‘God schiep de mens als Zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij de mens, mannelijke en vrouwelijk schiep Hij de mensen.’ (Uit Genesis 1 vers 27)
Geciteerd: Men wordt niet als vrouw geboren, men wordt tot vrouw gemaakt.’ Zo luidt een bekende zin van Simone de Beauvoir uit De tweede sekse. Alleen columnist B.J. Spruyt had er oog voor. Hij stelde afgelopen maandag dat een man weliswaar een jager genoemd kan worden, maar dat dat vooral opgevat moet worden als een oproep tot hoffelijkheid.
Een vriend van mij is jager. In zijn vrije tijd. Het was even alsof ik hem hoorde spreken. Konijnen, hazen, herten, hij ziet ze niet als prooi. Jagen is een loflied op de schepping. Het is omgeven met rituelen waar conservatieven vreugde aan zullen beleven. Het gedode dier krijgt een takje in de bek. De jachthoorn wordt geblazen. De jager eert zo het leven van het dier en de jacht. Op een website las ik zelfs iets over stil zijn, reflectie, eerbied.
Een man als jager is voor vrouwen dus geen reden tot zorg. Allemaal hoffelijkheid. Maar zo niet voor Simone de Beauvoir. In haar boek fileert zij juist dit soort taal.
Opgemerkt 1a: ‘Alleen columnist B.J. Spruyt had er oog voor.’? Nee, misschien was hij nu de enige van de krant die zich erover uitsprak, maar we mogen toch aannemen dat het aanvaarden van het feit dat God de mens schiep als man en als vrouw en dat je door geboorte (als regel) als man of als vrouw geboren wordt ook nog als Bijbelse waarheid aangenomen wordt door het merendeel van de schrijvers voor en de lezers van het ND.
Opgemerkt 1b: Nu wordt met het aanhalen van de woorden van een conservatieve vrijetijdsjager de poging van Bart-Jan Spruyt om het beeld van de man als ‘jager op jachtwild’ (zoals dat op de jeugdconferentie onder woorden werd gebracht) om te buigen naar de man als ‘hofmaker’ weer helemaal teruggebracht naar het beeld van de man die achter het wild aanjaagt. En het ‘loflied’ op de vrouw dat door Adam ‘gezongen’ werd, nadat hij uit zijn slaap wakker geworden was, wordt nu een loflied na de jacht, dat bij een goed glas wijn met wild op tafel, na eerst een een vroom dankgebed voor al dat lekkers (1), gezongen dient te worden.
Opgemerkt 1c: Dat Adam sliep toen Eva geschapen werd en dat hij eerst weer wakker moest worden om Eva als medemens naast zich te ontvangen, dat word hier doelbewust ‘buiten beeld’ gehouden/gebracht. Het moet allemaal passen in het plaatje van de man als edele jager, die zelfs bij het opjagen en doden van wild nog denken moet aan de jacht op een vrouw en haar ‘overmeesteren’. En dan wordt het bij ‘Gereformeerd Beraad M/V (waar B. J. Spruyt een vertegenwoordiger van is) dat van nature een jager zijn van de man nog aan Gods scheppingsorde toegeschreven ook. Maar Adam en Eva waren tuiniers (beter nog: hoveniers) in de hof (2) van Eden en daar viel nog niets te (be)jagen en te belagen.
(1) ‘Wildbraad’, zie Genesis 27 : 5-7.
(2) Ze waren er niet eens de ‘hofmakers’ van, ze kregen die hof van God kado!
Bron citaat: ND opinie – ‘Mannen en vrouwen zijn eraan gehecht geraakt dat ze verschillen. En het geeft ze ook plezier’ – door Wim H. Dekker (lector informele netwerken en laatmoderniteit aan de Christelijke Hogeschool Ede)
‘God, de HEER, legde in het oosten van Eden, een tuin aan om die te bewerken en om erover te waken.’ (…) ‘Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van de ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die God uit de mens had weggenomen, bouwde God de HEER, een vrouw en bracht haar bij de mens.’ (Uit Genesis 2 vers 8 en vers 21-22)
Bron afbeelding: Daily Bible Memes