‘De volgende dag ging Jezus naar Galilea en vond Filippus. Hij zei tegen hem: Volg mij. Filippus kwam uit Bethsaida, de stad van Andreas en Petrus. Filippus vond Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden, over wie Mozes in de wet en de profeten geschreven hebben: Jezus van Nazareth, de zoon van Jozef.’ (Uit Johannes 1 de verzen 43-45)
Geciteerd: Christus vestigt zijn koninkrijk op zo’n nederige en onbeduidende manier om aan te geven dat Hij de arme bedelaars en vissers, zijn apostelen, evenzeer waardeert als degenen die door de wereld hoog in aanzien staan. Hijzelf rijdt in armoede Jeruzalem binnen op een geleende ezel; Hij bezit niet eens een haarbreedte van deze aarde die Hij zijn eigen kan noemen en waarop Hij zijn hoofd kan neerleggen (Matteüs 8:20). Hij was zo’n arme gast op aarde dat Hij in de lucht aan het kruis moest sterven.
Daarom kiest Christus hier als Zijn apostelen de armsten en nederigsten die Hij kan vinden: Andreas, Petrus, Filippus, Johannes en anderen met wie iedereen liever helemaal geen contact zou hebben gehad. Hij wordt niet gedreven door minachting voor sociale status, door afwijzing of veroordeling van talenten, of door vijandigheid jegens mensen vanwege deze talenten. Maar God wil niet dat ik denk dat Hij mij genadig is vanwege deze en vele andere gaven, en dat zulke gaven mij tot een kind van God maken en mij eeuwige zaligheid schenken.
Nee, dat is niet de bedoeling. God schenkt deze gaven niet opdat wij erdoor verlossing zouden zoeken, maar opdat wij ze zouden gebruiken in de vreze Gods en tot ons eigen en het welzijn van onze naasten in dit leven. Dit is het doel dat onze macht, rijkdom en wijsheid moeten dienen. Om een kind van God te worden, is meer nodig dan zilver en goud, wijsheid en macht; Het vereist “het Lam van God, dat de zonde van de wereld draagt.” De wereld, met haar aangeboren trots, misbruikt deze gaven en goederen.
In geestelijke hoogmoed denkt een mens dat God hem of haar genadig is vanwege verkregen rijkdom, of dat iemand kind van God is vanwege verworven wijsheid, aangeboren intelligentie of een ascetische leven, zoals de monniken geloven. Nu komt Christus en laat zien dat Hij de bedelaars, onwetenden en dwazen als Zijn discipelen wil uitkiezen. Het zou zelfs de arme hoer Maria Magdalena kunnen zijn, of de moordenaar en schurk Paulus, of de misdadiger aan het kruis. Hij wil voor iedereen duidelijk maken dat niemand Gods genade verkrijgt vanwege zijn gaven, zoals rijkdom, wijsheid en macht.
Waarom zouden wij dan zo hoogmoedig zijn om te veronderstellen dat God ons dan toch willen zou begunstigen vanwege deze gaven? Werpt God ze niet toe aan goddelozen én godvruchtigen, misschien zelfs wel genereuzer aan de goddelozen dan aan Zijn christenen? Zo laat Hij ook Zijn zon schijnen over de slechten en over de goeden, en Zijn regen evenzeer vallen op het veld van een schurk als op dat van een godvruchtig mens (Matteüs 5:45). Dus wie denkt dat iemand gered zal worden vanwege van zijn of haar deugden en (bereikte) bekwaamheden, bedriegt zichzelf.”
[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, deel 22, blz. 191/193)]
Bron citaat: maartenluther-com – Engelstalig Luthercitaat van 29 januari 2026 – ‘Luther’s sermons on the gospel of st. John (43)’
‘Jullie moeten uit ons voorbeeld deze regel leren: houd je aan wat geschreven staat. Je mag jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denk je wel dat je bent? Bezit je ook maar iets dat je niet geschonken is? Alles is je geschonken, dus waarom verhef je je dan boven een ander en doe je alsof je het aan jezelf te danken hebt wat God je gaf of liet verwerven?‘ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-21 : 6b-7)
‘Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hém worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: “Wil iemand zich beroemen, laat hij/zij zich op de Heer beroemen.”‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 26-31 : 30b-31)
Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes! – WordPress-com