‘Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één Mens voor álle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat Hij voor allen is gestorven opdat alle levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld (1); ook Christus niet, Die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden (2). Daarom ook is iemand die één is met Christus, een nieuwe schepping (3). Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met Zich verzoend en ons apostelen de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God Die door Christus de wereld met Zich heeft verzoend: Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend (4). En ons heeft Hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door óns Zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat je met God verzoenen. God heeft Hem Die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig konden worden.‘ (Uit 2 Korintiërs 5 : 14-21)
(1) Wie zich ook maar aanmeldde om zich te laten dopen, die werd ook gedoopt. Of hij/zij nu slaaf of vrije was, man of vrouw, Jood, Griek of barbaar, dat maakte niet uit
(2) Volgens de maatstaven van de Farizeeën en Schriftgeleerden en ook de Romeinen was Jezus een loser, die Zijn pretenties niet kon waarmaken en een jammerlijke dood stierf aan een kruis.
(3) Zie Romeinen 6 : 3-4 en Titus 3 : 5-6 waar de Doop het bad der wedergeboorte wordt genoemd.
(4) Zie Kolossenzen 1 : 18-23.
Opgemerkt (AJ): Laten we 2 Korintiërs 5 : 14-21 lezen als ‘Pinksterpreek’ (vergelijkbaar met die van Petrus in Jeruzalem, Handelingen 2) en daarbij riep Paulus de mensen, die nog niet gedoopt waren, op om dit Evangelie (m.n. verwoord in vers 14-15) te geloven en een nieuw leven te beginnen en dat door zich te laten dopen (en dat liet hij dus voornamelijk door zijn medewerkers doen) met daarbij dan ook de woorden die Petrus sprak (zie Handelingen 2 : 38-39): dan zullen jullie de Heilige Geest ontvangen, want de belofte van de uitstorting van de Heilige Geest geldt voor jullie allen en ook voor jullie kinderen en voor alle mensen die we nog niet bereikt hebben met dit Evangelie.
Uit de woorden van 2 Korintiërs 5 : 14-21 kunnen we zelfs vaststellen dat ieder mens met Christus gestorven is en dus recht heeft om gedoopt te worden. Daarom doopten de apostelen hun hoorders zonder eerst een ‘geloofsexamen’ of een catechesetraject (denk aan heel het huis van de gevangenbewaarder). Dat veel volwassen hoorders van deze woorden daar niet aan willen – ook in Korinthe was dat het geval, met name de Joodse leden van de synagoge waar Paulus zijn verkondiging in Korinthe begon, zie Handelingen 18 : 4-8 -, en dat valt zeer te betreuren en is niet in hun voordeel maar wel hun goed recht, maar de kinderen van bekeerlingen (zij die de woorden van Paulus aanvaardden) én de kinderen die in Christus gemeente geboren worden, die kunnen en behoren – op grond van de woorden in 2 Korintiërs 5 : 14-15 en 19-21! – gedoopt te worden/zijn.
‘Eerst waren jullie vervreemd van Hem en waren jullie Hem in al het kwaad dat jullie deden vijandig gezind, maar nu heeft Hij jullie door de dood van Zijn aardse lichaam met zich verzoend – de vijandschap weggenomen – om jullie heilig, zuiver en onberispelijk bij Zich te brengen – toen jullie je lieten dopen -. Maar dan moeten jullie wel blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het Evangelie ons brengt, het Evangelie dat jullie van ons gehoord hebben en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan (ook) ik Paulus (naast de andere apostelen), een dienaar geworden ben.’ (Uit Kolossenzen 1 : 21-23)
Bron afbeelding: Facebook (Lighthouse Mission Church)