Onnodige uitwassen van ‘visies’ in gemeenten/kerken!

Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst te offeren voor Zijn eigen zonden en dan die voor het volk; dat heeft Hij immers voor eens en altijd gedaan toen Hij het offer van Zijn leven bracht.’ (Uit Hebreeën 7 vers 27)

Geciteerd: Tot op de dag van vandaag vind je uitwassen van beide visies (op de vrije wil). Wie te veel nadruk legt op de onmachtige mens die overgeleverd is aan de wil van God, kan vervallen tot fatalisme. Dat zie je aan de rechterflank van het gereformeerd protestantisme.
Een afgezwakte vorm van de leer van Pelagius, het semipelagianisme, stelt dat de mens wel zondig is, maar zich door zijn vrije wil toch kan bekeren. Dat vind je terug in het evangelisch christendom, evenals een te grote nadruk op levensheiliging: voor het oog van God een zo zuiver mogelijk en liefst zondeloos leven leiden. Het blijft lastig een balans te vinden tussen volledig leven uit Gods genade en tegelijk je eigen verantwoordelijkheid nemen.

Opgemerkt: Maar wanneer we gelovig de door Gods Woord verkondigde waarheid aanvaarden dat God alzo lief de wereld had, dan mogen wij ons geliefde kinderen weten in onze Heer Jezus Christus. Dan is of wij een vrije wil hebben of niet van geen enkel belang, want zo’n liefdevolle God, Die ons heeft liefgehad toen wij nog zondaren waren, Die kunnen we alle vertrouwen geven. En Gods Woord leert ons dat de Heilige Geest bij ons dat geloof en vertrouwen wekt door de verkondiging van Gods Woord en het gebruik van de sacramenten Doop en Avondmaal. Het enige wat dan nog een rol zou kunnen spelen is dan niet (meer) of we al of niet een vrije wil hebben, maar of we ons tot de uitverkoren kunnen/mogen rekenen en op grond waarvan we dat zouden kunnen vaststellen. Maar ook bij die vraag zullen we goed luisteren naar Gods Woord en dan kunnen we weten dat we ons daar helemaal niet druk over zullen maken. We kunnen God vertrouwen op Zijn Woord (tot ons mensen) en we weten dat God ten laatste tot ons gesproken heeft door Zijn Zoon en daarom geeft God niemand reden om te twijfelen aan Gods liefde en genade voor hem of haar.
En wat is onze verantwoordelijkheid dan nog? Wel, wij zullen dagelijks en wekelijks de ons door God geschonken middelen gebruiken om Zijn Heilige Geest de gelegenheid te geven om in ons te werken wat Zijn liefde vermag*. Dan nemen we onszelf en anderen niet de maat, maar zullen wij (samen!) volhardend leven uit en door het geloof in onze Heer.
* Zie 1 Korintiërs 4 : 6-7!

Jullie waren dood door jullie zonden en onbesneden staat (niet behorend tot het Bondsvolk Israël, zie Efeziërs 2), maar God heeft jullie samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften (de Wet) waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15)

Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef (en ook nog zondig), leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven.’ (Uit Galaten 2 de verzen 20-21)

Bron citaat: ND Geloof – ‘Kan een mens leven zonder zonde? Deze monnik vond van wel en had daar een verhit debat over’ – door Gerald Bruins

Bron afbeelding: THE REAL LIFE: CHRIST IS AT WORK

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Je bent extreem moeilijk te beïnvloeden’…

Toen grepen de omstanders met zijn allen Sostanes vast, een leider van de synagoge, en ranselden hem voor het gerechtsgebouw af. Gallio (proconsul van Achaje) liet zich niet intimideren en trok zich van dat alles niets aan.‘ (Uit Handelingen 18 : 17)

De wens om gruweldaden te begaan‘…

Geciteerd: Meestal blijven misvattingen slechts misvattingen, schrijft Mercier (1), en is er geen gedrag aan verbonden. Soms is er wel een verband tussen misvattingen en schadelijk gedrag. De geschiedenis kent een lange lijst van vreselijke slachtpartijen gericht tegen minderheden over wie de absurdste roddels rondgingen. Spelen misvattingen daar dan geen doorslaggevende rol bij?
‘Die uitleg haalt de richting van het verband door elkaar’, schrijft Mercier. ‘Het is niet zo dat de bevolking niet-kloppende overtuigingen heeft, waardoor ze dat soort verkeerd gedrag vertoont, maar de bevolking probeert het verkeerde gedrag te rechtvaardigen met niet-kloppende overtuigingen.’ De onderzoeker verwijst naar een uitspraak van Voltaire: ‘Wie jou kan laten geloven in absurditeiten, kan je ook aanzetten tot gruweldaden.’ En Mercier maakt daarvan: ‘De wens om gruweldaden te begaan, doet je geloven in absurditeiten.’

Geciteerd 2: Mercier legt zo krachtig een patroon bloot: we dichten zenders (Hitler, Orson Welles, bedrijven) en hun boodschappen (propaganda, The War of the Worlds, reclame) veel te veel macht en invloed toe, terwijl we de ontvangers (het publiek, de massa, onszelf) juist enorm onderschatten. Maar wie het boek van Mercier heeft gelezen, kan echt niet meer denken dat mensen goedgelovige en manipuleerbare wezens zijn.

Opgemerkt 1: Dus Hitler heeft handig ingespeeld op de wens van mensen om gruweldaden te begaan. Hij had zelf genoeg gruweldaden begaan zien worden (in WO I) om te kunnen geloven dat de mensen, vanwege allerlei (vermeende) belangen*, daar (dan graag) aan toe willen geven. En dan moeten we vooral denken aan de volksleiders uit die tijd (aan beide kanten!), die er niet vanaf zagen om het (soldaten)volk op te offeren in naam van de belangen waarvoor men zei op te komen.

Opgemerkt 2: Natuurlijk kan dat begaan van ‘gruweldaden’ tegen onze naasten – vanwege bepaalde (vermeende) belangen* – op een veel subtieler manier in praktijk worden gebracht, dan door brute slachtpartijen en brandende gasovens in concentratiekampen…

* Belangen waarvoor men – op rationele gronden – meent te moeten strijden en/of juist meent er vanaf te moeten zien om strijd te voeren, namelijk de strijd om op te komen voor de rechten en belangen van onze behoeftige en/of ont-rechte en bedreigde (ontheemde) naasten.

(1) Het is een breed gedeeld idee dat wij mensen goedgelovig en manipuleerbaar zijn – en dus vatbaar voor reclame, propaganda en fake news. Dit idee verenigt complotdenkers en rationalisten, gelovigen en atheïsten, links en rechts. Er klopt alleen geen snars van. Iets totáál anders, schrijft de Franse onderzoeker Hugo Mercier in zijn verbluffende boek Not Born Yesterday, waarin hij als een judoka met een zwarte band het idee van de goedgelovige mens onderuit haalt. Dat is, volgens Mercier, niet alleen de breedst gedeelde opvatting, maar ook de breedst gedeelde misvatting over de mens. Want evolutionair gezien, beargumenteert de evolutionair psycholoog, zaten er nauwelijks voordelen aan goedgelovigheid, maar vooral nadelen.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Geloof mij nou maar: je bent extreem moeilijk te beïnvloeden’ – door Maurits Martijn

Toch waren er ook veel (!) leiders (2) die wel in Hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën en Schriftgeleerden kwamen ze daar niet voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen (dat diende hun directe belangen) dan op de eer van God.’ (Uit Johannes 12 de verzen 42-43)

(2) Je had blijkbaar ook de functie ‘leider van de synagoge’. We lezen over deze – blijkbaar soms wel gelovige en dappere – ‘functionarissen’ in Lukas 8 : 41-44, 13 : 10-17 en Handelingen 18 : 8 en Lukas 18 : 17.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Christen-zijn een begerenswaardige en prijzenswaardige zaak?

Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.‘ (Uit Johannes 14 vers 23)

Geciteerd: Kijk nu eens wat een grote zaak het is als iemand christen is, over wie Hij hier zegt dat hij Zijn Woord bewaart, enzovoort. Een christen is een wonder in de wereld. Hij telt voor God meer dan de hemel en de aarde bij elkaar. Ja, hij is een licht en een lamp voor andere mensen; iemand in wie God alles en alles is, en die in God alles kan en doet. Voor ‘de wereld’ – ook voor ‘de wereld’ in de kerk! (1) – is zo iemand echter hoog en diep verborgen en bovendien helemaal onbekend.
‘De wereld’ is ook niet waard zulke mensen te kennen, maar men moet hen houden voor een voetendoek. Ja, zoals Paulus zegt, voor een vloek [of uitvaagsel] en een voetveeg (2). Om hen moeten, volgens wat ‘de wereld’ zegt, land en volk vervloekt worden en ondergaan. Ze moeten, hoe eerder hoe liever, terechtgesteld en omgebracht worden, als een dienst aan God en om deze wereld te zuiveren.

(1) We lezen van Paulus strijd om nog als apostel erkend en gewaardeerd te worden in de twee brieven aan de gemeente in Korinthe en later zal hij Timoteüs schrijven: ‘Bij mijn eerste verdediging heeft niemand me bijgestaan, ze hebben me allemaal in de steek gelaten.’ (Zie 2 Timoteüs 4 : 16-18)
(2) Zie 1 Korintiërs 4 : 9-13 en ook Johannes 13.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 8 augustus – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

> Leestips: Psalm 143* en 1 Korintiërs 6 : 1-11.
* Lees bij deze Psalm ook het ‘lied’ dat Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis dichtte: Liedboek gezang 398.
Meer informatie over dit gedicht/lied, zie: liedboekcompendium-nl – ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’

‘Laat mij in de morgen Uw liefde horen,
in U stel ik mijn vertrouwen,
wijs mij de weg die ik gaan moet,
mijn ziel verlangt naar U.’
(Uit Psalm 143 vers 8 )

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wij zullen woning bij hem/haar maken’…

Jezus antwoordde en zei tegen hem: Indien iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woorden bewaren, en Mijn Vader zal hem/haar liefhebben, en wij zullen tot hem/haar komen en zullen bij hem/haar woning maken.’ (Uit Johannes 14 vers 23)

Geciteerd 1: Dat moet een grote heerlijkheid en genade zijn voor de mensen die waardig worden geacht om zo’n heerlijke woning, paleis, en troonzaal, ja paradijs en hemelrijk te zijn, waarin God op aarde woont, in hen die toch zelf zulke arme, bedroefde, schuchtere zielen en gewetens hebben, die niets anders voelen dan zonde en dood, en voor Gods toorn sidderen en beven. Zij denken dat God zich ver van hen houdt en dat de duivel heel dichtbij is. Maar toch zijn zij het aan wie dit is beloofd, en die zich er toch altijd weer over mogen verblijden, dat zij het ware Godshuis en de Kerk zijn, waarin God Zelf wil wonen.

Geciteerd 2: Gods genade vergeeft de zonde, maakt troost en vrede in het geweten en zet de mensen over in het ‘Rijk van Gods genade en waarheid’, zoals het Genaderijk genoemd wordt de Psalm: ‘Zijn genade en waarheid regeren machtig over ons tot in eeuwigheid’ (vgl. Psalm 117). (…) Gods gave of geschenk, is dat de Heilige Geest in de mens nieuwe gedachten, een nieuwe zin, troost, kracht, ja een volkomen nieuw hart en een nieuw leven geeft. Dat bedoelt de tekst waar Hij zegt: ‘Wij zullen woning bij hem/haar maken.’

Geciteerd 3: Dit moet volgen op de genade en de liefde van God, dat het hart van de mens nu een troon of stoel van de hoge Majesteit wordt, hoger en beter dan hemel en aarde, zoals Paulus zegt: ‘De tempel van God is heilig – en die tempel zijn jullie zelf‘ (vgl. 1 Korintiërs 3 : 17). En: ‘Jullie zijn de tempel van de levende God, zoals God zegt: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen‘ (vgl. 2 Korintiërs 6 : 16).
[Maarten Luther: WA 21, 458, 23-27]

Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen Uw lof.’
(Uit Psalm 63 vers 4)

Geciteerd 4: Bij alles wat er in je leven aan de hand is – vergeet nooit dat Mijn liefde meer is dan je leven. Als je dat tot je door laat dringen, als je daarover nadenkt, als dat je hart raakt – dan komt er een lied op je lippen! Mijn liefde is meer dan het leven. Mijn liefde is altijd meer.

Gebed: Heer, laat me Uw liefde opmerken.

Opgemerkt: Dit gebed vraagt: Open mijn ogen opdat ze Uw heil mogen zien. Dat zó te bidden bepaalt ons direct ook bij de verantwoordelijkheid om dan ook al de (genees)middelen te gebruiken die God ons in Zijn liefde geschonken heeft om onze ogen te openen en om ze ook ‘geopend’ te houden.

Lees ook: ‘Komt een ouderling op bezoek…

Bron citaten 1-3: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditaties van 6 en 7 augustus – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 4: Tijd met Jezus | Jouw Bijbelmoment – Mediatie 7 augustus – van ds. Jos Douma

Jullie zeggen dat je rijk bent, dat jullie alles hebben wat je maar wilt en niets meer nodig hebben. Jullie beseffen niet hoe ongelukkig jullie zijn, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Daarom raad ik jullie aan: koop van Mij goud dat in het vuur gelouterd is, en jullie zullen rijk zijn; witte kleren om je te kleden en om je naaktheid mee te bedekken, zodat jullie je niet meer hoeven te schamen; zalf voor jullie ogen, zodat jullie weer kunnen zien. Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet jullie dus volledig in en breek met het leven dat jullie nu leiden. Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en wij zullen samen eten, Ik met hem/haar en hij/zij met Mij.‘ (Uit Openbaring 3 : 14-22 de verzen 17-20)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Komt een ouderling op huisbezoek…

‘Jullie weten ook dat ik alles bekend heb gemaakt wat jullie welzijn ten goede komt en dat ik jullie daarover in het openbaar (in de samenkomsten van de gemeente) en thuis heb onderricht.’ (Uit Handelingen 20 vers 20)

Opgemerkt (Huib de Leeuw): Anthony Janse Je kunt beter niet praten over zaken waar je geen verstand van hebt. Overigens is dhr. Roel Bisschop niet van GG.*

Opgemerkt (AJ): Denk hier eens over na Huib: Toen Jezus aan Petrus vroeg ‘heb je Mij lief’ tot driemaal toe, toen had onze Heer ook kunnen zeggen: Dat zeg je nu wel Petrus, maar wat kan ik van jou verwachten, toen het moeilijk werd presteerde je het om Mij driemaal te verloochen en dat ondanks Mijn waarschuwende woorden vooraf, hoe zal dat een volgende keer gaan, als het vuur je opnieuw aan de schenen gelegd wordt? Wat stelt die liefde van jou nu werkelijk voor? Maar gelukkig wist Petrus zich tegenover een liefdevolle Meester, Die niet kwam om te oordelen, maar om te redden (Johannes 12 : 47), Die Zijn leven had ingezet voor Zijn vrienden (Johannes 15 : 13-15). Onze Heer is onvergelijkbaar met een ouderling, die een keertje bij je op bezoek komt, en je dan met de vraag confronteert of jij Jezus (wel echt) liefhebt – blijkbaar is dat bij hem wel in orde? En wanneer je dan naar je eigen leven kijkt (wat die liefde tot onze Heer aan liefde tot Hem en onze naasten opgeleverd heeft), wat zou het dan alleszins redelijk zijn om te zeggen: ik weet het niet (meer). Maar het gaat er ook niet om of wij overtuigd zijn en anderen kunnen overtuigen van onze liefde tot onze Heer, maar dat wij helemaal overtuigd raken en zijn van Zijn liefde voor ons, voor ons als zondaren (1)! En dát is een ouderling niet minder dan de ‘ondervraagde’ op het huisbezoek! En nu wil onze Heer ons van die liefde voor ons, zondaren, zo graag overtuigen met alle middelen die Hij ons daartoe gegeven heeft. En dat begint dus al bij onze Doop, die wij ontvangen in het midden van Zijn gemeente en door het Woord dat ook aan ons verkondigd wordt en ook door deelname aan de vieringen van het Avondmaal, wil Hij ons in die overtuiging versterken: God heeft ons lief (zie Johannes 3 : 16-18). Aan de Avondmaalstafel mogen we samen met Zijn gemeente verkondigen: Onze Heer stierf ook voor mij om ook mij een nieuw leven te geven en na Zijn komst op de wolken zullen we eeuwig met Hem leven: ‘Dus altijd wanneer wij dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen wij de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (1 Korintiërs 11 : 26).

(1) Zie hierbij Romeinen 5 : 5-11 en 1 Johannes 4 : 7-16.

* N.a.v. mijn eerdere opmerkingen bij deze woorden van dhr. Roel Bisschop in het RD: Uiteindelijk komt het maar op één, heel radicale, vraag aan. Die stelde de Heere Jezus aan Petrus: „Hebt gij Mij lief?” Als ambtsdrager neem ik die vraag vaak mee tijdens huisbezoeken. Het is een heel confronterende tekst. Het is ja of nee; als iemand het niet weet, betekent dat ook nee.”

> Zie hierbij ook deze blog(s): ‘De enige vraag die wel gesteld mag/zal worden…

Maar God bewees ons Zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren‘ (en dus nog niet rechtvaardig verklaard in Hem). (Uit Romeinen 5 vers 8)

Bron afbeelding: ThePreachersWord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoeveel stukken zijn u nodig te weten?

Ontsluit mijn lippen, HEER,
en mijn mond zal Uw lof verkondigen.

(Uit psalm 51 vers 17)

Geciteerd: Het is niet zonder bijzondere ordening van Godswege geschied dat het voor de eenvoudige christenen, die de Schrift niet lezen kunnen, ingesteld is om de Tien Geboden, het Geloof* en het Onze Vader te leren en te kennen. In deze drie stukken is voorwaar alles wat in de Schrift staat en wat altijd gepredikt kan worden, ook alles wat een christen nodig is te weten, grondig en overvloedig begrepen. En wel in zulke korte en eenvoudige woorden, dat niemand zich beklagen of verontschuldigen kan dat wat hem nodig is tot zaligheid, te veel zou zijn, of te moeilijk is om te onthouden. Want drie dingen zijn een mens nodig te weten om zalig te worden. Het eerste is, dat hij weet wat hij doen en laten moet. Het tweede, wanneer hij nu ziet dat hij het niet doen of laten kan uit eigen krachten, dat hij dan weet waar hij het halen, zoeken en vinden moet, waardoor hij het alsnog doen en laten moge. Het derde is, dat hij weet hoe hij het zoeken en vinden zal.
* De Twaalf Artikelen van het Geloof.

Zoals het eerst voor een zieke vooral nodig is dat hij weet waarin zijn ziekte bestaat. Daarna is het nodig dat hij weet waar het geneesmiddel is dat hem helpt om te doen en te laten wat een gezond mens doet en laat. In de derde plaats moet hij het nodige begeren, zoeken en vinden of laten brengen. Op deze manier leren eerst de geboden de mens zijn ziekte kennen, zodat hij ziet en ondervindt wat hij doen en niet doen, laten en niet laten moet en zichzelf erkent een zondig en verdorven mens te zijn. Daarna houdt het Christelijk Geloof hem voor en leert hem waar hij het geneesmiddel, namelijk de genade, halen moet, dat hem helpt vroom te worden en de geboden te houden. En God wijst hem Zijn barmhartigheid aan, in Christus betoond en aangeboden. Ten derde leert het Onze Vader hem hoe hij dat medicijn moet begeren, vinden en tot zich laten brengen, namelijk met geregeld, deemoedig en vertroostend gebed. Dan zal het hem gegeven worden, en zó wordt hij zalig. Dat zijn de drie stukken in de hele Schrift.“

Opgemerkt: Het dagelijks bidden van het Onze Vader is als een muur om ons leven, om onze huwelijken en gezinnen en helpt ons en beschermt ons (dus) ook tegen onszelf (o.a. dat we een gevaar ipv een hulp zouden worden voor onze behoeftige naasten) en daarom heeft ook het samenleven in de gemeente/kerken baat bij het dagelijks gelovig en dankbaar bidden van dit gebed.

Zie hierbij ook deze blog: ‘De drie stukken geen tijd- of heilsvolgorde…

[Maarten Luther: Eine kurze Form der zehn Gebote, eine kurze Form des Glaubens, eine kurze Form des Vaterunsers, 1520, WA 7, 204, 5 – 205, 2; Betbüchlein 1522, WA 10.2, 376, 12 – 377, 13]

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – Toegezonden citaat van 5 augustus 2024

Bron afbeelding: CatchForChrist-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Dankbaar zingen vol blijdschap…

Ik zal U loven, omdat U mij verhoord hebt , en Mij tot heil zijt geweest.’
(Uit Psalm 118 vers 21)

Geciteerd: Ik dank U, dat U mij verootmoedigde, en mij hielp‘ (Psalm 118 : 21, weergave DB 1545, zie ook Psalm 119 : 65-72). Dit is een vrolijk versje, en je kunt het met een dankbaar hart vol blijdschap zingen: ‘Bent U geen wonderlijke en lieflijke God, om ons zo wonderlijk en zo vriendelijk te regeren? U verhoogt ons, wanneer U ons vernedert. U maakt ons rechtvaardig, wanneer U ons tot zondaren maakt. U leidt ons naar de hemel, wanneer U ons in de hel werpt. U geeft ons overwinning, wanneer U toestaat dat wij de strijd verliezen. U maakt ons levend, wanneer U ons laat doden. U vertroost ons, wanneer U ons bedroeft. U geeft blijdschap, wanneer U ons laat treuren. U maakt ons vrolijk, wanneer U ons laat huilen. U laat ons zingen, wanneer U ons laat wenen. U maakt ons sterk, wanneer wij lijden. U maakt ons wijs, wanneer U ons tot dwazen maakt. U maakt ons rijk, wanneer U ons armoede toebedeelt. U maakt ons meesters, wanneer U ons laat dienen.
Ontelbaar zijn de wonderen die in deze versregel(s) verborgen zijn – en de hele christenheid tezamen moet God daarvoor loven en prijzen in deze enkele woorden: ‘Ik dank U dat u mij verootmoedigde en mij hielp‘.
[Maarten Luther; WA 30.1, 171, 13-26]

Leestips: Jesaja 12, 1 Samuël 2 : 1-11 en Psalm 119 : 65-72.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 5 augustus – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,
zo leerde ik Uw onderwijzing (nog beter) kennen en verstaan.
Goed voor mij is het onderwijs uit Uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.’
(Uit Psalm 119 de verzen 71-72)

Bron afbeelding: Pin page

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De enige vraag die zeker wel mag/zal gesteld worden*…

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate jullie de dag van Zijn komst zien naderen.’ (Uit Hebreeën 10 de verzen 24-25)

* Tijdens een huisbezoek:
Bent u trouw in het bezoeken van de samenkomsten en het aangaan bij het Avondmaal?

Geciteerd: Uiteindelijk komt het maar op één, heel radicale, vraag aan. Die stelde de Heere Jezus aan Petrus: „Hebt gij Mij lief?” Als ambtsdrager neem ik die vraag vaak mee tijdens huisbezoeken. Het is een heel confronterende tekst. Het is ja of nee; als iemand het niet weet, betekent dat ook nee.”

De Heer zei tegen haar: “Martha, Martha, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal niet van haar worden afgenomen.‘ (Uit Lukas 10 de verzen 41-42)

Opgemerkt 1a: Maarten Luther zei het op deze manier (en ik herhaal het hier nog maar weer eens): Onze eredienst is dat we Gods weldaden (gelovig en dankbaar) aannemen. En die weldaden zijn dat God ons als Zijn kinderen liefheeft in Christus Jezus onze Heer en dat Hij ons onderwijzen wil en levenskracht geven door de Heilige Geest, Die daarvoor de bediening van Gods Woord en de sacramenten (Doop en Avondmaal) gebruikt. Dát is Gods ‘dienstwerk’ aan ons (1) dat wij als dankbare kinderen altijd weer mogen en zullen ontvangen om ons ‘dienstwerk’ – en dat is het dankbaar liefhebben van God boven alles door onze naasten lief te hebben als onszelf, en dat dus in navolging van onze Heer! (2) – te kunnen verrichten. We zullen altijd weer goed beseffen dat God onze dank- en lofliederen (als onze ‘eredienst’ aan Hem) niet eens wil aanhoren en aannemen (3) wanneer wij onze dankbare ‘ware eredienst’ niet trouw weten te verrichten (door verwijtbaar gebrek aan ‘know how’ en Geestkracht vanwege onze invulling van en/of verzuim bij de samenkomsten).

(1) Onze Heer kwam en komt tot ons om te dienen, niet om gediend te worden! En wij zullen leren hoe Hem daarin na te volgen.
(2) Onze ‘ware eredienst’ – zie Romeinen 12.
(3) Zie o.a. Psalm 50.

Opgemerkt 1b: Wat heeft de boze een grote slag geslagen door na de reformatie de blije dankbaarheid van Gods kinderen (4) weer weg te nemen en daar de ‘bevindelijke twijfelzucht’ voor in de plaats te stellen. In plaats van dat Gods gedoopte (gezalfde!) kinderen met de dichter Psalm 23 (leren) belijden ‘Mij ontbreekt niets‘, wil men ze eerst leren belijden dat hen alles ontbreekt, in de hoop dat ze dan gaan verlangen om nog eens – op grond van allerlei bevindingen – zichzelf als kinderen van God te kunnen zien/aanvaarden. M.n. door de wetsprediking en een wettisch samenleven zou bij hen dat verlangen gewekt moeten worden. Maar de wetsprediking kan ons alleen tot nut zijn wanneer wij ons kinderen van God weten door het geloof. Het werk van God wordt in de gemeente op z’n hoogst (sterkst) weerstaan wanneer we niet meer beamen dat voor alle leden van Christus gemeente – jong én oud, van baby tot grijsaard – al God beloften ‘ja en amen’ zijn in Christus Jezus, onze Heer. Hij spreekt in Zijn gemeente niet ja en nee tegelijk (zie 2 Korintiërs 1: 18-22). En daarom behoren alle leden van Christus gemeente gedoopt te zijn of alsnog gedoopt te worden. Of men moet willens en wetens God weigeren te geloven op Zijn Woord, alsof God liegen zou!

(4) Zie het belijden van Gods Woord in Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus.

Geciteerd 2: ‘Als het goed gaat, moet je dat vieren. Maar waar niets helpt, moet je op zoek gaan naar andere oplossingen,’ zegt Jacobs. Zij is niet de enige die het idee oppert om de zondagsdiensten te heroverwegen. Ook landsbisschop Ralf Meister, bracht het heeft al eens naar voren. Hij sprak van een ‘geloofwaardigheidscrisis in de klassieke vormen’.

Opgemerkt 2: We zien in de gemeenten/kerken nu ook nog gebeuren dat daar de ‘universitair geschoolden’ de lager/HBO geschoolden geen (gelijkwaardige) plaats gunnen als ‘klassiek gemeente-predikant’ in een gemeente en aan de andere kant zien we dat ‘HBO geschoolden’ soms ook geen plaats ambiëren als ‘klassiek gemeente-predikant. Zo wordt van twee kanten ‘gemorreld’ aan het beschikbare zijn/komen van gemeente-predikanten. Wat men daarvoor in de plaats meent te kunnen/moeten stellen is het organiseren van gemeentewerk buiten de ‘klassieke samenkomsten’ om. Van dat gebeuren moeten we echter zeggen: Als God de lampenstandaard van een gemeente ergens wegneemt, dan organiseren wij er heus geen oplossing omheen, hoe groot de toeloop naar de door ons georganiseerde bijeenkomstplekken ook mag zijn. Christus gemeente wordt alleen opgebouwd en tot navolging gebracht door de eenvoudige bediening van Gods Woord en de Sacramenten in eenvoudige bijeenkomsten van de gedoopte leden van de gemeente (waar bezoekers zeker ook altijd welkom zijn!). Zo is het vanaf de eerste gemeenten de gewoonte geweest en door de apostelen ingesteld. Lees er de brieven aan Timoteüs en Titus maar op na.

Zie ook deze (vorige) blog: ‘Een koninklijke en eeuwige gerechtigheid…

Bron citaat 1: RD Zomergesprek – ‘Ik zou graag met ds. Hellenbroek van gedachten gewisseld hebben – Roelof Bisschop (voormalig Tweede Kamerlid voor de SGP)
Bron citaat 2: ND Geloof – ‘De zondagsdienst afschaffen? Duitsland speelt met het idee. ‘Als schoktherapie is er niets mis mee’’ – door Laura Dijkhuizen.

In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht.’ (…) ‘Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen, dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.‘ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16)

Bron afbeelding: Praises and Phrases

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een koninklijke en eeuwige gerechtigheid!

‘Zijn doen is majesteit en heerlijkheid;
en Zijn gerechtigheid bestaat tot in eeuwigheid.’
(Uit Psalm 111 vers 3)

Geciteerd 1: Uiteindelijk komt het maar op één, heel radicale, vraag aan. Die stelde de Heere Jezus aan Petrus: ‘Hebt gij Mij lief?’ Als ambtsdrager neem ik die vraag vaak mee tijdens huisbezoeken. Het is een heel confronterende tekst. Het is ja of nee; als iemand het niet weet, betekent dat ook nee.

Geciteerd 2: Nu is al eerder gezegd dat het niet genoeg is dat wij vroom zijn en goede werken doen en een (naar onszelf en anderen) genadevol leven leiden. Onze gerechtigheid kan immers voor God niet bestaan, om dan maar te zwijgen over onze ongerechtigheid voor Gods ogen en gericht! Daarom heb ik gezegd dat het geloof, als het goed is, de natuur heeft dat het niet op zichzelf vertrouwt (1), de gelovige verlaat zich niet op zijn/haar geloof, maar houdt zich aan het Woord van God, aan Christus (2).
Onder Zijn gerechtigheid begeeft de gelovige zich, hij/zij laat deze zijn/haar bescherming en beschutting zijn. Want wie voor Gods gericht zal kunnen bestaan, voor die is het niet genoeg dat hij/zij zegt: ‘Ik geloof en heb genade’ (3). Want alles wat van hem of haar is, kan hem/haar niet beschermen, maar we zullen Gods gericht tegemoet gaan, bekleed met de gerechtigheid van Christus (4).
Deze draagt de gelovige in Gods gericht met zich, want deze gerechtigheid blijft eeuwig met eer voor Zijn aangezicht, zoals ook de Psalmen 111 en 112 zeggen: ‘Zijn gerechtigheid blijft eeuwig‘ (5). Onder deze gerechtigheid kruipt de gelovige weg, bekleedt zich ermee en verschuilt zich erachter. Hij/zij wordt door dit geloof behouden, niet omwille van zichzelf of omwille van het geloof (6), maar omwille van Christus en Zijn gerechtigheid, bij wie de gelovige Zijn toevlucht neemt. Een geloof dat zó niet werkzaam is, is niet het ware geloof en schenkt ons de zaligheid niet (7).

(1) We horen Petrus dat in praktijk brengen wanneer Hij op Jezus herhaalde vraag ten laatste het oordeel in de handen van onze Heer legt: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ (zie Johannes 21 de verzen 15-19)
(2) Johannes 6 : 28-29.
(3) Of: Ja, ik heb Jezus lief, luister maar, dan zal ik je van mijn liefde voor Jezus overtuigen…
(4) Met die gerechtigheid werd ook de moordenaar aan het kruis bekleed!
(5) Zie Romeinen 3 : 21-26.
(6) Zie het citaat hieronder.
(7) Dat kan en doet alleen onze Heer Zelf.

Geciteerd 3: Paulus verwoordt de kern van de brief met het citaat uit Habakuk: ‘de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ De rechtvaardige is Christus (Hand. 3:14, 7:52, 22:14 en 1 Joh. 2:1). Dwars door de dood heen leeft de Tzaddik uit Zijn geloof. Op dat geloof komt Paulus terug als hij spreekt over het geloof van Jezus of van Christus. Een christologische interpretatie van deze tekst is niet onomstreden maar heeft wel sterke papieren en biedt ook stof tot overdenking. Als Paulus het geloof van Christus op het oog heeft, dan maakt dat het geloof van de christen niet overbodig. Het geloof rechtvaardigt omdat het met Christus verenigt. (…) De christologische uitleg van het Habakukcitaat hangt nauw samen met de interpretatie van de uitdrukking ‘geloof van Jezus Christus’. Als Romeinen 1 : 17 verwijst naar het leven van Christus door zijn trouw of zijn geloof, dan ligt het voor de hand om die uitdrukking als genitivus subjectivus te vertalen: de trouw of het geloof van Jezus zelf. Omgekeerd bepaalt de uitleg van het citaat voor een groot deel de lezing van de uitdrukking pistis Jesou. Ook exegeten die een christologische lezing van Romeinen 1 : 17 afwijzen, erkennen het verband (Schreiner). De eschatologische reddende gerechtigheid van God is geopenbaard in het evangelie uit geloof tot geloof, uit het geloof van Christus, tot het geloof van de christen. De volhardende trouw van Christus heeft ons geloofsvertrouwen als doel. (Campbell, ‘Crux Interpretum,’ 281). Sommigen (o.a. Van Bruggen) houden het er op dat het evangelie zich van gelovige tot gelovige als een lopend vuurtje verspreidt. Dat is ook waar, maar het is veel mooier – beter: naar het onderwijs van de Schrift zelf ( AJ) – om het geloof van Jezus als de bron van ons geloof [= Godsvertrouwen] te zien.
NB. Zie hierbij ook deze Bijbelstudie: ‘Het geloof van Christus

Zie ook deze vervolg blog: ‘De enige vraag die wel gesteld mag/zal worden…

Bron citaat 1: RD Zomergesprek – ‘Ik zou graag met ds. Hellenbroek van gedachten gewisseld hebben – Roelof Bisschop (voormalig Tweede Kamerlid voor de SGP)
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 3 augustus – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 3:Leven uit het geloof van Jezus‘ – door H. van den Belt.

Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods. En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.‘ (Uit Romeinen 5 de verzen 1-6)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hoe effectief je kunt zijn als Kamerlid’…

Laat een vreemde u prijzen en niet uw eigen mond, een onbekende en niet uw eigen lippen.’ (Uit Spreuken 27 vers 2)

Geciteerd: Mijn beeld is dat steeds meer mensen openstaan voor een andere realiteit dan alleen de waarneembare. Dat hoeft niet zweverig te zijn. Vooral bij jonge mensen zie ik veel ruimte voor levensbeschouwing. Het geloof zoals ik dat belijd, kun je niet-gelovige mensen niet geven, maar je kunt wel een richtingwijzer zijn vanuit een rationele benadering. Voor mijn eerdere werk als adviseur van de koning en koningin heb ik veel intelligente mensen mogen ontmoeten. Juist bij dat type mens proef ik vaak dat men een vorm van goddelijke inspiratie niet uitsluit. (1)

Geciteerd 2: Het is niet alleen dienstbaarheid waarom ik Kamerlid ben geworden. Ik haal er ook lol uit. Het mogen wegen van belangen, vind ik de mooiste uitdaging die er is. Recht zoeken en goed doen. Vanuit mijn ervaring wist ik wat ik kon verwachten en hoe ik effectief kan zijn als Kamerlid. Ik denk dat het redelijk goed gelukt is tot nu toe. (2)

(1) Dat doet me denken aan het ND-artikel van Hilbert Nijmeijer: Wit, hoogopgeleid en protestant: dit zijn de bezoekers van New Wine. ‘Ze snakken naar geestelijke impuls’. Het is voorlopig voor een aantal ‘kerkleiders’ nog een stukje groeimarkt waar wat te halen (en voor sommigen wat te verdienen valt*), maar of onze Heer juist bij die intelligente (en daardoor) materieel bevoorrechte mensen de geestelijke groei wil komen aanwakkeren?

* Om er hun zelf gekozen ‘way of life’ van te bekostigen ipv dat dit ‘kerkgeld’ aan anderen ten goede komt. Hun doelstellingen heiligen/rechtvaardigen ruimschoots de door hen geworven/verworven geldmiddelen.
(2) Je zal maar geholpen hebben om de PVV in het regeringszadel te tillen en dan met een dankbaar hart toezien hoe dat de Nederlandse samenleving tot zegen zal zijn, dankzij de bijsturende werking van het NSC…

Bron citaten: ND Nieuws – ‘NSC-Kamerlid Olger van Dijk evalueerde als jochie al preken. ‘Eén keer ben ik boos (3) naar huis gelopen’’ – door Niels van den Bovenkamp.
(3) Boos op/om z’n eigen ijdelheid kan hij blijkbaar niet worden: ‘Elke politicus heeft iets van ijdelheid. Jezelf laten zien, hoort ook bij het vertegenwoordigen.’ (Zie hierbij 2 Korintiërs 12 : 6-10 – of geldt dat alleen voor dominees?)

Denk eens aan het moment van jullie roeping broeders en zuster – toen het Evangelie voor het eerst door ons aan jullie verkondigd werd. Onder jullie waren er niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren. Maar wat in de ogen van de wereld dwaas (minderwaardig) is heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen…’ (Uit 1 Korintiërs 1 uit de verzen 26-27, en zie hierbij ook Lukas 10 : 21-24, 1 Korintiër 12 : 23-25 en Jakobus 2 : 5-9)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie