psalm 112 de verzen 7-8)

Bron citaat: ND Geloof – ‘Wil je me vergeven? Theoloog Stephen Cherry wantrouwt die vraag. ‘De kunst is om niet te haten’’ – door Wim Houtman

‘Roep ik in mijn nood tot de Heer,
Hij geeft mij antwoord.
Bevrijd mijn ziel, Heer,
van lippen die liegen
van de tong die bedriegt.’
(Uit Psalm 120 de verzen 1-2)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Verlangen wekken om te gaan aan in het spoor van Gods geboden’?

Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad,
moeten ook wij elkaar liefhebben.’
(Uit 1 Johannes 4 vers 11)

Geciteerd: Verinnerlijkt de levensovertuiging die in het ouderlijk huis leidend was? Deelt de jongere de waarden en normen die de ouders dagelijks lieten zien? En vooral: is er het verlangen geboren om als gedoopte christen te gaan in het spoor van Gods geboden?
Geciteerd 2: Hoe brengen we in onze cultuur de jongeren van de gemeente bij Christus? Hoe communiceren we naar hen dat deze vraag de hoogste urgentie heeft?
Geciteerd 3: In Markus 10 vinden we een van de passages uit de Bijbel waarin we lezen dat de Heiland boos wordt, namelijk als de discipelen suggereren dat Hij voor kinderen geen tijd heeft. ‘Zeer kwalijk’ neemt Hij hun dat. Aandacht voor onze jongeren wordt daarom gedragen door het verlangen van Hem. Ouders en ambtsdragers, jeugdwerkers en leerkrachten, allen zijn we vertegenwoordigers van God.

Opgemerkt 1: Zullen we (daarom) toch vooral ook de rol van ouders en andere opvoeders als voorbeeld voor de jeugd en als ‘bij-Christus-brengers’ relativeren. Doet Paulus als apostel dat zelf ook niet direct al in het onderwijs van de eerste vier hoofdstukken van zijn eerste brief aan de gemeente van Korinthe! Niet wat wij mensen (kunnen) doen, maar wat de Heilige Geest kan en wil doen, daar moeten wij allen het altijd weer van hebben. En dan hebben de ouders het trouwe gebruik van de middelen niet minder hard nodig dan de kinderen en het lukt hen eerder nog minder dan de kinderen om een voorbeeldig christen te zijn. Wat kan dat besef ons tot zegen strekken in ons persoonlijk leven en in de huwelijken en gezinnen en op school en in het samenleven als leden van het Lichaam van Christus, de gemeente waar wij lid van zijn en ook in de maatschappij zal ons dat helpen om een bescheiden toon aan te slaan. Wat hebben wij als christenen dat we niet ontvangen moeten en ontvangen hebben…

Opgemerkt 2: Wanneer we onze kinderen het grote gebod willen voorleven, dan wordt het voorhouden en het kunnen opzeggen van de tien geboden door ons niet meer zo belangrijk gemaakt. Wat dan wel belangrijk wordt dat is het eerbiedig gebed om de liefde en de wijsheid van onze Heer, zoals we die allen ontvangen mogen door het krachtige werk van de Heilige Geest in onze harten. En Die is en wordt aan onze kinderen niet in mindere mate geschonken dan aan ouderen. Zo wil onze drie-enige God ons elke dag weer bijstaan en Hij wil dat doen door het eenvoudige en trouwe gebruik van de door Hem ons geschonken middelen. Wanneer we dat in geloof aanvaarden en (dus) voor waar houden, dan zal er toch een grote ontspanning (en verlossing van kramp t.a.v. het kerkelijk leven) plaatsvinden in ons hart en in de manier waarop wij samenleven met de mensenkinderen die ons gegeven zijn en worden op onze levensweg. Vertrouw er maar op dat de Heilige Geest machtig genoeg is om met Zijn werk in en door ons te doen wat Hij wil bereiken. Zijn doelstellingen en Zijn weg met ons die gaan ons verstand te boven en dat is maar goed ook, dan hoeven we ze niet na te rekenen. Wel dienen we onze eigen doelstellingen en de weg die wij gaan altijd weer te laten beschijnen door het licht van het Evangelie en dat doen we niet in ons eentje (dat ook) maar vooral ook samen met anderen.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘Rapport Jeugdtrends 2024 nodigt jongeren uit tot een vruchtbaar leven’ – BLOG van P.J. Vergunst

Het is echter een blijk van Gods genade wanneer jullie verdragen wat jullie moeten lijden voor jullie goede daden. Dat is jullie roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van jullie, en heeft ons allen daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem Die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.‘ (Uit 1 Petrus 2 uit de verzen 18-25)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ik geloof in één heilige wereldvoetbalclub van Vaticaanstad…

Geen van de machthebbers van deze wereld – waaronder ook de vrome Joodse leiders – heeft die wijsheid (zie vers 6-7) gekend; zouden ze haar wel gekend hebben, dan zouden ze de Heer, Die deelt in Góds luister niet hebben gekruisigd.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 8 )

Geciteerd 1: De toenmalige paus Leo X was een groot liefhebber van sport. Met name het zogenoemde Florentijns voetbal, een voorloper van het hedendaagse voetbal waarbij ook de handen mochten worden gebruikt, vond de sportieve paus helemaal geweldig. Volgens de overlevering zag Leo X hoe het spel voor verbroedering zorgde onder zijn geestelijken. En dus organiseerde hij op 7 januari 1521 een officiële wedstrijd in het huidige Vaticaan.

Opgemerkt 1: Het is heel gebruikelijk (en dat niet alleen in de RK) om niet de weg en de middelen die God Zijn kinderen heeft aangereikt te willen gebruiken, maar met allerlei eigen alternatieven aan te komen zetten, die naar onze inzichten aantoonbaar (meer/beter) resultaat leveren.

Geciteerd 2: Ook na de uitvinding van het moderne voetbal was Vaticaanstad er als de kippen bij. Net na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, hield het Vaticaan een katholiek mini-WK. Vier teams, bestaande uit priesters, broeders en ander geestelijk personeel, namen het in een toernooi tegen elkaar op. Je zou het niet verwachten van vrome geestelijken, maar het toernooi gierde compleet uit de klauwen. Na een incident op het veld gingen spelers en toeschouwers met mekaar op de vuist. Wat de scheidsrechter ook probeerde, hij kreeg de knokkende kluwen niet tot bedaren. ‘Heren! Heren toch! Heb uw naaste lief…!’
Geciteerd 3: Hoe fantastisch zou het zijn als de Messi’s, Ronaldo’s, Di Maria’s en Neymars van deze wereld ervoor kiezen om, als stunt en als statement, voor het nationaal elftal van Vaticaanstad te gaan voetballen. En zo – geheel volgens hun geloofsovertuiging – op grote toernooien hoop, liefde en omzien naar elkaar prediken. Vaticaanstad zou in één klap het meest geëngageerde voetbalteam zijn. Met super-rolmodellen, die driekwart van hun salaris afdragen aan goede doelen.
Geciteerd 4: Ik zie het helemaal zitten. En de bondscoach? Dat wordt natuurlijk niemand minder dan paus Franciscus. Hij is de ultieme voetbalfanaat, in Argentinië wordt binnenkort zelfs een stadion voor 42.000 fans naar hem vernoemd. Ik ben misschien naïef en een idealist, maar ik gelóóf erin…!

‘Wij geloven één heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen’…

Geciteerd 5: ‘Credo ecclesiam’. ‘Ik geloof de/een Kerk’. Aan het ‘ik’ gaat het ‘wij’ vooraf. De Kerk was er vóór wij er waren. Zij zal er zijn als wij hier niet meer zijn. Zij verbindt de generaties. Zij omspant als werk van God de eeuwen. De belijdenis drukt het geloof uit van hen die vóór ons waren en van hen die na ons komen. Wanneer wij zeggen: ‘ik geloof, houdt dat in dat wij méé-geloven, ons voegen in de rij van hen die eerder dan wij het vaandel volgden en dat in onze dagen doen, tegen de stroom van de tijd in. Ik geloof dat er als werk van Gods wondere genade een Kerk is. Zij was er en zal er zijn. Kerk, ecclesia in het Latijn. Eigenlijk is dit woord geen Latijn, het is ongewijzigd overgenomen uit het Grieks. Daar betekent het oorspronkelijk de wettig bijeengeroepen volksvergadering. In het Nieuwe Testament wordt het steeds gebruikt om de Gemeente des Heeren aan te duiden, met als achtergrond het Hebreeuwse woord ‘qahal’, de vergadering van het heilige volk. Vele tientallen keren komt het woord ‘ekklèsia’ in het Nieuwe Testament voor, maar nooit gaven de Statenvertalers het weer met ‘Kerk’, steeds met ‘Gemeente’. Blijkbaar was het woord ‘Kerk’ voor hen te belast, riep het direct de gedachte aan de Kerk van Rome op en kozen zij daarom voor ‘Gemeente’. In het Nieuwe Testament wordt ‘ekklèsia’ gebruikt zowel ter aanduiding van de gemeente in een bepaalde stad, alsook voor het geheel van de ‘ekklèsia’ van Jezus Christus. Hij is het die haar samenroept. Daartoe gaf Hij om te beginnen het apostolisch ambt, waarna de duurzame ambten werden ingesteld. Hij roept uit het duister tot het licht. Uit het vervreemd zijn van God tot de gemeenschap met Hem. Daarom is wezenlijk tot het samenbrengen van de Kerk de verkondiging van het Evangelie. ‘Tussen hemelvaart en wederkomst, tussen doop en avondmaal is de bediening van het Woord het eigenlijke gebied van de Kerk’ (K. Barth).

Bron citaten 1-4: ND Opinie – ‘Wat zou het mooi zijn als de Messi’s en Neymars van deze wereld voor Vaticaanstad gingen voetballen’ – Column van Sander de Kramer
Bron citaat 5: De Waarheidsvriend (09-06-1994) – De Apostolische Geloofsbelijdenis (14) – door L.J. Geluk

Bron afbeelding: Brewster Bapstist Church

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over God danken in aanbidding…

Wij danken God altijd voor jullie allen: wij noemen jullie onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel jullie geloof tot stand brengt, hoe krachtig jullie liefde is en hoe standvastig jullie hopen op de komst van Jezus Christus onze Heer. God heeft jullie lief, broeders en zusters.’ (Uit 1 Tessalonicenzen 1 de uit de verzen 1-4)

Geciteerd: Bij aanbidding dank je God omdat Hij bestaat. Daarbij staat de goedheid van God centraal, zonder gerelateerd te zijn aan mij als mens. Bij dankzegging gaat het echter om iets wat ik van God heb ontvangen. Ik ben daar als persoon direct bij betrokken. Bij lofprijzing loof ik God om wat Hij doet, zowel in mijn leven als in de schepping en de herschepping.
Aanbidding is de hoogste vorm van het gebed. Daarom draagt het handboek ook de titel ”U aanbidden” (1). In veel gebeden vind je zijdelings iets van aanbidding terug. Aanbidding moet echter de essentie van het gebed vormen. Mijn gebed moet niet allereerst gericht zijn op mijzelf, op mijn medemens of op mijn familie, maar op God.”

Opgemerkt 1: ‘Daarbij staat de goedheid van God centraal, zonder gerelateerd te zijn aan mij als mens.’ Kunnen wij mensen zo bidden en zit onze God daarop te wachten? Nee, dat leert Gods Woord ons beslist niet! Waarom heeft God ons Zijn mensenliefde bekend gemaakt door het zenden van Zijn lieve Zoon, als onze medeMens en Redder? Juist vanwege ons menszijn. Gods goedheid centraal stellen zonder deze te relateren aan ons mens-zijn is als God willen zijn en dat is een verkeerd streven. We moeten dat (veel te dikke) boek over het bidden dat wij mensen mogen (leren) doen dan ook verklaren uit dat verkeerde streven. Zet tegenover dat dikke boek nu eens het eenvoudige (en menselijk haalbare) onderwijs van Gods Woord over ons bidden, zoals we dat vinden in de Psalmen, bij de profeten en in het onderwijs van onze grote Profeet en Leraar en die van de apostelen…

Opgemerkt 2: Dat hier aangeprezen soort aanbidden van God dat leidt tot ellenlange vrome klooster- of studeerkameroverdenkingen en hoogdravende loftuitingen en aanbiddingswoorden – denk hierbij o.a. ook aan het studeerkamerwerk van Jonathan Edwards (1703-1758) – waar zowel God als onze medemensen toch niet van en mee gediend zijn (zie o.a. Psalm 50). Alleen al het gebod ‘wie God liefheeft , moet ook de ander liefhebben‘ (zie 1 Johannes 4 : 21) verbiedt ons het soort aanbidden dat hier wordt aangeprezen. Ook in en door (moderne) ‘aanbiddingsliederen’ en muziek worden we opgewekt om in het door de schrijver (blijkbaar ons) aangeprezen soort van bidden op te gaan.

(1) Ondanks zijn 85 jaar schreef prof. dr. Jan A.B. Jongeneel nog een vuistdik handboek over het gebed. Vrijdag (28 juni) vindt in de Oude Dorpskerk van Bunnik de boekpresentatie plaats.
NB. Is er wel eens zo’n vuistdik handboek geschreven over de onderlinge liefde in de gemeente(n) of is dat niet nodig?

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Aanbidding als hoogste vorm van gebed’ – door Laura Hendriksen-Bassa

Over de onderlinge liefde hoeven we jullie niets te schrijven (zie 1 : 5-7), want jullie hebben zelf van God geleerd hoe jullie in liefde met elkaar om moeten gaan. Jullie doen dat al met alle (!) gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen…’ (Uit 1 Tessalonicenzen uit de verzen 9-12)

Bron afbeelding: The Bible Says

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over baptoo en baptidzoo…

In Hem zijn jullie ook besneden, niet door mensenhanden, maar door de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen jullie gedoopt werden zijn immers met Hem begraven, en met Hem zijn jullie ook tot leven gewekt, omdat jullie geloven in de kracht van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 11-12)

Geciteerd: Er zijn twee woorden: baptoo en baptidzoo. Het woord baptoo betekent niet onderdompelen maar ergens insteken, natmaken. (Lukas 16 : 24; 1 Samuel 14 : 27; Ruth 2 : 14; Openbaring 19 : 13). Wanneer de Griek een tijdelijke verandering wilde aangeven gebruikte hij het woord baptoo. Maar dit woord baptoo wordt nooit gebruikt door de Heilige Geest in Zijn Woord om de Christelijke doop uit te beelden. De doop wordt aangeduid door het woord baptidzoo. Dat betekent een blijvende verandering, een permanente ander bestaan. Baptisten zeggen dat baptidzoo betekent onderdompelen en daarna weer naar boven halen. Dit is onjuist. In seculiere en godsdienstige Grieks betekent baptidzoo onderdompelen en dan loslaten, daar laten liggen, bijv, verdrinken, het vergaan van een schip, een zwaard laten vallen in de zee. Het is nooit indopen maar totaal onder laten gaan en daar blijven. Doop is een blijvende verandering, inlijven in Christus, een overzetting van onrein naar rein gerekend te worden voor Gods Aangezicht. Dat laat het geweldig appel zien in de doop als blijvend en groot geschenk.

>> Lees bovenstaande en meer in het artikel: ‘Bijbelse lijnen over de Heilige Doop

Opgemerkt: Visueel en gevoelsmatig verbeeld onderdompeling de doop nog het best, maar de woorden die klinken bij de doop en het onderwijs van de apostelen over onze doop, die zijn belangrijker dan het teken zelf, daar kan je heel praktisch mee omgaan.

Jullie waren dood door jullie zonden en onbesneden staat, maar God heeft jullie samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-14)

Bron afbeelding: Bethel Lutheran Church

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Relativeert Paulus de Doop een beetje?

Opgemerkt (Henry Luth): Het houdt jou maar bezig he? Dat andere christenen een andere visie op de doop hebben als jij. Broeder, dit is een verschil van inzicht, een “strijd” die toch niet gewonnen wordt.
Paulus, “apostel der heidenen” relativeert de waarde van de doop m.i. een beetje als hij schrijft:
‭1 Korinthe 1:14-17 HSV‬
Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus, zodat niemand kan zeggen dat ik in mijn naam gedoopt heb. Ik heb echter ook nog het huisgezin van Stefanas gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest.

Opgemerkt (AJ): Nee, Paulus relativeert de Doop daar juist niet. Hij maakt zichzelf minder belangrijk, want die mensen wilden zichzelf belangrijk maken via hem of een ander, zie 1 Korintiërs 4 : 6-8 waar Paulus dat expliciet benoemt. En ook in het artikel wordt veel te veel aandacht besteed aan wat een mens allemaal te zeggen heeft over (zijn) geloof en Doop. God heeft daar wat gezegd bij de Doop en daar moet de dopeling het van hebben, niet van z’n eigen verhaal en ervaring bij de Doop. Maar juist bij de volwassendoop wordt dát allemaal belangrijk gemaakt, wat een mens te zeggen heeft, en dat hoort nou juist helemaal niet te gebeuren bij een doop!

Zie hierbij ook deze blog: ‘Toegroeien naar je doop?

Broeders en zusters, ik heb hiervoor over Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van jullie. Jullie moeten namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd je aan wat geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denken jullie wel dat je bent? Bezitten jullie (als gedoopte kinderen van God) ook maar iets dat jullie niet (eerst van ‘Boven’) geschonken is? Alles is jullie geschonken, waarom houden jullie dan een heel verhaal over jezelf (en anderen) alsof jullie het (allemaal) zelf verworven hebben.’ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-8)

Bron afbeelding: Peter Lumpkins

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie