‘En Hij zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: je zult de hemel geopend zien en de engelen van God zien opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon.’ (Uit Johannes 2 vers 51)
Geciteerd: Zo zien wij de hemel nog steeds geopend; ja, wijzelf leven in de hemel. Hoewel wij allen in zekere zin nog op deze aarde wonen, zijn onze namen in geestelijke zin opgetekend onder die van de hemelse burgers in de hemel. Daar hebben wij ons bestaan voor God in gebed, in geloof en in het goddelijke Woord, evenals in de sacramenten. Daar wandelen wij in liefde jegens onze naaste; daar groeien wij in het Woord en in de kennis van Christus, en wij nemen ook toe in alles wat nodig is voor het eeuwige leven.
Dit is ons hemelse leven, hier begonnen door het geloof. Ja, de hemel staat voor ons open. Wij leven en bestaan in de hemel; wij wonen daar als burgers, ook al zijn wij nog steeds op aarde volgens ons fysieke lichaam, dat getuchtigd moet worden door het kruis en door de tijdelijke dood.
Zo staat de hemel nu open. De engelen stijgen op en dalen neer, dienen de gelovigen in het koninkrijk van Christus en fungeren als trouwe dienaren, beschermers en boodschappers tussen God en ons. In Hebreeën 1:14 worden ze “dienende geesten, uitgezonden om te dienen, ten behoeve van hen die redding zullen verkrijgen” genoemd. Anders gezegd, het vergaat ons gelovige christenen zoals Christus, haar Hoofd, het ooit verging. Christenen zijn onderworpen aan veel lijden en moeten vele bekers van ellende drinken. De duivel kwelt hun harten met vele drukkende gedachten, en hun eigen vlees blijft hen belasten en plagen.
In zulke omstandigheden wil onze lieve Heer dat we onze blik omhoog richten en ons herinneren, wanneer we deze wereld te benauwd voor ons vinden, dat we niet afhankelijk zijn van aardse dingen, dat we hier slechts gasten zijn, als het ware in een herberg, en dat we elders burgerschap hebben, namelijk in de hemel. Daarom kunnen we ons neerleggen bij ons lot. We moeten echter weten dat we niet verlaten zijn; Want soms komt God ons ook te hulp en beschermt Hij Zijn christenen op fysieke wijze.
We kunnen er zeker van zijn dat de lieve engelen ons omringen en ervoor zorgen dat ons geen kwaad overkomt. Sterker nog, geen haar van ons kan worden gekrenkt, tenzij het Hem behaagt die boven ons troont, die Zijn engelen naar ons toe zendt om onze gebeden naar Hem op te dragen en naar ons terug te laten keren met de boodschap dat onze gebeden zijn verhoord. Als de engelen ons niet zouden bewaken en niet zouden opstijgen en neerdalen op het lichaam van Christus – dat wil zeggen, op ons – en niet bij ons zouden blijven, zouden onze tegenstanders ons allang levend hebben verslonden.”
[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 22, p. 204/205)]
> Zie ook deze blog met voorgaand citaat uit deze serie: ‘Wie denken wij wel dat we zijn?‘
Bron citaat: maartenluther-com – Engelstalig Luthercitaat van 13 februari 2026 – ‘Luther’s sermons on the gospel of st. John (44)’
‘Maar wij hebben ons burgerschap in de hemel, en vandaar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 20-21)
Bron afbeelding: LinkedIn (Guide Makombo)