‘Jullie nemen ons getuigenis niet aan’…

‘”Begrijpen jullie – Farizeeën en Schriftgeleerden – dit niet”, zei Jezus, “terwijl jullie je toch leraren in Israël zijn (oorspronkelijk was het de taak van de Levieten om het Godsvolk te onderwijzen)? Waarachtig (‘Amen’), Ik verzeker jullie: Wij – Johannes de Doper en Ik – wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie nemen ons getuigenis niet aan.’ (Uit Johannes 3 uit de verzen 1-13 : 10-11)

Opgemerkt 1: De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden (blijkbaar ook) gehoord wat Johannes over Jezus gezegd had en ook wat Jezus van Zichzelf getuigde. Maar zij namen dat getuigenis van hen niet aan. Ze hadden zich ook niet laten dopen door Johannes toen deze zijn optreden bij de Jordaan begon nog voor hij Jezus gedoopt had. En ook wat Johannes bij en na de doop van Jezus van Hem getuigd had – zie zijn woorden zoals opgetekend in Johannes 1 : 29-36 – namen ze niet aan. Maar Nicodemus is blijkbaar een uitzondering en erkent Jezus toch al wel als een leraar die wel door God gezonden moet zijn (zie zijn woorden in Johannes 3 : 1-2).

Opgemerkt 2: Jezus verwijt dat Nicodemus – als leraar van Israël – Zijn woorden over wedergeboorte niet goed weet te plaatsen en dat verwijt is terecht, want in het visioen en de profetie van Ezechiël (zie Ezechiël 37 : 1-14) was toch al duidelijk geworden dat alleen Gods Geest het volk van Israël tot nieuw leven kan wekken. Het optreden van Johannes de Doper – die optrad buiten Jeruzalem – was daar al een bijzonder voorteken van geweest, en onze Heer wees Nicodemus erop dat de Geest waait waarheen Hij wil en dat Hij de ‘theologen’ en het theologisch centrum van Jeruzalem – met al het gewichtig optreden en alle gewichtige woorden van de ‘kerkleiders’ daar – links had laten liggen en aan de slag was gegaan met de prediking en de Doop van Johannes bij de Jordaan.

Opgemerkt 3: Alhoewel Jezus woorden en optreden het getuigenis van een mens niet nodig hebben (zie Johannes 5 : 30-46), heeft Hij toch dat getuigenis van Johannes en Zijn Doop in de Jordaan door hem willen – en ‘moeten’ (zie Matteüs 3 : 15) – gebruiken om het aan te wijzen als het werk en getuigenis van Gods Geest over Hem. Later zal Hij de Farizeeën nog (weer) confronteren met de vraag of de Doop van Johannes – en dus ook Zijn Doop – uit de hemel was of niet meer dan mensenwerk – zie Matteüs 21 : 23-32!

Opgemerkt 4: Het kan niet anders dan dat onze Heer Nicodemus er op gewezen heeft dat ook hij zich moest laten dopen al sluit ik niet uit dat Nicodemus zich toch al wel had laten dopen door Johannes de Doper. Die Doop (‘uit de hemel’) was nodig om het getuigenis van Johannes én het getuigenis van Jezus aan te kunnen nemen door het werk van de Heilige Geest. Die vernedering die er in het ondergaan van de Doop ligt, die heeft ook onze Heer willen en moeten ondergaan… (zie Matteüs 3 : 13-17)

Opgemerkt slot: Het getuigenis van onze Drie-enige God bij onze Doop – die ons geschonken wordt in opdracht van onze Heer Zelf – dat getuigenis hebben ook wij aan te nemen door het werk van de Heilige Geest. Ook van onze Doop kunnen wij zeggen dat wanneer wij het getuigenis van mensen aannemen, dat dát getuigenis van God – bij en door onze Doop – meer is dan wat de apostelen en theologen en wijzelf daarover te vertellen hebben. Een dopeling mag zichzelf en ieder ander voorhouden: Wat ik jullie ook te vertellen heb (aan bijzonderheden die voor of tegen mij getuigen) en hoe jullie ook oordelen over mijn leven, het getuigenis dat God Zelf mij met en door de Doop geschonken heeft is meer. Daar mag ik me aan houden en daar moeten jullie het mee doen! Lees het maar na in 1 Johannes 5.

>> Leestips: Matteüs 11 : 7-30, 21 : 23-32, Lukas 7 : 24-35, Johannes 1 : 19-34, Titus 3 : 4-8 en 1 Johannes 5 : 5-13.

>> Zie ook deze voorgaande blog: ‘Je opnieuw een slaven bestaan laten aanmeten?

N.a.v. Engelstalig Luthercitaat van donderdag 1 april 2026 – ‘Luther’s sermons on the gospel of st. John (50)’ – http://www.maartenluther-com

Hij, Jezus Christus is gekomen door het water en het bloed – niet door het water alleen, maar door water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend. Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over Zijn Zoon gegeven heeft.’ (Uit 1 Johannes 5 uit de verzen 5-12 : 6-9).

Bron afbeelding: A Year of Good News

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie