Met ons hart niet blijven hangen aan de uitwendige tekenen…

Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
(Uit 1 Korintiërs 5 uit de verzen 7-8 : 7b)

Geciteerd: In deze verkondiging gaan we ons nu niet bezighouden met een verklaring van de sacramentele reden, waarom Paulus Christus ons Paaslam noemt. Daarover hebben we immers al een andere keer gehoord. Maar om in te stemmen met het artikel van onze christelijke geloofsbelijdenis waarmee we een algemene, christelijke Kerk belijden, moeten we er nu eerst op wijzen dat de gelovigen van het Oude Testament met ons één volk en één kerk vormen.

Paulus schrijft ons hier een Paaslam toe, als hij zegt dat Christus ons Paaslam is. Hij laat zien dat we samen met de gelovigen van het Oude Testament door Christus, ons eeuwige Paaslam, met God verzoend zijn. En zoals hij ons hier een Paaslam toeschrijft, zo schrijft hij ons in Kolossenzen 2 : 11 een besnijdenis toe, want hij zegt dat wij besneden zijn met de besnijdenis van Christus. Verder zegt hij tegen de Hebreeën in hoofdstuk 13 : 10: ‘Wij hebben een altaar, van hetwelk geen macht hebben te eten, die de tabernakel dienen.’

Precies andersom schrijft hij de oudtestamentische gemeente soms onze sacramenten toe, zoals in 1 Korintiërs 10 : 2, waar hij zeg dat zij allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee. Daaruit blijkt dat op dezelfde manier en door hetzelfde middel als wij in het Nieuwe Testament zalig worden, ook de gelovigen van het Oude Testament zalig zijn geworden – door het Lam ‘Dat geslacht is van de grondlegging der wereld‘ (Openbaring 13 : 8), namelijk Christus. Er is werkelijk nooit in iemand anders zaligheid geweest dan in de Naam van Jezus Christus! Hij is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid (Hebreeën 13 : 8), en daarom moeten we zeggen dat de gelovigen van het Oude én het Nieuwe Testament in Christus één volk en één gemeente zijn. (1)

Daarom vergissen een aantal wederdopers zich heel ernstig, want die denken dat de gelovigen van het Oude Testament zo vleselijk waren dat ze alleen maar aardse beloften hadden van een aards Kanaän en van de overwinning op hun aardse vijanden, en dat ze niets te maken hadden met de leer van Christus. Daartegenover geloven wij een heilige, algemene kerk en de gemeenschap der heiligen. Er was alleen maar onderscheid door een verschil in tijd en in uitwendige kenmerken. In het Oude Testament moesten ze niet blijven hangen aan de uitwendige tekenen, maar door het geloof op Christus zien Die nog zou komen. En zo moeten ook wij met ons hart niet blijven hangen aan de uitwendige tekenen, maar op Christus ons Paaslam zien, Die voor ons geofferd is.

(1) Dit is geen ‘vervangingstheologie’ maar ‘vervullingstheologie’.

Leestip: Psalm 87.

Bron citaat: Reveilserie No 623 Maart 2026 – ‘Christus ons Paaslam voor ons geofferd’ – door ds.Hermannus Faukelius (1560-1625)

Hiermee maakt de Heilige Geest duidelijk dat de weg naar het hemelse heiligdom niet zichtbaar was, zolang de eerste tent nog dienst deed. Dit alles is een zinnebeeld tot aan de huidige tijd: er worden daar gaven en offers gebracht die het geweten van degenen die ze opdragen niet tot volmaakte zuiverheid kunnen brengen; het gaat alleen om voedsel, drank en rituele wassingen, om bepalingen over uiterlijkheden die slechts gelden tot de nieuwe orde.
Christus daarentegen is aangetreden als Hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht. Hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met het bloed van bokken en jonge stieren maar met Zijn eigen bloed. Zo heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd wanneer het besprenkeld wordt met bloed van bokken en stieren of bestrooid met as van een jonge koe, hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, Die dankzij de eeuwige Geest Zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor dienst aan de levende God
.’ (Uit Hebreeën 9 de verzen 11-14)

Bron afbeelding: Loving the Word with the MudPreacher

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie