Wij kennen Christus uit en door de verkondiging!

Niemand heeft ooit God gezien: de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verkondigd.‘ (Uit Johannes 1 vers 18, weergave DB 1545)

Geciteerd: Wij zijn zo afschuwelijk verdorven door de zonde, dat wij niet alleen niets meer weten van onze oorspronkelijke kennis van God, maar ook zijn afgeweken van de gerechtigheid der wet en vervallen zijn tot leugen. Toch hebben wij met eigen verzonnen werken God willen verzoenen. Evenwel kent het verstand God uit de wet van Mozes, zoals wij lezen in de brief aan de Romeinen (1:19 en 32). Maar wat het Evangelie betreft, weet het verstand niets van God. Want dit is een nieuwe openbaring uit de hemel, die ons niet alleen met de Tien Geboden bekendmaakt, maar ook laat weten dat wij mensen allen in zonde ontvangen zijn en verloren gaan; dat er niemand is die de wet houdt, maar dat wie zalig wil worden, dit alleen kan door de genade en waarheid van Jezus Christus.

Hier is de afgrond van Zijn natuur en van Zijn Goddelijke wil. Daarnaar moet ieder zich weten te voegen, wie hij ook zij – of hij zich nu aan Mozes houdt, of verdronken ligt in zijn eigen gerechtigheid – dat er buiten Christus geen zaligheid is en geen kennis van God. Niemand betekent iets voor God, tenzij hij zich onderwerpt aan de genade en waarheid van de Zoon. Deze kennis is voor het verstand verborgen. Zelfs vandaag nog zijn de werkheiligen en allen die tot hen behoren daarvan onwetend. Ik moet tot Christus komen, mij onder Hem verbergen (o.a. Mattheüs 23:37), ja, tot Hem kruipen, en alles voor tijd en eeuwigheid verkrijgen door Zijn genade en waarheid (v.17).

Adam heeft na de val God gekend door de Zoon, evenals alle aartsvaders en profeten. Zij hoopten op de komende en beloofde Messias (Genesis 3:15). Door Hem ontvingen zij genade bij God. Zij bleven niet bij de wet staan, maar zagen in geloof uit naar Christus. Want toen zij zich ervan bewust werden dat zij de wet niet volkomen konden houden, is Christus tot hun bedroefde en bevreesde harten gekomen en heeft Hij hun de genade en wil van de Vader verkondigd: dat Hij, de Zoon, voor hen uit een maagd als Mens geboren zou worden en voor hen zou sterven. Daarom zeggen wij: niemand kan God zien, niet door de wet en niet door het verstand. Niemand heeft dat kunnen uitdenken of is met zijn verstand zo hoog opgeklommen. Het is voor ons te hoog. Er staat niet: die uit bloed [of iets dat uit de mens is], maar: ‘Die uit God geboren zijn’ (v.13).

Vanwaar komt de kennis van de God der genade en waarheid? Zij wordt gegeven door de eniggeboren Zoon van God. De Zoon van God, Die ín God is en Zelf God is, is daarvoor nodig (zie o.a. Johannes 10:38; 14:10). Want Hij komt van de Vader, en Hij kent de waarheid. Verder is er geen andere leraar of prediker die in het Goddelijke wezen woont en in de schoot van de Vader is, dan deze enige Leraar: Christus. Menselijkerwijs gesproken omvat de Vader Hem met Zijn armen en drukt Hem aan Zijn hart. Hij, Die ín het Goddelijke Wezen is, daalt van de hemel tot ons af en wordt Mens.

Wie anders dan Christus had ons God kunnen openbaren? Raadpleeg alle wetboeken van de juristen, alle geschriften van de filosofen en de boeken van alle heidenen: u zult ontdekken dat zij niet verder gaan dan de kennis van God zoals die vervat is in de wet van Mozes, die gebiedt dat men niet zal stelen, geen meineed zal plegen en dat men de overheid en de ouders lief moet hebben. Dat is een eenzijdige [lett.: linkszijdige] kennis van God, waardoor men wel weet dat er een God is, maar slechts uit de wet: een God Die ons de rug toekeert.

Kijk daarom de andere kant op en zie wat het ware aangezicht van God is – wat Zijn wil is in Christus Jezus (zie 2 Korinthe 4:6). Namelijk: dat allen die zalig willen worden, moeten belijden dat zij zondaren en verdoemd zijn, en zich alleen moeten vastklampen aan Christus, Die vol van genade en waarheid is – opdat wij door Hem ook genade en waarheid verkrijgen. Want alleen in Hem wordt gezien hoe God gezind is! Wij moeten op Christus vertrouwen – dan hebben we ook de echte kennis van God.

Lees de heilige Schrift. Vanaf de dagen van Adam heeft Christus steeds de kennis van God aan de mensen geopenbaard (1). Hij is nooit opgehouden dit te prediken: dat wij door Hem genade en waarheid ontvangen – dat is: het eeuwige leven. Het was aan arme, gevallen mensen dat Christus wilde prediken, niet aan koeien en varkens. Laat daarom niemand zich beroemen op zijn kennis van God, hoe heilig het leven ook is dat hij leidt.

Ja, zelfs Mozes kon God niet zien. Toen Mozes verlangde God te mogen zien en zei: ‘Toon mij Uw aangezicht’, sprak God: ‘Indien u Mij zou zien, dan moest u sterven; echter, Ik zal u slechts Mijn rug en Mijn mantel tonen, want Mij zal geen mens zien en leven’ (Exodus 33:18-23). Zo zag Mozes Gods barmhartigheid aan de achterzijde, zoals deze in het Goddelijk Woord van het Oude Testament wordt gezien. Door de eniggeboren Zoon en door het Evangelie leert men echter rechtstreeks in Gods aangezicht te kijken. En wanneer dat gebeurt, sterft alles wat de mens is en heeft. Want dan moet hij belijden dat hij een blinde en onwetende zondaar is, die zich direct op Christus moet beroepen.

Wanneer een monnik in zijn hart deze kennis ontvangt – dat een vreemde gerechtigheid, namelijk de gerechtigheid die ons uit genade om Christus’ wil wordt toegerekend, hem moet behouden – zal hij vragen: Wat bereik ik nu met mijn monnikskap, mijn kloosterorde en regel? Kap en regel gaan nu tegen de grond! Alles wat hij voor heilig gehouden heeft, houdt hij nu voor drek, ja, voor de dood zelf. Zijn eigen gerechtigheid en heiligheid verwerpt hij, evenals alles wat verder uit menselijke kracht voortkomt – dat alles moet sterven, in het graf worden gelegd en begraven. De mens wil er niets meer mee te maken hebben. Deze kennis van het Evangelie is het aangezicht van God: de boodschap dat wij genade en waarheid hebben door de dood van Christus. Wie deze Christus niet heeft, die wordt niet zalig.

[Maarten Luther: Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537 und 1538. WA 46, 671ff]

(1) Dat is onder meer overal in het OT van de SV waar gesproken wordt over de Engel des HEEREN: o.a. Genesis 16:7; 22:11; Exodus 3:2; Richteren 6:12; Zacharia 3:1.

Het is toegestaan om onze citaten en meditaties afzonderlijk (met een goede intentie) geheel of gedeeltelijk te publiceren in kerkbladen, brochures en tijdschriften.
Het is echter niet toegestaan meerdere citaten of meditaties te bundelen en in boekvorm te verspreiden zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming.
Bij publicatie (indien mogelijk) graag met bronvermelding: http://www.maartenluther-com
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan familie en vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.
Aan- en afmelden: Bij voorkeur via e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van http://www.maartenluther-com met vermelding: meditaties

Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen jullie het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook aan jullie, opdat ook jullie met ons verbonden zijn. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. We schrijven jullie deze brief om onze vreugde volkomen te maken.’ (Uit 1 Johannes 1 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie