‘Nu jullie gehoorzaam zijn aan de waarheid, is jullie hart gelouterd (1) en kunnen jullie oprecht van je broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart (1), als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk zaad maar uit onvergankelijk Zaad (2), het levende en altijd blijvende Woord (3) van God.’ (Uit 1 Petrus 1 de verzen 18-25 : 22-23)
(1) Zie 1 Petrus 1 : 6-7.
(2) Zie Galaten 3 : 15-18.
(3) Zie Johannes 1 : 1-5.
Geciteerd: De apostelen scheiden de liefde tot de broeders en zusters [onze medechristenen] én de liefde tot de naasten in het algemeen. De ware broederschap is dat alle christenen tezamen broeders en zusters zijn, zonder daarin onderscheidingen aan te brengen. Want aangezien wij allen tezamen één Christus hebben, één Doop, één Geloof en één Erfenis – dan ben ik niet beter dan jij, en jij bent niet beter dan ik! Wat jij hebt, heb ik niet minder, ik ben net zo rijk als jij. De schat is gelijk. Daarom, zoals wij de genade van Christus gezamenlijk hebben, zo moeten wij ook lichaam en leven, goed en eer gezamenlijk hebben, zodat de één de ander met alle dingen (gaven) kan dienen.
Want Christus kan geen ‘onderscheidingen’ verdragen. Hij wil geen andere dan ‘die ene algemene christelijke broederschap’ hebben, die wij ook allen met elkaar hebben. Kom nu maar hier, jij dwaas, wil jij een eigen ‘broederschapje’ oprichten? Dit zou ik trouwens nog wel toelaten dat men zulke ‘broederschappen’ opricht, niet om daarmee de zaligheid veilig te stellen, maar opdat enige broeders overeenkomen en het erop toeleggen om geld bij elkaar te verzamelen, zodat daarvan de arme mensen die het nodig hebben geholpen zouden kunnen worden.
Op deze manier hebben wij allen ook één ‘broederschap’ in de Doop ontvangen, daarin (of daarmee) heeft geen enkele heilige meer gekregen (of zich toegeëigend) dan ik en jij. Want juist zo duur al hij of zij gekocht is, zo duur ben ik ook gekocht (1 Petrus 1 : 18-19). God heeft evenveel aan mij besteed als aan de grootste heilige die ooit geleefd heeft.
Liefde echter is meer dan broederschap, want liefde gaat ook uit naar de ons vijandig gezinde naaste (binnen of buiten de christelijke broederschap), dus wel bijzonder naar hen die onze liefde (o.i.) niet waard zijn. Want zoals het geloof zijn werk doet waar het niets ziet, zo moet ook de liefde haar werk dáár het meeste doen, waar niets liefelijks te zien is of schijnt te zijn, maar slechts boosheid en vijandschap. (4) En dat zal dan ook nog moeten gebeuren met een hart dat brandt van liefde (5). Of zoals Petrus het zegt: met vurige liefde uit een rein hart. Net zoals God ons heeft liefgehad, terwijl we Zijn liefde in het minst hadden verdiend (6).
[Maarten Luther: Epistel S. Petri gepredigt und ausgelegt, vgl. WA 12, 294 ff (1523) en W(2) 1158ff (1539), selecties]
(4) Hadden ze/we Maarten Luther z’n boekje tegen de Joden niet altijd weer zullen weerspreken met deze woorden, die toch echt door hemzelf geschreven zijn!
(5) Zie Lukas 23 : 34 en Handelingen 7 : 60.
(6) Zie Titus 3 : 3-7.
Zie ook nog deze blog(s): ‘Die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn…‘
Bron citaat: ‘Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petrus in 60 overdenkingen’ – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2020)
‘Jullie weten immers dat jullie niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud zijn vrijgekocht uit het zinloze leven dat jullie van je voorouders hadden geërfd, maar met het kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu is Hij aan het einde van de tijd verschenen omwille van jullie.’ (Uit 1 Petrus 1 de verzen 13-25 : 18-20)
Bron afbeelding: hisdearlyloved-daughter-com