De kinderen gaan ons voor…

Ik zeg jullie: als jullie niet veranderen en gaan geloven als een kind, zullen jullie het Koninkrijk van God niet kunnen binnengaan.‘ (Uit Matteüs 18 : 1-4 vers 3)
Ik verzeker jullie: wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, zal er zeker niet binnengaan!‘ (Uit Lukas 18 vers 17)

Geciteerd: Zijn liefde is zo onuitsprekelijk groot dat Hij het Liefste wat Hij had gegeven heeft om zondaren te redden. Heb je die Zaligmaker al nodig gekregen? „Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt” (Psalm 103:5, berijmd).

Opgemerkt 1: Een kind zal (leren) zeggen: De Heere God of de Here Jezus zegt dat het zo is en daarom moeten (zelfs) ook mamma en pappa het geloven dat het waar is. En dan zou het toch heel bedroevend zijn dat de ouders hun kinderen dan zouden zeggen: ‘Och, kind mocht je de Here Jezus nog eens (echt) nodig krijgen’ en ‘wij hopen voor onszelf ook (altijd nog) dat we Hem eens echt nodig krijgen’. Dat is dan wel ‘bevindelijk vroom’, maar het is de waarheid van het verkondigde Woord (zoals die al in de Doop tot ons kwam) toch niet beamen, maar daarvoor in de plaats verlangen naar een bevindelijke waarheid in het hart, terwijl dat laatste ons alleen geschonken wordt op het geloof. Dit soort bevindelijkheid verlangen is dus in de praktijk van het (geloofs)leven ‘het paard achter de wagen spannen’ en dan toch hopen dat de wagen vooruit komt. En dan is het zeer droevig stemmend om te zien dat men de ‘bevindelijke prediking’ en dat tot praktijk maken voor het geloofsleven, waar de ‘nadere reformatie kerken’ prat op gaan, tot te verkondigen theologie verheven heeft.

Opgemerkt 2: Hoe anders – dan in ‘bevindelijke kring’ – kregen wij het bij ons thuis te horen. En als jongeren leerden/wisten wij op grond van Gods Woord en bij het horen en zien van het leven om ons heen hoezeer wij allen voortdurend de hulp en bijstand van onze drie-enige God nodig hebben om dan ook te leven naar wat vanuit het Evangelie ons allemaal wordt aangereikt en voorgehouden en geleerd om te blijven bij het geloof zoals de Heilige Geest dat al in ons kinderleven gewerkt had. Want onze eigen natuur, de wereld en de boze voeren elke dag strijd tegen het Evangelie en tekenen verzet aan tegen wat de Heilige Geest in ons leven bewerken wil door het trouw gebruik blijven maken van al de middelen die God ons geschonken heeft om bij het geloof te blijven.

PS. God wilde niet eeuwig met mensen samenleven die Hem wantrouwden. En Hij zou Zelf duidelijk gaan maken hoezeer Hij te vertrouwen is. Vandaar dat Hij van Abraham geen wetsbetrachting maar geloofsvertrouwen vroeg. En onze Heer – Die het vlees geworden Woord van God is – zegt het ons duidelijk: Wie in Mij gelooft en in Mij blijft heeft eeuwig leven!

> Leestips: Lukas 11 : 1-3, Johannes 15 en Romeinen 6 t/m 8.

Zie ook de voorgaande blog: Hebben jullie Jezus al nodig gekregen?

Bron citaat: RD ‘Wat zeg je dan’ (Kritische vragen voor christenen) – ‘Waarom kan God niet gewoon vergeven?’ – door ds. K.J. Kaptein (De auteur is predikant van de hersteld hervormde gemeente IJsselmuiden-Grafhorst).

Zo moeten jullie – dopelingen! – jezelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.’ (Uit Romeinen 6 uit de verzen 7-14 vers 11)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hebben jullie Jezus al nodig gekregen?’

De mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft, in Hém het eeuwige leven heeft.‘ (Uit Johannes 3 vers 14)

Geciteerd 1: Als God tegen Adam en Eva zegt dat ze zullen sterven als ze eten van de boom waarvan God gezegd had dat ze daarvan niet mochten eten, dan zijn dat woorden die we volslagen serieus moeten nemen. God heeft het niet gezegd in een opwelling, zodat Hij bij nader inzien moet zeggen dat het allemaal iets minder ernstig bedoeld is. Nee, wat God zegt, daar kun je voor de volle honderd procent op aan. God is namelijk volkomen betrouwbaar, zowel in Zijn beloften als in Zijn bedreigingen. Wat Hij zegt doet Hij ook, want Hij is geen God Die liegen kan. „Zou Ik het zeggen en niet doen, of spreken en niet bestendig maken?” (Numeri 23:19).
God zegt dat Hij de zonden straft en daarom moet Hij de zonden ook straffen. God ziet de zonden niet gewoon door de vingers. God neemt de straf op de zonden zo serieus dat Hij die, „eer dat Hij ze ongestraft liet blijven, aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft” (Avondmaalsformulier).

Opgemerkt 1: Wanneer we uit Het verhaal van Genesis 3 (eindelijk eens) begrepen hebben (willen begrijpen) dat Gód niet vertrouwen op Zijn Woord – dus ongeloof! – de oorzaak was dat God het sterven van de mens verbonden had aan het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, dan kunnen we ook (gaan) begrijpen dat er voor het overtreden van Gods geboden – de Wet met geboden van God kwam zelfs pas 430 jaar na Gods belofte Abraham! (Galaten 3 : 17) – altijd weer vergeving was en is, maar dat wie ongelovig blijft aan Gods Woord en Gods beloften die ons in het Evangelie verkondigd worden – en dat God Zijn Zoon naar deze wereld gezonden heeft en dat we in Hém moeten geloven om zeker te weten dat al onze overtredingen ons vergeven zijn – zie Johannes 3 : 14-21 en 6 : 28-29 en ook Romeinen 3 : 21-31, 1 Johannes 5 : 1-12 – onder Gods toorn blijft. Onze Heer heeft ons mensen eerst en bovenal getoond hoezeer God te vertrouwen is op Zijn Woord, Hij heeft voor ons hier op aarde volkomen uit het geloof geleefd tot aan de dood aan het kruis toe! Daarom behoeven wij ons niet meer door onze vroegere en huidige zonden te laten verschrikken, maar zullen wij gelovig aanvaarden wat in het Evangelie ons verkondigd wordt, al blijft zelfs het geloven bij ons nog stukwerk (onvolmaakt) en hebben wij de goede strijd om het geloof te behouden tot het einde toe te strijden, met al de middelen die God ons daartoe schonk: Woord en gebed, het bijwonen van de – heel gewone – samenkomsten van de gemeente, waar Woord, Doop en Avondmaal bediend worden. Dankzij de Geest, Die aan ieder gedoopt gemeentelid vast en zeker geschonken is, weten wij door Doop en geloof, uit water en Geest, dat wij aangenomen kinderen van God zijn, die door de Geest ‘Abba, Vader’ (mogen en behoren te) roepen en is ook alle angst voor straf van ons afgenomen.

Opgemerkt 2a: Daarom doen de woorden die hieronder ons nog worden toegesproken door de predikant geen recht aan de verkondiging van het Evangelie in OT en in NT! Integendeel zelfs!

Geciteerd 2: Zijn liefde is zo onuitsprekelijk groot dat Hij het Liefste wat Hij had gegeven heeft om zondaren te redden. Heb je die Zaligmaker al nodig gekregen? „Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt” (Psalm 103:5, berijmd).

Opgemerkt 2b: Wij zullen dus niet eerst bij onszelf (of bij anderen) gaan onderzoeken of wij die Zaligmaker al nodig hebben gekregen, maar wij zullen het Evangelie, zoals ons dat verkondigd wordt als waarheid aanvaarden en dus ook met een gelovig hart als waarheid belijden. Dan is de vraag of wij al bij onszelf opgemerkt hebben dat we de Zaligmaker nodig hebben ongerijmd! Alsof het ons verkondigde Evangelie pas waar is als wij er iets bij denken en voelen kunnen. In feite is dit niet anders dan het ongeloof aan Gods Woord zoals ook Adam&Eva al bij de boom van de kennis van goed en kwaad – op aanstichten van de boze – in praktijk brachten.

> Zie ook nog het vervolg in deze blog: De kinderen gaan ons voor…

Bron citaat: RD ‘Wat zeg je dan’ (Kritische vragen voor christenen) – ‘Waarom kan God niet gewoon vergeven?’ – door ds. K.J. Kaptein (De auteur is predikant van de hersteld hervormde gemeente IJsselmuiden-Grafhorst)

Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.‘ (Uit Johannes 3 vers 18)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe laten blijken dat je een nieuwe schepping bent…

Doopt hen en leert hen onderhouden al wat ik jullie geboden heb.
(Uit het slot van Matteüs 28)

Geciteerd 1: Wij hebben al eerder gehoord dat men God niet kan begrijpen dan alleen door het (‘externe middel’ het) Woord. Zonder dat kunnen wij Hem niet zien of tasten. Als iemand zich op de goede manier tegenover het Woord stelt, zodat hij of zij het Woord hartelijk liefheeft en bedoelt, dan wordt God ook geliefd. Deze liefde, waarmee wij God vrezen en liefhebben, kunnen anderen niet aan ons zien, gewaarworden of ondervinden, tenzij we ons in overeenstemming met het Woord gedragen. Of anders gezegd als wij de prediking ervan gehoorzamen.
Als we dit Woord, haar instellingen en ordeningen, liever hebben dan alles op aarde, dan is het eenvoudig genoeg, want dat is een teken dat we God liefhebben. Dan zullen we ook onze ouders eren en onze naasten liefhebben, niet doodslaan, niet echtbreken, stelen en zo meer. Dus als we het Woord liefhebben boven lichaam, leven en wat we verder ook mogen hebben en bezitten, dan is het goed met ons gesteld. Dan zullen we ook onze naasten niet benadelen of aan het zijne (bijv. zijn of haar huwelijk) schade toebrengen. Daarbij ook alle andere geboden en werken beoefenen, zodat uit de liefde tot het Woord ook volgt dat we ook de Tien Geboden liefhebben en daarnaar leven. Dan liegen en bedriegen we niet, maar verliezen we liever alle andere dingen tot zelfs aan ons lichaam en leven toe (1).
Maar waar kan men zulke mensen vinden? Als men ze moest tellen zouden er maar zeer weinig zijn (2), want de duivel, de wereld en ons eigen vlees (onze Adam’s natuur) leren ons wel iets heel anders. Wij durven wel om een paar centen alle geboden van God, Zijn Woord en onze naaste(n) eraan te wagen. Is dat Gods gebod en Woord liefhebben en onderhouden wanneer we kwaad spreken van onze naaste(n), van iemands man of vrouw, iemand anders huwelijkspartner begeren of verleiden, of op de markt of in het bedrijfsleven en handelsverkeer elkaar benadelen en verder waar we dat maar kunnen (bijv. door iemand – volkomen – te mijden en te negeren). De duivel kunnen we wel liefhebben, ja, een schurftige cent hebben we meer lief dan onze God (3). We moesten eerder onze vingers afbijten, dan dat we iets zouden doen wat in strijd is met God en Zijn Woord!
[Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28, 622, 32-623, 33]

(1) Zie Markus 8 : 36-37.
(2) Zie 1 Koningen 19 : 9-18, Elia alleen op de Horeb.
(3) Die Zichzelf gaf aan ons en Zich voor ons heeft overgegeven tot in de dood aan het kruis.

Leestips: Deuteronomium 6 : 1-9, Markus 12 : 28-34 en Galaten 4 : 12-20 en 5 : 11-18.

Geciteerd 2: De vroege christenen definieerden het geloof als een leven uit de liefde. Die belijdenis omlijstten ze met allerlei ethische voorschriften, zoals het bidden voor hun vijanden en het vasten voor hun vervolgers. Dat zijn andere accenten dan wij als reformatorische christenen gewend zijn. Wie van u heeft weleens gevast voor een politicus die onze vrijheid dreigt te beknotten? *
De houding van deze christenen in de Vroege Kerk maakte indruk, toont Spruyt aan met behulp van een brief die Plinius, de stadhouder van Bithynië, in het jaar 112 naar keizer Trajanus van het Romeinse Rijk stuurde. „Plinius wist niet hoe hij met christenen om moest gaan. Ze gaven vrijwillig hun veiligheid en vrijheid op om lid te worden van een vervolgde minderheid. Bovendien groeide hun geloof en besmette het steden en dorpen, schrijft de stadhouder.”
* Dat vroeg dr. Bart Jan Spruyt zijn „leerlingen” tijdens de eerste avond van De Leskamer in Hien. De aanwezigen blikten in de spiegel van de Vroege Kerk.

Bron citaat 1: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)
Bron citaat 2: RD Kerk & religie – „Hebt u weleens gevast voor een D66-politicus?”’- door Heleen van de Fliert

Kinderen, zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt, doorsta ik telkens barensweeën om jullie. Hoe graag zou ik nu bij jullie willen zijn en op een andere toon met jullie spreken, want ik maak me zorgen om jullie.‘ (Uit Galaten 4 de verzen 19-20)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Slapend rijk gemaakt – geloven moet je leren!

‘Hij is de HEER, onze God,
Zijn besluiten gelden over de hele aarde*.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
Zijn belofte aan duizenden geslachten,
het Verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.’
(Uit Psalm 105 : 7-9)
* Zie ook Psalm 87 en Galaten 2 : 15-18 en Efeziërs 2!

Toen God het verbond sloot met Abraham, lag Abraham te slapen (Genesis 15). Gods beloften die moesten geloofd worden. God gaf Abraham een leerweg (1). Zo mag een baby ook slapen wanneer Gods beloften aan hem of haar betekend en verzegeld worden. Natuurlijk zal de dopeling, wanneer het geen verstandelijk gehandicapt kindje is, het geloof leren en dat door de mond van de ouders of verzorgers en verder door het onderwijs in en samenleven van de gemeente.
Lees (en herlees) 1 Korintiërs 10, hoe heel het volk gedoopt werd en at en dronk van Christus – en toch had God in het merendeel geen behagen valt daar ook te lezen en er staat ook bij waarom. Daar werd de gedoopte gemeente in Korinthe op gewezen en daar zullen ook nu nog de dopelingen (volwassenen en onvolwassenen) op gewezen en mee gewaarschuwd worden. Dus het kan zo zijn dat kinderen van God de Heilige Geest bedroeven en weerstaan en zich van het geloof afkeren en zich (daardoor) in deze wereldtijd niet meer bekeren (kunnen) – zie ook Hebreeën 6 en 12 : 16-17 en 25-29. Toch zullen we hen Gods kinderen blijven noemen en aan God overlaten hoe Hij hen zal oordelen op de dag van het laatste oordeel.
We lezen toch ook dat God de genade die Hij schenkt nooit terug neemt en wanneer Hij iemand roept dat Hij dat niet ongedaan maakt. En ook dat God ieder mens aan de ongehoorzaamheid heeft uitgeleverd – ook de meest vrome en meest ‘bekeerde’ mens is er niet vrij van! – opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn (Romeinen 10 : 25-30). Laten we God soevereiniteit ook bij die woorden maar gelden, dat is beter dan om te roepen dat Hij het recht heeft om de een naar de hel te sturen en de ander niet. Was God niet blij met een protesterende Abraham (Sodom en Gomorra) en een protesterende Mozes (gouden kalf) en met een aan het kruis voor Zijn vijanden biddende Zoon?

(1) De geschiedenis van God met Abraham (en andersom) laat ons zien dat God een leerweg is gegaan met Abraham en Sara. En toen Abrahams geloof op de proef werd gesteld (Genesis 22), toen wist God dat Abraham’s geloof ook op die manier beproefd kon worden. Had Hij dat eerder zo gedaan, dan had Abraham dat niet aangekund.
God vraagt van ons dat we net als Hem volmaakt zijn in de liefde – zie Matteüs 5 : 43, Titus 3 : 1-8 en 1 Johannes 4 : 7-21. Laten we die volmaakte liefde (en het geduld en de vergevingsgezindheid die daarbij horen – zie (o.a.) Matteüs 18 : 21-35) eerst en vooral betonen aan onze broeders en zusters in het geloof in onze gemeente(n) en kerken. Dan geven we elkaar ook de ruimte voor die leerweg van het geloof en geven we daarmee tevens een voorbeeld aan de wereld om ons heen waar vreedzaam samenleven altijd weer een onmogelijkheid lijkt en is.

Leestips: Zie bovenstaande tekstverwijzingen.

Bron afbeelding: BijbelsOpvoeden-nl

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ondanks omvangrijke folianten’…

‘De Doop een prachtig beeld, maar’…

Opgemerkt (Paul Dekerf): Ik geloof dat de doop een prachtig beeld is van Gods genade, maar de Bijbel leert ons dat deze alleen betekenis heeft wanneer het gepaard gaat met persoonlijke bekering en geloof. De kinderdoop kan niet de Bijbelse betekenis van de doop weerspiegelen, omdat baby’s geen bewuste keuze maken om Jezus te volgen. Ik hoop dat je over deze punten wilt nadenken, en ik sta open voor een verder gesprek.
Opgemerkt (AJ): Zie mijn antwoord in het nieuwe FB-bericht (nu hieronder) dat ik ga maken op basis van een preek van Luther waar ik vandaag aan toe was in het boek ‘365 dagen met de HC’. De Doop is zo’n eenzijdig gebeuren dat het de dopelingen door de apostelen verteld moest worden wat er met hen gebeurde toen ze gedoopt werden. Paulus heeft hen dat ook nog weer voorgehouden in Romeinen 6. Het was allemaal werk van de Heilige Geest waar ze op het moment van hun Doop zich niet bewust waren en ook voorafgaand aan hun Doop hadden ze dat niet kunnen vertellen of bij zichzelf opmerken. Maar lees de meditatie wanneer die gereed is.

[Behandelde tekst: Psalm 51, de drie stukken]

Geciteerd: Het is in vele opzichten noodzakelijk en nuttig deze psalm te kennen, want daarin is de leer van de voornaamste artikelen, de drie stukken van onze religie, begrepen.
Eerst van de boete en de zonde, daarna van de genade en de rechtvaardiging, en als derde van de godsdienst die wij voor God beoefenen moeten. Dit zijn de drie Goddelijke en hemelse leerstukken die door de krachtige werking van de Heilige Geest geleerd moeten worden, anders is het onmogelijk dat deze tot in het hart doordringen. Zoals wij zien dat deze leer door onze tegenstanders met veel moeite en in omvangrijke folianten behandeld is geworden en dat er onder hen allen toch niet één is die goed begrijpt wat boete, wat zonde en wat genade is. Voor hen zijn deze woorden immers gebleven als een vergeten droom, waarvan nog wel enige resten in het hart zijn overgebleven. Maar het geheel daarvan is hen ontgaan. Dit is dan ook de oorzaak van deze grote blindheid en onwetendheid, namelijk dat de juiste kennis van deze stukken niet van de kennis en wijsheid van het menselijk verstand afhangt, of ook niet – om het zo te zeggen – in ons huis of in ons hart geboren wordt, maar vanuit de hemel geopenbaard en geschonken is én wordt. Zeg mij: welk mens zou zo kunnen spreken van boete en vergeving van zonden, dan alleen de Heilige Geest, Die in deze Psalm spreekt.
Wij moeten echter in deze Psalm (51) verder gaan en niet alleen bij de uitwendige zonden blijven staan, maar ook heel de natuur, de bron en de oorsprong van de zonde zien. De psalm spreekt immers van alle zonden of – zo gezegd – van de wortel van de zonde, niet alléén van uitwendige werken, die als vruchten uit de boom van de zonde en de wortel opgroeien. Hij klaagt immers dat hij in zonden ontvangen is, dat gaat niet alleen over echtbreuk, maar over de hele natuur die met zonden bevlekt is.
[Maarten Luther: Enarratio Psalmi LI, (1538) vgl. WA 40.2, 315, 27 – 316, 24; 319, 21-25]

NB. Die psalm en onderstaande woorden (zie afbeelding) heeft de gezalfde koning David dus zelfs nog moeten bidden later in zijn leven, en dat dus niet omdat die vroegere zalving niets had voorgesteld. Hier blijkt juist dat die zalving bij David hem wel in zijn verdere leven tot zegen strekt, bij koning Saul was dat niet het geval, maar daarom mogen we nog niet stellen dat de zalving van koning Saul niet werkelijk en waarachtig was. En hoe God uiteindelijk zal oordelen over koning Saul, daar zullen wij maar geen uitspraak over doen.

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Leestips: Psalm 51 en Romeinen 6.

Bron afbeelding: Dagelijkse Broodkruimels

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Uit Wie putten wij bemoediging?

De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. Zijn lof houdt eeuwig stand.‘ (Uit Psalm 111 vers 10)

Geciteerd 1: Het relationeel waarheidsbegrip leidt ertoe dat men niemand wil veroordelen, er is er immers Eén Die oordelen zal? Wie ben ik, zo klinkt dan, om tegen iemand anders te zeggen dat hij het verkeerd doet? Als iemand gelukkig is in een homoseksuele relatie, in liefde en trouw, wie ben ik dan om zijn geluk te onthouden? En als iemand zich vrouw voelt in een mannenlichaam, waarom zou ik dit niet erkennen en hierin meegaan? Als iemand een standpunt als on-Bijbels beoordeelt, zegt men tegen zo iemand: niemand heeft de waarheid in pacht. Iedereen mag zijn mening hebben. En zo wordt alles vloeibaar. Het uitoefenen van de tucht is eigenlijk niet meer mogelijk. Het wordt als een vorm van machtsdenken ervaren. Wat is het belangrijk om over dit soort zaken met onze jeugd te spreken en Bijbelse argumenten aan te reiken. En die zijn er ruim voldoende!

Opgemerkt 1: Neem eerst een bepaald beeld (of maak een karikatuur) van hoe anderen omgaan met Gods Woord en vertel dan je eigen (goede) verhaal naar jouw inzichten, die dan natuurlijk wel het predicaat ‘naar Gods Woord’ verdienen. Maar, laten we maar niet zo gemakzuchtig dit soort zaken die in de gemeente van onze Heer spelen onder een ‘algemeen theologisch’ verhaal plaatsen, waarmee de anderen dan in hun omgaan met gelovige broeders en zusters veroordeeld worden en zelfs geen plaats meer wordt gegund in de gemeenten van onze Heer.

Geciteerd 2: Vanuit de geschiedenis van Augustinus kunnen we ook leren hoe belangrijk het is om met onze jongeren vanuit de Bijbel te spreken. Het is het Woord dat harten verandert en verbreekt, door het werk van de Heilige Geest. Toen Augustinus de woorden ‘Tolle lege’* hoorde -Neem en lees!- maakte de Heere ruimte voor het Woord en werd de Heere hem te sterk. Wat een bemoediging!

Opgemerkt 2: Wat leren die ‘geleerde’ predikanten toch veel van andere theologen en hun levens en waarom laten ze niet veel meer Gods woord Zelf aan het woord wanneer ze ons willen leren over het belang van het onderwijs aan de jeugd in de gemeenten van onze Heer. Voor mij is het een bewijs dat ze veel meer belang hechten aan mensenverhaal en mensenwerk (zelfs altijd weer daarin roemen!), dan dat ze de gemeenten durven toe te vertrouwen aan het werk van de Heilige Geest en de door ieder te gebruiken middelen die Hij door bediening van het Woord en Doop en Avondmaal voor allen tot zegen wil laten zijn. En wanneer we willen leren hoe klein we van onszelf hebben te denken, dan moeten we niet Augustinus (1) en zijn leven erbij halen, maar gewoon een klein gedoopt kind in het midden van al die ‘geleerde zwartpakken’ zetten en dan wijzen op de woorden die onze Heer Zijn discipelen (en dus ook ons) daarbij liet horen.

(1) Augustinus wist heel goed hoe hij zichzelf moest promoten in de gemeenten van onze Heer in zijn tijd*. Al die jaren had hij het ‘tolle lege’ bewust verworpen en zijn eigen verlangens gevolgd. En kijk nou eens: de Heilige Geest kwam speciaal even bij hem langs om hem het ‘tolle lege’ toe te roepen. Nou, u begrijpt toch wel dat zo’n een mens met zo’n bijzondere bekering niet van de kansels geweerd kan worden. Zo iemand heeft heel wat van de wereld gezien en ervaren en die kan ons des te beter vertellen, dat wij ons er maar niet aan moeten wagen. Maar Paulus zou beslist niet enthousiast geweest zijn over deze man. Hoe velen heeft hij niet onder de indruk gebracht en daarmee het werk dat de Heilige Geest door Zijn (!) Woord aan de mensen duidelijk wilde maken, wat zij hadden te doen en zeggen in de tijd en de omstandigheden waarin zij leefden, in de weg gezeten.
* Augstinus had op grond van 1 Timoteüs 3 : 5-8 en 5 : 8 van de kansels geweerd moeten worden!

Bron citaten: ‘Het vierde deel in de serie ‘Schriftgezag en Schriftkritiek’ (uit De Wachter Sions) van G.R. van Leeuwen staat nu ook op ‘Oorsprong’ – FB-bericht (met link) geplaatst door Jan van Meerten.

Laat in jullie harten de vrede van Christus heersen, want daartoe zijn jullie geroepen als de leden van één Lichaam. Wees ook dankbaar. Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in jullie wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel jullie hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest jullie vol genade ingeeft. Doe alles wat jullie zeggen in de Naam van de Heer Jezus, terwijl jullie God, de Vader, danken door Hem.’ (Uit Kolossenzen 3 de verzen 15-17)

Bron afbeelding: First Baptist Church

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wanneer de Geest gaat blazen…

‘Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest van de Heer daarin blaast, voorwaar, het volk is als gras.’ (Uit Jesaja 40 vers 7)

Geciteerd: Jesaja legt uit dat de mensen zijn als het gras op het veld en hij zegt: ‘Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van het gras (kruid op het veld). Maar het gras verwelkt en de bloem verlept en verdort, want de Geest van de HEER blaast daarin.’ (vgl. Jesaja 40 : 6).
De bloem in het veld is de wijsheid, de vroomheid en de heiligheid van de mens, en verder alles wat bij de wereld (ook die van/in de synagogen/gemeenten/kerken!) in aanzien is. Er waren veel Joden die heel goed waren opgevoed en een eerbaar, deugdzaam leven leidden volgens de wet die God hen gegeven had, zodat het een vreugde was om te zien.
Maar deze gerechtigheid is allemaal gras voor God, dat is: ze is niets! Als de Geest erin blaast, dan wordt het spoedig dor, het verwelkt en valt op de aarde. Dat wil zeggen: Wanneer het Evangelie komt, dan valt ons hele goede leven neer. Het maakt niet uit of dat nu door de wet van God of door persoonlijk inzicht/wijsheid is gekomen.
‘Want’, zoals Johannes het zegt, ‘de Geest bestraft de wereld vanwege de zonden, vanwege de gerechtigheid en vanwege het oordeel’ (vgl. Johannes 16 : 8 ). Dat doet Hij omdat de wereld (…) niet al haar vertrouwen stelt in Christus, ook niet gelooft dat Hij tot de Vader ging, én dat de vorst van deze wereld reeds geoordeeld is.
[Maarten Luther: WA 21, 133, 12-27]

Opgemerkt: Hiermee is niet gezegd dat de goede werken die God ons wil laten doen (voor ons gereed gelegd heeft om daarin te wandelen) ook zijn veroordeeld. Maar een kenmerk van de mensen die in deze goede werken wandelen is dat ze zich er niet op beroemen en/of zich erop op laten voorstaan zelfs. Hoe anders gaat het vaak toe in het leven, ook in dat van onszelf en van de eigen gemeenten en kerken (Paulus had er ‘de handen aan vol’, zie m.n. zijn twee brieven aan de Korintiërs). Wanneer we de ontwikkeling van het kerkelijk leven in ons eigen land bestuderen (zie bijv. de serie van Willem Bouwman in het ND), moeten we dat roemen in mensen, en wat zij wisten te bereiken en (plaatselijk) tot stand brachten op het kerkelijk erf, niet als hoofdoorzaak aanwijzen van de kerkelijke verdeeldheid in de protestantse kerken. En valt dat roemen in wat we met en door ons organiseren en met en door organisaties wisten/weten te bereiken (denk aan Opwekking, EO, EW, New Wine, etc., maar ook de GKV met haar ‘denktank’ in Kampen) niet juist ook als oorzaak van desinteresse voor de gewone kerkdiensten en het leeglopen van de kerken aan te wijzen. Want waar wij mensen menen het (‘geestdriftig’) te moeten en kunnen organiseren – hoe hard men ook roept dat de Geest het ‘moet doen’ (vandaar dat verlangen naar en wachten op een opwekking) daar trekt de Geest Zich bescheiden terug. En als Hij blaast, dan kan Hij blijkbaar ook zo blazen dat er geen bloei, maar dat er verdorring volgt…

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 31 januari – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Leestips: Jesaja 40, Psalm 62 en 2 Timoteüs 2.

‘Niets dan lucht zijn de kinderen van Adam,
niets dan een leugen de mensenkinderen,
in de weegschaal gaan ze omhoog,
samen zijn ze lichter dan lucht.’
(Uit Psalm 62 vers 10)

Bron afbeelding: Bible Verses (Facebook)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een gelovige broeder/zuster in geestelijke nood blijven omarmen!

Maar Jakob zei, ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.
(Uit Genesis 32 vers 26)

Geciteerd 1: Wanneer je meent dat onze Heere God iemand heeft verworpen, dan moet je denken dat onze God hem of haar in Zijn armen houdt en aan Zijn hart drukt. Wanneer je veronderstelt dat God een broeder of zuster heeft verlaten, dan moet je denken dat hij of zij bij God aan de borst ligt. Op dezelfde manier voelt en denkt Jakob niets anders dan dat hij verloren is en ten onder zal gaan.
Maar wanneer hij het goed zou bezien, dan wordt hij vastgehouden in de omhelzing van de Zoon van God (vgl. Genesis 32 : 24-32). Het voorbeeld van de rechtvaardige Job in zijn vernedering en aanvechting onderwijst ons hetzelfde. Want op zo’n vreemde en wonderlijke manier handelt God met Zijn gunstgenoten (vgl. Genesis 47 : 7-10, Psalm 4 : 3-4, 34 : 20, 40 : 12-14). Namelijk als wij denken dat het met ons gebeurd is, dan omhelst en kust Hij ons als Zijn liefste kinderen.
Dit is wat Paulus bedoelt als hij zegt: ‘Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk. Wanneer ik sterf, dan leef ik‘ (vgl. 2 Korintiërs 1 : 8, 12 : 10, 1 Korintiërs 15 : 31-32). Maar wij kunnen dit nooit begrijpen. De reden daarvan is dat ons vlees (onze menselijke natuur) in de weg ligt. De mens kan de doding van zijn vlees niet verdragen en dat staat de Geest in de weg, zodat onze natuur onmogelijk de onbegrensde liefde en genade van God tot ons kan bevatten, totdat eindelijk bij de laatste zucht deze strijd voorbij is en God de struikelsteen van het vlees uit de weg ruimt.
[Maarten Luther: WA 44, 111, 32-112, 4]

Ikzelf sta je terzijde. Ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; Ik zal je niet alleen laten totdat Ik gedaan heb, wat Ik je heb beloofd.‘ (Uit Genesis 28 vers 15)

Geciteerd 2: Nadat God ons de belofte heeft gegeven, is God door Zijn belofte en trouw aan ons gebonden (zie o.a. Romeinen 11 : 28 en 2 Korintiërs 1 : 19-22). Maar Hij staat wel toe dat wij verzocht worden en Hij verbergt Zijn aangezicht, alsof Hij al Zijn beloften had vergeten. Dán is het de tijd om te bedelen, te smeken en te kloppen. En als het zo schijnt dat we niet gehoord worden en dat wij zeker moeten omkomen en ondergaan, dan is het nodig te volharden en aan te houden in geloof, gebed en geduld – en dat dan ook samen en met hulp van anderen!
Op deze manier overwinnen wij God, door Hem Zijn belofte voor de voeten te werpen, want Hij heeft beloofd dat Hij ons niet zal begeven of verlaten (vgl. Genesis 28 : 15, 1 Korintiërs 1 : 9-10). (…) Want zó en niet anders wordt God door het geloof overwonnen. Dan zegt Hij: ‘Jouw naam is Israël’ wanneer we op grond van Gods belofte met Hem gestreden en overwonnen hebben – en in de gemeente(n) van Jezus Christus strijden we die strijd niet alleen, maar ook altijd weer samen met onze broeders en zusters. Dat zijn we aan elkaar verplicht door de liefde!
[Maarten Luther: WA 44, 192, 27 – 193, 2]

Bron citaten: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditaties van 29 en 30 december – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Broeders en zusters, als een van u van de waarheid afdwaalt – of die ‘kwijtgeraakt’ is – en een ander laat hem of haar daarheen terugkeren – of weer vinden -, dan mag zo iemand weten: wie een (mede)zondaar van een dwaalspoor terugbrengt, redt hem of haar van de dood en wist tal van zonden uit.’ (Uit Jakobus 5 de verzen 19-20)

Bron afbeelding: Jesus Christ – The World’s Savior and Redeemer.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de ongelovige boef in onze boezem…

Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.’
(Uit Galaten 2 vers 20)

Geciteerd 1: Laten we daarom leren om zorgvuldig onderscheid te maken tussen Christus en een wetgever, niet alleen in woorden, maar ook in feiten en in de praktijk. Dan, wanneer de duivel komt, vermomd als Christus en ons onder Zijn naam lastigvallend, zullen we weten dat hij niet Christus is, maar dat hij werkelijk de duivel is. Want Christus is de vreugde en zoetheid van een bevend en verontrust hart. We hebben dit op gezag van Paulus, die Hem hier versiert met de zoetste van alle titels, door Hem degene te noemen “die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.”

Daarom is Christus de Minnaar van hen die in angst, zonde en dood zijn, en het soort Minnaar die Zich voor ons geeft en onze Hogepriester wordt, dat wil zeggen, degene die Zichzelf als Middelaar tussen God en ons ellendige zondaars opstelt. Ik vraag u wat er gezegd zou kunnen worden dat vreugdevoller en gelukkiger zou zijn dan dit? Als dit allemaal waar is – en het moet waar zijn, anders is het hele Evangelie vals – dan worden we zeker niet gerechtvaardigd door de gerechtigheid van de Wet, laat staan ​​door onze eigen gerechtigheid.

Lees daarom deze woorden “mij” en “voor mij” met grote nadruk, en wen uzelf eraan om dit “mij” met een vast geloof te aanvaarden en het op uzelf toe te passen. Twijfel er niet aan dat u tot het aantal behoort van hen die dit “mij” spreken. Christus heeft niet alleen Petrus en Paulus liefgehad en Zich voor hen gegeven, maar dezelfde genade behoort en komt tot ons als tot hen; daarom zijn wij inbegrepen in dit “mij”.

Want net zoals wij niet kunnen ontkennen dat wij allemaal zondaars zijn, en net zoals wij verplicht zijn te zeggen dat Adam ons door zijn zonde heeft vernietigd en tot vijanden van God heeft gemaakt die onderhevig zijn aan Gods toorn en oordeel en de eeuwige dood verdienen – want alle angstige harten voelen en belijden dit in feite meer dan gepast is – zo kunnen wij niet ontkennen dat Christus voor onze zonden stierf, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden.

Want Hij is niet gestorven om de rechtvaardigen rechtvaardig te maken; Hij stierf om zondaars tot rechtvaardige mensen te maken, de vrienden en zonen van God, en erfgenamen van alle hemelse gaven. Aangezien ik daarom voel en belijd dat ik een zondaar ben vanwege de overtreding van Adam, waarom zou ik dan niet geloven dat ik rechtvaardig ben vanwege de rechtvaardigheid van Christus, vooral als ik hoor dat Hij van mij hield en Zichzelf voor mij gaf?””

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.179)

Maar ga heen tot Mijn broeders en zusters, en zeg hun:
Ik vaar op tot Mijn Vader en tot jullie Vader, en tot Mijn God en jullie God.
(Uit Johannes 20 vers 17)

Geciteerd 2a: Wie leren kan, die moet nu leren het Onze Vader op de goede manier te bidden – de discipelen vroegen: ‘Heer, leer ons bidden’ en wat Hij hen en ons bidden leerde, daarvan lezen we o.a. in Lukas 11 : 1-13 (AJ). Je moet weten wat het wil zeggen wanneer je in dat gebed God je Vader noemt en dus zeker en gewis ervoor houd, dat je Zijn lieve kind bent en dat de Heere Christus ook jouw Broeder is geworden.
Geciteerd 2b: Ook jij moet dus echt beginnen met het Onze Vader op deze manier te bidden! Hoe het met dit ‘handwerk’ zal aflopen, zul je dan vanzelf wel uitvinden. Namelijk wat voor ongelovige boef er in je boezem verborgen zit. En hoe moeilijk het valt om dit onderwijs van onze Heer met heel je hart te geloven. ‘O, ik ben een arme (‘naakte’) zondaar’, zegt de natuur. Hoe zal ik mij zo hoog verheffen en in de hemel gaan zitten? (1) Zou ik durven roemen dat Christus mijn en ik Zijn broeder ben?
Geciteerd 2c: ‘Jij? Je bent het niet waardig’, zegt de duivel door mijn zondige natuur. Dan zul je zeggen: ‘Dat is helaas waar, maar zou ik dit van Hém niet geloven en aannemen, dan moet ik mijn Heere van een leugen beschuldigen en zeggen, dat het (m.i.!) niet waar is, wanneer Hij zegt dat Hij mijn Broeder is en Zijn Vader mijn Vader is. Daar moge God mij voor bewaren om Hém tot leugenaar te verklaren! (2)

(1) Zie Filippenzen 3 : 20-21 over ons hemels burgerrecht en Kolossenzen 2 : 11-15.
(2) Zie Psalm 62 : 10 en Romeinen 3 : 4 en 20-31!

Leestips: Romeinen 3 en Kolossenzen 2.

Bron citaat 1: maartenluther-com – Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (55)
(If you would like to have these Luther Quotes (in English!) sent to yourself, or to family or friends you can send the email address to: info@martinluther-quotes.nl Subscribe and unsubscribe from these weekly quotes on this email address as well, or maartenluther.com These e-mails are free of charge and you are not asked for donations)

Bron citaten 2a-2c: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditaties van 14 en 15 december – Den Hertog uitgeverij (2019)

U blijkt rechtvaardig wanneer U rechtspreekt, U overwint wanneer U vonnist‘ (Uit Romeinen 3 vers 4b)

‘Ontzagwekkend is Uw antwoord,
U doet recht en redt ons, God,
op U hopen de einder der aarde,
de verten van de zee.’
(Uit Psalm 65 vers 6)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een ‘getuigenismaaltijd’…

Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Geciteerd: Als de gemeenschap met Christus de essentie is van het avondmaal, dan is onderwijs over die gemeenschap in de prediking van groot belang. Leggen we wel voldoende uit wat de rijke inhoud is van de verborgen vereniging met Christus? Wat het inhoudt om ‘één plant te zijn met Hem in Zijn dood en in zijn opstanding?

Opgemerkt 1: Wanneer we die gemeenschap met onze Heer door het eten van het brood en het drinken van de wijn aan het avondmaal als geloofsfeit aanvaarden, dan kunnen we des te meer de aandacht vestigen op wat onze Heer ons geschonken heeft door Zijn dood en wat Hij van ons vragen mag vanwege Zijn opstanding. Door Paulus is dat omstandig aan de orde gesteld en duidelijk gemaakt in Romeinen 6. Door de doop kregen wij deel aan Christus dood (vers 3) en omdat wij delen in Zijn dood zullen we ook (zeker) delen in Zijn opstanding (vers 5). Zo moeten wij gedoopten onszelf in en door het geloof zien (!): dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God (vers 11). Daarom krijgt iedere dopeling te horen: Stel jezelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig van het onrecht, maar stel jezelf in dienst van God. Denk (!) aan jezelf/julliezelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel jezelf in dienst van God als een werktuig van de gerechtigheid. De zonde mag niet langer over je/jullie heersen, want een gedoopt lid staat niet onder de wet maar onder de genade.

Opgemerkt 2: Dus dat ‘één plant zijn’ met Christus is door de doop, die wij ondergaan hebben, een feit, een feit dat – steeds weer – in geloof aanvaard en uitgewerkt moet worden in de levens van dopelingen. Het avondmaal is ingesteld om ons dat ook steeds weer in herinnering te brengen; Het is een gedachtenis maaltijd: De dood van onze Heer was nodig voor ieder van ons en dus ook voor mij! ‘Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer – daar op die kruisheuvel van Golgotha – totdat Hij komt.’

Opgemerkt 3: Wat wij aan de avondmaalstafel doen is dus iedere keer weer het afleggen van een belijdenis (de goede belijdenis, zie 1 Timoteüs 6 : 11-12) en daarmee is het ook een verkondiging aan of een getuigenis naar de anderen, naar elkaar: Onze Heer stierf ook voor mij en werd opgewekt ook omwille van mijn eeuwig behoud! Ook ik mag en zal met verlangen uitzien naar Zijn wederkomst. Het zou zeer vreemd zijn – zelfs een teken van ongeloof te noemen! – wanneer dopelingen (die belijdenis van hun geloof hebben afgelegd) niet zouden willen deelnemen aan deze maaltijd en het getuigenis dat wij allen daar geven. Hoe zullen we ooit kunnen getuigen van ons geloof buiten de gemeente, wanneer we het daar aan de avondmaalstafel niet mogen of durven of willen doen.

Opgemerkt slot. In het evangelie naar Johannes vernedert onze Heer zich tijdens de maaltijd door als een slaaf de voeten van Zijn discipelen te wassen. Deze vernedering, die Hij Zijn discipelen en ons ten voorbeeld stelt, heeft alles te maken met vergeving. Onze Heer zou zich gaan vernederen tot de dood aan het kruis voor de zonden van Zijn discipelen en die van ons allemaal. Hij vroeg niet van Zijn discipelen (en vraagt ook niet van ons) om Hem dan ook maar te volgen tot de dood aan het kruis, maar Hij leerde hen (en ons) met en door die voetwassing wel dat zij (en wij!) elkaar altijd weer zouden vergeven. Dat we ons daar niet te goed voor zullen voelen. Het was daar een demonstratie van het onderwijs dat onze Heer Zijn discipelen gegeven had in (o.a.) Matteüs 18 : 21-35. Daarom is het gepast dat wij, voor dat wij gaan deelnemen aan een viering van het Avondmaal, ons afvragen of wij anderen daadwerkelijk vergeving geschonken hebben (of dat we ons daar nog altijd ‘te goed’ voor voelen), en ook of er nog (steeds/altijd) zaken zijn waarover wij ons met de ander zullen hebben te verzoenen (zie Matteüs 5 : 23-26).

Aanvullend: Paulus schrijft in Romeinen 8 ook nog: ‘Jullie hebben de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, jullie hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met “Abba, Vader”. De Geest Zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En nu we Zijn kinderen zijn, zijn we ook erfgenamen van God. Samen met Christus zijn we erfgenamen: we moeten delen in Zijn lijden om met Hem te kunnen delen in Gods luister.’ (zie de verzen 15-17 van dit hoofdstuk).
We horen dus dat het lijden in en aan deze wereld (en dus ook onze broeders en zusters) onlosmakelijk verbonden is met het kinderen van God zijn in deze wereld. Ook daar worden we altijd weer bij bepaald aan de avondmaalstafel.

Bron citaat: De Waarheidsvriend (nr. 49, 5 december 2024) – Christus’ aanwezigheid in het avondmaal – praktijk (3, slot) – door dr. H. van den Belt.

Maar toen de tijd gekomen was zond God Zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij Zijn kinderen zouden worden. En omdat jullie Zijn kinderen zijn, heeft God ons de Geest van Zijn Zoon gegeven, Die “Abba, Vader” roept. Jullie zijn nu geen slaven meer, maar jullie zijn kinderen van God en als Zijn kinderen zijn jullie erfgenamen*, door de wil van God.’ (Uit Galaten 4 de verzen 4-7).
* Zie Galaten 3 : 25-29.

Bron afbeelding: Kathleen B Duncan

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie