‘Dit onttrekt mij aan al aardse banden’? *

Ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden.’ (Uit Matteüs 16 vers 25)

Geciteerd: Als je iemand bent die zijn nood en ellende voelt en hartelijk verlangt naar de troost en de liefde van Christus – spits dan je oren en strek je hart uit naar Christus. Houd het voorbeeld van deze koninklijke bruiloft vast (vgl. Matteüs 22 : 1-4). Want Hij laat het je hier zien dat het Zijn wil is dat je Hem ook zult kennen en in Hem geloven (zie Johannes 9 : 35-41!). Dat wil zeggen: Christus heeft in Zijn hart een veel hartelijker trouw en liefde voor jou, dan ooit een bruidegom voor zijn lieve bruid gehad heeft. Hij verlangt ook van jou dit oprechte vertrouwen en die hartelijke vreugde in hem – veel groter dan ooit een bruid voor haar bruidegom gehad heeft.
Er is daarom reden genoeg om jezelf voor je ongeloof te schamen en tegen jezelf te zeggen: ‘Kijk, kan de liefde zo hartelijk vertrouwen, zo’n grote blijdschap geven tussen een aardse bruid en bruidegom – terwijl dit leven maar kortstondig en vergankelijk is? Waarom verheug ik mij dan niet veel meer over mijn goede en trouw Zaligmaker Jezus Christus? Hij heeft immers Zichzelf voor mij, geheel tot mijn eigendom, gegeven. Weg met dat schandelijke ongeloof (wantrouwen!), waardoor mijn hart niet (nu al) vol blijdschap is en de eeuwige vreugde proeft. Ik hoor en ik weet toch dat Hij door Woord en Sacrament tegen mij zegt dat Hij mijn lieve Bruidegom is. Zou er dan nog een andere en hogere blijdschap kunnen of moeten zijn voor mij? Daarom zal ik met mijn ogen, oren, hart en met mijn hele leven meer aan mijn lieve Zaligmaker hangen – meer nog dan een bruid aan haar bruidegom hangt. Terwijl die, als zij een vrome en goede bruid is (en blijft!), niets liever ziet en hoort dan haar bruidegom, ja, ook als zij hem niet ziet of bij zich heeft, dan toch hangt haar hart aan hem, zodat zij aan niets anders méér kan denken dan alleen aan hem.
[Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille, vgl. WA 22, 338, 15-37]

* Opgemerkt: Wij moeten dit echter niet gaan invullen zoals Augustinus dat deed na zijn bekering! Die wilde toen de vrouw, die hij zich genomen had, niet huwen, om dan samen met haar de zoon die hij bij haar verwekt had op te voeden in het geloof. En zó met zijn huwelijkstrouw en zorg voor vrouw en kind voortaan tot voorbeeld te zijn (na zijn doop) voor zijn medegelovigen in de (plaatselijke) gemeente. Wanneer we lezen wat Paulus schrijft over wie er in aanmerking komen als opzieners in de kerk (zie 1 Timoteüs 3 : 1-7!), dan had Augustinus nooit die plaats behoren te krijgen in het kerkelijk leven van toen (en zelfs ook nu nog) als dat men hem gegeven heeft (en nu nog altijd weer doet). Zo zien we maar weer dat wij toch altijd liefst welbespraakte mensen over ons aanstellen, mensen die de mond vol hebben over zichzelf (o.a. hun bekering en alles wat eraan vooraf ging en op volgde) en dan tegelijk ook menen ons heel wat te kunnen vertellen over God. Maar uit Gods Woord kunnen wij heel goed weten dat God het niet nodig heeft gevonden om Zijn gemeente juist door dat soort welbespraakte ‘kerkleiders’ te laten ‘dienen’ (dus door het soort dienstbaarheid dat ons ménsen wel bevalt).

Leestips: 1 Timoteüs 3 : 1-7, 4 : 11-16 + 1 Korintiërs 1 t/m 4 en 2 Korintiërs 10 : 12-18.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015) – (Meditatie bij Zondag 10 vraag 27 ‘Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods)

Bron afbeelding: You Tube (Called to Boast)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunnen we de Heilige Geest misschien een handje helpen?

Daar verhaalden ze uitvoerig over de bekering van de heidenen, iets dat bij alle gelovigen (!) grote vreugde verwekte. Bij hun aankomst werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand gebracht had. Enkele gelovigen die tot de partij* van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat het heus niet zo makkelijk ging en dat ook de niet-Joodse gelovigen eerst nog besneden dienden te worden en geleerd moest worden zich aan de voorschriften van de wet van Mozes te houden.’ (Uit Handelingen 15 uit de verzen 3-5)

Geciteerd: Gemakkelijk, dat is een woord waarmee predikant Mulder deze vorm van bekering buiten de Gereformeerde Gemeente typeert. ‘De keuze wordt gemakkelijk en aantrekkelijk voorgesteld. Dit geloof spreekt blij en rijk. De bekering is vaak gemakkelijk en heeft weinig van het vreemdelingschap.’ In welke kerken hij dit precies opmerkt, laat Mulder in het midden.
‘Echter’, stelt hij, ‘de mens komt niet door bewogenheid en activiteit tot genade, maar alleen door het onmisbare wonder dat de heilige Geest levend maakt.’

Opgemerkt 1: Ach, hoe bewogen staan die GG-predikanten een hoop moeite en moeilijk te doen op de kansels! Maar als Jezus bij zo’n GG-predikantenconferentie langs ging, zou Hij daar dan dat grote geloof van de Kananese vrouw en de Romeinse Centurion vinden of vooral toch kerkelijke hoogmoed, zoals die er was bij de Joodse Farizeeën en Schriftgeleerden, die er steen en been over klaagden dat het ‘gewone volk’ het allemaal veel te gemakkelijk nam met het leven voor het aangezicht van een God, Die toch niet voor niets Zijn volk al die voorschriften van de wet van Mozes had gegeven om die secuur na te leven.

* Paulus waarschuwde de Korintiërs tegen voorkeur voor bepaalde predikers en tegen partijvorming en partijschappen. Toch was er in de relatief jonge gemeente te Jeruzalem al partijvorming opgetreden, zoals blijkt uit het verslag van het apostelconvent in Handelingen 15.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Samenbinding in Gereformeerde Gemeenten in deze tijd van groot belang, schrijft deze predikant’ – door Ilona de Lange

God, Die de harten kent, heeft Zelf getuigd door hen de Heilige Geest te schenken (1) precies zoals aan ons, zonder enig onderscheid te maken tussen ons als Joden en zij als heidenen, door het hen geschonken geloof hun hart reinigende. Nu dan, wat zouden wij Góds werk kunnen of durven negeren door op de schouders van deze discipelen (volgelingen) een juk te leggen, dat wij noch onze voorouders konden dragen. Nee, door de genade van onze Here Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde (gemakkelijke?) wijze als zij.‘ (Uit Handelingen uit de verzen 8-11)
(1) Lees hoe Petrus door onze Heer ‘de les werd gelezen’ tijdens de uitstorting van de Heilige Geest in het huis van Cornelius (Handelingen 10 : 44-48)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Te hoge verwachtingen van synodebesluiten…

In overeenstemming met de Heilige Geest hebben we namelijk besloten jullie geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is: onthoud je van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Het ga jullie goed.‘ (Uit Handelingen 15 de verzen 28-29)

Geciteerd 1: Het levensgevoel van ik-ben-ik concurreert met de Schepper van hemel en aarde. Ja, ook in de kerk waart dit spook rond. Men is trouw aan de kerk zolang het goed voelt. Dit gaat volgens mij aan geen enkele kerkelijke stroming voorbij. (…) En krijgt dit spook niet ook binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) beslissend gezag, wanneer de synode totaal verschillende Schriftvisies rond homoseksualiteit legitimeert op grond van de goede intenties van de aanhangers ervan (besluit 2, grond 2)?

Opgemerkt 1: Ligt het niet vele malen eenvoudiger voor de gedoopte leden van de gemeente van Jezus Christus dan dat deze predikant het hier aan ons voorstelt? Dat is namelijk niet afhankelijk van hoe een synode de legitimatie ervan geformuleerd heeft? We zullen zeker de vraag stellen ‘waar ligt het fundament van de leden van Christus’ gemeente’ (zie Geciteerd 3) en wanneer en op grond waarvan mogen we anderen dat fundament (Fundament!) ontzeggen?

Geciteerd 2: In de kerk gaat het niet over ”ikken” maar over onze nieuwe, door God geschonken identiteit: „Ik zelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2:20). De Heilige Schrift leert ons dat niet de zondige mens, maar Jezus Christus én zijn Woord fundament en norm zijn. Wie voor die Naam buigt, moet belijden: mijn denken is corrupt, mijn Ik is gevaarlijk groot. Maar dankzij Gods liefde kan ik een nieuw leven opbouwen dat veilig is voor altijd. Bij Hem mag ik worden wie ik in Christus ben, een nieuwe schepping. Voor Zijn troon is barmhartigheid in al mijn strijd, zodat ik kan doen waartoe ik geroepen ben: mezelf offeren in Zijn dienst. Het tegengif voor een cultuur die het eigen ik tot norm verheft, is de zalige zelfvergetelheid waar de Amerikaanse predikant Tim Keller over sprak: De wereld heeft een kerk nodig waarin mensen niet hun eigen gevoelens centraal stellen, maar een gave worden voor de wereld als beelddragers van IK BEN DIE IK BEN.

Opgemerkt 2: We helpen elkaar niet wanneer we (bovenstaande) ‘hooggestemde’ idealen formuleren en dan onze gedoopte en gelovige homofiele medeleden (van Christus Lichaam) laten horen/weten: wij (hetero’s) zijn gelukkig bezig te worden wie we zijn in Christus, maar bij jullie ligt dat allemaal stil en wordt het nooit wat, tenzij je je bekeert en het homofiele samenleven opheeft.

Geciteerd 3: Sinds wanneer is het zo dat goede intenties automatisch leiden tot goede opvattingen? Is er nog iets van een overstijgende waarheid als je dit pad inslaat? Waar ligt dan nog ons fundament? Moeten we ons vast voorbereiden op mensen die oprecht geloven meer ”liefde” te hebben dan voor één persoon? Elders in de wereldkerk speelt de discussie over polyamorie al.

Opgemerkt 3: Hoe timmeren wij (via een synode) alles zo dicht dat mensen (w.o. zelfs hetero’s) de weg van de polyamorie niet zullen gaan bewandelen? Moeten synodebesluiten de leden van Christus’ gemeenten daarbij helpen of vertrouwen we de gemeenten toe aan de doorgaande verkondiging van Gods Woord en de bediening van Doop en Avondmaal en het werk dat de Heilige Geest daarmee in hun levens wil doen?
En zullen we niet ook nuchter noemen dat God in de OT-bedeling een koning de ruimte liet om meerdere vrouwen te hebben? Blijkbaar voorzag God toen al wel dat wanneer een koning – zelfs eentje van het volk Israël – eenmaal de macht zou hebben, dat die zich niet met (maar) één vrouw tevreden zou stellen. Blijkbaar stond of viel het zich kind van God mogen weten toen niet met al of niet meer dan één vrouw hebben. We horen echter wat onze Heer gezegd heeft over het huwelijk en we lezen/horen ook wat Paulus schrijft over wat voor opzieners moet gelden en laten we de leden van een gemeente dát maar blijven voorhouden in de verkondiging en in het pastoraat. Dan zadelen we synodes niet op met onmogelijke opgaven. Dan blijft de verantwoordelijkheid ook bij wie ze behoort.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Kerk, buig niet voor afgod ”Ik”’ – door Chris van Zwol (Predikant in de NGK)

Judas en Silas, die zelf ook profeten waren, hielden een lange toespraak waarin ze de gelovigen bemoedigden en sterkten. Ze brachten enige tijd in Antiochië door en werden toen met een vredeswens door de gelovigen teruggezonden naar degenen die hen hadden afgevaardigd. Paulus en Barnabas bleven in Antiochië waar ze met nog vele anderen de boodschap van de Heer onderwezen en verkondigden.’ (Uit Handelingen 15 de verzen 32-35)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe zwak je mag zijn als mens…

De HEERE is mijn sterkte en mijn Lofzang, en Hij is mijn Heil – Deze is mijn God, Hem zal ik loven.‘ (Uit Exodus 15 vers 2)

Geciteerd: Als wij nu dit lied van Mozes lezen dat de Egyptenaren in de Rode Zee verdronken zijn, dan kunnen wij daaruit zien hoe geweldig en machtig God heerst over de aarde en over Zijn vijanden. Wie nu tegen God op deze manier door het geloof kan zeggen: ‘U bent mijn Sterkte‘, die kan geen betere wapens wensen en hebben.
Hoe wordt echter God onze sterkte? In zaken die God betreffen en in alle andere dingen moeten wij, omdat we niets kunnen (1) altijd wanhopen aan onszelf. In dit lied geven de kinderen van Israël immers God de eer en belijden ze dat ze geen sterkte of kracht zouden hebben gehad om zichzelf te verlossen. De overwinning is niet door hun werk of wijsheid behaald, maar door Gods macht, genade en zegen. Alleen Hij is de enige Strijder Die hun vijanden overwonnen heeft. Het is dus een hoge lofprijzing als men zo zeggen kan: ‘De HEERE is mijn Sterkte.’
Deze woorden zijn door velen gezongen, maar door weinigen verstaan. De woorden willen echter zeggen: dit is een werk van God, iedereen is nu gewaarschuwd die ons kwaad wil doen of ons een haar wil krenken. Daarom als God mijn Sterkte en Kracht is, wat of wie zou mij dan nog schade kunnen doen? Droefheid of angst, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard (vgl. Romeinen 8 : 31 vv). Want dan kan ik zeggen: hoewel ik maar een arm wormpje ben, is toch Gods sterkte bij mij (verg. Psalm 22 : 7; Jesaja 41 : 14). Idem: hoewel ik als niets ben, en op aarde zwak en ziek, en zo vermoeid dat ik zelfs de vliegen niet kan afslaan die mij steken, dan ben ik toch sterk, want God is mijn Sterkte.
[Maarten Luther: Predigten über das Buch Mose, 1524-1527, vgl. WA 16, 192, 28-193, 26]

(1) Matteüs 5 : 36 en 6 : 27.

Leestips: Psalm 22, 23 en 131.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015) – (Meditatie bij Zondag 10 vraag 27 ‘Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods)

‘Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik heb geen gevaar te vrezen
want U bent bij mij
uw stok en Uw staf (behoeden en bewaren mij),
en geven mij (weer) troost en moed.’ *
(Uit Psalm 23 vers 4)

* Opgemerkt: Zelf ben ik – ook door periodes van grote geestelijke zwaktes heen – toch blijven werken aan mijn relatie met God en dat door altijd weer de van God gegeven middelen te blijven gebruiken. Ook als anderen mij in zo’n periode niet konden bereiken met hun woorden – ook wel tot hun ergernis en verwijt (en erger) – toen heeft Gód mij niet losgelaten en me beschermd tegen het woelen en woeden van de boze (de ‘mensenmoorder van den beginne’). Maar God heeft dat willen bewerken door Zijn (!) stok en staf waaronder ik me altijd weer begaf. Ik bleef me stellen en bewegen onder het hoeden van Zijn schapen. Aan die verantwoordelijkheid heb ik me niet onttrokken. Dat kan ik achteraf toch met dankbaarheid vaststellen en belijden door het geloof. Soli Deo Gloria!

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloven in een God die gesproken heeft…

Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij heeft aangewezen als Enig Erfgenaam en door Wie Hij de wereld heeft geschapen.‘ (Uit Hebreeën 1 de verzen 1-2)

Geciteerd: ‘Van God horen voor een ander, dat is de eenvoudigste omschrijving van profetie’, vertelt Becker. ‘Dat begint met geloven in een God die spreekt. Leden van het ‘prophetic ministryteam’, het gebedsteam op de conferentie dat bestaat uit vrijwilligers, luisteren naar God en betrekken dat op een ander. Je kunt natuurlijk ook voor jezelf naar God luisteren.’

Opgemerkt 1: Paulus moest de gemeente van Korinthe van de samenkomsten van de gemeente daar schrijven: ‘Die doen meer kwaad dan goed’. (1 Korintiërs 11 : 17)
En dan gaat hij op verschillende manieren aangeven hoe daar toch weer goede orde kan komen. En wanneer hij daarbij spreekt over profeteren dan wil hij dat ze de Schriften (het OT) gebruiken en dat men niet uitgaat boven hetgeen geschreven is. Later zien (lezen) we dat de gemeenten die orde ook aanvaard hebben, er dienen zich zelfs geen meerdere Schriftlezers en uitleggers meer aan – Paulus schreef: maximaal twee of drie in een samenkomst en dan moest de uitleg en toepassing ook nog beoordeeld worden op het daadwerkelijk evangelische gehalte – zie 1 Korintiërs 14 : 24-40 – want ze hebben blijkbaar aanvaard dat Timoteüs (en in een andere gemeente Titus) daar (voortaan) de voorgangers zijn en dat dan heel de gemeente naar hun Woordverkondiging en uitleg en toepassing luistert. Lees het na in 1 Timoteüs 4 : 11-16, 2 Timoteüs 2 : 2 en 4 : 1-6 en in Titus 3 : 8.

Opgemerkt 2: De Heilige Geest is machtig genoeg om het in de samenkomsten van de gemeente profetisch verkondigde Woord en de daar uitgesproken gebeden (zie 1 Timoteüs 2 : 1-5) vruchtbaar te maken in de levens van de leden van de gemeente en dat allereerst in hun eigen huizen en/of gezinnen en families, maar ook op het werk. Dat was de gewone gang van zaken in die heidengemeenten waar ook velen slaaf waren of een druk bestaan hadden en als regel geen Bijbelse geschriften tot hun beschikking, zo ze niet ook nog geen leesvaardigheid hadden. Hoeveel meer zijn wij gezegend dat we ook dagelijks Gods Woord kunnen lezen en overdenken en daarbij bidden persoonlijk of met de huisgenoten. Uit eigen leven weet ik hoe vruchtbaar dit is geweest mijn/ons leven lang van jongs af aan en ook nu nog elke dag weer. We zullen juist oppassen met die persoonlijke relatie met onze Heer in de weg te laten staan door mensen die menen te moeten doorgeven wat zij voor jou hebben opgevangen of je vanuit eigen ervaringen menen te moeten meegeven. In feite zitten die ‘grote’ broers of ‘grote’ zussen (met wat zij allemaal te zeggen hebben) die tere eigen relatie – waarbij de Heilige Geest voor je in de weer is – met onze Drie-enige God in de weg!

Leestip: Lukas 11 : 1-13.

Zie ook deze blog: ‘Hoe zwak je mag zijn als mens…

Bron citaat: ND Geloof – ‘Profetie is populair. Een protestantse en een evangelische theoloog praten erover. ‘Niet voor iedereen’’ – door Laura Dijkhuizen.

Komt een van jullie wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij Die aan iedereen (!) geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal je de nodige wijsheid geven. Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij (of zij) doet, moet niet denken ook maar iets van de Heer te krijgen.‘ (Uit Jakobus 1 : 5-8)

Bron afbeelding: A Reason for Hope with Dom Patterson

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik moest ook een attestatie inleveren’…*

Stel u (als oudsten) niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.‘ (Uit 1 Petrus 5 vers 3)

Geciteerd 1: ‘Wat is er met mijn Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebeurd?’

Opgemerkt 1: Hier heb je precies het probleem ‘bij/in de kop’! Dat ‘mijnen’ van een kerk en er over roemen alsof het toch wel de ware vertegenwoordiging van dé Kerk is (geweest).

Geciteerd 2: In 1978 ben ik in Kampen gekomen. Ik leerde daar stevig in elkaar getimmerde Gereformeerde Kerken kennen. Twee diensten op zondag. ’s Morgens een heilshistorische preek, ’s middags een catechismuspreek. Wij zongen psalmen met orgelbegeleiding. De gesloten avondmaalstafel onderstreepte dat dit kerkverband de tucht serieus nam.

Opgemerkt 2: Zou van zo’n kerk waar men de Avondmaalstafel zó zuiver wil en weet te houden toch niet ook heel goed kunnen gelden: ‘Ik weet wat jullie doen. Overal wordt beweerd dat júllie leven hebben, terwijl jullie dood zijn. Wordt wakker, versterk jullie laatste krachten: jullie zijn op sterven na dood.‘ (Uit Openbaring 3 uit de verzen 1-6). Hebben ze dat in de jaren zestig misschien over het hoofd gezien, dat ze als (trotse) gemeenten/GKV-kerk op hun ‘laatste benen liepen’ en dat ze juist bij zichzelf de nog resterende krachten moesten zien te versterken in plaats van die weg te jagen door een hoog woord te hebben naar ‘de anderen’ (gemeentelijk, kerkelijk en in de samenleving).

* De schrijver moest toen nog (in 2007) een attestatie inleveren om deel te kunnen nemen aan het Avondmaal in Putten.’

Bron citaat: RD Opinie – ‘Wat is er met mijn Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebeurd?’ – door John Elliot. (1)

(1) De auteur is oud-correspondent voor het RD en woont in Canada. De Engelse versie van dit artikel verscheen vorig jaar in de papieren versie van het blad Christian Renewal.

Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk. Alles wat jullie doen, moeten jullie met liefde doen.’ (Uit 1 Korintiërs 16 de verzen 13-14)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De wereld kijkt naar wat echt is bij ons’…

Iemand die door kneuzing aan het geslachtsdeel gewond is of van wie het geslachtsdeel is afgesneden, mag niet in de gemeente van de HEERE komen. Een bastaard (denk aan Jefta, Richteren 11) mag niet in de gemeente van de HEERE komen; zelfs zijn nakomelingen van de tiende generatie mogen niet in de gemeente van de HEERE komen.’ (Uit Deuteronomium 23 de verzen 1-2)

Geciteerd 1: Ds. Kort krijgt in die tijd te maken met dreigende telefoontjes en bezoekjes, een explosief voor de deur en op de valreep een rechtszaak over zijn uitspraken over homoseksualiteit. In een brief aan de gemeenteraad zegt hij dat homoseksualiteit een zonde is, en corona een straf van God op die zonde. Journalist Tim Hofman komt met zijn programma BOOS verhaal halen bij de pastorie.

Opgemerkt 1: Horen we dan niet in Jesaja 56 het Evangelie al klinken? In deze woorden: ‘Laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben [maar] een dorre boom. Want zo zegt de HEERE over de ontmanden die Mijn sabbatten in acht nemen, verkiezen wat Mij behaagt, en vasthouden aan Mijn verbond: Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan [die] van zonen en dan [die] van dochters; een eeuwige naam zal Ik ieder van hen geven, [een naam] die niet uitgewist zal worden.‘ (Uit Jesaja 56 vers 4-5)

Geciteerd 1a: De wet verbiedt “de ontmande” dat hij, ook al is hij een Israëliet, deel gaat uitmaken van Gods volk (Dt 23:1). Hij kan menen er niet bij te horen omdat hij zijn eigen toestand als ontmande kent. Net als een dorre boom geen vrucht draagt, kan een ontmande geen nageslacht verwekken. De HEERE heeft echter een bemoedigend woord voor “de ontmanden” die aan Zijn verbond vasthouden (vers 4). Hun vrees zal ongegrond blijken te zijn. Ze mogen in Zijn huis zijn. Hij geeft hun zelfs de belofte van een plaats en een naam die beter zijn dan die van zonen en dochters (vers 5). Ieder die meent slechts een tweederangs gelovige te zijn, iemand die meent achtergesteld te zijn, niet in tel, krijgt hier een extra bemoediging.

Geciteerd 2: ‘Je kan het ook kastijding noemen. Niet alleen de wereld, ook wij als kerk worden gekastijd. ‘Het oordeel begint bij het huis Gods.’ Ik ben die straf zelf ook waardig, ik ben niet beter dan anderen. Voor de kerken zie ik de oorzaak bij wereldgelijkvormigheid. De wereld kijkt naar wat echt is bij ons: als we overal in meegaan, zijn we niet meer geloofwaardig.’

Opgemerkt 2: Kunnen we de wereld werkelijk dat onderscheidingsvermogen toeschrijven? We mogen al blij zijn als het er in de kerkelijke wereld is. Verklaard die onBijbelse opvatting misschien ook de vreugde over dat boek (zie citaat 3) en dat God daarmee iets voor hem zou rechtzetten?

Geciteerd 3: Op tafel ligt het boek De Bible Belt van de seculiere journalist Jonah Falke, waarin dominee Kort een positieve hoofdrol speelt. ‘Gister zei iemand: ‘Er is heel veel negatiefs over je heen gekomen, en nu komt die onkerkelijke jongen met iets positiefs’. Ik denk zelf soms dat de Heere op die manier iets rechtzet.’

Opgemerkt slot: Jammer dat ds. Kort niet aan de gemeenteraad schreef dat hij het onheil dat ons door corona overkwam toegeschreven zou kunnen worden aan de liefdeloosheid jegens de homofiele medemens (medezondaars) en de liefdeloze behandeling van de vreemdeling (zie ook Jesaja 56!) juist ook onder/door christenen en dat zelfs ook binnen de kerken en gemeenten…

Leestips: Jesaja 56, 58 en 59 en 1 Petrus 2 : 11-17 + 1 Johannes 2 : 26-29.

Bron citaten 1,2 en 3: ND Geloof – ‘Dominee Kort was kritisch op de coronamaatregelen en blikt terug: ‘Misschien ben ik te driftig geweest’’ – door Maaike Legemaat.
Bron citaat 1a: ‘De ontmande en de bastaard’ – https://www.kingcomments.com/nl/bijbelstudies/Dt/23

Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die jullie nu voor misdadigers uitmaken, door jullie goede daden tot inzicht komen en God (daarvoor) de eer zullen moeten bewijzen op de dag dat Hij komt rechtspreken. (…) ‘Leef als vrije mensen, en verschuil jullie niet achter jullie vrijheid om je te misdragen, maar handel als dienaren van God. Houd iedereen in ere (m.n. ook de overheden, zie de verzen 13-15) heb jullie (gedoopte) broeders en zusters lief (ook je homofiele broeders en zusters, zij zijn ook ‘gezalfden’, zie 1 Johannes 2 : 26-29!), heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.’ (Uit 1 Petrus 2 uit de verzen 11-17)

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

God willen rechtvaardigen…*

Want de Schrift zegt: Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’
(Uit Romeinen 10 vers 11)

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, ondoorgrondelijk Zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk Zijn wegen. Wie kent de gedachten van de HEER, wie was ooit Zijn raadsman. Wie heeft Hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald? Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.’ (Uit Romeinen 11 : 33-36)

Geciteerd: Het boek Job gaat over de vraag: of de vromen ook het ongeluk dat hen overkomt uit Gods hand ontvangen (1). Hieraan twijfelt Job niet, maar gelooft dat God ook de vromen, zonder (opgaaf van) reden – bijv. zoals Christus spreekt over de man die blindgeboren was (vgl. Johannes 9 : 2 vv) – alleen tot Zijn lof en eer kastijdt. Daar zijn Job’s vrienden het niet mee eens en zij voeren er lange en diepe gesprekken over. Zij willen God recht verschaffen en zeggen dat God de vromen niet straft en/of in het ongeluk stort. Wanneer dit mensen toch overkomt – dan moeten zij gezondigd hebben. Op deze manier hebben zij wereldse en menselijke gedachten over God en Zijn rechtvaardigheid. Zij doen alsof God aan de mensen gelijk is, alsof Zijn recht gelijkstaat aan wat recht is in deze wereld en dat Zijn doen en laten volgens deze maatstaven beoordeeld kan en moet worden.
Hoewel Job in doodsnood verkeert, uit menselijke zwakheid, teveel tegen (en over) God zegt, en op die manier in Zijn lijden zondigt, blijft hij er toch bij dat hij het lijden dat hem overkomt niet méér verdient heeft dan andere mensen – daarin heeft hij gelijk. (…)
Dit is echter tot onze troost geschreven, namelijk dat God Zijn liefste heiligen op zo’n manier laat struikelen – wel bijzonder is dit waar wanneer zij omringd zijn door tegenspoeden. Want voordat Job in doodsangsten terecht komt, looft en prijst hij God over (ondanks) de beroving van zijn goederen, de dood van zijn kinderen en zo meer. Echter, als de dood hemzelf in de ogen ziet (2), en God Zich onttrekt laten zijn woorden zien wat voor gedachten er in het hart van een mens zijn over God – hij/zij mag zo heilig zijn als het maar wil. Vooral zij (3) zullen dit leren/kunnen verstaan, die ook ervaren en ondervinden (of ondervonden hebben) wat het is om de toorn en het oordeel van God te ondergaan, terwijl Zijn genade verborgen is.
[Maarten Luther: Deutsce Bibel, Vorrede über das Buch Hiob, vgl. WADB 10.1, 5, 128]

* ‘God willen rechtvaardigen’. Hoeveel theologen hebben zich daaraan bezondigd, m.n. ook door Adam op te blazen tot een geweldig genie, die nooit had hoeven te zondigen en aan wie de eeuwige hellestraf dus eigenlijk goed besteed zou zijn geweest.
(1) In ons gezin leidde dit jaren terug tot discussie en onbegrip toen een deelneemster van een reis met World Servants gehandicapt raakte (aan handen en voeten) door een tijdens de reis en het werk opgelopen bacterie. Zelf een emeritus predikant meende mij – eigenlijk: het onderwijs van Gods Woord! – toen te moeten tegenspreken door de kinderen bij te vallen en te zeggen: Dit heeft God niet gewild. Het voorbeeld wat ik dan wel gebruikte (was/is): Wanneer iemand alle zwemdiploma’s heeft gehaald en ook kan reddingszwemmen, maar dan iemand niet te hulp komt die te water is geraakt, dan zal men die toch aanspreken over (en zelfs verantwoordelijk houden voor) het laten verdrinken van een mens.
(2) Is het vooral het ‘nu zelf de dood onder ogen moeten zien’ of zijn het toch m.n. de opvattingen van zijn vrienden, die maken dat Job niet langer in stilte en ootmoed het lijden draagt, maar – na het uiten van zijn eerste klacht – dan steeds weer zijn mond opent om hen tegen te spreken en om van God te verlangen hem recht te verschaffen en dat m.n. vanwege wat zijn vrienden menen te kunnen en moeten zeggen over de oorzaak van Jobs lijden en door God met hun woorden te rechtvaardigen.
(3) Door het onderwijs van Gods Woord en de hulp van de Heilige Geest mogen we het toch al leren begrijpen en niet onvoorbereid zijn wanneer het lijden ons treft. In welvaartstijd en bij gezondheid hebben we echter zoveel afleiding dat wat God ons door Woord en Geest wil onderwijzen toch niet diep genoeg tot ons doordringt.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015) – (Meditatie bij Zondag 10 vraag 27 ‘Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods)

Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de HEER spraken. Degenen die standhielden (in het geloof) prijzen we gelukkig! Jullie hebben gehoord hoe standvastig Job was en jullie weten welke uitkomst de HEER gaf, de HEER is immers liefdevol en barmhartig.’ (3) (Uit Jakobus 5 de verzen 10-11)
(3) Zie hierbij ook 2 Korintiërs 1 : 8-11.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Heiligen en gelovigen vallen niet tot hun verderf’…

[Behandelde tekst: Genesis 20 : 6-7]

Geciteerd: Wij moeten ten hier eerst met nadruk zeggen dat de heiligen niet te verontschuldigen zijn voor hun zonden. Het is echter wel een deel van onze troost dat wij weten dat ook zij (wij) altijd nog mensen van vlees en bloed waren (zijn). Zij die leven als gelovige kinderen van God worden ook nog verleid door hun verkeerde neigingen en begeerten die de natuurlijke mens zijn of haar leven lang zullen blijven aankleven.
Hierbij kan dan de vraag worden gesteld: waarom laat God het toe dat de Zijnen zonde bedrijven? Vervolgens: Waarom soms ook voor lange tijd? Op deze vraag zullen we rechtuit het volgende antwoorden: namelijk omdat God het daarom laat gebeuren, omdat Hij daardoor reden zou hebben tot veel goede dingen. Want de heiligen en gelovigen vallen niet tot hun verderf, maar daarom dat God hun ten slotte overvloedig goed zou doen. Zoals (het toch) geschreven staat: ‘Wij weten dat voor degenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede‘ (vgl. Romeinen 8 : 28). Deze tekst geeft reden tot de uitleg dat zelfs de zonden en gebreken van Gods kinderen tot hun bestwil moeten dienen. Want dat God ons lijden en kruis toeschikt, opdat dát voor ons nuttig en goed zou zijn, dáár zal terecht niemand aan twijfelen. Wij weten immers, dat Paulus zegt: ‘Als wij met hem lijden, dan zullen we ook met Hem heersen‘ (vgl. 2 Timoteüs 2 : 12). God wil dus het kruis en het lijden vergelden (belonen). Echter, dat God ook de zonde doet meewerken ten goede, is moeilijker te geloven.
We kunnen dat zien in de zonde van de broers van Jozef (1): de zonen van Israël verkochten hun broer Jozef. Hij werd als slaaf naar Egypte gebracht en werd daar door het wangedrag van een overspelige vrouw opnieuw in het ongeluk gestort. Ten slotte is hij gered en kwam hij tot grote eer. De zonen van Jakob moeten naar Egypte en ontmoeten Jozef. Hij zegt ronduit tegen zijn broers: ‘Jullie dachten mij kwaad te doen, maar God heeft dat ten goede gedacht‘ (vgl. Genesis 50 : 20). Zoals gezegd is: niet alleen het ongeluk dat ons door anderen wordt aangedaan, maar ook het verkeerde dat wij zelf doen, moet medewerken ten goede.
[Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535/45, vgl. WA 43,114,28-115,8]

(1) We zien dat ook bij zonden van koning David. Wat zijn Gods genade en barmhartigheid juist daardoor ook voor ons helder aan het licht gekomen. Wat vinden we veel troost in de (boet)psalmen die hij schreef! Wat zien we daarin ook de woorden van Romeinen 10 : 29 en van 2 Korintiërs 1 : 18-22 al bevestigd.

Lezen: Genesis 20 : 1-18, kerntekst: vers 6-7 en Psalm 32 en 38 t/m 40.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

‘Laten Uw getrouwen dus tot U bidden
als zij in zichzelf een zonde vinden.
Stormt dan een vloed van water aan
die zal hen niet bereiken.’
(Uit Psalm 32 vers 6)

Bron afbeelding: MVCquotes

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik zal jullie verstand geven’…

Ik zal je verstand geven en je de weg wijzen, waarop je wandelen moet – Ik zal je met Mijn ogen leiden‘ (Uit Psalm 32 vers 8 )

Geciteerd: Je bidt dat Ik je verlos en bevrijd. Laat dat je geen zorg zijn. Onderwijs Mij niet, onderwijs jezelf niet, laat Mij je onderwijzen. Ik zal een goede Leermeester voor je zijn. Ik zal je op de weg leiden waarop je naar Mijn welbehagen kunt wandelen. Je meent dat het verkeerd is als het niet gaat zoals jij denkt. Dat denken is schadelijk voor jou en hindert Mij. Het moet niet vólgens jouw verstand, maar bóven jouw verstand gaan. Buig je in onverstand, dan geef ik je Mijn verstand. Onverstand is het goede verstand (1). Niet te weten waarheen je gaat, dat betekent: pas goed weten waarheen je gaat (2). Mijn verstand maakt jou juist onverstandig.
Zo ging Abraham uit zijn vaderland (3) en wist niet waarheen. Hij gaf zich over aan Mijn weten en liet zijn verstand varen. Zo is hij gekomen langs de goede weg tot het juiste doel. Zie, dat is de weg van het kruis. Die kan jij niet vinden, maar Ik zal je leiden als een blinde (4). Daarom niet jij, niet een of ander mens, niet een schepsel (5), maar Ik, Ik Zelf zal je onderwijzen in de weg waarop je gaan moet. Niet het werk dat jij verkiest, niet het lijden dat jij bedenkt, maar wat tegen jouw keuze, tegen jouw denken en tegen jouw begeren in aan je wordt gegeven. Dat is het, volg daar, daar roep Ik je, wees daar een leerling, nu is het de tijd en jouw Meester is gekomen. Want ik zal je met Mijn ogen leiden (vgl. Psalm 32 : 8 ). Dat is: Ik zal je niet verlaten, je zult niet ondergaan. Ik zal je niet vergeten, omdat Mijn ogen over jou open zijn. Heb je dit woord dan niet gelezen: ‘De ogen van God zijn open over de rechtvaardigen‘ (vgl. Psalm 34 : 16)? De berg Moria heet immers: ‘De Heere zal het voorzien’ (vgl. Genesis 22 : 14). Wees dan verzekerd dat alleen Ik voorzien zal, zoals ik ook Abraham voorzien heb met datgene, waarmee hij zichzelf helemaal niet kon voorzien.
[Maarten Luther: Die sieben Bußpsalmen Zweite Bearbeitung 1525, vgl. WA 18, 489, 9-34]

(1) Zie 1 Korintiërs 2.
(2) ‘Zalig de armen van geest, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’ (Uit Matteüs 5 : 3)
(3) Zie hierbij Hebreeën 11 : 8-16 waarin ook Sara genoemd wordt, en 11 : 17-20.
(4) Zie Johannes 9 : 32-41.
(5) Dus niet wijsgeren zoals Aristoteles of Plato, ook niet kerkvaders zoals Augustinus of Calvijn en ook niet AI.

Leestips: Psalm 32, 34 én 23.

‘Mijn zoon, die ik gedragen heb,
mij zoon voor wie ik geloften gedaan heb,
wat zal ik je zeggen?’
(…) ‘Spreek voor hen die weerloos zijn,
bescherm het recht van de vertrapten.
Spreek en oordeel rechtvaardig,
geef de armen en de behoeftigen hun recht.’
(Woorden van de moeder van koning Lemuël in Spreuken 31, uit de verzen 1-9)

Bron afbeelding: Reddit (Daily Dose of Verse)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie