‘Broeders en zusters, jullie zijn geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: “Heb je naaste lief als jezelf.”‘ (Uit Galaten 5 uit de verzen 13-26 : 13-14)
Geciteerd 1: Nog maar twee maanden geleden beschreef oud-president van Ierland Mary McAleese de doop als „een langdurige, stelselmatige, genegeerde ernstige beperking van de rechten van kinderen, (…) waardoor zij zonder hun toestemming en zonder mogelijkheid tot uittreding levenslang lid worden van de kerk”.
De bewering van McAleese is ondoordacht. De doop is op zichzelf uitwendig en is slechts een van talloze dingen die met een baby gebeuren zonder dat hij of zij er zelf iets over beslist. Kan een jongvolwassene een verzoek indienen om een paspoort van een ander land te krijgen, „want ik heb bij mijn geboorte niet voor mijn nationaliteit gekozen en deze spreekt me niet aan”? Vanzelf niet. Wat in het bevolkingsregister opgenomen is, is enkel een weergave van wat er gebeurd is, niet van gevoelens. Evenzo de doopregisters. Toch komen mensen met zo’n veronderstelling inmiddels bij kerken aankloppen om hun doop ongedaan te maken.
We hebben allemaal ouders of voogden (gehad) die vanaf onze geboorte naar eigen goeddunken keuzes voor ons gemaakt hebben en dat hebben we te respecteren (Hebreeën 12:9). Bedenk dat juist de totalitaire overheden in China en de Sovjet-Unie de kinderen verboden om kerken te bezoeken, zodat het hun ouders niet vrijstond ”de verkeerde opvoedingskeuze” te maken. En zelfs die communisten hadden veel minder bezwaar tegen de doop zelf dan tegen een christelijke opvoeding.
Opgemerkt 1a: Allereerst is niemand van ons betrokken geweest bij wie ons wilden (of misschien zelfs dat niet eens) verwekken en geboren laten worden. En ouders zijn toch het meest bepalend voor wat er uit een kind worden en groeien zal. Zelfs als ze het kind niet willen/kunnen opvoeden en van de hand (moeten) doen is dat toch al heel bepalend voor de toekomst van een kind.
Opgemerkt 1b: Wanneer er iemand in de wereld zou zijn, die zou zeggen: Ouders, dit kind neem ik voor mijn rekening. Al de kosten die jullie moeten maken om dit kind op te voeden en al de kosten en schulden die dit kind maakt, die zal ik vergoeden, want ik wil dat dit kind goed terecht komt. Wie zou er bezwaar maken tegen het aannemen van deze bijdrage aan de groei en opvoeding en levensloop van een kind? Zo mogen we de Doop ook beschouwen: Dit kind is gekocht en betaald en leeft niet voor eigen rekening maar op rekening van Zijn Schepper en Verlosser.
Geciteerd 2: Maar nee, de gereformeerde kerken zijn –evenals de vroege kerk– juist terughoudend in hun doopbeleid. Het verwijt dat „jullie gereformeerden baby’s erop los claimen” is dus het tegendeel van ons eigenlijke standpunt (en dat van de nieuwtestamentische kerk) dat men in een bepaald opzicht het ”recht” op de doop moet kunnen aantonen.
De ouders moeten het Evangelie hebben beleden, of een volwassen dopeling moet zelf eerst catechisatie hebben gehad. De zichtbare kerk kan slechts groeien door de prediking van Christus en door de voortplanting van oprechte christenen in gezinnen.
Opgemerkt 2: Waren de apostelen en hun medewerkers terughoudend in hun doopbeleid? Wanneer je de Doop van Lydia met haar huis en de doop van de gevangenbewaarder met zijn huis als voorbeeld neemt, dan kan je toch niet zeggen dat dit een bruikbaar voorbeeld is. En ook de drieduizend dopelingen na de Pinksterpreek van Petrus in Jeruzalem onderstreept die terughoudendheid niet. En na de uitstorting van de Heilige Geest op allen in het huis van de Romeinse Cornelius durfde/wilde Petrus hen de waterdoop niet onthouden. Blijkbaar was de waterdoop toch meer dan een uitwendig teken. Voor de dopelingen – en dat niet alleen in het huis van Cornelius! – was het een levenslang door anderen niet te betwisten bewijs van inlijving bij de gemeente van onze Heer Jezus Christus en een reden om altijd weer zonder schroom te kunnen en mogen naderen tot de troon van genade (Hebreeën 10 : 19-25)
Geciteerd 3: Paulus vond het niet belangrijk om te weten wie hij in Korinthe gedoopt had: „Ik dank God dat ik niemand van ulieden gedoopt heb dan Crispus en Gajus; Opdat niet iemand zegge dat ik in mijn naam gedoopt heb. Doch ik heb ook het huisgezin van Stéfanas gedoopt; voorts weet ik niet of ik iemand anders gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen” (1 Korinthe 1:14–17a). Het gaat dus om Evangelieverkondiging en bekering eerst en vooral, de doop in de nasleep daarvan.
Opgemerkt 3a: We moeten die opmerking van Paulus plaatsen binnen de context waarin hij dat zo heeft willen zeggen. Wanneer mensen zichzelf belangrijk willen maken door de ene apostel boven een andere apostel of boven een medewerker van hen te verheerlijken, dan wijst hij hen onmiddellijk terecht (zie 1 Korintiërs 4). Zijn opmerking heeft hier dus beslist niets te maken met een relativering van de Doop t.o.v. de verkondiging van het Evangelie. Het gaat er in dit geval om dat het volkomen onbelangrijk is, wie de doop heeft bedient. En dat is natuurlijk helemaal terecht, want niemand wordt in de naam van een apostel of prediker (of predikant/voorganger) gedoopt.
Opgemerkt 3b: Er zijn kerkgenootschappen waar de ouders van een dopeling meer waarde hechten aan het feit dat een predikant iets bijzonders voelde of te zeggen had bij de doop van een kind van hen, dan wat God Zelf daar te zeggen had over hun kind. Neem aan dat ik niet de enige ben die de verhalen daarover gelezen heeft of uit de mond van anderen vernomen of misschien wel zelf zo’n ouder is, die meer waarde hecht aan wat mensen te zeggen hadden bij en over de Doop, dan wat God Zelf ons laat horen.
Opgemerkt slot:
- De apostelen en (dus) ook Paulus en hun medewerkers lieten volwassenen, die maar één preek aangehoord hadden en de aansporing om zich te laten dopen gehoor hadden willen geven, niet eerst nog een catechese-traject doorlopen. Ze werden onmiddellijk gedoopt. Het dopen lieten de apostelen zonder probleem ook aan hun medewerkers over. De discipelen hadden zelf ook al van hun Heer, toen Hij nog op aarde met hen rondtrok, gewillige hoorders mogen dopen.
- De Doop is geen inlijving bij een kerkgenootschap, maar inlijving bij de Gemeente van onze Heer Jezus Christus. Omdat aan de gemeente(n) van Jezus Christus de bediening van het Woord, Doop en Avondmaal toevertrouwd werd (zie 1 Timoteüs 2 : 14-16), moet dat toch duidelijk zijn en goed beseft worden. De Doop op zich is geen claim van een bepaald kerkgenootschap op een dopeling.
- Niet wat mensen doen, maar wat God belooft, betekent en bezegelt bij de Doop heeft waarde voor de dopeling. Het is iets waar een gedoopt mens een leven lang alleen maar dankbaar over kan zijn en die er oorzaak van is dat hij/zij zonder schroom mag naderen tot de troon van genade (zie Hebreeën 10 : 19-25)
Bron citaat: RD Opinie | Wat zeg je dan – ‘Is de doop een religieuze dwangbuis?’ – door Alexander C. Thomson (studeerde middeleeuwse talen van de Britse eilanden aan de universiteit van Cambridge en is zzp-tolk en Bijbelvertaler).
‘We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water gewassen. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij Die de belofte gedaan heeft is trouw.’ (Uit Hebreeën 10 uit de verzen 19-25 : 21-23)
Bron afbeelding: Faith Hope & Joy