Hoe ‘zien’ wij onszelf… (n.a.v. Epstein-dossiers)

Want wie de Boodschap van het Evangelie gehoord heeft en er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij geboren is in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet.’ (Uit Jakobus 1 uit de verzen 18-27 : 23-27)

Geciteerd: De aantasting van de morele grenzen raakte Nederland minstens even hard. Bloot werd gewoon in de Nederlandse filmindustrie, ook weer onder de vlag van bevrijding. Pedofilie werd in de jaren tachtig en negentig tot in de Tweede Kamer toe verdedigd als een uiting van liefde. Wie grenzen wilde stellen, werd gezien als een gevaar voor de bejubelde vrijheid.
Maar er zijn te veel mensen beschadigd, voor het leven. De Epstein-documenten leren een harde les: de bevrijding werd voor de slachtoffers een marteling. Zíj hebben nu de aandacht nodig.
Dat is belangrijker dan publiek wraak te nemen op mensen die in de documenten worden genoemd. Want dat verlegt de blik weer, weg van de samenleving zelf. Maar die samenleving – wij allemaal dus – moet in deze vuile spiegel kijken en ervan leren.

Opgemerkt 1: Toch zullen we ook hierbij op de achtergrond zien het wetenschappelijk materialisme en het aanhangen van de evolutietheorie die mensen (m.n. mannen) de gedachte gaf en geeft dat ze de sterke en door hun seksuele driften beheerste mannetjes moeten en mogen uithangen omdat ze nu eenmaal van zulke voorouders afstammen.
Opgemerkt 2: Heb het altijd verdrietig gevonden dat velen in het kerkelijke milieu waar ze opgroeiden de seksuele verlangens/lusten en fascinatie voor de vrouw en het vrouwenlichaam vooral (of alleen maar) als zondige lusten hebben leren zien, die dan maar z.s.m. bedwongen moe(s)ten worden door trouwen en kinderen verwekken, terwijl we die toch op grond van het onderwijs van Gods Woord mogen leren zien en ervaren als goede scheppingsgaven van God, die wij goed mogen (leren) gebruiken om daar persoonlijk en samen van te genieten*. Dat God ons dat ook daadwerkelijk gunt. Daarom was ik als jongere heel blij met de ruimere – en toch Bijbelse! – opvattingen onze seksualiteit (als scheppingsgave) binnen christelijke gemeenten/kerken na WO II.
* Ben overigens geen voorstander van voorbehoedsmiddelen (zoals de pil, etc.) door meisjes/vrouwen. Jongens/mannen moeten zich maar (leren) beheersen (zie ‘Opgemerkt 3’).

Opgemerkt 3: Christenjongeren zullen toch al vroeg horen/leren dat wie het lichaam van een ander schendt, dan een tempel van de Heilige Geest schendt en dat God dat niet ongestraft wil laten? (zie 1 Korintiërs 3 : 16-17, dat geldt voor de gemeente, maar ook voor ieder gedoopt lid van een christelijke gemeente)
Zelfs wanneer een jongere geen of een gebrekkige seksuele voorlichting heeft gehad, maar opgevoed is bij het (hele) onderwijs van Gods Woord, dan kan/zal zo’n een jongere toch al vroeg horen en weten dat je je niet aan het lichaam van een ander mag vergrijpen en dat penetratie van een ander zijn of haar lichaam (we kunnen de zaken toch gewoon en maar beter bij de naam noemen) buiten een officiële vaste relatie, waar twee volwassenen over en weer hebben ingestemd en elkaar trouw beloofd, en waarvan het huwelijk tussen man en vrouw de door God ingestelde orde is, onder aanranding valt en als een schending van een tempel van de Heilige Geest aangemerkt moet worden.
Dat Bijbelonderwijs (thuis en in de gemeente en op school) moet jongeren (en volwassenen!) helpen om met het grootste respect en met de grootste zorg voor het lichaam van zichzelf en dat van een ander om te gaan en ook om hen te doen beseffen wanneer hij of zij of een ander dat niet in praktijk brengt dan door God gestelde grenzen overschrijdt.
En natuurlijk valt er nog wel (heel wat) meer te noemen dat valt onder respect tonen voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van jezelf en van een ander en hoe je je in het bijzijn van een ander gedraagt en wat voor woorden je spreekt.

Leestips: Jakobus 1 : 18-27 en 1 Korintiërs 3 : 16-17.

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie