Pastorale zorg of theologie…

De woorden van wijzen zijn als prikkels en als spijkers, diep ingeslagen door meesters in het verzamelen. Zij zijn gegeven door één Herder.‘ (Uit Prediker 12 vers 11)

Geciteerd 1: „Wie de theologische ontwikkelingen in ons land volgt, merkt dat de huidige tijd en cultuur regelmatig te berde worden gebracht om het gezag van de Bijbel ter discussie te stellen. Bijvoorbeeld: als Paulus vandaag geleefd had, zou hij ongetwijfeld voorstander zijn geweest van de vrouw in het ambt… De moderne tijd en cultuur krijgen vaak een gewicht dat ten koste gaat van het eerbiedig en gelovig buigen onder de Bijbel als Gods onveranderlijk Woord. (…)
Bij veel moderne Bijbeluitleggers is merkbaar dat de beleving van de huidige lezer op de voorgrond komt ten koste van de oorspronkelijke bedoeling van de tekst. De uitlegger slaat een brug tussen de oude tekst en de moderne lezer, waarbij hij de tekst ‘kloppend’ maakt met de opvattingen van de lezer en zo uitlegt dat die er in zijn tijd, cultuur en beleving nog „iets mee kan”…

Geciteerd 2: Verder lezen we de tekst volgens klassiek hermeneutisch gebruik binnen het geheel van de Schrift. Op andere plaatsen schrijft Paulus over de onderscheiden plaats van man en vrouw ten opzichte van elkaar en de plaats van de vrouw in de gemeente, bijvoorbeeld in 1 Timotheüs 2:9-15. Wanneer Paulus daar de onderscheiden plaats van man en vrouw aan de orde stelt, schrijft hij niet: want zo is het in onze tijd en cultuur gebruikelijk, maar wijst hij op Gods scheppingsorde en de geschiedenis van de zondeval. Wie zo Schrift met Schrift vergelijkt, zal zien dat Galaten 3:28 geen grond biedt voor ”de vrouw in het ambt”. Gods Woord staat hier haaks op de cultuur.

Opgemerkt 1: Wanneer we de Bijbel niet lezen als een boek vol theologie, maar als een Pastoraal boek, dan kunnen we toch zonder de moderne tijd en cultuur de doorslag te laten geven tot een andere conclusie komen dan deze schrijver/predikant hier doet. We weten dat Paulus zijn gezag als apostel mocht laten gelden om in de gemeenten, die hij gesticht had – daar beperkte hij zich toe! (1) -, orde op zaken te stellen middels zijn brieven of tijdens zijn bezoeken. Toch heeft Paulus zich er (eerst) ook altijd van vergewist of hij in de betreffende gemeente(n) wel de juiste houding vond om zijn gezag op liefdevolle wijze tot gelding te kunnen brengen. We vinden de bewijzen daarvan o.a. in de tweede brief aan de Korintiërs, waar hij schrijft: ‘Ik roep God aan als mijn getuige, ik zweer bij mijn leven dat ik van een tweede bezoek aan Korinte heb afgezien om jullie te sparen. Ik bedoel dit: wij willen niet over jullie geloof heersen, maar juist bijdragen aan jullie vreugde (en daarmee ook aan jullie toewijding aan de Heer). Jullie hebben tenslotte een vast geloof.’ En even later lezen we: Ik heb jullie ook geschreven omdat ik te weten wilde komen of jullie mij werkelijk in alles gehoorzaamt. Als jullie hem vergeven, doe ik het ook. En als ik hem iets te vergeven heb, doe ik dat omwille van jullie ten overstaan van Christus.’ (2)
Wat een treffend voorbeeld van liefdevolle pastorale zorg voor de gemeente! Ook in de brief aan de Tessalonicenzen vinden we die pastorale benadering. Paulus was in zorg over deze gemeente en stuurde Timoteüs en dan lezen we: Hij (Timoteüs) heeft ons bovendien verteld hoe jullie ons altijd als voorbeeld nemen en hoe jullie er even vurig naar verlangen ons te zien als wij jullie. Daardoor, broeders en zusters, zijn we over jullie gerust gesteld (3). En dan blijkt dat Paulus de gemeente ook nog weer aansporen wil, hij kan en wil dat doen omdat gebleken is – tijdens het bezoek van Timoteüs – dat de gemeente daarvoor openstaat…

Opgemerkt 2: We weten dat Paulus niet blij kon zijn met hoe men in de gemeente van Korinthe invulling gaf aan de samenkomsten (4). Dat wat daar gebeurde was niet tot opbouw van de gemeente. Ieder wilde daar van zich laten horen en wat te zeggen hebben. En dan gebruikt Paulus zijn gezag om daarin orde op zaken te stellen en hij grijpt daarbij terug op de orde van de synagoge, want dat garandeerde dat de gemeente(n) Gods Woord daar ook altijd weer te horen zou krijgen en dat men door het lezen en profeteren vanuit de Schriften daar ook daadwerkelijk opgebouwd zou(den) worden in het geloof. Dat kunnen voorlezen uit en kunnen profeteren op basis van de Schriften, dat was toen echt nog een mannen aangelegenheid. In zijn eerste brief aan Timoteüs spoort Paulus hem dan ook aan om dat als voorganger in de gemeente in praktijk te brengen (5). Dat Paulus in diezelfde brief – opnieuw (6) – de vrouwen een bescheiden plaats aanwijst in de gemeente en daarbij nu teruggrijpt op de plaats van de vrouw in de oude bedeling, dat is pastorale wijsheid en inzetten van zijn gezag als apostel om ervoor te zorgen dat de samenkomsten de opbouw van de gemeente zullen blijven dienen. We lezen namelijk even later dat er ook al een en ander is misgegaan bij de inzet van vrouwen – jonge weduwen (7) – in de gemeente(n) waar Timoteüs diende als voorganger.

Opgemerkt 3: Wanneer we de woorden van Paulus lezen als pastoraat – en dus niet als theologie (als het aanreiken van altijd en overal geldende en toe te passen leerstukken) – dan kunnen we inzien dat wat Paulus daar schreef met het gezag dat hij als apostel had, nodig was om de goede orde en daarmee de opbouw van de gemeente(n) te dienen en dat hij zijn pastorale woorden kracht bij zet door daarbij gebruik te maken van wat Gods Woord (in het OT) te zeggen heeft over de positie die de vrouw kreeg toebedeelt en waarnaar de gelovige vrouwen van het OT zich ootmoedig hebben geschikt. De vrouwen in de NT gemeenten moesten zich niet te goed voelen om daarvan te leren en om zich in de gegeven omstandigheden daar ook naar te gedragen. Maar we kunnen er toch niet uit afleiden dat Paulus het zo bedoeld heeft, dat dit nu overal en altijd (alle eeuwen door) als regel zou moeten gelden voor de vrouwen in de gemeente(n) van onze Heer. Dan vinden we in zijn pastorale brieven toch ook genoeg om te weten dat vrouwen ook toen al meer ruimte kregen dan in 1 Timoteüs 2 hen wordt voorgehouden en voorgeschreven.

Opgemerkt slot: M.i. treffen de verwijten van de schrijver/predikant (8 ) geen doel wanneer we Gods Woord maar eerbiedig als Pastorale zorg voor de gemeente van onze Heer willen lezen en toepassen.

(1) Zie 2 Korintiërs 10 : 14-18 en Romeinen 15 : 15 en 18-21 kunnen er ook bij worden betrokken.
(2) Zie 2 Korintiërs 2 : 9-11.
(3) Zie 1 Tessalonicenzen 3 : 6-10 en 4 : 1-12.
(4) Zie 1 Korintiërs 11 : 17 en 14 : 20-40.
(5) Zie 1 Timoteüs 4 : 11-16.
(6) Zie ook 1 Korintiërs 14 : 34-35.
(7) Zie 1 Timoteüs 5 : 11-16.
(8 ) Ds. D. de Wit, die recent een leerzaam artikel over hermeneutiek in historisch perspectief schreef.

Bron citaten: RD Kerk & religie | Quotes uit de kerk – ‘”Galaten 3:28 biedt geen grond voor de vrouw in het ambt”‘ – door Redactie kerk

De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’ (Uit Hebreeën 13 de verzen 20-21)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De last van het verleden…

Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.
(Uit Galaten 2 vers 20b)

Galaten, hebben jullie je verstand verloren. Wie heeft jullie in zijn ban gekregen? Jullie wie Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de Gekruisigde voor de ogen geschilderd is? Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen door de wet na te (gaan) leven of door te luisteren en te geloven? Zijn jullie werkelijk zo dwaas om weer op jullie eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?‘ (Uit Galaten 3 de verzen 1-3)

Geciteerd: Daarom moet jullie leren Christus goed te aanvaarden (1), en Hem niet tot een nieuwe wetgever te maken die, na de oude wet te hebben afgeschaft, een nieuwe wet heeft ingesteld. Voor hen is Christus een taakmeester en een wetgever. Maar jullie moeten Hem aanvaarden (en verkondigen!) zoals Paulus hier doet, als de Zoon van God, die, niet vanwege verdienste of enige gerechtigheid van ons, maar vanwege Zijn pure genade en liefde, Zichzelf aan God gaf en aanbood als een offer voor ons ellendige zondaars, om ons voor eeuwig te heiligen.

Daarom is Christus niet als Mozes en geen taak(of tucht)meester of wetgever; Hij is de Uitdeler van genade, de Redder en de Medelijdende. Met andere woorden, Hij is niets anders dan pure, oneindige genade, die geeft en gegeven wordt. Dan zullen jullie Christus correct afbeelden (verkondigen: ‘voor ogen schilderen’ – zoals Paulus zegt in Galaten 3 : 1). Als jullie Hem op een andere manier aan jullie laten verkondigen (of dat zelf zo doen), zullen jullie spoedig ten val worden gebracht in het uur van de verzoeking. De hoogste kunst onder christenen is om Christus op deze manier te kunnen aanvaarden; het is ook de moeilijkste van alle kunsten [- en daarom een werk van de Heilige Geest alleen! – AJ].

Want het is voor mij heel moeilijk, zelfs in het grote licht van het Evangelie en na mijn uitgebreide ervaring en praktijk in deze studie, om Christus te aanvaarden zoals Paulus hier doet. Dat is hoezeer deze leer en het schadelijke idee van Christus als wetgever tot in mijn botten is doorgedrongen als olie (2). Op dit punt zijn jullie, jongere mannen en vrouwen, veel gelukkiger dan wij, oudere mannen en vrouwen. Jullie zijn niet doordrenkt met deze schadelijke ideeën waarmee ik van kinds af aan was doordrenkt, zodat ik zelfs bij het noemen van de naam van Christus doodsbang zou zijn en bleek zou worden, omdat ik ervan overtuigd was dat Hij een (mij veroordelende) rechter was (en zou zijn).

Daarom moet ik een dubbele inspanning leveren (2): ten eerste, om deze ingegroeide mening van Christus als wetgever en rechter, die voortdurend terugkeert en mij terugtrekt, af te leren, te veroordelen en te weerstaan; ten tweede, om een ​​nieuw idee te verwerven, namelijk vertrouwen op Christus als de Rechtvaardiger en de Redder.

Als je bereid bent, kun je veel minder moeite hebben om Christus zuiver te leren kennen. Als er dus enige droefheid of verdrukking iemands hart treft, moet dit niet aan Christus worden toegeschreven, ook al valt het onder de naam van Christus, maar aan de duivel, die er een gewoonte van maakt om onder de naam van Christus te komen en zich te vermommen als een engel des lichts (2 Kor. 11:14).

(1) Namelijk zoals Hij in de evangeliën en de brieven aan ons wordt voorgesteld.
(2) Daarom zegt onze Heer ons ook dat we moeten worden als een kind (zie o.a. Matteüs 18 : 1-5). Een kind heeft nog niet een heel arsenaal aan tegenwerpingen of verkeerde voorstellingen opgebouwd, en daardoor ondervind de Heilige Geest bij hen niet die moeite en weerstand zoals volwassenen die (kunnen) hebben. De Galaten hadden het Evangelie uit de mond van Paulus als zuigelingen aanvaardt (zie Galaten 4 : 12-16), als een Woord van God (wat het Evangelie ook werkelijk is!), maar later stonden daar mensen op (of kwamen er op bezoek) die hen wilden leren dat er toch wel wat meer bij kwam kijken om jezelf als kind van God aanvaard te mogen weten.

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.177/178)

Bron citaat: maartenluther-com – Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (54)
(If you would like to have these Luther Quotes (in English!) sent to yourself, or to family or friends you can send the email address to: info@martinluther-quotes.nl Subscribe and unsubscribe from these weekly quotes on this email address as well, or maartenluther.com These e-mails are free of charge and you are not asked for donations)

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt heeft jullie bevrijd (3) van de wet van de zonde en de dood.’ (Uit Romeinen 8 de verzen 1-2)
(3) Zie Romeinen 8 : 15-17, 2 Korintiërs 3 : 1-6 en Jakobus 2 : 12-13.

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Had een Israëlitische koning ‘alleenrecht’?

Toen zei koning Saul: “Ik heb verkeerd gedaan. Kom terug, David, mijn zoon. Ik wil je niet langer kwaad doen, want jij hebt vandaag mijn leven gespaard.” Maar David zei: “Hier is uw speer, koning, laat één van Uw mannen hem komen halen. Wie rechtvaardig en trouw is, wordt door de Heer beloond; ik heb vandaag mijn hand niet tegen de gezalfde van de HEER willen opheffen, ofschoon Hij u aan mij had uitgeleverd. Zoals ik vandaag uw leven gespaard heb, zo zal de HEER mijn leven sparen; Hij – niet u, koning Saul – zal mij redden uit alle nood.”‘ (Uit 1 Samuel 26 de verzen 21-24)

Geciteerd 1: Van der Zwaard windt er geen doekjes om. Hij maakt de verhalen niet milder of lichter dan ze zijn. Neem Hagar of Bathseba. Van der Zwaard is niet bang om ons te confronteren met de kern, met het schurende, het vrouwonvriendelijke, de agressie, de arrogantie. Het menselijke wordt niet geschuwd. Vaak komt de kwetsbaarheid van de mens tot uiting. De naaktheid. En in de onderstroom klinkt de stilte, die aan alles voorafgaat, door.

Geciteerd 2: Vaak spiegel ik mijn eigen verhaal of die van onze wereld aan een monoloog of een gedicht. Dan spreekt deze ineens heel direct tot mij. Dat heeft de maken met de persoonlijke en directe stijl. En de universele thema’s in de verhalen, al zijn ze oeroud. Van der Zwaard weet de verhalen knap naar het hier en nu te trekken, actueel te maken. Zoals de aanklacht van Bathseba. De vrouw die werd bevolen wat te doen. De koning had het alleenrecht. Ook dat is van alle tijden.

Opgemerkt: Deze woorden over David spotten met wat de Bijbel ons laat horen over de gelovige koning David en zijn omgang met vrouwen. Ook het feit dat Bathseba koning David ervan op de hoogte brengt dat zij van hem in verwachting is geeft al aan dat ze als vrije vrouw leeft in haar huis en het nodig vind dat de koning daarvan weet. Ze had ook met een klacht over aanranding naar haar schoonvader Achitofel kunnen gaan, een zeer belangrijke raadsheer aan het hof. Even later laat koning David zich de les lezen door de profeet Nathan en belijdt hij schuld. Ook kan hij later Bathseba troosten over de dood van hun eerste kindje en dat zegt toch ook heel veel.
Eerder schreef ik eens: Bathseba was een bekende en mooie vrouw (haar naam betekent: begeerde), die in Jeruzalem om haar schoonheid bekend stond. Mogelijk zullen Uria en Bathseba ook wel samen aan het hof op bezoek zijn geweest tijdens (feestelijke) bijeenkomsten en heeft David hen daar ook ontmoet en gesproken. Het zou me niet verbazen dat die twee – David en Bathseba – genegenheid hadden voor elkaar en dat ze dat wisten van elkaar. Alhoewel de Bijbel dat niet vermeldt lijkt me dat toch eerder een plausibele verklaring voor de gang van zaken dan dat Batseba onder dwang werd aangerand en daarna zomaar weer naar huis gestuurd.
Wanneer David werkelijk als een alleenheerser had gehandeld, had hij wel een andere aanpak kunnen verzinnen om van ‘de problemen’ af te zijn dan Uria uitnodigen om wat vrije dagen te nemen en thuis te verblijven en hopen dat Bathseba niets verraden zou. We moeten zelfs haast wel aannemen dat koning David zijn plan om Uria thuis te laten komen met Bathseba besproken heeft.

Bron citaat: Petrus | PKN – ‘Leestip: Spiegelfamilie, een monologenbijbel van Kees van der Zwaard’ – door Rebecca Schoon

Leestip: Psalm 101.

‘Mijn oog zoekt de getrouwen in het land
met hen wil ik mijn woning delen.
Wie de volmaakte weg* bewandelt,
mag mij dienen.

In mijn paleis is geen plaats
voor wie liegt en bedriegt,
wie onwaarheid spreekt
komt niet onder mijn ogen.’
(Uit Psalm 101 vers 6-7)

* Zie o.a. Matteüs 5 : 43-48 en Jakobus 2 : 12-13.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Onzalige’ woorden en discussie(s) over het Avondmaal!

Degenen die Petrus’ woorden (en aansporing ‘laat je dopen’) aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen (zie Matteüs 28 : 20), vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan gebed.’ (Uit Handelingen 2 de verzen 41-42).

Geciteerd 1* : De aanwezigheid van Christus in het Avondmaal en de gemeenschap met Hem was misschien wel het belangrijkste punt van verschil in de kerken van kort na de ‘luther-reformatie’. Het is best aangrijpend dat het sacrament – dat juist de eenheid van de kerk tot uitdrukking moet brengen (beter: tot uitdrukking brengt, benadrukt, het hangt niet van ons mensen af wat daar gebeurd) tot zoveel verwarring en verdeeldheid heeft geleid. Er was echter geen verschil van opvatting óf Christus echt aanwezig was, maar wel over de vraag hoe Christus aanwezig was.

* Bovenstaande geciteerde gedeelte toch wat aangepast en al van enig commentaar voorzien in tussen haakjes () geplaatste tekst, AJ)

Geciteerd 2: Aan de ene kant staat Maarten Luther, die vindt dat Christus echt lichamelijk aanwezig is in het brood en in de wijn. Hij is bezorgd dat anders de zaligheid verdampt tot iets geestelijks, iets spiritueels. Als de aanwezigheid van Christus van ons geloof afhangt, dan zijn we verloren (1). Nee, Christus is lichamelijk aanwezig in het Avondmaal, onafhankelijk van het geloof. Hij gaat daarin zover dat ook de ongelovigen eten en drinken van het lichaam en bloed van Christus. (2)

Geciteerd (Maarten Luther): Het derde artikel: over het sacrament van het lichaam en bloed van Christus hebben we ook nog nooit geleerd, en leren ook nu niet, dat Christus uit de hemel of van de rechterhand Gods neerdaalt en opvaart, niet zichtbaar, niet onzichtbaar. We houden ons strikt aan het Artikel des Geloofs: ‘Opgevaren ten hemel, zittende aan de rechterhand Gods, vanwaar Hij (toekomstig) komen zal om te oordelen, de levenden en de doden.’ We laten het aan de Goddelijke Almacht over, hoe Zijn lichaam en bloed in brood en avondmaal aan ons wordt gegeven, namelijk waar men volgens Zijn bevel samenkomt en Zijn instelling wordt gehouden. We denken daar aan geen opvaren of neerdalen dat daarbij zou plaatsvinden, maar blijven gewoon en eenvoudig bij Zijn woorden ‘dit is Mijn lichaam…’ en ‘dit is Mijn bloed…’. Maar zoals reeds gezegd, wanneer we elkaar hierin niet geheel verstaan, dan is dit het beste, dat wij tegenover elkaar vriendelijk zijn en altijd het beste voor elkaar verwachten [hopen], totdat het vuile en troebele water bezonken zal zijn.

Geciteerd 3: Luther wijst de verandering van de substantie van brood en wijn in het lichaam van Christus af. Als voorbeeld neemt Hij ons mee naar de smidse: ‘Zie, ijzer en vuur, twee substanties, zijn zo gemengd in een gloeiend ijzer dat elk deel ijzer en vuur is.’ Het brood is en blijft brood, maar tegelijk is het ook het lichaam van Christus. Dat behoor je te geloven op grond van het Woord dat onze Heere Zelf gesproken heeft: ‘Dit is Mijn lichaam.’

Opgemerkt: Wat een aanschouwelijk beeld van hoe de Heilige Geest (hier als een vuur) aanwezig is in heel Gods schepping en al Gods schepselen. IJzer is van nature een hard materiaal en niet goed te bewerken, maar door het Vuur kan de Smid er een voor Hem bruikbaar stuk gereedschap (instrument) van maken. Daarom kunnen we ook met een gerust hart – zoals Luther het dus ook wil/zegt – ‘aan Gods Almacht over laten’ hoe Hij ons door brood en wijn waarlijk/daadwerkelijk deel doet hebben aan het lichaam en bloed van Christus of, zoals het in de NGB(35) wordt gezegd: ‘zo waarlijk ontvangen wij het ware lichaam en bloed van Christus’.

(1) Inderdaad kan ons geloof niets toevoegen of afdoen van wat wat Christus ons gezegd heeft over het eten van Zijn lichaam en het drinken van Zijn bloed aan de tafel van de Heer. Zie hierbij niet alleen de ‘instellingswoorden’ van onze Heer bij het laatste Pesachmaal, maar juist ook Zijn woorden in Johannes 6, m.n. de verzen 52-59.
(2) Wat dan te denken van deze woorden van Paulus uit 1 Korintiërs 11: Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze – en dat kan onwetendheid zijn, maar ook ongeloof! – van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en bloed van de Heer. (…) want wie eet en drinkt en niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn/haar veroordeling af over zichzelf.
NB. Het blijkt wel dat de Korintiërs nog wel nader onderwijs nodig hadden over het vieren van de maaltijden van de Heer en dat terwijl ze toch al direct na hun doop hadden mogen deelnemen aan deze maaltijden, waar toen ook Paulus en zijn medewerkers aan zullen hebben deelgenomen. Ze mochten dus toch direct al, ook al waren ze niet meer dan zuigelingen in het geloof – zie 1 Korintiërs 3, de zegen ontvangen van ‘het eten van het lichaam en drinken van het bloed van de MensenZoon’ (zie Johannes 6 : 54).

Geciteerd 4: Het zijn de anabaptisten of doopsgezinden die de lijn van de vroege Zwingli doortrekken. Zij zien de aanwezigheid van Jezus in de harten van de wedergeborenen en als volwassenen gedoopte christenen. Door hun geloof en in hun lijden is Hij echt bij hen present. Daarbij moeten we wel bedenken dat deze doperse christenen meer dan alle andere protestanten vervolgd werden, omdat ze nergens officiële erkenning en bescherming van de overheid kregen. Zij benadrukken dan ook de gebrokenheid van het lichaam van Christus waaraan ze gemeenschap hebben.

Opgemerkt (bij 4): Deze woorden scheppen alleen maar verwarring. Er waren in de begin jaren ook veel protestanten die geen officiële erkenning kregen en geen bescherming van de overheden en de dood vonden op de brandstapel. Willem van Oranje heeft als overheidspersoon voor al zijn ‘landgenoten/onderdanen’ willen opkomen en daar hoorden ook de dopersen bij. Toch lukte het hem lange tijd niet om hen – al die verschillende ‘landgenoten/onderdanen’ – die ‘burgerlijke rechtsbescherming’ (vrijheid van geweten en religie) ook daadwerkelijk te geven. De anabaptisten kunnen geen ‘alleenrecht’ laten gelden op het voor ons gebroken lichaam van onze Heer bij hun vieringen van de maaltijd van de Heer.

Opgemerkt (slot): Juist bij en door Doop en Avondmaal wordt ons duidelijk gemaakt dat God goddelozen rechtvaardigt en dat Hij ons redt, niet om onze rechtvaardige daden (of wat dan ook) maar uit barmhartigheid door de dood van Zijn Zoon aan het kruis. Juist bij deze sacramenten wordt ons duidelijk dat we – naar Jezus woorden – moeten worden als de kinderen, dus mensen zonder pretenties en zonder verstand! Daarom is het dopen van onze kleine kinderen in het midden van de gemeente nog het beste bewijs dat wij het onderwijs van Christus begrepen hebben en opvolgen. De doop is het bad der wedergeboorte, en daarmee wordt ons duidelijk gemaakt dat het ons allemaal ‘om niet’ geschonken is en wordt door het werk van de Heilige Geest. Het geloof is niet meer dan – door de kracht van de Geest geheven! – hand van de bedelaar (3), die dit ‘van de hemel gegeven’ geschenk ontvangt. Voor het deelnemen aan het Avondmaal ligt het in feite niet anders. De zelfbeproeving is iets dat met het doorgaande onderwijs aan/in de gemeente ook aan onze kinderen geleerd wordt. Net zoals dat eerder in de gemeente van Korinthe gebeurde, waar zo’n beetje alle gedoopten als zuigelingen in het geloof moesten worden aangemerkt.

(3) En de Heilige Geest wil die hand van de bedelaar heffen en geheven houden door dat hele gewone – voor ons mensen haalbare – gebruik van de middelen in het midden van Zijn gemeenten: Doop en Avondmaal en de bediening van Gods Woord met onze dankzegging en gebeden. En dan zal dat wat ons bedelaars geschonken wordt, door onze harten en handen heen, ook tot zegen zijn voor anderen, dwz vruchtdragen tot in het eeuwige leven.

Bron citaten 1-4: De Waarheidsvriend 48, 28 november 2024 – ‘Er gebeurt werkelijk iets’, 2. Historische lijnen – door dr. H. van den Belt

Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië. Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop “dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God kunnen binnen gaan.” In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in Wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.’ (Uit Handelingen 14 uit de verzen 21-23)

Bron afbeelding: Word For Life Says

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De beste therapie voor twijfelende christenen…

Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.’
(Uit Galaten 2 uit vers 20)

Geciteerd: Nu zijn deze woorden, ‘Die mij heeft liefgehad,’ vervuld van geloof. Iedereen die dit korte voornaamwoord ‘mij’ in geloof kan uitspreken en het op zichzelf kan toepassen, zoals Paulus deed, zal, net als Paulus, de beste van de disputanten tegen de Wet zijn. Want Hij gaf geen schaap of os of goud of zilver voor mij. Maar Hij die volkomen God was, gaf alles wat Hij was, gaf Zichzelf voor mij – voor mij, zeg ik, een ellendige en vervloekte zondaar. Ik word nieuw leven ingeblazen door deze ‘gave’ van de Zoon van God in de dood, en ik pas het op mezelf toe. Deze toepassing is de ware kracht van het geloof. Iemand die werken verricht, zegt niet: ‘Christus heeft mij liefgehad, enz.’
Paulus stelt deze woorden, die de zuiverste verkondiging van genade en christelijke rechtvaardigheid zijn, tegenover de rechtvaardigheid van de Wet. Het is alsof hij zegt: “Goed, laat de Wet een goddelijke leer zijn en laat haar glorie hebben. Het hield nog steeds niet van mij of gaf zichzelf niet voor mij, maar het beschuldigt en maakt mij bang. Nu heb ik een Ander, Die mij heeft bevrijd van de verschrikkingen van de Wet, van zonde en van de dood, en Die mij heeft overgebracht in vrijheid, de gerechtigheid van God en het eeuwige leven. Hij wordt de Zoon van God genoemd, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.
Zoals ik heb gezegd, grijpt en omarmt geloof Christus, de Zoon van God, die voor ons is gegeven, zoals Paulus hier leert. Wanneer Hij door geloof is gegrepen, hebben wij gerechtigheid en leven. Want Christus is de Zoon van God, die Zichzelf uit pure liefde heeft gegeven om mij te verlossen. In deze woorden geeft Paulus een prachtige beschrijving van het priesterschap en het werk van Christus, namelijk om God te sussen (1), om voor zondaars te bidden en te bemiddelen, om Zichzelf als offer voor hun zonden aan te bieden en hen te verlossen.

(1) ‘God te sussen’: Toch m.i beter te zeggen/stellen: Vanwege de (mensen)liefde van God de Vader (zie o.a. Johannes 3 : 16 en Titus 3 : 4-8, 1 Johannes 4 : 10) ‘heeft God ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij (God) heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij (God) heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 : 6-15 de verzen 13-15)

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.177)

Bron citaat: maartenluther-com – Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (53)
(If you would like to have these Luther Quotes (in English!) sent to yourself, or to family or friends you can send the email address to: info@martinluther-quotes.nl Subscribe and unsubscribe from these weekly quotes on this email address as well, or maartenluther.com These e-mails are free of charge and you are not asked for donations)

Volg de weg van Christus Jezus, nu jullie Hem als jullie Heer aanvaard hebben. Blijf in Hem geworteld en gegrondvest (2) houd vast aan het geloof dat jullie geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 6-7)
(2) Daar hebben wij, gedoopte leden van Christus gemeente(n), alle reden toe: zie de verzen 12-13.

Bron afbeelding: Therapy For Christians

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een Goddelijke geloofsclaim…

Die mij liefhad en Zichzelf voor mij overgaf.
(Uit Galaten 2 uit vers 20)

Geciteerd: Paulus zegt hier dat niet wij, maar Christus het initiatief nam. ‘Hij had mij lief,’ zegt hij, ‘en gaf Zichzelf voor mij over.’ Het is alsof hij zegt: ‘Hij vond geen goede wil of een juist verstand in mij, maar Hijzelf had medelijden met mij. Hij zag dat ik goddeloos was, dwalend, afgewend van God, terugdeinzend en strijdend tegen God; en dat ik gevangen, geleid en gestuurd werd door de boze (1). Door genade, die voorafging aan mijn verstand, wil en intellectuele ontwikkeling, had Hij mij lief, en hield Hij zoveel van mij dat Hij Zichzelf voor mij overgaf, opdat ik verlost zou worden van de Wet, de zonde, de duivel en de dood.’
(1) Lees hierbij ook Gods woorden gericht tot het ontrouwe Israël in Ezechiël 16 : 1-5 en Titus 3 : 3-7.

Deze woorden, ‘de Zoon van God’, ‘Hij had mij lief’ en ‘Hij gaf Zichzelf voor mij over’, zijn hemelse donder en bliksem tegen de rechtvaardigheid van de Wet en de leer van de werken. Er was zo’n groot kwaad, zo’n grote dwaling, en zo’n duisternis en onwetendheid in mijn wil en intellect dat ik alleen bevrijd kon worden door zo’n onschatbare prijs. Waarom pochen we dan over het regeren van de rede, over onze goede natuurlijke gaven, over de voorkeur van de rede voor de beste dingen, en over dat wat in iemands natuurlijke aanleg zou liggen? Waarom bied ik een toornige God, die, zoals Mozes zegt, ‘een verterend vuur’ is (Deut. 4:24) (2), wat stro aan, in feite mijn vreselijke zonden, en wil ik van Hem eisen dat Hij mij in ruil daarvoor genade en eeuwig leven schenkt? Want ik hoor in deze passage dat er zoveel kwaad in mijn natuur is dat de wereld en de hele schepping niet voldoende zouden zijn om God toorn weg te nemen, maar dat de Zoon van God Zelf daarvoor moest worden opgegeven.
(2) Lees hierbij Hebreeën 12 : 18-29, we zullen wandelen in geloof aan Gods genade over ons in Jezus Christus, Zijn Zoon.

Overweeg deze prijs zorgvuldig, en kijk naar deze gevangene, de Zoon van God. U zult dan zien dat Hij groter en voortreffelijker is dan de hele schepping. Wat zullen we doen als we Paulus horen zeggen dat er zo’n onschatbare prijs voor onze (uw en jouw) zonden is gegeven? Zullen we dan al onze werken of onze gehoorzaamheid of armoede meenemen? Wat stelt dit allemaal voor? Waar blijven de Wet van Mozes en de werken van de Wet? (3) Waar alle werken van alle mensen en het lijden van de martelaren? Wat is alle gehoorzaamheid van de heilige engelen vergeleken met de Zoon van God die (voor ons) ‘gegeven’ is, en wel op de meest schandelijke manier gegeven, in de dood, zelfs de dood aan het kruis (Fil. 2:8), zodat al Zijn kostbaarste bloed werd vergoten – en dat nog wel voor uw zonden?! Als je naar deze prijs zou kijken, zou je al je werken, geloften, werken en verdiensten nemen, en je zou ze vervloeken, bezoedelen, bespuwen en verdoemen, en ze naar de hel verwijzen! (4)
(3) Denk hierbij ook aan deze woorden uit 1 Korintiërs 13: Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
(4) Wanneer we deze zouden willen gebruiken als vrijkoopsom om van de claim tot geloof (5), die Gods liefde op ons legt, af te komen.
(5) Zie Johannes 6 : 27-29.

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.175/176)
(If you would like to have these Luther Quotes (in English!) sent to yourself, or to family or friends you can send the email address to: info@martinluther-quotes.nl Subscribe and unsubscribe from our weekly quotes on this email address as well, or on http://www.maartenluther.com These e-mails are free of charge and you are not asked for donations)

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (52)

Maar God bewees ons Zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaren waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door Zijn dood zijn vrijgesproken (6), dankzij Hem zullen worden gered en niet veroordeeld. Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met Hem verzoend door de dood van Zijn Zoon, des te zekerder is het, nu we met Hem verzoend zijn, worden gered door Diens leven. En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.’ (Uit Romeinen 5 de verzen 8-11)
(6) Lees hierbij Romeinen 6 : 3-14.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De eeuwige straf op de zonde gelegd op de hoogste en meest geliefde Persoon…

Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.’ (Jesaja 53 vers 5)

Geciteerd: Ik wil de vraag op nog een andere manier benaderen. Kun je je voorstellen dat God niet zou straffen? Dat Hij de zonde in de doofpot stopt? Alle bedrog, onreinheid, haat, geweld en misbruik ongestraft laat? Eroverheen stapt dat wij Hem door onze zonde ongehoorzaam zijn en krenken en beledigen?

Opgemerkt 1: Bij het spreken over de hel hoor je nogal eens: ‘Ja, God is liefde, maar Hij is ook rechtvaardig’. Toch is dat een verkeerde manier van spreken over God. Juist omdat God liefde is, is Hij ook rechtvaardig. Dáár mogen alle mensen hoop uit putten! Gods gerechtigheid is van een hogere orde dan die van ons mensen!
Opgemerkt 2: Laten we eens denken aan zo iemand als Adolf Hitler. Als er iemand een kandidaat voor de hel lijkt te zijn, dan is hij dat toch wel. Dat er voor hem geen genade meer is weggelegd, dat ligt toch voor de hand? Maar durven wij beweren dat we, wanneer we zouden hebben geleefd in de omstandigheden waarin Hitler opgroeide en zijn ervaringen met een keiharde wereld opdeed, dat wij het er dan beter vanaf gebracht zouden hebben dan hij? Waren het niet de Duitse industriëlen en was het niet het Duitse volk die Hitler zijn Messias-gestalte deden aannemen, zodat hij daar zelf in ging geloven. Prachtig vond hij het dat de mensen in Duitsland in hem hun ‘broodheer’ gingen zien. En was de wereld volgens de wetenschap niet één strijdtoneel waarin de vooruitgang bereikt wordt doordat de sterksten voordeel behaalden op de zwakkeren. En was dat in het verhaal van de Joden (het OT!) niet juist het tegendeel. In die verhalen van hen hoorde je dat de kleinen en de zwakken gehoord moesten worden en in de gunst van God staan. Maar blijkt in deze wereld niet juist het tegendeel?!
Opgemerkt 3: Laten we dan nog eens letten op onze Heer en Heiland, de Messias, Die uit de Joden is. Toen Hij aanhang verwierf onder het volk, toen wilde Hij niet hun ‘broodheer’ zijn op de manier die het volk vanuit hun natuurlijke hart begeerde. Na de wonderbare spijziging zegt Hij tegen hen: ‘”Waarachtig (amen, voorwaar), ik verzeker jullie: jullie zoeken mij niet omdat jullie Mijn tekenen hebt gezien, maar omdat jullie het brood gegeten hebben en verzadigd bent. Jullie moeten – bij het volgen van Mij – geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het jullie geven, want de Vader Zelf, heeft Hem die volmacht gegeven”. Ze vroegen: “Wat moeten we doen? Hoe doen we Gods wil?” “Dit moeten jullie doen voor God: geloven in Hem Die Hij gezonden heeft”, antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 8 : 26-29). Onze Heer wist dus die verleiding om toe te geven aan de volkswil te weerstaan! Velen keerden Hem toen de rug toe (zie Johannes 8 : 66).
Opgemerkt 4: Wanneer onze Heer wel had toegegeven aan die wil van het volk, dan zouden zelfs de leiders in Jeruzalem Hem wel op het schild hebben willen (ver)heffen. Zo kon je nog eens gaan werken aan de redding (van de Romeinen) en de verheffing van het Joodse volk. In Lukas 19 : 29-48 lezen we ook wat voor een andere Koning onze Heer en Heiland is. Jeruzalem met haar tempel moest geen machtscentrum worden om het Joodse volk te bevrijden en te verheffen, maar ze moest een centrum van gebed en onderwijs van Gods Woord zijn/worden, en dat voor alle volken. En Mozes en de profeten (w.o. de Psalmen) wezen op Hem. Men besefte toen niet Wie nu werkelijk hun redding en verheffing en vrede aan het dienen was en dienen zou. En dat niet als een held, door mensen op een schild geheven, maar als een verworpene, door mensen aan een kruis gehangen.
Opgemerkt 5: Wanneer wij dus erkennen en belijden dat wij als gedoopte leden van Gods gemeente van genade leven, ‘laten wij ons dan bij Hem voegen om te delen in Zijn vernedering. Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’ (Lees die woorden van Hebreeën 13 nog maar weer!).
Opgemerkt slot: We zouden nog kunnen spreken over God soevereiniteit en uitverkiezing. Laten wij – gedoopte leden van Christus’ gemeente – maar diep beseffen dat wij van genade leven en dat wij uitverkoren zijn om in deze wereld het Evangelie uit te dragen met daden en woorden, en hoe we dat zullen doen, dat leert (o.a.) Petrus ons met woorden die hij ook aan ons schreef in 1 Petrus 4. En lees over Gods soevereiniteit nog weer eens de woorden van Paulus in Romeinen 11 : 30-36.

‘Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw.
Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt Zijn toorn.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.’
(Uit Psalm 103 de verzen 8-10)

Bron citaat: RD Wat zeg je dan – ‘Hoe kan een goede God mensen naar de hel sturen’ – door ds. J.C. den Ouden

Bron afbeelding: SlidePlayer (Gospel-Centered Relationships Love Peace
Patience Kindness Faithfulness Gentleness Self-Control Forgiveness)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dat komt door Maarten Luther’? (Vervolg)

Julie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.’ En Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.‘ (Uit Matteüs 5 de verzen 43-45)

Geciteerd 1: ‘Er is absoluut niets wat Jezus uit zijn Joodse context haalt, of waarin Jezus zich distantieert van het Jodendom. Maar hij is wel uitzonderlijk, hij is geniaal. Ik ken niemand anders die zegt: heb je vijanden lief. Dat is erg moeilijk trouwens. Ik bedoel, het lukt me best om niemand te vermoorden. Maar je vijand liefhebben?

Geciteerd 2: Bij protestanten zie ik vaak – dat komt door Maarten Luther – dat ze naar de Joodse wet kijken als een probleem, kijk maar naar het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Jezus komt dan om genade te brengen – in tegenstelling tot de wet.

Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met Hem verzoend door de dood van Zijn Zoon, des te zekerder is het dus dat wij, nu we nu we met Hem zijn verzoend, worden gered door diens leven.‘ (Uit Romeinen 5 vers 10)

Geciteerd 3: In de tijd van de Evangeliën meden Joden het contact met Samaritanen. Zij beschouwden hen vanwege hun gemengde bevolking als onrein. Hun eredienst in Sichem werd onwettig geacht. Door het godsdienstig ‘establishment’ der Joden werden zij geminacht; de afkeer van de gewone man voor de Samaritanen betrof meer hun afkomst en geschiedenis, dan hun godsdienstige overtuiging. De Samaritaanse vrouw verwonderde zich erover dat de Jood Jezus met haar sprak.
– Johannes 4:9 De Samaritaanse vrouw dan zei tot Hem: Hoe vraagt U die een Jood bent, van mij te drinken die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen. (Telos)

(…) Dat de Samaritanen door de Joden geminacht werden, blijkt uit de woorden van Jezus’ tegenstanders:
– Johannes 8:48 De Joden antwoordden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en een demon hebt?

(…) Toen Jezus van Galilea naar Jeruzalem ging, weigerden Samaritanen van een zeker dorp hem te ontvangen, omdat Hij op weg was naar Jeruzalem.
– Lukas 9:52 En Hij zond boden voor Zich uit. En zij gingen heen en kwamen in een dorp van Samaritanen om voor Hem een verblijf in gereedheid te brengen. En zij ontvingen Hem niet, omdat Hij op weg was naar Jeruzalem. Toen nu zijn discipelen Jakobus en Johannes dit zagen, zeiden zij: Heer, wilt U dat wij zeggen dat vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren zoals ook Elia heeft gedaan? Hij echter keerde Zich om en bestrafte hen en zei: U weet niet van welke geest u bent. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om zielen van mensen te verderven maar te behouden. En zij gingen naar een ander dorp.

Opgemerkt: Dat we de barmhartigheid en zorg van de Samaritaanse man in de gelijkenis van Jezus in verband brengen met de barmhartigheid en zorg van onze God voor ons mensen, die van nature vijanden van God zijn, valt dus niet te wijten aan Maarten Luther, maar het Evangelie van onze Heer en Heiland (Messias) is daar zelf de oorzaak van.

Zie ook deze voorgaande blog: ‘Dat komt door Maarten Luther’?

Bron citaat 1-2: ND Geloof – ‘Amy-Jill Levine strijdt tegen anti-Joodse interpretatie van de Bijbel. ‘Erken de schade en bekeer je’’ – door Bas Meeuse
Bron citaat 3: https://www.christipedia.nl/wiki/Samaritanen

Herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen, dat ze van niemand kwaad mogen spreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen. Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en de mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid.’ (Uit Titus 3 uit de verzen 1-5)

Bron afbeelding: Church of Christ at Milestone

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dat komt door Maarten Luther’?

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.‘ (Uit Johannes 1 vers 16-17).

God, Die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van Zijn vertrouwen in de heidenen door hun de Heilige Geest te schenken, zoals Hij Die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid (meer) gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom willen jullie dan God (Gods beleid) trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen.’ (Uit Handelingen 15 de verzen 8-10).

Hij heeft ons geschikt gemaakt om het Nieuwe Verbond te dienen (1): niet het Verbond van een geschreven Wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk niet naar Mozes kon kijken door de stralende glans op zijn gezicht – een glans die verdween – zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben.’ (Uit 2 Korintiërs 3 de verzen 6-8)

Geciteerd 1: Hoogleraar Joodse studies Amy-Jill Levine ziet dat er veel misvattingen bij christenen zijn over het Joodse karakter van het Nieuwe Testament. ‘Er gaat echt iets fundamenteel mis als je het Jodendom slecht moet laten lijken om Jezus goed te laten lijken.’
Amy-Jill Levine is hoogleraar Joodse studies en Nieuwe Testament aan de Hartford International University for Religion and Peace in de Verenigde Staten. Ze is zelf Joods en was deze week in Nederland in verband met de presentatie van het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, vertaald door het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Levine is een van de hoofdredacteuren van dat werk.
Die Joodse toelichtingen zijn hard nodig, vindt Levine. Onbegrip over de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament leidt vaak tot onbedoeld anti-Joodse uitleg van de Bijbel, zelfs in preken.

Geciteerd 2: In christelijke kringen zeggen mensen bijvoorbeeld vaak dat Jezus een superliberale Jood was. Bij protestanten zie ik vaak – dat komt door Maarten Luther – dat ze naar de Joodse wet kijken als een probleem, kijk maar naar het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Jezus komt dan om genade te brengen – in tegenstelling tot de wet.
Christenen zeggen dan tegen mij: ‘Jullie Joden hebben al deze wetten en wij mensen kunnen die niet volgen (houden). Jezus zegt gewoon: heb God lief en heb je naaste lief.’ Maar dat is een misvatting over Jezus. Want aan het begin van de Bergrede zegt Jezus dat elke jota of tittel van de wet van kracht blijft, zolang de hemel en de aarde bestaan.

Opgemerkt 1: Lees Hebreeën 3 over het verschil tussen het werk van Mozes en dat van onze Heer. En in de verzen 7 t/m 19 gaat het niet over de mate van wetsbetrachting en zondigen tegen de wet – want daar was in het OT inderdaad ook al vergeving voor verkrijgbaar (2) – maar over ongeloof. Dat was de oorzaak van hun koppigheid en ongehoorzaamheid. ‘Want alleen als we resoluut blijven vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen (geloven dat God ons om Christus’ wil aanneemt als zijn kinderen), blijven we deelgenoten van Christus.’ (vers 14)

Opgemerkt 2: Lees ook Galaten 3 nog maar weer door.

Geciteerd 3: Het Nieuwe Testament is trouwens een uitstekende bron over de geschiedenis van Joodse vrouwen. Vrouwen bezaten huizen, hadden eigen geld, konden reizen op eigen gelegenheid, konden naar de synagoge, naar de tempel, enzovoorts.
Maar laat me nog één voorbeeld geven. Veel van mijn christelijke vrienden denken dat alle Joden in de tijd van Jezus een strijder verwachtten die de Joden zou bevrijden van de Romeinen. Ze zouden een politiek gewelddadige messias verwachten. De reden dat de Joden Jezus verwierpen, zou zijn dat hij het over vrede had. Joden hadden in de eerste eeuw echter niet maar één idee over de messias. Sommigen verwachtten de aartsengel Michael, sommigen de profeet Elia, sommigen een herder, sommigen helemaal niets.’

Geciteerd slot: ‘Zeg geen dingen over Joden en hun geschiedenis als je dat niet in hun gezicht zou zeggen. Er kan zomaar een Jood in je kerk zitten; houd daar rekening mee. Maak goed gebruik van de beschikbare bronnen, waaronder deze nieuwe uitgave van het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen. Praat niet over Joden, praat met hen. Nodig een keer een lokale rabbijn uit in je kerk om over de wetten te praten. Als we samen deze teksten lezen, zien we nieuwe dingen. Christenen kunnen veel leren van Joden als het gaat om het omgaan met moeilijke teksten. Dan heb ik het over Johannes, maar ook over wat christenen het Oude Testament noemen.

Opgemerkt slot: Behartenswaardige woorden (aanbevelingen) van deze hoogleraar Nieuwe Testament en Joodse studies aan de Hartford International University for Religion and Peace en emeritus-hoogleraar aan de Vanderbilt University in Nashville, Amerika.

(1) Ook Maarten Luther was met zijn verkondiging een dienaar van dat Nieuwe Verbond en onze voorgangers zijn dat toch ook?!
(2) Denk hierbij ook aan de koperen slang (Numeri 21).

Zie ook de vervolg blog: ‘Dat komt door Maarten Luther’? (Vervolg)’

Bron citaten: ND Geloof – ‘Amy-Jill Levine strijdt tegen anti-Joodse interpretatie van de Bijbel. ‘Erken de schade en bekeer je’’ – door Bas Meeuse

Vasthouden aan het geloof dat we belijden…
Nu wij een hooggeplaatste Hogepriester hebben Die de hemel is doorgegaan, Jezus de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want de Hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.‘ (Uit Hebreeën 4 de verzen 14-16)

Bron afbeelding: Life, Hope & Truth

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de duivel in de kerk…

Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw (lees hier ook: de Kerk), en tussen uw zaad en haar zaad (lees hier ook: Zaad, zie hierbij Matteüs 4 : 1-11 en Galaten 3 : 16, NBG51 of HSV), dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.’ (uit Genesis 3 : 15).

Dit gebied ik jullie, opdat jullie elkaar zullen liefhebben.’
(Uit Johannes 15 vers 17)

Geciteerd: Deze woorden van onze Heer (in Johannes 15 : 9-17) zijn opnieuw een aansporing van Christus aan Zijn discipelen om elkaar lief te hebben. Door de liefde worden de gelovigen samengehouden en de liefde is gelijk ook het kenteken van alle ware gelovigen.
Onze Zaligmaker legt hier een bijzondere nadruk op, omdat Hij heeft voorzien, hoeveel valse christenen er nog zouden opstaan. Maar ook hoe velen het geloof zouden prijzen met prachtige woorden en met grote vertoning – denk aan alle pracht en praal in de RK, maar ook een synode met allemaal mannen in zwarte pakken is een vertoning, die je op het apostelconvent in Jeruzalem (Handelingen 15) niet zult hebben gezien -, maar die intussen hun mooie woorden toch zelf niet nakomen.
Op dezelfde manier als Gods heilige Naam wordt onteerd en gebruikt voor leugen en bedrog [o.a. met een valse eed]. Zó worden ook woorden als ‘christenheid’, ‘kerk’, en verder alles wat heilig wordt genoemd, ten onrechte gebruikt. Daarom zullen ze ook de woorden ‘geloof’ en ‘liefde’ gebruiken als een dekmantel of vermomming voor iets dat het niet is.
De duivel wil niet zo zwart zijn, als men hem schildert, maar hij wil schitteren in het heerlijk kleed ‘Gods Woord’, ‘kerk’, ‘geloof’, ‘liefde’.
Daarom onderwijst Christus ons, dat het niet voldoende is, dat je veel roemt over ‘geloven’ en ‘Christus’, maar dat je ook moet weten welke vrucht het geloof voortbrengt (vgl. Galaten 5 : 22). Want waar deze vrucht uitblijft, of waar het tegendeel tevoorschijn komt, daar is Christus met zekerheid niet aanwezig, maar zijn het allemaal bedrieglijke woorden zonder inhoud en zonder de kracht van de Heilige Geest (zie 1 Korintiërs 4 : 20).

Leestips: Johannes 15 : 9-17, Galaten 5 : 16-26 en Johannes 4 : 11-21.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 12 november – Den Hertog uitgeverij (2019)

Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus.’ (Uit 1 Johannes 4 vers 17)

Bron afbeelding: WayFM

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie