‘Heeft het Woord van God zich soms verspreidt vanuit jullie gemeente? Of heeft het enkel jullie bereikt? Wie van jullie meent te kunnen profeteren of in het bezit van de Geest te zijn dient te erkennen wat ik schrijf een bevel van de Heer is.’ (Uit 1 Korintiërs 14 uit de verzen 36-40 : 36-37)
Geciteerd: Wat betreft de vraag naar de vrouw in het ambt zou je het volgende kunnen stellen: in Paulus’ tijd was het een chaos wanneer de vrouwen in de samenkomsten van de gemeente zouden spreken. Dat ging in tegen de toenmalige cultuur.
De bedoeling van deze tekst is derhalve dat het geen chaos moet zijn in de samenkomsten van de christenen. Het moet vandaag de dag ook geen chaos worden in onze samenkomsten. Er is bijvoorbeeld een liturgie in de erediensten.
Opgemerkt: Nee, niet dat het inging tegen de toenmalige cultuur moeten we als eerste oorzaak noemen, maar veel meer het feit dat de apostelen verlangden dat de gemeenten zouden onderwezen en opgebouwd worden door het geschreven Woord en door wat zij van onze Heer Zelf vernomen hadden. Dat geschreven Woord van God (het OT, de opschrift gestelde evangeliën en de brieven van de apostelen voor zover die beschikbaar waren) was toen nog niet in het bezit van vrouwen en velen (de meerderheid) van hen konden niet lezen. Wat ze wel konden was in klanktaal spreken en ze konden vragen stellen tijdens de samenkomsten en mogelijk meenden sommigen dat ze daar konden spreken over bijzondere openbaringen en visioenen die zij ontvangen zouden hebben. Maar die kant moest het beslist niet op in de samenkomsten! Het onderwijs van de apostel Paulus in hoofdstuk 14 van de eerste brief aan de Korintiërs laat daar geen misverstand over bestaan. Paulus en de apostelen wilden voortbouwen op de gangbare praktijk in de synagogen, waar ook onze Heer van gebruik had gemaakt. En door dat te doen werd er gewerkt aan ordelijk verlopende samenkomsten – in Korinthe was het misgegaan, zie o.a. 1 Korintiërs 11 : 17! De ontstane wanorde in de samenkomsten die moest worden uitgebannen.
‘Iemand (man of vrouw) die klanktaal spreekt (tijdens jullie samenkomsten) is daar alleen zelf bij gebaat; iemand die profeteert – gedeelten uit Gods geschreven Woord aanhaalt en toepast op basis van een Bijbelgedeelte uit het OT! – doet dat ten bate van (heel) de gemeente.’ (…) ‘Wanneer jullie als gemeente samenkomen en ieder zich daar in klanktaal uit, zullen ongelovige buitenstaanders die de samenkomst bezoeken dan niet zeggen dat jullie krankzinnig zijn? Maar wanneer ieder – die daar zijn mond opendoet (kan en mag opendoen vanwege zijn kunde om uit de Schriften voor te lezen en die ook uit te leggen en toe te passen) – profeteert, dan zal een ongelovige buitenstaander worden beoordeelt en terechtgewezen (niet persoonlijk!) maar samen met de andere hoorders die luisteren naar wat de Geest door Zijn Woord tot de gemeente(n) te zeggen heeft.’ (…) ‘Laat van hen die (werkelijk) kunnen profeteren en daartoe gelegenheid krijgen of willen nemen of erom vragen er twee of drie de gelegenheid krijgen om dat in een samenkomst van jullie te doen en de anderen moeten het beoordelen. Wanneer een van de sprekers (van de twee of drie die gelegenheid kregen om te profeteren) nog op z’n plaats zit en hem iets duidelijk wordt over het aan de orde gestelde Bijbelgedeelte of n.a.v. wat de aan de beurt zijnde spreker te zeggen heeft, dan moet degene die op dat moment aan het woord is verder zwijgen (tot de ander uitgesproken is). Maar bedenk dat ieder op zijn beurt kan profeteren (geduld oefenen dus!) en de woorden van een ander tot z’n recht kan laten komen, zodat ieder zal onderwezen en bemoedigd worden door wat een spreker die profeteert de hoorders te zeggen heeft. Want wie gelegenheid krijgt om te spreken (profeteren) in een samenkomst heeft macht over zijn geest, want God is niet een God van wanorde maar van vrede. En wat ik jullie hierover geschreven heb gaat op voor en is toepasbaar in alle gemeenten.’
(Woorden uit 1 Korintiërs 14, lees heel dit hoofdstuk en daarbij ook het advies van Paulus aan Timoteüs in 1 Timoteüs 4 : 11-16, 2 Timoteüs 2 : 3 : 14 t/m 4 : 5 en aan Titus in Titus 2 : 11 t/m 3 : 11)
Zie ook deze blog: ‘Vrouw en ambt typisch probleem van de huidige tijd’?
Bron citaat: ND Opinie – ‘Vrouwen het zwijgen opleggen in de kerkdienst? Dat kan niet voortkomen uit liefde’ – Opiniebijdrage van Jan Schonewille, emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
NB. Overigens een pleidooi om vrouwen wel toe te laten in de ambten.
‘Kortom broeders en zusters, streef ernaar te profeteren en verhinder niet dat er in klanktaal gesproken wordt – maar handel bij dat laatste naar wat ik erover schreef betreffende het gebruik in jullie samenkomsten. Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren‘ – dus ten bate van de opbouw van de gemeente – lees hierbij 1 Korintiërs 3 : 10-23! (Uit 1 Korintiërs 14 : 39-40)
Bron afbeelding: Joyful Moments in Christ