‘God, een opstandige bende kwam op mij af,
met geweld bedreigen zij mijn leven,
zij houden U niet voor ogen.’
(Uit Psalm 86 vers 14)
Geciteerd vooraf: Prof. mr. E. J. H. Schrage, onder meer raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof in Amsterdam, becommentarieerde in het juridisch tijdschrift Ars Aequi in 2003 de rechtszaak die “de gemoederen tot op de dag van vandaag bezighoudt.” (…) Vergeet niet: mijn artikel is geen preek. (…) “Ik heb in mijn artikel de juridische aspecten van het proces-Jezus willen belichten, als een intellectuele uitdaging, en met 25 jaar ervaring als rechter.”
Geciteerd 1: “Ongelooflijk”, typeert de hoogleraar de rechtsgang – voor het Sanhedrin, voor Pontius Pilatus. “Ongeveer ieder voorschrift dat men aan het traktaat Sanhedrin kan ontlenen, blijkt in het proces Jezus te zijn overtreden. En vond P. Lapide, auteur van het boek “Wie waren er schuldig aan de dood van Jezus?” nog twaalf van die overtredingen de moeite van het vermelden waard, de Fransman Chauvin, die deze rechtszaak eveneens onderzocht, heeft er niet minder dan zevenentwintig gevonden.”
Daarbij gaat het niet om de geringste voorschriften, constateert hij. “Het verbod om ’s nachts een doodvonnis uit te spreken bijvoorbeeld, of het verbod om de vooravond van het Pascha als rechtsdag te benutten. Dat het huis van de hogepriester in plaats van de tempel als zittingzaal werd gebruikt, was ongehoord. Hetzelfde geldt voor het feit dat de hogepriester bij de beraadslagingen als eerste het woord nam en zijn stem uitbracht. Hij had eerst de anderen, te beginnen bij de jongste, aan het woord moeten laten komen. Dat is trouwens nog steeds de gewoonte: de voorzitter voert in een rechtszaak in principe als laatste het woord. Nog iets: er was geen enkel getuigenbewijs, en dat terwijl al sinds de dagen van de thora minimaal twee getuigen verplicht waren. Ook laat de hogepriester het afleggen van een eed toe – wat verboden was.”
Geciteerd 2: Verder was van een werkelijke aanklacht, een “fatsoenlijke tenlastelegging” geen sprake. Schrage: “Wie is hier de aanklager, de officier van justitie? Hij ontbreekt, of hij valt samen met Pilatus. De aanklacht die voor het Sanhedrin naar voren werd gebracht, is niet strafbaar. Vaak is gewezen op het gegeven dat Jezus Zichzelf Gods Zoon noemde – wat voor de Joden als godslasterlijk, als majesteitsschennis gold. Maar voor een Romeins rechter niet! Uit de bij Qumran gevonden Dode-Zeerollen wordt bovendien duidelijk dat er in die tijd zo veel mensen waren die zichzelf Messias noemden. Die werden niet opgepakt, om de eenvoudige reden dat het jezelf Gods Zoon noemen binnen het Romeinse recht niet als een misdrijf gold. Onschuldig is Jezus dus ter dood veroordeeld. Sterker nog: de aard van het vonnis is volstrekt onduidelijk. Er is geen echt vonnis uitgesproken.”
Dáár ligt het allerergste, het kernpunt in het hele verhaal, stelt hij. “Pilatus zegt: “Ik vind geen schuld in deze Mens” – en spreekt desalniettemin het doodvonnis uit. Dat is iets volstrekt ongehoords. Het idéé dat ik als rechter iemand zou veroordelen die geen schuld heeft. Met een rechtmatig strafproces heeft dit niets meer te maken. Dit is pure machtsuitoefening. Wat recht is, weet Pilatus heel goed. Drie keer heeft hij verklaard Jezus voor onschuldig te houden. Ook zijn vrouw fluistert het hem nog eens in. Maar het gaat hier niet meer om recht, niet meer om strafrecht. Alle maskers vallen af: “Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?“”
Er zijn, schrijft de raadsheer-plaatsvervanger, “weinig of geen scènes in de wereldliteratuur te vinden die zo indrukwekkend het probleem van de verhouding tussen macht en recht aan de orde stellen. Pilatus bezweek voor de macht. Voor de macht van de massa, voor de macht van de keizer. Op de krakkemikkige procedure voor het Sanhedrin klonk vanaf Gabbatha het exequatur (de machtiging tot tenuitvoerlegging; red.).”
Geciteerd slot: En nu verlaten wij de beschrijving van Johannes zelf en wenden wij de blik naar de doorwerking ervan in de geschiedenis, besluit Schrage zijn artikel. “Tweeduizend jaar lang hebben ontelbare mensen die beschrijving gelezen en toen ze bij het proces Jezus kwamen, hebben ze het dramatisch hoogtepunt ervan voor Pilatus, dat conflict tussen recht en macht, herkend als was het hun eigen verhaal. Hoevelen onder die lezers zijn tot op de huidige dag overgeleverd aan naakte machtsuitoefening? Hoevelen onder hen is recht geweigerd? Hoevelen hebben aan de archetypische beschrijving van hun lot door Johannes de zekerheid ontleend dat aardse processen niet het laatste woord hebben; dat zelfs achter Pilatus, de aardse machthebber bij uitstek, nog een andere werkelijkheid schuilgaat, namelijk de werkelijkheid van Pasen? Valt er niet méér te zeggen?
Bron citaat: Digibron – RD artikel 08-04-2004 – ‘Raadsheer-plaatsvervanger E. J. H. Schrage: Proces tegen Jezus getuigt van pure machtsuitoefening’ – door A. de Heer.
‘U Heer, bent een God Die liefdevol is en genadig,
geduldig en trouw en waarachtig.
Keer U tot mij een wees mij genadig,
schenk kracht aan Uw dienaar
redt het kind van Uw dienares.
Geef mij een teken van Uw goedheid,
dan zullen mijn haters (1) verbleken en zien
dat U, HEER, mij bijstaat en troost.’
(Uit Psalm 86 de verzen 15-17)
(1) Haters: Mensen (broeders en/of zusters) die een medemens zijn rechtmatige – van God gegeven! – plaats, in huwelijk, gezin, familie en samenleving, etc. niet gunnen en geven en – vanwege allerlei belangen en daaruit voorkomende ergernissen – er veel, zo niet alles, aan gelegen laten liggen om iemand zijn of haar rechtmatige plaats te (laten) ontnemen.
Bron afbeelding: Scripture Of The Day | A Message Of Hope