‘Transformatie naar een meer dienende rol’…

Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hen erop “dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God kunnen binnengaan”. In al die (jonge) gemeenten stelden ze oudsten aan, en na gevast te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in Wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.‘ (Uit Handelingen 14 uit de verzen 21-28 : 22-23)

Geciteerd: Toch ziet Matenga dat Westerse zending een triomfalistische houding blijft hanteren. ‘Maar de Schrift moedigt aan tot een houding van kalme nederigheid, zachtheid en het eren van de ander. Dat biedt waardigheid voor de lokale christenen. Wederkerigheid of simpelweg samen onderweg zijn, leidt tot mensen van God die participeren in de doelen van God om een nieuwe schepping te creëren ter ere van God.’

Creëer ruimte voor groepen die traditioneel ondervertegenwoordigd zijn. Denk aan christenen uit vervolgde kerken maar ook aan gehandicapten, armen mensen en vrouwen.

Durf als zendeling of zendingsorganisatie kritisch te reflecteren op jezelf. In hoeverre ben je aangepast aan zending van overal naar overal. Investeer in lokaal leiderschap en draag de verantwoordelijkheid over.

Onze grootste bijdrage aan Gods zending is niet wat we doen, maar dat waarin we anderen in staat stellen iets te doen. Onze autoriteit en macht overgeven aan de lokale mensen, dat is wat Jezus deed. Dit betekent niet het einde van zending, maar een transformatie naar een meer dienende rol.

Ma te Atua e manaaki koe – dat God zal voorzien in alle goede dingen.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Westerse zending is te dominant, ziet deze theoloog. ‘Laat de inheemse bevolking bepalen wat nodig is’’ – door Laura Dijkhuizen

Nu vertrouw ik jullie toe aan God en aan het Evangelie van Zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die Hem toebehoren. Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; jullie weten wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik jullie getoond dat jullie de zwakken zo, door hard te werken moet steunen, indachtig de woorden van onze Heer Jezus, Die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen”. Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip.’ (Uit Handelingen 20 de verzen 32-38).

Doe alles wat ik jullie heb geleerd en overgedragen, wat ik jullie heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.’ (Uit Filippenzen 4 uit de verzen 4-9 : vers 9)

Bron afbeelding: Amazon-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat nut ons (nog) het onderwijs van de Tien Geboden?

‘Zij mijn ellende en redt mij,
het onderwijs van Uw wet vergeet ik niet.
Strijd voor mij en verlos mij,
houdt mij in leven zoals U hebt beloofd.’
(Uit Psalm 119 de verzen 153 en 154)

Geciteerd: David zegt in de Psalm: ‘Ik heb met mijn stem tot de HEER geroepen – ik heb met mijn stem tot God gebeden. Ik wil voor Zijn ogen mijn gebed uitbreiden en voor hem mijn klacht uitstorten – ik maak aan Hem mijn zonde bekend.’ (vgl. Psalm 142 vers 2)

Op die manier – en met hulp van veel (andere) Psalmen – zal een christen ook overdenken wat hij/zij voelt van zijn/haar vele gebreken, en dat alles vrijmoedig voor God uitstorten met wenen en kermen, zo bedroefd als we maar zijn kunnen (1), hetzelfde als iemand zou doen voor zijn eigen lieve vader en moeder, die bereid zijn om je te helpen en te redden. (2)

Als je zelf je zonde en ellende niet kent of weet, en als je daar niet mee wordt aangevochten (3), dan moet je weten dat je er heel slecht aan toe bent. Dat is je grootste ellende, dat je blijkbaar zo versteend en verhard bent (als de Schriftgeleerden en Farizeeën in Jezus tijd), dat je nu helemaal ongevoelig moet ondervinden dat niets je kan bewegen (tot werkelijk hartelijke – en niet zondags even uiterlijke en gespeelde) ootmoed en berouw.

Geen betere spiegel is er dan de Tien Geboden (4), waarin je kunt zien (leren met hulp van Gods Woord en Geest, zie bijv. Psalm 119) wat je gebrek en gemis is. Daarom, als je ziet dat je een zwak geloof hebt, niet veel hoop, weinig liefde tot God en de naaste(n). Idem: dat je God niet looft en roemt zoals het behoort, maar eigen roem en eer liefhebt boven Hem, en (daarom) de eer van mensen zoekt (5), slordig bent of raakt in de kerkgang – allemaal zaken in wie niemand zonder gebrek is – dan moeten we van deze zaken meer schrikken dan van alle tijdelijke schade aan bezit, eer, lichaam en leven. Dan moet je weten dat die erger zijn dan de dood en alle dodelijke ziekten. Deze nood mag je met alle ernst bij God neerleggen (6), Hem klagen en om bijstand bidden, in het vaste vertrouwen (dat ook de Psalmdichters hadden) dat je ook de nodige hulp en genade en bijstand zult ontvangen.

Ga zo maar van de eerste tafel van de wet, waarin je tegen God gezondigd hebt, naar de tweede tafel, waarin je tegen God én mensen gezondigd hebt. Zie hoe ongehoorzaam je bent geweest en nog bent, tegen je vader en je moeder (7) en allen de over je gesteld zijn. Je verkeerdheid, haat*, schelden, lasteren, ontucht, geldzucht en gierigheid, onwaarheid (en ‘halve waarheden’ om je naaste onderuit te halen en je zelf te handhaven) en onrecht (uit gebrek aan geloof dat is: Godsvertrouwen). Dan zal je zonder twijfel ontdekken/zien – maar zonder trouw gebruik van de ons geschonken middelen gaat dat niet! – dat je vol bent met zonde en ellende en reden genoeg hebt en houdt om tot God te roepen en te kermen en bloeddruppels te wenen als je dat kon.
[Maarten Luther: Von den guten Werken, 1529, vgl. WA 6, 236, 10 – 337, 2]

* Zie haten als: God en mensen niet die plaats in je leven en in het samenleven (in huwelijk, gezin familie, gemeente en in de maatschappij) geven en gunnen, zoals die volgens God Woord hen toekomt. Zelfs t.o.v. de natuur kunnen we dan ook wel spreken van haten, wanneer we die slechts voor eigen gewin willen benutten en een bestaan gunnen en geven of niet.

(1) We zullen er echter geen vertoning van maken, het moet een werkelijke zaak van ons hart zijn, gewerkt door Woord en Geest!
(2) In een periode van diepe geestelijke en fysieke uitputting en zelfverwijt hebben mijn ouders (mijn vader was al geruime tijd met pensioen) me met veel liefde een aantal weken bij hen in huis opgenomen. Ze voelden zich onmachtig om mij te redden (wat eigen kracht en vermogens betrof), maar wat ze me konden schenken, dat gaven ze mij: en dat was hun liefde en hun gebeden en daaruit blijkende Godsvertrouwen. En hun gebeden zijn verhoord geworden!
(3) Denk aan het verschil tussen het David en Salomo. Salomo was toch al heel jong een ‘geweldige’ koning met veel aanhang onder het volk en van hem ontvingen we niet zulke boetpsalmen als die van (eerst) vluchteling en (later) koning David, terwijl Salomo er niet minder reden toe had. Wie weet bad hij die Psalmen van z’n vader David toch nog wel, misschien vooral weer op het laatst? Het staat niet geschreven in Gods Woord, maar zijn leven en dat van z’n vader David en moeder Batseba geeft ons wel aanleiding om erover na te denken.
(4) De Tien geboden, maar dan wel gelezen en toegepast in en met het Licht van het Evangelie, dat is het onderwijs van onze Heer en de apostelen.
(5) Het wachten op de eer die God je schenken wil is een zaak van geduld en ootmoed. Zie het leven van David. Onze mensenbenen zijn niet zo sterk dat wij de eer van mensen kunnen dragen zonder te struikelen, wanneer we onze ogen daarbij van God afwenden en met welgevallen richten op de mensen die ons eer toebrengen.
(6) Dat moeten we zelfs, want Hij alleen kan ons ervan bevrijden en ons een vastere levensgang (vanwege Godsvertrouwen!) geven in die zaken, al bereiken we hierin de volmaaktheid (nog) niet.
(7) Dankzij Gods genade ben ik nooit tegen mijn ouders in opstand gekomen of ben ik ze met allerlei verwijten gaan belagen (vanwege hún zonden en gebreken en ook wel minder Godsvertrouwen dan ons mensen betaamt). Altijd heb ik oog mogen hebben/houden voor de liefde en de eerbied waarmee zij ons hebben opgevoed en ons zoveel goeds hebben mogen meegeven. We leefden als kinderen bij hen in huis toch heel vrij en blij en het meeleven met elkaar en met broeders en zusters gaf in ons ouderlijk thuis de toon aan!

Leestip: Psalm 119 : 153-176, kerntekst vers 176.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Meditatie bij Zondag 34 vraag 93: ‘Hoe worden deze tien geboden ingedeeld’ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2015)

Aanvaard de Boodschap (van het Evangelie) die in jullie geplant is en die jullie kan redden. Laten we ons niet vergissen: alleen horen is niet genoeg, we moeten wat we gehoord hebben ook doen. Want wie de Boodschap gehoord heeft en er niet naar leeft, is net als iemand die het gezicht waarmee hij of zij geboren is in de spiegel bekijkt: zo iemand ziet zichzelf, maar zodra die zich omkeert en wegloopt, is hij/zij vergeten hoe hij of zij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – die valt geluk ten deel, juist om wat hij of zij doet (of nalaat vanwege vertrouwen op God).’ (Uit Jakobus 1 uit de verzen 19-27 : 21-25)

Bron afbeelding: Thou shalt not be affraid – God and His Word Bring Deliverance,
Revival and Restoration

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Volwassendoop hoort thuis in Grieks-individualistische denk- en leefwereld…

In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar Zijn wil en verlangen voorbestemd om in Christus Jezus Zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in Zijn geliefde Zoon.‘ (Uit Efeziërs 1 uit de verzen 3-14 : 4-6)

‘Ik was nog maar nauwelijks begonnen te spreken of de Heilige Geest daalde op hen neer, zoals destijds – op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem – ook op ons. Ik herinnerde me dat de Heer tegen ons zei: “Johannes doopt met water, maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’ (Uit Handelingen 11 de verzen 15-16)
NB. Bedenk dat de Heilige Geest wel degelijk aan het werk was met en door de waterdoop van Johannes – zie hiervoor Lukas 7 : 24-30 – maar je kon pas na het Pinksteren in Jeruzalem zeggen dat de mensen die door de Evangelieverkondiging van de apostelen tot geloof kwamen gedoopt werden met de Heilige Geest. Zie ook hieronder bij ‘Opgemerkt 2’ en ‘Opgemerkt 3’

Opgemerkt 1: De kinderdoop ligt juist in het verlengde van het Joodse gemeenschapsleven onder Gods verbondsbeloften, waar ook de kinderen het Pascha meevierden en niet alleen in de tempel maar ook thuis onderwezen werden in de boeken van Mozes, de profeten en de Psalmen. Alleen volwassendoop hoort juist helemaal thuis in het Grieks individuele denken!

Opgemerkt 2: Wanneer Petrus in Handelingen 2 spreekt over ‘want voor jullie is de belofte en voor jullie kinderen’ dan heeft hij het over de belofte van de uitstorting van de Heilige Geest. En in het huis van Cornelius laat de Heilige Geest aan Petrus zien dat Hij die belofte al vervult aan Cornelius en zijn huis nog voordat Petrus heeft kunnen vragen of zij door het/hun geloof van harte ‘ja’ willen zeggen op zijn Evangelieverkondiging en op de vraag of zij nu gedoopt willen worden. De Heilige Geest stort Zich zichtbaar en hoorbaar uit op allen die daar aanwezig waren en naar Petrus verkondiging aan het luisteren waren. En dan beseft en zegt Petrus: dan behoren deze mensen beslist ook (nog met water) gedoopt te worden. Dat wordt dan dus niet als een inmiddels leeg en nutteloos ritueel gezien. Nee, die zichtbare bevestiging die hebben zij beslist ook nodig als bewijs van inlijving bij de Gemeente van Christus en als zichtbare bevestiging (tekenen zegel) dat God ook hen menens geroepen heeft en de Heilige Geest geschonken. Wanneer we dan bij dit gebeuren ook nog terugdenken aan Filippus en de Moorman, dan kunnen we ons die doop van de Moorman ook voorstellen zonder dat Filippus hem na zijn verzoek eerst nog de vraag stelde of hij nu ‘van ganser harte geloofde’. De Heilige Geest was zo duidelijk aan het werk geweest met Filippus en de Moorman, dat Filippus – net als Petrus in het huis van Cornelius – besefte: de Heilige Geest wil dat deze man gedoopt wordt.

Opgemerkt 3: Paulus laat in Athene zijn luisteraars op de Areopagus weten dat God hen door Zijn Geest altijd veel meer nabij is geweest en iedere dag hen nabij is dan zij beseften. (1) Maar de Heilige Geest wil werken met wat God aan ons mensen geopenbaard heeft en die Godsopenbaring was niet aan de heidenen geschonken maar aan de Joden alleen. (2) Maar toen de Heilige Geest was uitgestort en de ‘volle raad Gods’ door de apostelen verkondigd werd en wordt, nu kan en wil Gods Geest in alle mensen wonen en werken door de bediening van Zijn Woord en de sacramenten (Doop en Avondmaal). En daarom delen ook onze (kleine) kinderen in Christus’ gemeente voluit in die uitstorting van Gods Geest ‘op alle vlees’ en is ook hun aanbidden en loven en danken een werk van de Geest van God in hen. En daarom behoren zij – net als allen die in het huis van Cornelius aanwezig waren – gedoopt te worden!

(1) Zie Handelingen 17 : 26-30.
(2) Zie o.a. Deuteronomium 29 : 29 en Romeinen 10.

Denk terug aan jullie roeping broeders en zusters. Onder jullie waren er niet veel naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel machtigen, niet veel die van voorname afkomst waren (ze waren er dus wel). Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen, wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat (nog) niets is (en daar behoren ook de kleine kinderen toe), heeft God uitgekozen om wat wél iets is (of meent te zijn) teniet te doen. (3) Zo kan geen mens zich tegenover God beroemen. (4) Door Hem zijn jullie één met Christus, Die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals het geschreven staat: “Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij of zij zich op de Heer beroemen.“‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de veren 26-31)

(3) Dat ‘teniet doen wat wel iets is’ (of meent te zijn), dat gebeurt ook altijd nog weer in christelijke gemeenten zelf. Let maar op wat er toch altijd weer gebeurde en gebeurt in de kerkwereld om ons heen. Zie hierbij Openbaring 3 : 7-14.
(4) Lees hierbij wat geschreven staat in 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 : 11.

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het kan eigenlijk alleen op zondag…

Ik ben een Joodse man, geboren te Tarsus in Cilicië, maar opgevoed in deze stad en aan de voeten van Gamaliël op de meest nauwgezette wijze onderwezen in de wet van de vaderen, een ijveraar voor God zoals u heden allemaal bent.‘ (Uit Handelingen 22 vers 3)

Geciteerd 1: ‘Maar als je bij de kinderdoop hebt beloofd om je kind op te laten groeien in het christelijk geloof, dan vraagt dat ook offers.’

Opgemerkt 1: Dit is wat van ouders (1) gevraagd wordt: ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken en weten wat God van u wil en wat goed en volmaakt en Hem welgevallig is.’ (2) (…) ‘Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk (persoonlijk, samen in huis en in de samenkomsten van de gemeente). Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij. Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet. Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft. Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet u aan tot bescheidenheid. Ga niet af op uw eigen inzicht. vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. Stel voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.’ (…) ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door goed te doen.’
(Uit de leefregels voor een christen zoals te lezen in Romeinen 12).

(1) Mijn/onze ouders en grootouders hebben ons dat ook daadwerkelijk voorgeleefd en wijzelf hebben hen daarin ook weer nagevolgd!
(2) Dat zal alleen kunnen gebeuren wanneer we trouw en eerbiedig door het geloof al de middelen blijven gebruiken die God ons ter beschikking heeft gesteld. Thuis en samen met de gemeente in de samenkomsten en waar dat nog meer past.

Geciteerd 2: ‘Zijn we soms niet te makkelijk als christelijke ouders? Als ik kijk naar mijn eigen gemeente dan is het zoeken naar een moment waarop catechisatie überhaupt kan plaatsvinden. Het kan eigenlijk alleen op zondag want doordeweeks zijn alle tieners druk. Maar christen-zijn heeft ook consequenties voor je agenda.’

Opgemerkt 2: Maar dat is toch/juist helemaal niet (zo) erg dat het alleen op zondag (nog) zou kunnen! Breng daarvoor dan de tweede dienst weer in ere en zorg dat daar de catechismus-prediking is afgestemd op jong en oud. Dan brengen we in praktijk wat ons op de zondag zo past en wat we ook belijden met de woorden ‘Aan Uw voeten Heer, is de hoogste plaats‘.* Aan Zijn voeten zullen we dan leren verstaan (begrijpen, het weten toe te passen) wat onze ‘ware eredienst‘ is, zoals Paulus ons daartoe oproept in Romeinen 12. Dan leren we – als het goed is – ook inzien dat God niet van ons verwacht dat we door de week zo druk zijn met het optuigen van de ‘erediensten’ op zondagochtenden. Onze ware eredienst vindt buiten onze gemeentelijke samenkomsten plaats!
* Opwekking 462.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Als je kind niet naar catechisatie wil. ‘Zijn we soms niet te makkelijk als christelijke ouders?’’ – door Linda Stelma

De Heer zei tegen Martha (die druk was met de zorg voor de gasten): “Martha, Martha, jij maakt je bezorgd en druk over veel dingen, maar weinig zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen”.’ (Uit Lukas 10 de verzen 41-42).

Bron afbeelding: Upside-Down Savior

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

“Het geloof komt eerst”…

Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.’ (Uit Efeziërs 2 vers 10, weergave SV)

Geciteerd: Jullie hebben dikwijls gehoord dat ik gezegd heb, dat het leven van een christen twee aspecten [lett.: stukken] heeft: in de eerste plaats het geloof, en in de tweede plaats komen de goede werken. Een gelovige moet dus rechtschapen zijn en ook uitwendig een goed leven leiden. Echter, het eerste aspect is het belangrijkste, dat is het geloof. Het tweede aspect, de goede werken, die op het geloof volgen, zijn nooit zo waardevol als het geloof. Hoewel toch de hele wereld de goede werken bewondert en die belangrijker vindt dan het geloof.

Natuurlijk, het is waar dat we goede werken zullen doen en ook het belang daarvan niet mogen verachten. Maar we moeten wel voorzichtig zijn dat we de goede werken niet zó hoog verheffen, dat het geloof en Christus op de tweede plaats komen. Als wij te hoog van de goede werken opgeven, dan worden deze de grootste afgodendienst die maar denkbaar is. Dit is gebeurd, zowel binnen als buiten de christenheid.

Sommige mensen geven de goede werken zo’n belangrijke plaats, dat zij het geloof in Christus over het hoofd zien. Zij preken erover en prijzen ook hun eigen goede werken aan eenieder aan. Dat doen zij dan in plaats van Gods werken. Geloof komt eerst! Nadat het geloof is gepredikt, dán pas zullen we ook over de goede werken spreken en onderwijzen. Zonder enig goed werk en vóór enig goed werk brengt het geloof ons in de hemel. Het is alleen door het geloof dat wij tot God komen.
[Maarten Luther: WA 47, 1, 16 – 2, 21 (A), verkort]

Opgemerkt 1 (AJ): het geloof dat een geschenk is van de Heilige Geest dat onze kinderen al ontvangen, zoals Maarten Luther dat ook beleden heeft omdat hij het geloof niet aan het (volwassen) verstand toeschreef, maar aan wat de Heilige Geest in mensenharten teweeg brengt.
Zie hierbij ook Psalm 8 : 3 en Matteüs 21 : 15-16.

Opgemerkt 2 (HvW): Hoewel dit op zich mogelijk in sommige gevallen waar kan zijn, heeft Luther goed geweten dat er vele tientallen miljoenen kinderen in Europa in die dagen als zuigeling waren gedoopt … zowel Protestant als Rooms-Katholiek… maar dat het geloof toch nog steeds een zeldzame zaak was.. waarvan acte.

Opgemerkt 3 (AJ): Dat lag niet aan de Heilige Geest, Die in kinderharten het geloof al werkte, maar juist aan de volwassenen en al hun redenen om de Heilige Geest te bedroeven en te weerstaan en daarmee de kleinen (w.o. de kinderen) te ergeren. Juist ook heel geestelijke mensen deden daar aan mee!

Lezen: Efeziërs 2:1-10 (Kerntekst vers 10)

Bron citaat: Wekelijkse toezending Luthercitaten – Maandag 1 september 2025

‘… omdat jullie geloof sterk groeit en jullie liefde voor elkaar groter wordt.
(Uit 2 Thessalonicenzen uit vers 5)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

…’wat een arrogantie en hoogmoed’…

Gelukkig is hij die zich niet schuldig voelt/weet over zijn eigen overtuiging…’ (Uit Romeinen 14)

Opgemerkt (Paul Dekerf): Beste Anthony, je uitspraak: “Klopt van geen kant! Je hebt Gods Woord niet aan je kant!” verdient een eerlijk antwoord. Zie, als Gods Woord werkelijk slechts als wapen gebruikt kon worden om anderen te overtuigen, zouden we allemaal blindelings jouw interpretatie moeten volgen. Maar dat is precies wat de Schrift niet leert.
Wie bepaalt eigenlijk dat jij Gods Woord “aan je kant” hebt? Is het de lengte van je preek, de kracht van je stellingname, of de ijdelheid van je overtuiging? Paulus schrijft immers in 2 Timotheüs 3:16: “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.”
Wanneer ik jou weerleg, zoals ik nu doe, breng ik niets anders tot uitvoering dan de bedoeling van het Woord zelf.

Opgemerkt (AJ): Al die woorden (en veroordelingen) van jou/jullie (zie jouw eerdere commentaar en ook de woorden van Henry Luth nog weer hier onderaan), die keren zich net zo goed tegen jezelf en jullie beiden. We dienen overtuigd te zijn van hoe we de Bijbel hebben te lezen en dan zullen we ons niet boos of bang laten maken door mensen met een andere overtuiging, ook als zij menen dat wij er (faliekant) naast zitten en je daarbij ook nog eens van alles laten beweren en je van alles toeschrijven (o.a. theater) zonder dat je je daarin, vanwege wat je zelf geschreven hebt en hoe je in deze discussie staat, herkennen kan.

Opgemerkt (Henry Luth): jij maakt er een potje van, jij bent toch echt zelf degene die Gods Woord verdraait en dus zekers niet aan je kant hebt. Paul de Kerf ziet het mijns inziens veel beter dan jij…..Heb meerdere reacties nu van jou gezien waarin je gewoon stellingen poneert waar je duidelijk de volgorde die de Bijbel weergeeft omdraait. Gods Woorden verdraaien, omdraaien? Dat is wat de duivel ook steeds doet….
Daarbij: Wat jij aan Paul schrijft, dat wat hij schrijft van geen kant klopt en hij Gods Woord NIET aan zijn kant zou hebben? Daarmee impliceer jij in feite dat slechts jou visie de enig juiste is en jij dus wel Gods Woord aan je kant hebt…..wat een arrogantie en hoogmoed🤮

Zie nu eens de feiten onder ogen! Wanneer iemand er zo van overtuigd is dat hij/zij Christus dient, moet hij/zij goed bedenken dat ook wij (1) dat doen.’ (Uit 2 Korintiërs 10 : 7)

(1) Niet alleen Paulus en zijn medewerkers, maar bijvoorbeeld ook die mensen, die naar hun overtuiging, op grond van Gods Woord, kinderen dopen en belijden dat ook aan hen vanwege dit ‘bad van de wedergeboorte’ (2) de Heilige Geest blijvend (3) geschonken is.
(2) Zie Titus 3 : 3-8.
(3) Zie 1 Johannes 2 : 23-29.

Zie ook deze blog: ‘God binden aan een menselijke handeling?’

Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden en ontvangen we van Hem wat we maar vragen, omdat we ons aan Zijn geboden houden en doen wat Hij wil. Dit is Zijn gebod: dat we geloven in de naam van Zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan Zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in Hem. Dat Hij in ons blijft weten we door de Geest Die Hij ons geschonken heeft.’ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 21-24).

Bron afbeelding: LinkedIn

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

G’d schiep de wereld ter wille van Israël?

Geciteerd 1: Ik neem u mee naar het eerste woord van de Bijbel in het boek Genesis. ‘In den beginne schiep G’d de hemel en aarde’. Zo leest u het in het Nederlands. In mijn Thora wordt voor de drie woorden ‘In den beginne’ maar één Hebreeuws woord gebruikt – ‘Bereesjiet’. Onze Schriftgeleerden leggen dit woord echter niet uit als ‘In den beginne’ maar als ‘Ter wille van het begin’.
Ter wille van het begin vond de schepping plaats? Wat voor een begin? Ondubbelzinnig wordt ons dit door deze geleerden voorgehouden. ‘Ter wille van G’ds openbaring worden hemel en aarde geschapen. Zijn Openbaring is het begin van alles. Dat is één duiding.
Maar nu ga ik het een beetje bont maken, met een tweede rabbijnse duiding van ‘het begin’. Deze vinden we in de Midrasj, de verhalende uitleg achter de Bijbelteksten. ‘Ter wille van Israël wordt de wereld geschapen’. Ja, u leest het goed. Volgens deze bron bestaat er maar één reden waarom G’d besloot om onze wereld te scheppen. En dat is vanwege Israël. Israël is ‘het begin’ van alles.

De Joodse apostel Paulus geciteerd:
‘Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,
Eerstgeborene van heel de schepping:
in Hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is Hij,
Eerstgeborene van de doden,
om in alles de Eerste te zijn:
in Hem heeft heel de volheid willen wonen
en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.’
(Uit Kolossenzen 1 : 12-20)

De Joodse apostel Johannes geciteerd 1:
‘Van Hem getuigde Johannes de Doper toen hij uitriep: “Die na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”. Uit Zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 : 15-18)

De Joodse apostel Johannes geciteerd 2:
‘Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?
Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, hij weet alles. Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil. Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons heeft gegeven. (Uit 1 Johannes 3 : 11-24)

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘Opeens zag ik waarom Israël zo belangrijk is en alle Nederlandse problemen opzij worden geschoven’ – Column van Lody van de Kamp (Rabbijn)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

God binden aan een menselijke handeling?

Jullie allen die door de Doop één met Christus bent geworden – opgenomen in Zijn dood én in Zijn opstanding – hebben jullie met Christus omkleed.’ (Uit Galaten 3 : 27)

Opgemerkt (Paul Dekerf): Hoort u uzelf spreken? U zegt dat de Doop een magisch werktuig is, een instrument waarmee God gedwongen zou worden Zich te verbinden aan een kind! Ik vraag u, ik roep u toe: waar staat dat in de Schrift? Waar zegt Christus dat een teken genade overbrengt zonder levend geloof? Waar schrijft Paulus dat rituelen meer zijn dan een getuigenis van gehoorzaamheid? Nee, Janse! Paulus waarschuwt ons: rituelen zonder een levend hart zijn leeg, hol als een trom (Kolossenzen 2:20-23)! Denkt u echt dat God gebonden kan worden aan een menselijke handeling? Denkt u echt dat een ritueel krachtiger is dan Zijn Woord?
(…) En ik zeg u nogmaals: wie de Doop verheft boven het levende geloof, maakt van het teken een schijn en van Gods genade een masker! Maar wie de Doop ziet zoals Christus het bedoelde – als teken van gehoorzaamheid, als getuigenis van geloof, als gemeenschap met Hem – die wandelt in het licht, en God wordt verheerlijkt door hart en daad!
Kiest u voor de ceremoniële schijn, of voor het levende Woord? Kiest u voor de angst van menselijke dreiging, of voor de vrijheid van Gods Geest? Kiest u wijs, want de tijd is kort! Het Woord is duidelijk: de levende God wacht niet op rituelen, maar op harten die Hem werkelijk volgen!

Antwoord 1: Wat laat deze broeder Paul Dekerf mij toch dingen beweren die ik niet heb gezegd. Maakt zijn betoog er niet geloofwaardiger op! Toch zal ik nog weer proberen hem te helpen mijn verstaan van de Schrift, en wat ik daarover daadwerkelijk gezegd heb en te zeggen heb, uit mijn woorden te vernemen.

Antwoord 2: Wanneer wij in Christus gemeente onze kinderen willen/durven opvoeden bij het Woord van God, dan dienen zij net als al die zuigeling-dopelingen waarover we horen in het boek Handelingen gedoopt te zijn. De apostelen durfden dat op grond van Christus opdracht ook. Zij vroegen niet van die mensen, die na een verkondiging van ‘Christus en Die gekruisigd’ door Paulus (of een andere apostel of een van hun medewerkers), de oproep om zich te laten dopen opdat ze de Heilige Geest zouden ontvangen, eerst nog vooraf te laten gaan door een langere tijd van catechese. Nee, zij mochten weten dat een dopeling de Heilige Geest zou ontvangen en dat niet vanwege hun verstandige besluit, niet vanwege de overtuigende verkondiging, niet omdat ze al begrepen wat ‘bekering’ voor hen zou inhouden nu ze door de doop ingelijfd werden/waren bij de gemeente van Jezus Christus, niet omdat ze door de Heilige Geest direct al in staat werden gesteld om geestelijk te denken (zie 1 Korintiërs 3 : 1-4), maar omdat God Zelf Zich verbonden heeft aan de Doop, zoals Hij die aan Zijn apostelen bevolen had en zoals zij die weer mochten doorgeven aan de gemeenten om daar mee door te gaan. De bediening van Woord en sacramenten Doop en Avondmaal werden aan de gestichte gemeenten toevertrouwd. Dus de apostelen en later de voorgangers en oudsten in de gemeenten gebruikten bij het dopen van kinderen de Doop niet als een werktuig om God te ‘dwingen’ Zich te verbinden aan een kind, maar zij doopten nieuwe leden (w.o. kinderen) in opdracht van God en dat zonder een verstands/wilsbeslissing grondleggend te vinden. Alleen de Heilige Geest kan hart en verstand openen en de dopeling gewillig maken om Jezus te volgen. En de Heilige Geest gebruikt daarvoor het onderwijs van Gods Woord, zoals dat in die eerste/vroege gemeenten vooral (of alleen) tijdens de samenkomsten gelezen en verkondigd werd. Zie voor het bewijs 1 Timoteüs 3 : 11-16, waar te lezen valt dat wanneer een voorganger dat werk trouw doet, hij daarmee zowel zichzelf, als de gedoopte gemeente die naar hem luistert, redt. Wanneer ze dat werk niet meer doen of wanneer de gemeente verzuimt om naar de samenkomsten te gaan, dan onttrekken ze zich aan het werk van de Geest en horen ze/we dat Christus hen niet langer welgezind is (vgl. Hebreeën 10 : 32-39).

Antwoord 3: Wij lezen in de brieven van Paulus aan de Korintiërs dat deze gang van zaken voor een aantal van hen helemaal niet aanvaardbaar was. Kon je zomaar al die dopelingen rekenen tot de gemeente van Jezus Christus. Ze keken daarom neer op Paulus, die stelde dat dit toch wel het geval was (1 Korintiërs 3). Die mensen accepteerden dat echter niet en maakten zich tot koningen (zie 1 Korintiërs 4 : 6-8), die heel wat van en over zichzelf te vertellen hadden. Later zal Paulus daarom zelfs een boekje moeten opendoen over wat hij de gemeente voor bijzonders vertellen kan, maar vreemd genoeg gaat hij het eerst en vooral over allerlei zwakheden en vernederingen hebben voordat hij toekomt aan spreken in tongen en bijzondere visioenen, maar laat hij dan weten, dat ik me tot deze dwaasheid verlaag, dat komt door die ‘geweldige apostelen’ van jullie. Later schrijft Johannes in zijn eerste brief in het tweede hoofdstuk ook over zulke mensen (in zijn geval gnostici), die ook meenden dat er eerst veel meer gekend en geweten en ervaren moest zijn voor je jezelf een waar kind van God kon noemen. Maar Johannes schrijft: Jullie zalving (met de Heilige Geest) is vast en zeker (door jullie Doop) en blijvend, jullie hebben wat dat betreft geen leraren nodig om te weten dat de Heilige Geest (en niet die hoogmoedige leraren) jullie zal leiden in de Waarheid, wanneer je blijft bij/onder het onderwijs van de (OT) profeten en de apostelen.

Opgemerkt slot: Waarom plaatste onze Heer een kind in het midden van Zijn discipelen toen zij aan het twisten waren over wie van hen wel de meeste was in het koninkrijk van de hemel? Omdat een kind nog niets van en over zichzelf te vertellen heeft (wat het burgerschap van het koninkrijk van de hemel betreft), maar helemaal moet afgaan op wat hem of haar door anderen daarover onderwezen wordt. En dat onderwijs over het burgerschap van de hemel, dat is onderwezen worden in Gods waarheid. En dan zegt onze Heer: zoals dat kind zullen jullie moeten worden willen jullie er binnengaan. Onze Heer geeft ons dus geen enkele reden om de kinderen in Zijn gemeente hun de Doop te onthouden.

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.‘ (…) ‘Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen. Maar jullie leven niet zo. Jullie (dopelingen, oud en jong) laten jullie leiden door de Geest, want de Geest van God woont in jullie. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe. Als Christus echter in jullie leeft, zijn jullie door de zonde weliswaar nog altijd sterfelijk, maar de Geest schenkt jullie leven, omdat jullie door God – in Jezus Christus! – als rechtvaardigen zijn aangenomen. Want als de Geest van Hem Die Jezus uit de dood heeft opgewekt in jullie woont, zal Hij Die Christus heeft opgewekt ook jullie die sterfelijk zijn, levend maken door Zijn Geest Die in jullie leeft.* ‘ (Uit Romeinen 8 vers 1 en de verzen 8-11)
* Paulus zet er niet bij: Deze woorden hier gelden natuurlijk nog niet voor onze kinderen/jongeren die nog niet gedoopt zijn, die moeten nog wachten tot ze ook gedoopt willen worden, dan pas worden deze woorden ook van toepassing op hen.

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Want in de vreugde die de HEER ons geeft, ligt onze kracht’…

… ‘maak een feestmaal klaar‘ … (Uit Nehemia 8 uit vers 10)

“De Levieten (1) lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij: zo verschaften zij inzicht in het gelezene.
Nehemia – hij was de landvoogd – Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: “Deze dag is gewijd aan de HEER, uw God; rouw dus niet, en huil niet!” Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. Ezra zei tegen hen: “Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken en deel ervan uit (2) aan wie niets heeft, want deze dag is gewijd aan onze Heer. Wees niet bedroefd, want in de vreugde die de HEER ons geeft, ligt onze kracht. De Levieten maanden het volk tot stilte. Ze zeiden: ‘Wees stil, dit is een heilige dag, wees dus niet bedroefd.’
Toen ging iedereen eten en drinken. Ze deelden alles met elkaar en maakten er een vrolijk feest van. Ze hadden namelijk begrepen wat hen was verteld.’ (3)

(1) Merk op dat het hier nog de Levieten zijn – en niet een ‘selecte’ groep van Wetgeleerden en Farizeeën – die het volk onderwijzen.
(2) Alles wat wij hebben (in bezit kregen aan gezondheid, goederen en geestelijke gaven) ontvingen we van onze God en Hij wil dat we daarvan uitdelen, ook in die zin zullen/mogen wij in deze wereld zijn ‘als Jezus’ (zie o.a. Johannes 8 : 37-39, 1 Korintiërs 4 : 7 en de verzen uit 1 Johannes 4 : 16-21).
(3) Wanneer we Gods Woord – het Evangelie! – begrepen hebben, dan zullen vreugde, dankbaarheid, barmhartigheid en vergevingsgezindheid en medelijden en mededeelzaamheid ons leven stempelen. En dat niet uit eigen kracht!

N.a.v. lezen in Nehemia met Dag in dag uit 2025.

En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem. Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft? En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben
.’ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 16-21)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De vreugde van het samen Bijbellezen in een gedoopt gezin…

‘Wees de Rots waarop wij wonen,
waar wij altijd heen kunnen gaan.
U hebt onze redding bevolen.
Onze Rots en onze Burcht, dat bent U’
(Naar Psalm 71 vers 3)

Opgemerkt: Wij konden en kunnen met onze gedoopte kinderen Kolossenzen 2 : 11-15 en 3 : 1-4 zó met elkaar lezen en het Evangelie in die woorden op ons allemaal van toepassing achten: ‘In Hem zijn wij (meervoud, wij en onze gedoopte kinderen) ook besneden, niet door mensenhanden – zoals indertijd de Joodse jongetjes na acht dagen – maar met de besnijdenis van Christus. Toen je (en wij allemaal hier in ons gezin) gedoopt werd, werd je immers met Hem begraven, en met Hem zijn we ook tot leven gewekt, omdat wij (hier bij ons thuis allemaal) geloven in de kracht van God Die Hém uit de dood heeft opgewekt. Wij waren dood door onze zonden en onze onbesneden staat, maar God heeft ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd (de Wet van Mozes) uitgewist en vernietigd door deze aan het kruis te nagelen (daar waren wij toe niet bij, maar dat geldt dus voor ons allemaal). Hij heeft Zich ontdaan van de machte en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd. (…) Wanneer wij dus met Christus opgewekt zijn uit de dood, dan behoren we te streven naar wat boven is, waar Christus, onze Heer, zit aan de rechterhand van God. Laten we ons daarom allemaal richten op wat boven is, niet wat op de aarde is. We zijn immers allemaal gestorven, en ons leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, óns leven, verschijnt, zullen wij allen, samen met Hem in luister verschijnen.’

En ook: Hij is het Hoofd van het Lichaam de Kerk (de ‘Ecclesia’, waar wij allemaal ook bij ‘ingelijfd’ zijn door de Doop). Oorsprong is Hij, Eerstgeborene van de doden, om in alles de Eerste te zijn: in Hem heeft de Volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met Zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis. Eerst waren wij van Hem vervreemd en waren wij Hem in al het kwaad wat we deden vijandig gezind (zie ook Titus 3 : 3), maar nu heeft Hij ons door de dood van Zijn aardse lichaam met Zich verzoend om ons heilig en onberispelijk bij Zich te brengen. Maar dan moeten we blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het Evangelie ons brengt, dat ook wij gehoord hebben en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan de apostel Paulus een dienaar is geweest, ook tot ons heil. (Uit Kolossenzen 1 : 18-23)

> Leestip: Psalm 71.

N.a.v. pleidooien voor alleen het dopen van volwassenen door Henry Luth en Paul Dekerf.

Als wij delen in Zijn dood, zullen we ook delen in Zijn opstanding.’
(Uit Romeinen 6 vers 5)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie