‘Ik ben er eentje van Apollos’…

Broeders en zusters, ik heb even hiervoor over Apollos en mijzelf geschreven. Dat heb ik gedaan omwille van jullie. Jullie moeten namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd je aan wat geschreven (!) is. Je mag jezelf (of een ander, de nieuwe paus bijvoorbeeld) niet belangrijk maken door de een (Augustinus in het hieronder geciteerde artikel) te verheerlijken boven de ander.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 6)

Geciteerd 1: De huidige paus is een augustijn – juist daarom kunnen we wél veel van hem verwachten. Bij zijn verschijning op het balkon heeft Leo XIV zich geafficheerd als „een zoon van Augustinus”. Augustinus was een katholieke bisschop. Bisschop van Hippo. Ruim dertig jaar mocht hij herder en leraar zijn van de havenstad. Hoewel Calvijn en Luther hem ”totus noster” (geheel de onze) noemden, is het anachronistisch om Augustinus reformatorisch (of gereformeerd) te noemen.
Opgemerkt 1: Haast geen ander is zo gebruikt om zichzelf en/of wat iemand te zeggen heeft gewicht te geven (belangrijk te maken) als de ‘kerkvader’ Augustinus. Zoals je je verbazen kunt (moet!) over de verblinding en verdwazing van/in de rooms katholieke kerk t.a.v. wat zich ontwikkeld heeft tot het Vaticaan met een paus met al dat bisschoppelijk vertoon er omheen, zo dienen we ons ook te verbazen over hoe Augustinus zich een plaats heeft kunnen verwerven als voorganger en bisschop in zijn tijd en over de plaats die men hem heeft gegeven en geeft in de rooms katholieke en protestantse kerken!

Geciteerd 2: Wat een troost: de zuiverheid van de kerk hangt niet af van haar leden, aldus Augustinus, maar van haar Hoofd. Het onderscheid katholiek-protestant is iets van deze bedeling en zal eenmaal wegvallen.
Opgemerkt 2: ‘aldus Augustinus’. Hebben we daar werkelijk Augustinus voor nodig (gehad) of baseren we dat toch op wat geschreven staat in Gods Woord (zo niet, dan heeft Augustinus ook geen recht van spreken) zodat we niet uit hoeven te gaan boven wat geschreven staat en het dus ook niet nodig is om te doen alsof Augustinus ons dat heeft moeten vertellen. Wat we lezen in 1 Timoteüs 3 : 14-16 bijvoorbeeld, zegt toch wat dat betreft in feite al genoeg!

Geciteerd 3: Augustinus heeft zo voor mij de weg geopend naar kloosters, gemeenschappen en dierbare broeders en zusters. We vinden elkaar in Augustinus’ ontdekking dat de genade van buitenaf komt en dat we alleen in God tot rust komen (Confessiones I,1,1).
Opgemerkt 3: Voor deze alternatieven voor het samenleven in een gemeente van Jezus Christus zullen we Augustinus niet dankbaar hebben te zijn! En vinden wij elkaar in een ontdekking die Augustinus gedaan heeft? Schreef David Psalm 131 (om maar een Bijbels voorbeeld te noemen) dan pas na het leven van Augustinus?
Na de reformatie die Luther mocht beginnen kreeg men in de Dillenburg weer liefde en oog voor het gewone volk en ging de zegen daar niet uit van een kloostergemeenschap, maar van mensen die weer in een kerkgemeenschap onder de prediking van Gods Woord en daarmee onder de leiding van de Heilige Geest waren gesteld.
En moet bovenstaande een ontdekking van Augustinus genoemd worden? Vreemd!

Geciteerd 4: Augustinus wist als geen ander hoe feilbaar hij was. Wat Augustinus vooral was, was een zondaar. Ver van huis, maar opgeraapt en in dienst genomen door de enige algemene Bisschop, zoals Christus wordt genoemd in een van onze belijdenisgeschriften (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 31).
Opgemerkt 4: Ach, wat wordt Augustinus weer uniek gemaakt. Maar ik durf bij hem wel spreken van ‘gebruikte’ (aangewende) nederigheid. Wat heeft deze man het onderwijs van de Bijbel en z’n grote Bijbelkennis in z’n eigen voordeel weten aan te wenden om blijvend indruk op anderen te maken.

Geciteerd 5: Robert Prevost, de nieuwe paus, leeft en denkt volgens de Regel van Augustinus en is doordrenkt in diens spiritualiteit. Dat blijkt ook wel: sinds zijn aantreden heeft hij al diverse malen Augustinus geciteerd. Zoals tijdens een ontmoeting met journalisten toen hij citeerde uit de beroemde Sermo 80, waarin de onvergetelijke zin voorkomt: „Wij zijn de tijden” (”nos sumus tempora”).

Geciteerd 6: Het ging Augustinus nooit om zichzelf. We zien hem ook zelden alleen: hij is óf met zijn moeder in gesprek, óf socratisch aan de slag met zijn vrienden, óf verwikkeld in een emotioneel debat met kerkelijke tegenstanders. En dan zijn daar nog gemeenteleden en stadsgenoten die in huis-tuin-en-keuken-zaken om raad en daad vragen.
Opgemerkt 5: Nou breekt me de klomp! Wie heeft er zichzelf zó in de kerk naar voren weten te dringen en met z’n vele geschriften zo naast de Bijbel weten te plaatsen en promoten als een Augustinus? Paulus heeft zich toch echt op een andere manier aan de gemeenten ‘opgedrongen’ (zie o.a. 2 Korintiërs 10 : 12-18), die moest zelfs z’n erkenning in de gemeenten die hij gesticht had nog weer verdedigen. Lees de brieven aan de Korintiërs en de Galatiërs er nog eens op na!

Geciteerd 7: Voor alles is de augustijnse leider nederig (”humilitas”) en legt hij een liefde tot allen aan de dag. Leiderschap is nimmer een doel op zich; de leider weet zich even afhankelijk en kwetsbaar als zijn ondergeschikten en wijst hen onophoudelijk op Christus als de weg tot God. Als Leo XIV in dat spoor zal gaan is er wel degelijk veel van hem te verwachten – voor kerk en wereld. Laten we het hopen en bidden!
Opgemerkt 7: Laat je geen (kerk)vader (paus) of leider noemen, één is jullie Leidsman! Dat zijn (opgetekende, geschreven) woorden van onze Heer! Wanneer de paus doet wat iedere voorganger en oudste in een gemeente dient te doen en wat broeders en zusters ook onderling zullen doen, dan valt er van een paus niets bijzonders te verwachten en omdat zijn positie en macht in deze wereld niet naar Gods Woord zijn, zal de Heilige Geest daar toch niet Zijn zegen aan willen en kunnen verbinden. Dan spreekt Hij Zichzelf tegen!

Bron citaat: RD Opinie – ‘Een paus in het spoor van Augustinus is beloftevol’ – door Hans Anderliesten

De auteur is verbonden aan het Erasmus Economics & Theology Institute en doet promotieonderzoek naar augustijns leiderschap.

‘Behoed mij, God, ik schuil bij U,
Ik zeg tot de HEER: “U bent mijn Heer,
mijn geluk, niemand gaat U te boven.”
Maar tot de goden* in dit land (en idolen* van dit land),
de machten die ik vereerd heb:
“Wie ze volgt wacht veel verdriet.”
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.’
(Uit Psalm 16 – Een stil gebed van David)

* Lees hierbij ook Psalm 58 en bedenk hoe David door zijn raadsman Achitofel verraden werd (zie 2 Samuël 16 : 23) en denk bij idolen ook aan de macht en verering van topsport en topsporters en m.n. ook de invloed daarvan op de zondag.

Bron afbeelding: Len Bilén’s blog, a blog about faith, politics and the environment

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bijbelse taal en Boodschap in een ‘nieuwe jas’ steken?

In afwachting van mijn komst – Mijn Komst kan ook! – moet je je toeleggen op het voorlezen van de Schrift [=OT, wij hebben tegenwoordig zelf héél de Schrift in eigen huis!), op de prediking en het onderricht.‘ (…) ‘Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen, dan red je zowel jezelf als hen die ernaar luisteren [en het overdenken om er naar te doen].’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16]

Geciteerd: Zelf herken ik me helemaal in de vraagstelling. Wanneer het over geloven gaat vind ik zondag 23 van de Heidelberger Catechismus nog altijd ongeëvenaard mooi en de woorden blijven me ontroeren. Maar in een gesprek met niet-gelovigen kom je hier natuurlijk niet ver mee. Sterker, ook het werk van Christus in vergeving en verzoening heeft geen raakvlak meer met de moderne mens, omdat de gemeenschappelijke religieuze context totaal verdwenen is (Bonhoeffer).

Opgemerkt 1: Is het nu niet vooral een welvaartsverschijnsel waardoor de mensen zoveel andere bezigheden hebben en informatie tot zich nemen, dat de Boodschap van Gods Woord, zoals die door OT en NT aan ons verkondigd worden, niet meer bij ons ‘landen’ kan/wil. Ook wat anderen ons beloven en willen doen geloven (via moderne media) kan dan altijd weer zoveel aantrekkingskracht uitoefenen, dat er in ons leven en hart nauwelijks of geen ruimte meer gemaakt wordt voor het (goed) willen luisteren naar en overdenken van de Boodschap van Gods Woord om dát te aanvaarden en en ernaar te spreken en handelen.

In het vernederde Duitsland van voor WO II werd de boodschap van Hitler zo krachtig en met zoveel overtuiging gebracht en leken zijn woorden zozeer door de feiten (vooruitgang, overwinningen) gestaafd te (gaan) worden, dat bij velen die boodschap veel duidelijker binnenkwam en overtuigde dan het nederige en bescheiden (s)preken van Gods Woord, dat mensen vooral ook tot verootmoediging (1) voor God oproept. Zelfs Bonhoeffer raakte er door in paniek en wilde de Bijbelse taal in een ‘nieuwe jas’ gaan steken. Daar is het gelukkig toen toch niet van gekomen. Na WO II vond Corrie ten Boom nog weer gehoor voor de Bijbelse Boodschap o.a. ook in het verwoeste en vernederde Duitsland.

We zullen dus het (toenemend) gebrek aan raakvlak bij onszelf allereerst zoeken in de mate waarin wij het Woord van God nog gelegenheid geven om gehoord te worden. En dan hebben wij het over heel Gods Woord (OT en NT). De Heilige Geest* wil de Boodschap van het Nieuwe Testament niet verkondigd hebben zonder dat we ook altijd weer heel goed luisteren naar Gods Woord in het Oude Testament. Dietrich Bonhoeffer heeft daar voor WO II zelf het goede voorbeeld van/in gegeven! Daarom raakte hij niet, zoals veel andere Duitse christenen wel, in de ban van Hitler en van de boodschap die hij de mensen bracht en liet brengen met veel vertoon van macht.
* Zie Johannes 16 : 7-16.

(1) De Heilige Geest wil ons overtuigen van zonde, maar daar moeten wij Hem wel de gelegenheid voor geven! Daarom wil ik hier nog deze woorden doorgeven die (vanmiddag) geschreven werden n.a.v. een bericht over het doen van de wil van God door christenen en niet-christenen van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap:

Waartoe zullen wij elkaar aansporen?
Wij christenen zullen wandelen in de goede werken die God voor ons klaar gelegd heeft. Dat kan niet anders gebeuren dan door te leven in een levende relatie met onze levende God, Die door het gebruik van de door Hem ons gegeven middelen door Zijn Geest in ons wil werken en ons de nodige liefde en wijsheid van onze Heer Jezus Christus wil schenken op het dagelijks gebed.
Wanneer wij slordig zijn in die eerbiedige omgang met God (dagelijks gebed nalaten, niet zijn Woord lezen en overdenken, de samenkomsten van de gemeente verzuimen), dan kunnen wij menen allerlei goede werken te doen en dan toch niet wandelen in de werken waar God ons in wil laten wandelen! En dan hebben we ook nog het soort (werk)heiligen (goeddoeners) in de kerken (die soms zelfs heilig verklaard werden) waartegen Luther zo gewaarschuwd heeft. Denk ook aan de Schriftgeleerden en Farizeeën in de tijd van onze Heer hier op aarde, die meenden voorop te lopen in goede werken, maar die het in praktijk brengen van de liefde, barmhartigheid en vergevingsgezindheid jegens medezondaren (onder het huns inziens ‘gewone Godsvolk’) kwijt waren geraakt,

NB 1. We worden wel opgeroepen om elkaar in dat trouwe gebruik van de middelen te stimuleren (zie o.a. Hebreeën : 23-25) en dat omdat dit ons helpen zal om elkaar lief te hebben en goed te doen – zie hierbij ook Titus 3 : 1-8)
NB 2. We zullen er zeer voor op hebben te passen ‘streefkerken’ of ‘streefgemeenten’ te worden, dus gemeenten en kerken die de lidmaten van het Lichaam van Christus gaan voorschrijven in welke goede werken ze zullen wandelen en hoe dat volgens ‘onze’ theologen en/of de kerkenraad met behulp van de leden en commissies en organisaties ingevuld moet worden.

Bron citaat: ND Cultuur – ‘Gered, maar waarvan eigenlijk? Andries Knevel recenseert het nieuwe boek van Stefan Paas’ – door Andries Knevel

Bron afbeelding: MAX Vandaag

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De discussie over ‘refo-baptisme’ geen dienst bewezen…

Blijf jullie inspannen voor jullie redding, en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij jullie teweeg brengt, omdat het Hem behaagt.’ (Uit Filippenzen 2 uit de verzen 12-13)

Geciteerd: Luther schreef wederdopers weg als „vermetele verraders en booswichten die willens en wetens de doop kapotscheuren”.
In plaats van met scherp te schieten, is het vruchtbaarder om de rijke betekenis van de kinderdoop na te spreken in de trant van de reformatoren. Luther noemde de doop „heilig, hemels, ja Goddelijk water”.

Opgemerkt: Het is uiterst verdrietig dat men juist bovenstaande woorden van Luther heeft willen citeren en wel omdat de lezers en de discussie er totaal niet mee geholpen zijn en Luther bepaald ook geen recht wordt gedaan door deze woorden los van de toenmalige context hier te citeren.
De wederdopers vormden een gevaar voor de reformatie van de kerk omdat ze veel rooms katholieke gelovigen, die niet onwillig stonden tegenover wat Luther leerde, kopschuw maakten.
En met deze woorden van Luther over het doopwater lijkt het alsof Luther aan het water zelf eigenschappen zou toeschrijven en dat is beslist niet wat hij leerde over de Doop!
Ik wil niet uitgaan van kwade wil en kwade bedoeling, maar het is toch best vreemd (op z’n minst ‘hoogst ongelukkig’) om juist deze woorden van Luther in dit artikel van de RD hoofdredactie zo naar voren gehaald te zien!

Zie hierbij ook deze blog: ‘Over het minachten van Gods belofte(n) gesproken…

Bron citaat: RD Opinie – ‘Wie zich opnieuw laat dopen, minacht Gods belofte’ – Hoofdredactie RD

Broeders en zusters, ik wil graag dat jullie weten dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de Geestelijke Rots Die hen volgde – en Die Rots was Christus.‘ (Uit 1 Korintiërs 10 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het minachten van God belofte(n) gesproken…

Geciteerd: Wie zich opnieuw laat dopen minacht Gods belofte. Overdopen of negeren van de kinderdoop is en blijft een zonde, namelijk het afwijzen van de belofte van het Evangelie voor het kind.

Opgemerkt 1: Op grond van Paulus’ onderwijs over de Doop in Romeinen 6 weten wij waarom de Doop met recht het bad der wedergeboorte genoemd wordt. Want wat Paulus daar beschrijft, namelijk dat wij door de Doop met Christus begraven worden en met Hem opgewekt om een nieuw leven te leiden, dat is een werk van de Geest, waarbij een mens (en zijn leeftijd en verstand en keuzes) werkelijk geen enkele rol spelen. Het overkomt de dopeling. En dat is nu juist ook precies waarom het dopen van kinderen nog het best duidelijk maakt waarom de Doop ons – de gemeente(n) van Jezus Christus! – is toevertrouwd als in haar midden te bedienen sacrament. De Heilige Geest is daar hoorbaar en zichtbaar aan het werk, en wij weten en belijden dat bij de doop van zo’n afhankelijk en hulpeloos kindje de Heilige Geest ál het voorbereidende werk heeft gedaan. In het voortbestaan van Christus’ gemeente zoals we die belijden en ook zien in een gemeente waar het Evangelie verkondigd wordt en waar gedoopt wordt. En dat voorbereidende werk heeft Hij ook willen doen in de harten van de ouders door wie een te dopen kind verwacht en ontvangen werd en – als regel – ook in het voorbereidende werk in de harten van de ouders van de betreffende doopouders en in die van hun eerdere voorgeslacht. Zó zien we Gods trouw vanaf de belofte aan Abraham steeds weer vervuld worden en vandaar ook dat men het passend vond om na de Doop het (berijmde!) derde vers van Psalm 105 te laten zingen. En omdat in Christus al Gods beloften ‘ja en amen’ zijn, heeft niemand reden om van een dopeling (ook niet van hen die de volwassendoop aanhangen en ondergingen) het daadwerkelijk ingelijfd (!) zijn bij het volk van God te betwijfelen. Elke dopeling mag weten gezalfd te zijn met de Heilige Geest en geen leraar onder het Godsvolk zal dat mogen betwisten!

Opgemerkt 2: Wanneer we nu zien wat er in de ‘refo-kerken’ (kinderen van de ‘nadere reformatie’) geleerd wordt, en dat we daar als regel alleen ‘mager bezette’ Avondmaalstafels aantreffen, dan zou Maarten Luther niet minder verdriet en zich niet minder ontzet hebben over hún leer en praktijk bij de Doop, dan dat hij dat deed bij de leer en praktijk zoals die bij de wederdopers/baptisten gevonden werd in zijn tijd. In feite willen beide ‘groeperingen’ de kinderen en de opgroeiende jeugd de Heilige Geest en het wederbarende werk dat Hij in hen wil beginnen en voltooien ontzeggen en dat m.n. met het oog op hun levensheiliging. Maar dat kunnen, nee moeten we (met ‘heilig recht’, al klinkt het wat oneerbiedig) tot ‘het paard achter de wagen spannen’ verklaren. Wat nodig is om een dankbaar én vruchtbaar leven te leiden, dat zullen de gedoopte kinderen van God nastreven door eerbiedig en trouw en volhardend de door God daarvoor aangereikte middelen te gebruiken en dat met dagelijks gebed om de krachtige leiding van Gods Geest daarbij. Daar ligt onze verantwoordelijkheid en degenen die leiding hebben te geven in een gemeente zullen álle dopelingen daarin met Woord en daad steunen.

Opgemerkt slot: Hieronder een citaat dat ik graag door wil geven met daarbij ook een link naar heel het commentaar n.a.v. ‘Christus opnieuw gekruisigd (Heb. 6 : 4-6)…’

Geciteerd: Hoewel ik daarmee opnieuw tegen de stroom in lijk te roeien, zou ik de mogelijkheid willen opperen dat hier helemaal niet gewaarschuwd wordt. Dergelijke termen worden niet gebruikt, er is in 6 : 4-6 alleen sprake van een onmogelijkheid. Wel spoort de auteur zijn publiek duidelijk aan: niet blijven hangen in de beginnersfase, maar voortgaan op het pad naar de τελειότης (6: 1). In dat kader fungeren de verzen 6: 4-6 echter niet als een waarschuwing, maar als een argument (ἀδύνατον γάρ …): ‘zoals het onmogelijk is, iemand die de hele weg van doop tot en met het volledige gemeenteleven heeft afgelegd en vervolgens afhaakt, opnieuw te dopen, zo ga ik jullie ook niet opnieuw de grondbeginselen van het geloof uitleggen.’ Het ‘opnieuw kruisigen’ van Christus dient niet om de ernst van de afval te onderstrepen, maar het absurde van een tweede doop – en net zo absurd als een tweede doop zou het zijn om deze groep adressaten, hoewel ze nu tekenen van verslapping laten zien, weer als beginnelingen te behandelen. We hebben hier dan te maken met de klassieke stijlfiguur van het adynaton: een onmogelijke gebeurtenis beschrijven om de absurditeit van een bepaalde gedachte te onderstrepen.
Met deze interpretatie wordt het mogelijk alle onderdelen van dit tekstgedeelte een goede zin te geven…

Lees het vervolg van deze woorden in het (uitgebreide) commentaar: ‘Christus opnieuw gekruisigd

Bron citaat: RD Opinie – ‘Wie zich opnieuw laat dopen, minacht Gods belofte’ – Hoofdredactie RD
(zie ook deze blog: ‘De discussie over ‘refo-baptisme’ geen dienst bewezen.‘)

We zeggen jullie dit nu wel broeders en zusters, maar we zijn ervan overtuigd dat jullie – door doop en geloof – op de goede weg bent en gered zult worden.’ (…) ‘Het is onze vurige wens dat ieder van jullie dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn, en dat jullie niet achter blijven, maar in het spoor treedt van hen van hen die dankzij hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.’ (…) ‘Laten we zonder te wankelen (in het geloof!) datgene belijden waarop we hopen, want Die de belofte gedaan heeft is trouw. Laten we (daarom) opmerkzaam blijven en elkaar aansporen lief te hebben en goed te doen en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate wij de dag van Zijn komst zien naderen.’ (Uit Hebreeën uit de verzen 9-1 en Hebreeën 10 de verzen 23-25).

Bron afbeelding: OverviewBible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zeggen we het Paulus na?

Want er is maar één God en één Bemiddelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus.‘ (Uit 1 Timoteüs 2 de verzen 5-6)

Geciteerd 1: ‘In de film The Da Vinci Code zie je witte bisschoppen, met mijters op, die tegen elkaar schreeuwen. Van de radicale profeet Jezus maken ze de eeuwige Zoon van God. Zij beslissen welke boeken er in de Bijbel thuishoren en welke niet.
Maar zo was het helemaal niet. Er waren misschien 250 tot 300 bisschoppen op het concilie. Die hadden geen paars hemd aan of een mijter op. En de meesten waren niet wit. Ze kwamen voornamelijk uit Noord-Afrika, sommigen uit Azië, een paar uit het huidige West-Europa. Thuis hadden ze geen grote basiliek of een gotische kathedraal. Het was nog maar een paar jaar na die laatste golf van vervolging en onderdrukking. Veel christenen waren gedood en van hun bezittingen beroofd. Sommige bisschoppen droegen in hun lichaam de wonden van marteling.
Sommigen van hen waren waarschijnlijk voormalige slaven. Ze waren niet allemaal hoogopgeleid. Ze moeten allemaal verbaasd zijn geweest dat ze opeens een welkomstbanket kregen en een audiëntie bij de keizer, en dat die hen niet naar de arena zou sturen.

Geciteerd 2: Misschien was het kruis op dat moment nog zo’n schande, dat de deelnemers op het concilie van Nicea er moeilijk over konden praten. En dat ze niet wilden zeggen dat Hij gekruisigd was. Heel kort ervoor werden er nog mensen gekruisigd. Pas Constantijn heeft dat afgeschaft.
Voor ‘Nicea’ heeft verzoening niet te maken met de dood, met een Verlosser die stierf in onze plaats. Onze redding komt doordat God mens is geworden. Het is een theologie van geboorte. Dit is een geloofsbelijdenis van leven en geboorte.
Er zijn stromingen in het christelijk geloof die sterk de nadruk leggen op een nieuwe geboorte. Denk aan Nicodemus in het Johannes-evangelie en aan de recente pinksterbeweging: zij spreken over verlossing in termen van geboorte.
De meeste mensen begrijpen wel wat het betekent om een tweede kans in het leven te krijgen – een nieuw begin, een kans om opnieuw geboren te worden. Wij zijn geen mensen die gaan sterven, wij zijn pasgeborenen in de wereld die God bezig is tot stand te brengen.’

Opgemerkt: In de Heidelbergse catechismus begint het met onze Verlossing (Zondag 1) en het voor mensen onweerlegbare bewijs daarvan die ontvangen ook onze kleine kinderen al bij hun Doop, die het bad der wedergeboorte wordt genoemd. Lees in Romeinen 6 waarom dit zo is, die wedergeboorte wordt ons namelijk geschonken en dat mogen we bevestigd zien bij en door onze Doop! Onze drie-enige God staat Zelf garant (1) voor/bij de woorden die klinken bij een Doop, die in een gemeente van onze Heer bediend wordt aan kinderen of volwassenen.

(1) Zie ook de woorden in 1 Timoteüs 3 : 14-15: Dat Christus’ gemeente pijler en fundament van de waarheid in deze wereld genoemd kan en mag worden, dat is geen mensenwerk: Woord en sacramenten zijn ons geschonken en zijn werkzaam in de leden van Christus’ gemeente door het werk van de Geest*! Lees hierbij ook 1 Korintiërs 10 : 1-13 en Hebreeën 3 : 6-19.
* Daarom zullen we niet de nadruk leggen op leeftijd en verstand (intellect) want de Geest maakt geen onderscheid en ziet het verstand niet aan!

Susan Durber (64) vertelt dat ze al een roeping om dominee te worden voelde toen ze acht jaar was. Meteen na de middelbare school ging ze theologie studeren in Oxford. In 1986 werd ze predikant in de United Reformed Church. Ze was rector van Westminster College, een oecumenische theologische opleiding in Cambridge. Sinds 2014 werkte ze in verschillende functies voor de Wereldraad van Kerken. In 2022 werd Durber voorzitter van de regio Europa van de Wereldraad. Ze woont in landelijk gebied in het westen van Wales.

Bron citaat: Leerzaam artikel ‘Zorgde ‘Nicea’ voor een mannelijk godsbeeld? ‘Gaat juist over een Vader die uit liefde leven voortbrengt’ – door Wim Houtman (ND Geloof)

Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’ (Uit 1 Timoteüs 1 uit vers 15, lees hierbij ook Titus 3 : 1-8)

Bron afbeelding: Tumblr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Uit eigen overtuiging’?

…want voor jullie is de belofte (van de uitstorting van de Heilige Geest, zie Handelingen 2 : 16-21) en voor jullie kinderen en voor allen die ver weg zijn – zoals Lydia en haar huisgenoten bijv. – en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen – door de verkondiging van het Evangelie.’ (Uit Handelingen 2 uit vers 39)

Geciteerd (ds. O. Lohuis): „Wij zeggen niet dat kinderen er niet bij horen. Wij zeggen wel dat de doop op het doen van een persoonlijke geloofsbelijdenis volgt. Als een kind de leeftijd des onderscheids heeft bereikt en vanuit eigen overtuiging Jezus Christus als Heer belijdt, dan kan het zich laten dopen.”

Opgemerkt (AJ): Lydia, die het Evangelie hoorde verkondigen, wilde dit – door het werk van de Heilige Geest in haar hart! * – direct wel als waarheid aanvaarden, maar je kan toch niet zeggen dat ze dat al uit eigen (!) overtuiging deed. Het was zo pril en ze moet zich verbaasd hebben dat zij en haar huisgenoten nu direct al gedoopt mochten worden. Dat blijkt ook even later bij haar uitnodiging: ‘Als u (Paulus en Silas!) ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek. Ze drong er sterk op aan.‘ (Handelingen 16 : 14-15).
Paulus en Silas mochten, op grond van de aan Lydia en haar huisgenoten bediende Doop, zeker weten dat ook op Lydia én haar huisgenoten de Heilige Geest uitgestort was en dat Hij het zou zijn die hun geloof zou gaan opbouwen door de verdere verkondiging van het Evangelie tijdens het deelnemen aan de samenkomsten en het gezamenlijk breken van het brood.
Bij en na het dopen van kinderen in de gemeente ligt het beslist niet anders!
* Niet: hoofd!

Aanvullend: We moeten zelfs stellen dat niemand uit eigen overtuiging gelooft. Ons geloof is een werk van de Heilige Geest en wij zullen Hem de gelegenheid geven om dat geloof te blijven werken en doen groeien door alle van God geschonken middelen eerbiedig en trouw te (blijven) gebruiken.
Is het niet Heerlijk en zeer bevrijdend dat wij het geloof van onze gedoopte, jonge en opgroeiende kinderen, maar ook dat van onszelf altijd weer mogen en hebben toe te schrijven aan het werk van de Geest in onze harten. Wanneer we het Evangelie van ‘Jezus en Die gekruisigd’ aanvaarden en met elkaar de van God gegeven middelen in huis en gemeente trouw gebruiken en daarbij óók gelovig aanvaarden dat God ons bidden hoort en ons elke dag weer de liefde en de wijsheid die wij nodig hebben wil en zal schenken (Lukas 11 : 1-13) en dat zelfs zonder verwijt (Jakobus 1 : 5-8), dan mogen en kunnen we elke dag weer leven als dankbare en ook vrije en blije kinderen van God. En zal deze ‘wetenschap’ de drempel om belijdenis van het geloof af te leggen niet helpen wegnemen?! Wanneer je de Boodschap van het Evangelie gelovig aanvaardt, dan is het niet nodig om daarover eerst een heel persoonlijk getuigenis te kunnen geven. Je mag weten dat je eenvoudige geloof een geschenk van God is en dat Hij dat geloof wil doen groeien en doen vrucht dragen in je leven, wanneer je maar blijft bij het trouw en eerbiedig gebruik van de middelen in het (samen)leven thuis en in het samenleven van een gemeente van Jezus Christus, onze Heer.

Zie hierbij ook: ‘Doop toonbeeld van de welwillendheid van God’?

Bron citaat: ‘„Voor iemand die zich laat overdopen, heb ik geen begrip”: ds. H. Korving in gesprek met ds. O. Lohuis over doop en refobaptisme’ – door Janita van Hoeven-ten Voorde en Maarten Stolk.

Een van onze toehoorders was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde, ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus.’ (Uit Handelingen 16 vers 14)

Bron afbeelding: Loving Gospel

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Als Christus niet aan de rechterhand van God zou zitten’…

Vraag (51 HC): Wat nut ons de hemelse heerlijkheid van ons Hoofd Jezus Christus?

[Behandelde tekst: Handelingen 2 : 14-36, gepreekt op Pinksteren 1533]

Geciteerd: Toen de apostelen gestorven waren en wanneer wij overleden zijn, zal God altijd weer anderen geven die na ons over de uitstorting van de Heilige Geest zullen preken. Want onze Heere Christus, Die door de profeet Joël heeft laten profeteren dat Hij in de laatste dagen van Zijn Geest zal uitgieten (1), zit hierboven aan de rechterhand van God en vervult nog dagelijks deze profetie. Dat is: Hij giet nog steeds Zijn Heilige Geest uit, verlost uit noden, en schenkt eeuwige gelukzaligheid (2) aan allen die in Hem geloven en Zijn Naam aanroepen.
Als Christus niet aan de rechterhand van God zou zitten en ook Zijn Geest niet dagelijks zou uitgieten, dan zou het christelijk geloof niet blijven bestaan. Want het gaat tegen alle mensenverstand in, en de duivel is het vijandig gezind (3). Daarom, wanneer deze uitstorting van de Heilige Geest niet dagelijks zou doorgaan (4), dan zou de duivel niet één mens bij de pinksterpreek en het geloof laten blijven. Maar onze liefderijke God en Vader in de hemel heeft een eeuwige, Goddelijke Muur daarvoor gezet, Jezus Christus, Zijn Zoon en onze Heere, verhoogd aan Zijn rechterhand. Hij alleen laat ons de pinksterpreek en het christelijk geloof behouden (5), totdat ook wij ondankbaar worden (6a) en God de duivel toestaat om vanwege onze eigenwijsheid en ondankbaarheid deze prediking en dat uitgieten van Zijn Geest – en het dagelijks vragen daarom (AJ – van ons te nemen (6b).
Toch moeten de pinksterpreek en het christelijk geloof blijven tot aan het einde van de wereld. Ook wanneer wij dit alles vanwege onze ondankbaarheid(!) verliezen, dan moeten toch anderen het weer krijgen, zolang de wereld bestaat. Want Christus zit aan de rechterhand van God en regeert met Goddelijke macht, zodat Hij Zijn christenheid door de uitstorting van de Heilige Geest, door de prediking van het Evangelie, en door Doop en Avondmaal vergadert tot één geloof, één hoop en liefde (7). Daarom is Hij ook naar de hemel gevaren, opdat Hij die werken zou verrichten en volbrengen die alleen eigen Zijn aan God.

(1) Zie Handelingen 2 : 16-21 waar deze woorden van de profeet Joël door Petrus gebruikt worden in zijn Pinksterpreek.
(2) En die gelukzaligheid begint hier al door het ontvangen van een vrede in het hart die alle verstand te boven gaat (Filippenzen 4 : 7).
(3) Zie de gelijkenis over de zaaier (Matteüs 13).
(4) Daarom leerde onze Heer ons daarom te vragen door het dagelijks bidden met de woorden van het ‘Onze Vader’, lees het na in Lukas 11 : 1-13, waar duidelijk blijkt dat het bidden om ons ‘dagelijks Brood’ een vragen om de uitgieting van de Heilige Geest is en niet een vragen om de ‘dagelijkse boterham’, dat laatste is zelfs helemaal niet nodig volgens het onderwijs van onze Heer (zie o.a. Matteüs 6 : 25-24 en Lukas 12 : 22-34).
(5) Dat is wat deze preek en de uitstorting van Gods Geest en onze Doop bewerken: dankbare kinderen – piepjong of stokoud, maakt niet uit! God heeft de Doop laten instellen om allen van die doorgaande uitstorting van Zijn Geest verzekerd te doen zijn!
(6a) En dat begint al wanneer wij de/onze Doop niet voor waarachtig houden en onze kinderen de dankbaarheid ontnemen door hen te leren dat dit ‘bad der wedergeboorte’ hen nog niet mag doen geloven dat ook op hen Gods Geest dagelijks uitgegoten wordt of door hen zelfs de Doop voorlopig maar te onthouden, omdat ze later maar moeten zien (beslissen) of het Evangelie (misschien) ook (iets) voor hen is.
(6b) Daarmee zegt Luther nog niet dat dit dan ook definitief over en uit is in een stad, streek of land, maar uitgesloten is dat niet.
(7) Zie Efeziërs 4 : 3-6.

Opgemerkt: Wanneer we op de voet volgen wat Gods Woord ons aan onderwijs over de Doop en het dopen geeft en dat laten spreken, dan doen we daar beter aan dan aandacht te vragen voor allerlei uitspraken en dooppraktijk van later tijd. In deze blog heb ik dat Gods Woord ‘op de voet volgen’ in praktijk gebracht: https://jc33nl.nl/2025/05/15/doop-toonbeeld-van-de-welwillendheid-van-god/

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 19 vraag 51 – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wanneer de Pleitbezorger komt Die Ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid Die van de Vader komt, zal Die over Mij getuigen. Ook jullie moeten Mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij Mij geweest.’ (Uit Johannes 15 de verzen 26-27)

Bron afbeelding: Mt Olive Lutheran Church of Santa Monica

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Doop toonbeeld van de welwillendheid van God?

Maar toen zijn de goedheid en de mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en Hij heeft ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad der wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de Heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus, onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zó zijn we als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.‘ (Uit Titus 3 de verzen 4-7, lees ook nog vers 8!)

Geciteerd: „Ik discussieerde een keer met een baptist over Handelingen 2. Hij zei op mijn uitleg: „Maar ik ben geen theoloog.” Dan houdt de discussie op. Dat is te simplistisch gedacht.
”De doop zegt vier dingen: God kán zalig maken; Hij wíl zalig maken, in Zijn geopenbaarde wil; Hij zál zalig maken, namelijk de uitverkorenen; en: Hij hééft zalig gemaakt, namelijk de bekeerden. Ik kan niet zeggen dat God alle gedoopte kinderen zál zalig maken, maar wel dat Hij het kán en wíl.
Baptisten geloven dat misschien ook, maar hun kinderen missen het bewijs dat ze erbij horen. De doop is als een trouwring: op zichzelf doet die niets, maar het is een beeld en bewijs. Waar de kinderdoop in stand wordt gehouden, tellen kinderen mee. Baby’s opdragen, zoals baptisten doen, vind ik een zwakke poging om dat gemis recht te zetten.
We moeten onze kinderen als verbondskinderen opvoeden, zonder hun de indruk te geven dat ze al wedergeboren zijn. De doop herinnert aan Gods welwillendheid om zalig te maken.”

Opgemerkt vooraf: Blijven luisteren naar elkaar en dan nagaan in Gods Woord of het klopt wat iemand zegt. De ‘Berea-mentaliteit’…

Opgemerkt 1: Helaas spreekt ook deze GG-predikant niet naar het eenvoudige onderwijs van Gods Woord over de Doop. Gods verbond kan en zal ook pas ter sprake gebracht dienen te worden na het onderwijs over de Doop en de bediening van de Doop. Zoals Paulus de gedoopte gemeente in Efeze over het deelkrijgen aan de verbondssluitingen en de beloften die daarbij horen onderwees met zijn woorden in Efeziërs 2.

Opgemerkt 2: Laten we de Joden op het Pinksterfeest en de heidense Korintiërs die zich lieten dopen maar als voorbeeld nemen. Het was de kracht van de Heilige Geest die de mensen daar bracht onder de verkondiging van de apostelen – dat was op geen enkele manier toevallig, denk bijv. ook aan de Ethiopiër aan wie Filippus het Evangelie ‘moest’ verkondigen, niets werd door de Heilige Geest aan het toeval overgelaten, ook het arriveren bij een plaats met veel water niet! – en het was de kracht van de Heilige Geest – niet de welbespraaktheid en hoeveelheid Bijbelteksten waarmee de apostelen kwamen aanzetten! – die de mensen bewoog om zich te laten dopen – en mogelijk haalden ze eerst nog hun vrouw en kinderen erbij om die gelijk ook te laten dopen. Petrus laat die uitnodiging uitdrukkelijk horen in Handelingen 2 : 39 en daarbij doelde hij op de belofte die de profeet Joël had laten horen en waarover hij even daarvoor gesproken had (zie Handelingen 2 : 16-21).

Opgemerkt 3: De Doop is het bad der wedergeboorte en alle dopelingen – jong en oud – ontvangen daarom vast en zeker allemaal de Heilige Geest naar Gods belofte. Natuurlijk moesten en moeten al die dopelingen zich dan wel stellen onder het getuigenis en het onderwijs van de apostelen, waarvan onze Heer gezegd heeft dat Hij met dat getuigenis en onderwijs zal zijn tot aan het einde van de wereld – dus tot aan Zijn wederkomst. De dopelingen in Jeruzalem en de dopelingen in Korinthe en ook die in Filippi, die moesten dus niet eerst catechisatie met Dooponderwijs volgen, nee ze werden gedoopt en daarna moesten ze als zuigelingen het ‘melk-onderwijs’ van de apostelen en hun medewerkers ontvangen en dat dus niet om daarna pas eerst nog wedergeboren te worden. Nee, door het bijwonen van de samenkomsten waar de apostelen en hun medewerkers de dopelingen onderwezen en met hen de maaltijden van de Heer gebruikten, daar was de Heilige Geest naar Zijn belofte aan het werk in de harten van de hoorders om hen te leren wat het is om een nieuw leven te leiden.

Opgemerkt 4: Paulus heeft de gemeente te Rome (en daarmee ook andere gemeenten en ook ons) ook nog weer het Doop-onderwijs laten horen in Romeinen 6. Hij zegt daar tegen die gedoopte gemeente: ‘Weten jullie niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus gedoopt zijn in Zijn dood. We zijn door de Doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in Zijn dood zullen we ook delen in Zijn opstanding…’ (Lees het weer of voor het eerst in Romeinen 6). Allemaal voldongen feiten dus – voor de gedoopten (jong en oud!) in een gemeente van Christus – waar Paulus het hier over heeft. En in Kolossenzen 2 : 11-15 klinkt het dooponderwijs beslist niet anders!

Opgemerkt slot: Wanneer het waar is wat deze GG-predikant zegt, namelijk dat we onze kinderen niet de indruk moeten geven dat ze al wedergeboren zijn, dan zijn die kinderen minder goed af dan in een baptistengemeenten waar ze worden opgedragen! Dat dit waar is dat zien we bij de vieringen van het Avondmaal in de GG. Want dan moet je eerst nog maar eens zien vast te stellen dat ook jij bij de uitverkorenen hoort en dat je een waar wedergeboren kind van God bent. En het heerlijke van de Doop is dat ze ons die vragen ‘uit handen slaat’. Net als wat voor de Ethiopiër gold is bij de Doop die wij ontvingen door onze Drie-enige God niets aan het toeval overgelaten!

Zie hierbij ook: ‘Als Christus niet aan de rechterhand van God zou zitten‘ en ‘Uit eigen overtuiging’?

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Wat zegt de Bijbel over kinderdoop? Ds. P. van Ruitenburg: Eenheid Oude en Nieuwe Testament is belangrijkste argument’ – door Kees van den Brink

Zo moeten jullie jezelf ook zien: dood voor de zonde maar in Christus Jezus levend voor God.’ (Uit Romeinen 6 : 11)

Bron afbeelding: PosterMyWall

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Sprong vanuit het mensenverstand?

Er staat geschreven: ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen. Waar is de wijze, waar is de Schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld‘ (Paulus in 1 Korintiërs 1 : 19-20)

Geciteerd: Volgens filosoof en theoloog Aurelius Augustinus (354-430) is er een sprong vanuit het gewone verstand* nodig om tot geloof te komen. Zijn devies luidde dan ook: ‘Ik geloof omdat het absurd is.’ Of, zoals het in het Latijn luidt: ‘Credo quia absurdum.’
* Daarmee betoonde hij zich niet een leerling van Paulus, maar wel van Plato!

Opgemerkt: Precies! Met Aurelius Augustinus werd het mensenverstand en mensenwijsheid in de christelijke kerk op de troon geheven en de welbespraaktheid van hem leverde toen al applaus-diensten op (niets nieuws onder de zon). Hij maakte zelfs van onze seksualiteit een verstandszaak, want het moest daarbij eerst en altijd weer gaan om het verwekken van nageslacht. Daarom durfde hij de vrouw die hij zich genomen had en bij wie hij een kind verwekt had niet meer in huis te nemen: stel je voor dat hij haar uit lust zou liefhebben en zich daarmee scharen onder de gewone mensen die nog altijd behept met en slachtoffer waren van hun vleselijke lusten. Hij wist dat hij als asceet zich kon aandienen en erkenning zou krijgen als voorganger in de christelijke kerk en dat ondanks het feit dat alle voorschriften over wie daar ambtsdragers mogen zijn dat niet toestaan (1). Maar een vrouw in het ambt dat was onvoorstelbaar, want wie had ooit gehoord van een vrouwelijke wijsgeer die zelfs mannen de baas was (zijn moeder, die hij de hemel in prees, kon best meepraten wanneer zijn wijsgerige vrienden op bezoek waren, maar die had helemaal niet door hoe geweldig ze was, itt hijzelf)

(1) Zie 1 Timoteüs 3 : 1-7.

Bron citaat: Filosofie Magazine – ‘Ik kan niet eens in mijn eigen bestaan geloven’ – door Simone Bassie en Michel Dijkstra

Broeders en zusters, toen ik bij jullie kwam om jullie het geheim van God te verkondigen, beschikte ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten jullie geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de Gekruisigde. Bovendien kwam ik bij jullie in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. De Boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door kracht van de Geest, want jullie geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.’ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘In de Schrift gegrond en daarom vast en onbeweeglijk’…

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het Hoofd is: Christus.‘ (Uit Efeziërs 4 vers 15)

Geciteerd: De ware kerk of geestelijke christenheid mag en kan op aarde hier geen hoofd hebben en kan door niemand op aarde, ook niet door een bisschop of paus of synode geregeerd worden. Alleen Christus in de hemel is het Hoofd van de kerk en alleen Christus regeert haar. (1) Dat bewijst zichzelf in de eerste plaats zo: hoe kan iemand hier een mens regeren die hij niet weet of kent? Wie kan weten of iemand echt gelooft of niet? (2) Ja, als het gezag van de paus zich zover zou uitstrekken, dan zou hij het geloof van de christenen kunnen nemen, regeren en vermeerderen, veranderen zoals hij dat zelf wilde – echter alleen Christus kan dat. In de tweede plaats bewijst het zichzelf uit de eigenschap en de natuur van het hoofd. Want een met het lichaam verbonden hoofd heeft de eigenschap dat het de ledematen regeert zodat hierdoor bewezen wordt dat alle leven wil en werk uit het hoofd voortkomt. (3) Wie heeft ooit iemand gezien die levend was met een dood hoofd? Vanuit het hoofd moet het leven komen, daarom is het duidelijk dat de geestelijke christenheid op aarde geen ander hoofd heeft dan alleen Christus. En hoewel iemand zou menen dat dit beeld en gezegde geen steek houdt, dan is het toch gegrond in de Schrift en staat vast en onbeweeglijk. Paulus zegt dat de christenheid alleen één Hoofd heeft: ‘Laten wij waar worden (dat is, niet uitwendig, maar oprechte, ware christenen zijn) en groeien in alle dingen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus. Uit Wie alle leden en het hele lichaam is samengevoegd, en het ene lid van het andere afhankelijk is in alle bewegingen, waardoor het ene het andere dient en helpt – zodat het ene lid voor het andere hoe langer hoe meer toeneemt in de liefde (vgl. Efeziërs 4 : 15 vv). Hier zegt de apostel duidelijk dat de verbetering en de bevordering van de christenheid, die het Lichaam van Christus is, alleen komt van Christus, Die haar Hoofd is. Christus is wel Heere over alle dingen, over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, over engelen en duivelen, over maagden en hoeren, maar Hij is niet het Hoofd van allen – dat is Hij alleen van rechtvaardige en gelovige christenen – beter: over de gedoopte (‘gewaarmerkte’ en ‘ingelijfde’) christenen, die nederig samenleven in Zijn gemeente en daar alle van God geschonken middelen eerbiedig en trouw gebruiken (AJ).

(1) Luther verwerpt hiermee niet de door Christus ingestelde ambten in Zijn gemeenten (vgl. Efeziërs 4 : 11), maar bedoelt dat de ene christen niet over de ander mag heersen (vgl. Lukas 22 : 25 vv).
(2) Zie o.a. 1 Korintiërs 4 : 1-5.
(3) Christus Die Zijn gemeente(n) als Hoofd werken wil door Woord en Geest en het gebruik van de sacramenten (Doop en Avondmaal). Vandaar dat ook de kinderen in Christus gemeenten gedoopt behoren te zijn.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 18 vraag 48: ‘Over de twee naturen van Christus’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Vanuit dat Hoofd krijgt het Lichaam samenhangm en wordt gesteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het Lichaam, dat zo Zichzelf opbouwt door de Liefde.’ (Uit Efeziërs 4 vers 16).

Bron afbeelding: Inspirational Bible Verse Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie