New Wine als ‘bijpraat-conferentie’ voor (ngk-)voorgangers?

En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen; Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi! Doch gij zult niet Rabbi* genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders. En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Eén is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is.’ (Uit Matteüs 23 de verzen 6-9)

* Jezus zou voor het woord rabbi in deze tijd het woord kerkleider gebruikt hebben. De apostel Paulus heeft enorm veel last gehad van dergelijke figuren in de gemeente van Korinthe en Galatië.

Vooraf: ‘De Predikantendag was er al sinds de start van New Wine in Nederland in 2003. Dit was vooral bedoeld als een netwerkdag. Vanaf 2017 kwam er een speciaal programma en drie jaar geleden werd er onder stafmedewerker Sander Ris een kerkleidersdag van gemaakt waarin ook niet-predikanten welkom zijn. In 2023 waren er nog 60 deelnemers, vorig jaar 70 en nu is het met 125 ‘ontploft’, vertelt Ris. New Wine werkt in de organisatie van deze dag samen met het Evangelisch Werkverband en de christelijke ontwikkelingshulp organisatie Tearfund.’

Geciteerd 1: Ten Brinke roept op om niet alleen te denken: hoe kan ik helpen, wat kan ik betekenen voor die ander? Maar juist op zoek te gaan naar de kracht van mensen in de omgeving. ‘Gebruik het potentieel van je wijk, vraag een schilder om te helpen of een saxofonist om te komen meespelen in de band van de kerk. Stop met helpen maar zoek naar de kracht van de mensen om je heen. Door hun te vragen om mij te helpen, schat ik hen op waarde, kunnen ze mij dienen en erken ik hen als mens.’

Opgemerkt 1: ‘Kunnen ze mij dienen’… Lees hierbij 2 Korintiërs 11 : 20-21 en Galaten 4 : 12-20. Het is ook een ontkenning van wat een samenkomst van christenen behoort te zijn, je zou daar nog liever acapella* hebben te zingen dan dat je daar muzikanten binnenhaalt, die het toneelspel op de kerkpodia alleen maar vergroten. En wanneer de leden van de gemeenten/kerken hun eigen voorgangers niet helpen (met opbouwende kritiek – zie 2 Korintiërs 13 : 9-10), dan neemt zelfs op de kansels het toneelspel de overhand.
* Acapella zingen betekent zingen zonder instrumentale begeleiding. De term komt van het Italiaanse “a cappella”, wat “in de stijl van de kapel” betekent, en verwijst naar de traditionele gewoonte van kerkkoren om zonder instrumenten te zingen.

Geciteerd 2: Biewenga waardeert in het bijzonder de ontmoetingen met collega’s. ‘Even bijpraten en vragen: hé, hoe doe jij dat nou? Dat soort gesprekjes tussendoor vind ik waardevol. Het gaat daarbij over de gemeenschap die je samen bent, over de persoon die je zelf bent en over de plek waar je kerkt. In die driehoek kun je zoeken hoe je kerk kunt zijn vandaag.’

Opgemerkt 2: Of kunnen die ngk-predikanten toch maar beter altijd weer, ook met elkaar, Gods Woord bevragen en bestuderen en dat dus niet op een conferentie van een beweging als New Wine.

Geciteerd slot: Tijdens de dag is er ook voor de kerkleiders een mogelijkheid een zogenoemd ‘profetisch woord’ te ontvangen, zoals dat op New Wine de gewoonte is. Dit gaat via een kaartje dat aan de deelnemer die dat wil, wordt gegeven. Voor sommige deelnemers blijkt dit bemoedigend te zijn. Soms blijkt het profetische woord echter aan de mysterieuze kant. Bij de toiletten vertelt een deelnemer dat de tekst op het kaartje verwijst naar een bijbelvers dat niet bestaat.’

> Zie ook nog (weer) deze blog(s): ‘Krijgt de Heilige Geest wel de ruimte in onze gemeente?‘ en ‘Wij hadden/hebben juist veel meer verwachting van de Heilige Geest!

Bron citaat: ND Geloof – ‘Kerkleidersdag New Wine drukker dan ooit. Wat drijft deze dominees om elkaar op te zoeken?’ – door Laura Dijkhuizen

Jullie waren zo goed op weg, wie verhinderd jullie de waarheid te blijven volgen? Niet Hij Die jullie geroepen heeft. Bedenk goed: Al een beetje desem maakt het gehele deeg zuur. De Heer geeft mij de overtuiging dat jullie en ik het daar volledig over eens zijn. Maar degenen die jullie in verwarring brengen zullen worden gestraft, wie ze ook zijn.’ (Uit Galaten 5 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over wedergeboorte en de Dordtse Leerregels…

Een mens kan allen ontvangen wat hem van de hemel gegeven wordt.’
(Uit Johannes 3 uit vers 27)

Opgemerkt 1: We hadden een goede dienst, afgelopen zondag. De predikant behandelde wedergeboorte aan de hand van de Dordtse Leerregels, maar daar wordt ik toch niet heel blij van. Het ligt allemaal zo eenvoudig. Bij de Doop verklaart God ons tot een kind van Hem. De Doop is het bad der wedergeboorte (Romeinen 6 en Titus 3). De Heilige Geest is het die de wedergeboorte werkt in Gods kinderen – welk kind heeft ooit zijn eigen geboorte bewerkt/gewerkt, daaraan moeten bijgedragen – en dat werk kan en wil en zal de Heilige Geest (blijven) doen – Hij zal dat werk beginnen en niet loslaten wat Gods hand begon in ons leven – en van onze kant zullen we gelovig en trouw en eerbiedig de van God gegeven middelen blijven gebruiken – dat is onze verantwoordelijkheid! Meer had er niet in de Dordtse Leerregels over wedergeboorte hoeven te staan!
En wanneer kinderen van God de Heilige Geest bedroeven door niet gelovig en trouw die middelen te gebruiken, dan weerstaan ze het werk van de Heilige Geest en bedroeven Hem en er staat ook geschreven dat we het vuur van de Geest niet moeten uitblussen – Zie Tessalonicenzen 5 : 19 en zie hierbij ook de woorden in 2 Timoteüs 2 : 8-13.

Opgemerkt 2: In Johannes 1 en 3 lezen we over het optreden en het getuigenis van Johannes de Doper en over het optreden en het getuigenis van onze Heer. Jezus zegt tegen Nicodemus: “Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat wij weten en we getuigen van wat we gezien hebben (1), maar jullie (2) accepteren ons getuigenis niet.”

(1) Johannes getuigenis over Jezus luidde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. Nog wist ik niet wie Hij was, maar Hij Die mij gezonden heeft om met water te dopen (1b), zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene Die doopt met de Heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’ (zie Johannes 1 : 32-34)
(1b) Johannes zegt hier wel dat hij ‘(slechts) met water doopt’, maar toch was de Heilige Geest wel degelijk aan het werk door de doop van Johannes en daarmee ook in de harten van de mensen die gehoor hadden gegeven aan zijn oproep en onderwijs tot bekering en zich door hem hadden laten dopen. Dat blijkt wel heel duidelijk uit wat we lezen in Lukas 7 : 24-30.
(2) ‘Jullie’ dat zijn de Schriftgeleerden en Farizeeën, die zich niet onder de oproep tot bekering en de doop van Johannes hadden willen laten vernederen en daarom misten (en weerstonden!) zij het werk van de Heilige Geest in hun harten (3). Die had hen de ogen willen openen voor de komst van hun lang verwachte Messias en hoe Gods gerechtigheid door Hem in vervulling zou gaan. Maar mogelijk had Nicodemus (als uitzondering onder de Farizeeën) zich al wel laten dopen en had Hij Jezus onderwijs nodig – zoals ook de andere mensen die bij Jezus kwamen om van Hem te leren – w.o. ook twee leerlingen van Johannes de Doper, die Johannes vanwege hun vragen aan hem, naar Jezus gestuurd had om van Hém antwoord te ontvangen (4) – we lezen daarover in Lukas 7 : 18-30. Dat nodige onderwijs heeft onze Heer Jezus zijn nachtelijke bezoeker Nicodemus niet willen onthouden en dat is niet zonder vrucht gebleven!
(3) Jezus woorden ‘Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden‘ – uit water (Doop) en Geest, zie Johannes 3 : 5 – en ‘De wind waait waarheen Hij wil en je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met ieder die uit de Geest geboren is‘ zullen we hier toch moeten betrekken op het leven en werk Johannes de Doper en dat van Jezus Zelf. De Heilige Geest had Johannes aangedreven om Gods werk te doen in de woestijn bij de Jordaan en dus niet in het ‘theologisch centrum’ van Jeruzalem onder de hoede van de Farizeeën en Schriftgeleerden. Dat hadden de Schriftgeleerden en Farizeeën moeten opmerken, want de bijzondere geboorte en het bijzondere van het werk van Johannes was niet onopgemerkt – ‘ongehoord’, ‘je hoort zijn geluid’, God laat het niet geruisloos gebeuren! – aan hen voorbij gegaan! En het bijzondere werk dat onze Heer begonnen was om te doen, dat was aan de Farizeeën en Schriftgeleerden ook niet onopgemerkt voorbij gegaan, dat blijkt wel uit de woorden waarmee Nicodemus het gesprek opent.
(4) Zie hierover deze blog: https://jc33nl.nl/2020/03/27/johannes-de-doper-bleef-naar-jezus-verwijzen/

> Leestip: De zeven brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië (Openbaring 2 t/m 3) en deze blog met woorden van Dietrich Bonhoeffer: ‘Eens en voorgoed… (Christelijke zielszorg… (VI)

N.a.v. een preek over wedergeboorte aan de hand van wat we daarover kunnen lezen in de Dordtse Leerregels.

Johannes antwoordde: “Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uitgezonden. De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.‘ (Uit Johannes 3 de verzen 27-30)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Krijgt de Heilige Geest wel de ruimte in onze gemeente(n)?

Ik dank onze God altijd voor jullie, omdat Hij jullie in Christus Jezus
Zijn genade heeft geschonken.’ (Uit 1 Korintiërs 1 vers 4)

Opgemerkt (CvW): Je kunt je ook ernstig afvragen of de Heilige Geest in bepaalde kerken wel de ruimte krijgt die Hem toekomt.
Opgemerkt (AJ): De oplossing is dan niet de New Wine beweging binnenhalen, maar de kerkleden (leden van een gemeente/kerkgemeenschap) dienen dat dan in hun eigen gemeenschap op een bescheiden manier onder de aandacht te brengen en aan de orde te stellen. Dat hebben wij en dat heb ik binnen onze eigen gemeente en kerkgemeenschap ook zo gedaan, niet altijd met de bijval (applaus?) waarop gehoopt en om gebeden werd/wordt, maar of het gehoord en toegepast wordt zullen en mogen we aan Gods beleid overlaten.

Opgemerkt (HR): Het is geen doel op zich. New Wine is ontstaan vanuit het verlangen om (leden van) kerken en geloofsgemeenschappen toe te rusten en te versterken in hun geloof, met name door de rol van de Heilige Geest te benadrukken die vaak onderbelicht is in (van oorsprong) wat meer traditionele gemeenschappen.

Opgemerkt (AJ): Nee, dat is niet realistisch (waarheidsgetrouw) voorgesteld op deze manier! (1) Laten we een voorbeeld nemen aan Paulus, die zijn eerste brief aan de gemeente in Korinthe begint met God te danken dat in deze jonge gemeente ‘Jezus en Die gekruisigd‘ en ook ‘opgestaan uit de dood voor onze rechtvaardiging‘ als het ‘het (apostolisch) getuigenis over Christus‘ in deze gemeente ‘verankerd‘ is en daardoor is het dat het in deze gemeente aan geen enkele gave van de Geest ontbreekt – zie Paulus woorden in 1 Korintiërs 1 : 4-9. Dat laatste is een geloofsuitspraak van de apostel. De Heilige Geest doet zo’n belijdende gemeente (dat is nog wat anders dan een pretenderende gemeente!) niet tekort. Dat staat vast. Maar die ‘om niet’ geschonken gaven ook goed weten te gebruiken, dat moest nog geleerd worden met hulp van het doorgaande onderwijs van de apostelen. Dat blijkt wel heel duidelijk uit beide brieven aan deze gemeente. In die gemeente waren er blijkbaar ook al snel ‘kerkleiders’ die hoog opgaven over wat de Geest hen had toebedeeld en die meenden dat anderen nog wel wat meer van de Geest mochten leren ontvangen om op het niveau van henzelf te komen. Maar Paulus snoert zulke grootsprekers direct de mond, zoals we kunnen lezen in 1 Korintiërs 3 en 4 en later ook nog weer in de tweede brief (2 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 tot het slot).

(1) Het gaat bij de manier van New Wine toch beslist niet in het spoor dat de apostelen ons gewezen/onderwezen hebben.

> Zie ook deze blog over New Wine 2025: ‘Het Evangelie aan de hele wereld brengen.‘ en deze blog over New Wine 2024; ‘Moeten leken het (weer) leren van (ingehuurde) professionals?

N.a.v. ‘New Wine wil de Geest centraal stellen in de kerk. ‘We hebben het vaak óver God alsof Hij er niet bij is’’ (ND Geloof, Maaike Legemaat)

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een (kerk)dienst wordt afgesloten met een lofzang!

‘Juich de HEER toe, heel de aarde,
dien de HEER met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang.’
(Uit Psalm 100 uit de verzen 1-2)

Geciteerd: Hierbij moeten we overwegen dat er zowel in de Stadskerk als in de Slotkerk diensten (a) werden belegd en dat daar meerdere predikers bij betrokken waren. Aan doctors in de Theologie was er in Wittenberg geen gebrek. Dr. Johannes Bugenhagen (Wollin, 24 juni 1485 – Wittenberg, 20 april 1558) was de vaste predikant van de Stadskerk. Als vriend van Maarten Luther was hij niet alleen zijn vertrouweling en biechtvader, maar sloot hij ook Luthers huwelijk met Katharina von Bora, doopte hun kinderen en sprak hij Luthers grafrede uit.
Behalve de vele kerkdiensten (a) was er nog Bijbels en christelijk onderwijs voor de jeugd. Luther zag schoolgaan als een dure plicht, vooral gericht op het leren kennen van Gods Woord en het vormen van christelijke burgers. Voor hem was onderwijs geen neutraal terrein, maar een geestelijke zaak, waarin het Evangelie centraal stond. Daarom drong hij aan op een breed en Bijbels schoolonderwijs onder verantwoordelijkheid van de overheid. Opmerkelijk voor zijn tijd is dat Luther ook aandringt op onderwijs voor meisjes. Hij vond dat meisjes net zo goed de Schrift moesten kunnen lezen en begrijpen als jongens.

Orde van de kerkdiensten in de Wittenberg (1526)

Omdat van de gehele godsdienst (a) het hoogste en voornaamste stuk is Gods Woord prediken en onderwijzen, daarom willen wij dat dit onder ons ook wordt onderhouden door prediken en lezen. Op de heilige dag of zondag laten we de gewone Brief- en Evangelievoorlezingen onveranderd blijven bestaan en worden er drie preken gehouden. In de vroege dienst om vijf of zes uur zingt men ook enige Psalmen als morgengebed; zoals vroeger de Metten [of het Nachtgebed]. Daarna predikt men verder uit de Apostolische Brieven, allermeest voor het personeel (1), zodat zij ook geestelijke verzorging krijgen en toch Gods Woord horen, als ze naar de andere prediking niet hebben kunnen komen.

Na de diensten zingen we een Antifoon [als antwoord op de prediking] en het Te Deum Laudamus [oudchristelijk loflied] of het Benedictus [Lofzang van Zacharias] afgewisseld met het Onze Vader en de Collecten [oude liturgische gezangen met een offerthema]. De dienst wordt afgesloten met het Benedicamus domino [Laten wij de Heere loven] (2) (b). In de dienst van acht of negen uur preekt men uit het Evangelie volgens de bekende jaarlijkse volgorde.

(a) Als we een samenkomst van de gemeente (persé) een (ere)dienst willen noemen, laten we dan goed beseffen dat het op zondag een rustdag voor ons is – ten bate van alle mensen*, ook voor de dienstknechten/dienstmeiden en de ‘werkdieren’ (denk aan de werkpaarden) – net zoals de sabbat dat was voor de Israëlieten in de woestijn. Ze mochten dan eten van het manna dat ze de dag ervoor verzameld hadden (zo verzamelen de predikanten het Woord om er op zondag van uit te delen).
* Zie Jezus woorden over de sabbat in Markus 2 : 23-28 en ook de overdenking bij (c)
(b) Lijkt me ook voor onze samenkomsten/diensten een gouden regel. Het ons (weer) verkondigde Evangelie verdient onze dankbaarheid als antwoord.

(1) Het personeel (in dienst van de adellijke families of knechten van boeren) dat (toen nog) niet de hele zondag vrij was/kreeg.
(2) Later zouden berijmde Psalmen en andere geestelijke liederen in de volkstaal een grotere plaats in de eredienst innemen, zodat, op de uitgesproken wens van Luther, de gemeente meer bij het zingen betrokken zou zijn.

(c) https://classisgroningendrenthe.nl/de-sabbat-voor-de-mens-niet-de-mens-voor-de-sabbat/

Bron citaat: Wekelijks toegezonden Luthercitaat van maandag 21 juli 2025 – aan/afmelden via info@maartenluther-citaten.nl of homepage van www.maartenluther.com

‘De HEER heeft zijn overwinning bekend gemaakt
voor de ogen van de volken Zijn gerechtigheid onthuld’ (d)
(Uit Psalm 98 vers 2)

(d) Zie Kolossenzen 2 : 15.

Bron afbeelding: Versaday

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Het Evangelie aan de hele wereld brengen’…

Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te (gaan) verkondigen waar Christus al bekend (gemaakt) was. Ik wilde niet op het fundament dat een ander gelegd had (zie 1 Korintiërs 3 : 10-15 vv) bouwen, want er staat geschreven: “Zij aan wie Hij niet verkondigd is, zullen zien; zie die niet over Hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen”.’ (Uit Romeinen 15 uit de verzen 18-24 : 19-21)

Geciteerd: De New Wine Zomerconferentie, die zaterdag in Liempde begint en een hele week duurt, legt dit jaar de nadruk op kerk-zijn. ‘We hebben heel de kerk nodig om het hele evangelie aan de hele wereld te brengen.’

Opgemerkt 1: De enige plek waar wij leren om het licht van het Evangelie te laten schijnen op de plaats die ons – als gedoopte leden van Christus gemeente(n) – gegeven is, dat is in het samenleven van de plaatselijke gemeente met haar samenkomsten rondom Woord en Sacrament (Doop en Avondmaal). Aan die plaats heeft onze Drie-enige God zijn beloften verbonden en alleen daar in dat eenvoudige gebeuren wil de Geest aanwezig zijn en werken. Op plaatsen waar wij de Geest op sleeptouw nemen – en dat kan zelfs gaan gebeuren in een plaatselijke gemeente hebben wij ondervonden! – zoals gebeurd op het soort van opwekkingsconferenties als New Wine, daar trekt Hij Zich terug en geeft Hij graag de mensen daar de gelegenheid om zich te beroemen op al dat mensenwerk wat daar gebeurd om Woord en Geest ‘aan de man’ te brengen.

Opgemerkt 2: Het Evangelie aan ‘heel de wereld’ verkondigen dat hebben (in feite) de apostelen al voor ons gedaan en we worden niet opgeroepen om nu overal mensen klaar te stomen om het Evangelie aan de hele wereld te brengen. Wanneer ieder op zijn of haar plek in deze wereld het Evangelie leert léven in de ‘praktijk van alledag’ (dat eerst) en zó doende het Evangelie uitdraagt met woord en daad (en ‘nalaat’!) – zonder de evangelist te moeten ‘uit te hangen’ wegens een opgelegd ‘God wil het’ (en dat kan heel slinks gebeuren!), dan kan de Heilige Geest Zijn werk in en door ons (gaan) doen in deze wereld, zonder dat wij Hem met wat wij zo graag willen in de weg lopen. Maar dat gebeurd niet op zo’n manier dat je dat op conferenties kunt leren of dat je daarmee op conferenties voor de dag kunt komen. Zelfs een gemeenteavond is voor dat laatste vaak al niet goed geschikt…

Geld of kleding (onderscheidende apostelkleding?) heb ik van jullie niet verlangd; Jullie weten wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik jullie getoond dat jullie de zwakken zo, door hard te werken (met het oog op hen), moet steunen, indachtig de woorden van de Heer…’ (…) ‘Ik zal mijn werk (bij en voor jullie, Korintiërs) op dezelfde manier blijven doen om die ‘apostelen’ (onder jullie) de kans te ontnemen dezelfde roem te oogsten als wij. Schijnapostelen zijn het…’ (Uit Handelingen 20 uit de verzen 32-35 en 2 Korintiërs 11 uit de verzen 5-21 : 12-13).

Bron citaat: ND Geloof – ‘Zomerconferentie New Wine zoomt in op de kerk. ‘Verdeeldheid helpt het evangelie niet’’ – door Hilbert Meijer.

Ik heb me aangesteld als een dwaas (zie 11 : 22-33 en 12 : 1-10), maar jullie hebben me ertoe gedwongen. Jullie hadden mij zullen aanbevelen…’ (Uit 2 Korintiërs 12 : 11 vv)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Eenzaam aan de Avondmaalstafel je uitverkiezing overpeinzen en verkondigen?

Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.’ (Uit het doop-onderwijs van Romeinen 6 vers 23)

Geciteerd: De blinde en dolle geest weet niet dat de verdienste en de verkondiging van de verdienste van Christus twee verschillende dingen zijn; en hij roert die door elkaar (1). Christus heeft éénmaal de vergeving van de zonden aan het kruis verdiend en voor ons verworven, maar deze verkondigt Hij waar Hij is, altijd en op alle plaatsen. Zoals Lukas aan het slot van zijn evangelie schrijft: ‘Zo staat geschreven dat Christus moest lijden en op de derde dag uit de dood opstaan (dit gaat over Zijn verdienste), en in Zijn Naam heeft laten prediken boete en vergeving van zonden‘ (dit gaat over de verkondiging van Zijn verdienste, zie Lukas 24 : 46 vv). Daarom zeggen wij dat in het Avondmaal de vergeving der zonden niet is omwille van het eten en drinken (en overpeinzen), of dat Christus daar Zelf de vergeving der zonden (nog weer) verdient of verwerft, maar omwille van het Woord, waardoor Hij deze vergeving van zonden aan ons verkondigt en zegt: ‘Dit is Mijn lichaam, dat voor u/jou wordt gegeven.’ Hier horen we dat wij het lichaam, als voor ons gegeven, eten en dit ook horen en geloven ín (en door) het eten. Daarom wordt de vergeving, die voor ons aan het kruis verworven is, daar – aan de Avondmaalstafel – verkondigd. (2)
[Maarten Luther: Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament, 1525, vgl. WA 18, 203, 27-38, Abendmahl Christi, Bekenntnis, 1528, vgl. WA 26, 294, 23-36]

(1) Zie hierbij deze blog: ‘Alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde…
(2) En door deel te nemen belijden en verkondigen wij het ons verkondigde Evangelie ook aan elkaar en hebben (‘oefenen’) wij daar door de Geest gemeenschap met elkaar – zie 1 Korintiërs 11 : 26 en 12 : 12-14.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 29 vraag 79: ‘Waarom noemt dan Christus het brood Zijn lichaam en de drinkbeker Zijn bloed of het Nieuwe testament in Zijn bloed, en Paulus de gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Bron afbeelding: Inspirational Bible Verse Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde.’

‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één Lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrijen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.’ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 13-14)

Geciteerd: Jij ellendige geest, waarom bestrijd je niet de hoofdzaken? Waarom bestraf je onze leer niet? Je beschuldigt ons ervan een vreemde leer te brengen, die je ons aanwrijft en toedicht en die onze leer niet is. Wat is gemakkelijker: een leugen verzinnen en erover uitweiden óf erover strijden en de overwinning behalen? Dít is echter onze leer: dat brood en wijn niets helpen. Ja, dat ook het lichaam en bloed in brood en wijn niets helpen. Ik wil nog meer zeggen: dat Christus aan het kruis met al Zijn lijden en dood niets helpt, zelfs niet wanneer dat ook – zoals jij leert – op het aller begeerlijkste, warmste en hartelijkste verstaan en overdacht zou worden. Er is voornamelijk nog iets anders nodig. Wat dan? Het Woord, het Woord, het Woord! Hoor je dat goed, leugengeest! Het Woord moet het doen en doet het! Want of Christus duizendmaal voor ons gegeven en gekruisigd zou zijn, dan was het alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde en schonk en tot mij sprak: ‘Dit is voor jou, neem het en heb het voor jezelf.’ (1)

Ook dit nog: als ik volgens de leringen van Karlstadt (2) de gedachtenis en de erkentenis van Christus in het avondmaal met zo’n groot verlangen en eerbied zou oefenen dat ik er bloed van zweette of mijzelf erom liet verbranden, dan zou dit alles nog tevergeefs en geheel verloren zijn. Dan was het immers nog maar enkel en alleen werk en gebod. Het is dan geen ‘geschenk’ of Gods Woord, waardoor Christus’ lichaam en bloed aan mij wordt aangeboden en geschonken.

Er gebeurt met mij niets anders dan dat er voor mij ergens een kist met guldens of een grote schat was begraven of werd bewaard. Dan zou ik dat tot aan mijn dood kunnen ‘gedenken’ en mij met alle ‘erkentenis’ daarover kunnen verblijden. Bovendien, zou ik daarbij zo’n groot verlangen en hevig begeren naar deze schat kunnen ondervinden dat ik er ziek van zou worden. Maar wat zou mij dit alles baten als deze schat nooit voor mij geopend, nooit aan mij gegeven, nooit bij mij gebracht en nooit aan mij in eigendom werd gegeven?

[Maarten Luther: Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament, 1525, vgl. WA 18, 202, 28 – 203, 13]

(1) Bedenk hoe Jezus het Evangelie aan de discipelen liet verkondigen door de vrouwen die als eersten bij het graf waren geweest en hoe onze opgestane Heer Zich openbaarde aan de Emmaüsgangers.
(2) Luther stond al spoedig na de reformatie als het ware tussen twee vuren: aan de ene kant was er de toen heersende kerk waar hij zich tegen moest verdedigen en aan de ander kant waren er de geestdrijvers en enthousiasten – Luther noemt ze hier ‘de hemelse profeten’ – waar hij heel wat mee te stellen had. Het onderstaande citaat komt uit een geschrift uit 1525: ‘Wieder die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sakrament’. Dr. Andreas Karlstadt (1486-1541) die in het citaat met name wordt genoemd, was aanvankelijk een collega en vriend van Luther. Tijdens Luthers verblijf op de Wartburg (1521/22) wilde Karlstadt, mede onder invloed van de ‘Zwickauer profeten’, de juist begonnen reformatie radicaliseren. Luther en Karlstadt zijn in theologisch opzicht steeds verder uit elkaar gegroeid. De onderlinge verschillen liepen voornamelijk over het goede gebruik van de middelen der genade: Woord en sacramenten (Doop en Avondmaal).

Zie ook deze blog: ‘Eenzaam aan de Avondmaalstafel je uitverkiezing over peinzen en verkondigen?

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 29 vraag 79: ‘Waarom noemt dan Christus het brood Zijn lichaam en de drinkbeker Zijn bloed of het Nieuwe testament in Zijn bloed, en Paulus de gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Jezus​ antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem ​liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen. Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft. Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf. Maar de Trooster, de ​Heilige​ ​Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.’ (Uit Johannes 14 de verzen 23- 26)

En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van ​hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de ​Christus​ dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? En Hij begon bij ​Mozes​ en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.’ (Uit Lucas 24 de verzen 25-27)

Iedereen die Ik liefheb wijs Ik terecht en bestraf* Ik. Zet je dus volledig in en breek met het leven dat je nu leidt. Ik sta voor de deur en ik klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en wij zullen samen eten, Ik met hem/haar en hij/zij met Mij.‘ (…) ‘Wie oren heeft moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.‘ (Uit Openbaring 3 de verzen 19-20 en 22)
* Lees hierbij Hebreeën 12!

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘In Hem leven en bewegen wij en zijn wij’

(Bovenstaande woorden uit Handelingen 17 vers 28) (1)

Geciteerd: Wat is dan het sacrament van het Heilig Avondmaal? Antwoord: Het is het ware lichaam en bloed van de Heere Christus, in en onder brood en wijn dat door Christus’ woord aan ons christenen bevolen is te eten en te drinken. En zoals van de Heilige Doop gezegd is dat het niet gewoon water is, zo zeggen wij ook dat het sacrament brood en wijn is, maar niet alleen brood en wijn die men gewoonlijk op tafel zet, maar brood en wijn in Gods Woord begrepen en daarmee verbonden.
Het Woord (2), zeg ik (3), is het wat dit tot sacrament maakt en onderscheidt, zodat het niet gewoon brood en wijn, maar dat nu, naar het woord van onze Heer, Christus’ lichaam en bloed is dat door ons gegeten en gedronken wordt. (4)
Nu is dit niet een woord en instelling van een vorst of keizer, maar van de hoogste Majesteit, voor Wie alle schepselen moeten neerknielen en zeggen dat het is zoals Hij het zegt, en het met alle eer, vrees en deemoed aannemen. Door dit Woord kun je je geweten (laten) versterken en zeggen dat ook al zouden honderdduizend duivels met alle dwepers (en zich deskundig voordoende voorgangers en theologen) beweren: ‘Hoe kan brood en wijn Christus’ Lichaam en bloed zijn?’ enzovoort, dan weet ik (3) dat alle geesten en geleerden bij elkaar niet zo verstandig zijn als de Goddelijke majesteit in Zijn pink. (5)
Nu staat hier (dus, in Matteüs 26) Christus’ woord: ‘Neem eet, dit is Mijn lichaam‘, ‘Drink allen daaruit, dit is het Nieuwe Testament in Mijn bloed‘, enzovoort. Daarop houden wij het, en wij zullen hen in het oog houden die Hem willen bemeesteren en het anders maken dan Hij het heeft gesproken.
Het is wel waar wanneer je het Woord wegneemt en het sacrament zonder het Woord bekijkt, je niets anders hebt dan gewoon brood en wijn. Maar wanneer deze woorden erbij blijven – zoals terecht en noodzakelijk is (6) – dan is het in overeenstemming met die woorden werkelijk Christus’ lichaam en bloed. Want zoals Christus’ mond spreekt en Hij het zegt, zo is het (7), want Hij kan niet liegen of bedriegen.
[Maarten Luther: Der Grosse Katechismus, 1529, vgl. WA 30.1, 223, 22 – 224, 12]

(1) Alle leven en heel Gods Schepping is doortrokken van Gods woord en Geest, maar toch zullen wij niet alles wat God werkt en werken wil in Zijn schepselen en (dus) ons mensen ‘Heilige Geest’ noemen. Dát werk van Hem heeft God afgezonderd en daarvoor zullen wij het onderwijs van Gods Woord hebben te beluisteren en volgen (met gebed om de leiding van de Heilige Geest daarin), om alleen dat werk aan de Heilige Geest toe te schrijven, zoals Gods Woord ons daarover onderwijst. (1a)
(1a) Zo zullen wij wat de Griekse wijsgeren aan wijsheid verzameld en ‘verkondigd’ hebben niet als werk van de Heilige Geest hebben te beschouwen en te noemen (aan te wijzen)!
(2) Het Woord van God dat van eeuwigheid tot in eeuwigheid levend en krachtig is door de Heilige Geest (2a).
(2a) Zie o.a. Jesaja 55 : 10-11, Johannes 1 : 1-5, Hebreeën 4 : 12-13.
(3) ‘zeg ik/weet ik’ lezen als: dienen wij (eenvoudig) te belijden (na te spreken) op grond van het onderwijs van Gods Woord.
(4) Naar de woorden van onze Heer zoals we daarover lezen in Matteüs 26 : 26-28 en 1 Korintiërs 11 : 23-26 (en vers 29!).
(5) Zie o.a. 1 Korintiërs 1 : 19-22 en 30-31, 2 : 6-13 en 3 : 18-18-23 en 4 : 18-20.
(6) Daarom worden ze ook altijd weer voor ieder verstaanbaar uitgesproken aan de Avondmaalstafel.
(7) Denk hierbij ook aan Christus’ woord tot het water in de vaten op de bruiloft te Kana, of tot de ogen van een blinde, of tot de benen van een verlamde man en tot de gestorven Naïn en Lazarus (resp. Johannes 4, Johannes 9, Lukas 5 en 7 en Johannes 11).

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 29 vraag 78: ‘Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus (aan ons meegedeeld)?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed van de Heer‘ (…) ‘Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn of haar eigen oordeel, wanneer men het lichaam niet onderscheidt‘ (Uit 1 Korintiërs 11 de verzen 27 en 29)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ontwaakt er een ‘dopers activisme’ vanwege de (vermeende) eindtijd?

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar aansporen… om lief te hebben (!) en goed te doen (!), en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer (!) naarmate wij de dag van Zijn komst zien naderen.’ (Uit Hebreeën 10 de verzen 24-25)

Geciteerd: ‘Ik denk dat de Heere Jezus spoedig terugkomt, de tijd is zeer kort. Mensen moeten wakker worden en vandaag nog geloven in de Heere Jezus.’ (1)

Opgemerkt: Deze motivatie om allemaal tot grote zendingsactiviteit te komen, die zou je toch zeker ook wel kunnen horen op een zendingsbijeenkomst van de GG. De vraag is dan toch wel of Gods Woord ons ook (maar enige) aanleiding geeft om op deze manier ieder lid van de gemeente aan te sporen om mensen met het Evangelie te gaan ‘bestoken’. Deze vraag dienen we ontkennend te beantwoorden. Om dat te onderbouwen kunnen we (o.a.) terecht in de twee brieven van de apostel Paulus aan de Tessalonicenzen.
We lezen daar namelijk wel over aansporingen om – ondanks de onderdrukking die tegen hen op gang was gekomen – als leden van Christus gemeente liefdevol en vredelievend en zorgzaam met elkaar samen te leven, naar het voorbeeld van Paulus en zijn medewerkers, maar de gemeente wordt niet aangespoord om nu eerst en vooral ook de gemeente als zendingswerkers op te leiden en zendingswerk te gaan bedrijven. Wel worden ze aangespoord om een verwachtingsvol leven te leiden, maar dat bepaald niet door het gewone werk waarmee ze hun brood verdienden en verdienen, en waardoor en waarmee ze ook de behoeftigen in hun gemeente en in hun omgeving van het nodige kunnen voorzien, te verwaarlozen. Lees het na in 1 Tessalonicenzen 4 en 5. (2)
In de tweede brief wordt de onderdrukking van deze gemeente nog weer genoemd en dan worden ze ook gewaarschuwd voor mensen die beweren dat de dag van de wederkomst zeer nabij is, maar dan roept Paulus de gemeente op die mensen geen aandacht te geven, maar te blijven bij het onderwijs zoals zij dat van de apostelen inmiddels al over een langere tijd ontvangen hebben (zie 2 Tessalonicenzen 2 : 13-17). Toch blijken de ‘inperkingen’ die de apostel de gemeente oplegt een snelle verspreiding van het Evangelie niet te hebben tegengewerkt, we lezen dat in de verzen 1-5 van het derde hoofdstuk van de tweede brief. En dan worden tot slot de gemeenteleden opnieuw opgeroepen om hun gewone werk te blijven doen en dát nuttig te maken ten bate van hun naasten – lees hierbij ook Titus 3 : 8 en Handelingen 20 : 32-35.

(1) Van den Heuvel (van Christengemeente Werkendam) erkent desgevraagd dat zijn acties steeds heftiger worden. „Ik begrijp dat het provocerend overkomt en dat het volgens mensen alle perken te buiten gaat. We doen het vanuit een bewogen hart met verloren zielen. We zijn van mening dat mensen in dergelijke kerken verstrikt zitten in de leer van de uitverkiezing en van het niet kunnen geloven uit zichzelf. Ik denk dat de Heere Jezus spoedig terugkomt, de tijd is zeer kort. Mensen moeten wakker worden en vandaag nog geloven in de Heere Jezus.”
(2) Misschien gingen ze – in plaats van hun gewone werk te doen – liever naar de markt- en tempelpleinen om daar de mensen aan te spreken over het Evangelie.

Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij jullie op jullie niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij jullie hebben doorgegeven. Jullie weten zelf wat het betekent ons voorbeeld na te volgen. Toen we bij jullie waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd en op niemands kosten geleefd. Integendeel we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van jullie tot last te zijn.’ (Uit 2 Tessalonicenzen 3 uit de verzen 6-18 : 6-8 en lees hierbij ook de woorden van Paulus in 2 Korintiërs 11 : 5-15!)

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Christengemeente Werkendam uit zich steeds heftiger richting Gereformeerde Gemeenten – door Kees van den Brink

Bron afbeelding: DeviantArt-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zwingli en Calvijn hadden (hieraan*) werkelijk niets toe te voegen…

En ze aten allemaal hetzelfde Geestelijke voedsel en ze dronken allemaal dezelfde Geestelijke drank. Ze dronken uit de Geestelijke Rots Die hen volgde – en die Rots was Christus.‘ (Uit 1 Korintiërs 10 de verzen 3-4)

[Behandelde tekst: Exodus 16 : 14-21, slotwoord over de geestelijke betekenis van het manna, 1525]

Geciteerd: Wij kunnen op meer plaatsen in de Schrift horen dat al Gods gaven en wonderen, wanneer ze niet bij of in het Woord van God begrepen zijn, niets helpen. Als Gods Woord niet bij het water van de Doop zou zijn, dan was het niets. Idem: als Gods Woord niet bij het manna [of brood] zou zijn, dan zou het deze kracht niet hebben. Dat bedoelt Christus als Hij zegt: ‘Zij hebben het allen gegeten en zijn evenwel gestorven‘ (vgl. Johannes 6 : 49), want zij hebben het daarmee verbonden Woord niet gegeten, daarom werden zij niet behouden. (1)
Dit alles heeft ook een geestelijke betekenis. Op deze manier heeft God door het manna het ware Manna willen aanwijzen, dat Hij, Christus, Zelf is, zoals hij dat in de tekst van Johannes het ook uitlegt (Johannes 6 : 50). Hij zegt ‘Dit is het Brood‘, en wijst op het ‘echte Manna’, dat is op Zichzelf. Hij zegt: ‘Nu weten jullie wat het echte Manna is dat jullie vaders gegeten hebben’.
Jullie weten echter hoe en in welke vorm [gestalte] Christus het Brood is, maar men moet het niet eten op de manier zoals de Joden het begrepen. Zij zeiden: ‘Hoe kan Deze ons Zijn vlees aan ons geven?‘ (Johannes 6 : 52). Want zij dachten dat zij Zijn vlees met hun tanden moesten verscheuren en [Zijn bloed], met hun mond drinken. Maar zoals het een Geestelijke spijs is, zo moet men het ook Geestelijk het eten. Eten betekent hier geloven. Door en in het geloof moet men de spijs ontvangen, namelijk dat Christus’ vlees voor ons gedood [verbroken] en Zijn bloed voor ons vergoten is. Christus wil zeggen: wie gelooft dat Ik door de Vader gezonden ben, opdat ik Mijn vlees en bloed voor jullie – en voor allen die Mijn Woorden horen en in geloof aanvaarden – geef, want die ontvangen en eten het ware Manna en zullen niet sterven. Want dit is ons geloof, dat wie gelooft in Christus, gestorven voor onze zonden, die zal zalig worden.
Men moet geloven in Christus, gestorven en opgestaan uit de dood. ‘Wie het vlees en het bloed van Christus eet en drinkt, die heeft het eeuwige leven‘ (Johannes 6 : 54).
[Maarten Luther: Predigten über das 2. Buch Mose, 1524-1527, vgl. WA 16,304, 19-305,24]

* …met en door hun (avondmaals)theologie aan deze Woordverkondiging.

(1) Beter te zeggen: zij hebben het daarbij gegeven Woord van God niet geloofd en daarom hebben ze het beloofde land niet kunnen binnengaan, maar zijn ze omgekomen in de woestijn – zie hierbij Hebreeën 3 : 12-19.

> Leestips: Exodus 16 : 14-21 (15!+34), Jesaja 55 : 10-11, 1 Johannes 10 : 30-36 vv, Korintiërs 10 : 1-17.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 28 vraag 76: ‘Wat is dat te zeggen, het gekruisigde lichaam van Christus eten en Zijn vergoten boed drinken?’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij eten ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen (!) deel aan dat ene Brood.’ (2) (Uit 1 Korintiërs 10 de verzen 16-17)

(2) Daarom zullen we niet alleen de ‘enkelingen’ die menen het heil zich inmiddels ‘toegeëigend’ te hebben, als ‘ieder ‘voor zich’ (en God moet maar zorgen dat de ‘rest’ op een gegeven moment ook mag meedoen?) het Avondmaal laten vieren.

Bron afbeelding: Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie