‘Zoals de Vader Mij liefheeft, zó heb Ik ook jullie lief. Blijf in Mijn liefde.‘
(Uit Johannes 15 vers 9, weergave DB 1545)
* En in de christelijke gemeenten, families, gezinnen en huwelijken.
Geciteerd: Het kan gebeuren, en het gebeurt ook daadwerkelijk, dat zelfs de vroomste en allerliefste vrienden het met elkaar oneens zijn en aan elkaar geërgerd raken, alleen omdat de duivel soms om een enkel woord of om een onvriendelijke blik achterdocht en vergif in het hart werpt, zodat zulke vrienden elkaar ten slotte niet meer kunnen verdragen. Daarin is de duivel een meester en weet hij het zo hoog te drijven, dat zoiets al gebeurd is voordat men het verwacht of gewaarwordt.
Zoals dit ook tussen Paulus en Barnabas plaatsvond (Handelingen 15:39): zij konden het niet met elkaar eens worden en gingen daarop uit elkaar. Evenzo waren de twee mannen Hiëronymus en Rufinus eens de beste vrienden en gingen zij als broeders met elkaar om, en toch werden zij vijanden om een voorwoord of inleiding van een zeker geschrift van Origenes, zodat zij geen vrienden konden blijven (1). Dat zou tussen Augustinus en Hiëronymus ook zijn gebeurd, als Augustinus niet wijzer was geweest (2).
Zo kunnen uit kleine zaken grote ruzies en twisten ontstaan, die daarna veel schade toebrengen aan een hele gemeente. Want wanneer het bloed eenmaal begint te koken, dan schiet de duivel zijn giftige pijlen in het hart door boze lastertongen, zodat niemand nog iets goeds van de ander spreekt of denkt; dan blaast hij het vuurtje verder aan en wil hij de mensen tegen elkaar ophitsen en ellende en moord aanrichten.
Wij moeten als christenen de kunstgrepen en streken van de duivel kennen en ons daarnaar richten, dat wij verstandig zijn en weten hoe wij ons daarvoor moeten wachten. Wij mogen niet toestaan dat zulk vergif in ons hart opgroeit, maar ook, wanneer wij toch tot wantrouwen en onwilligheid worden aangezet, ons daartegen verzetten en ons herinneren dat wij daarom de liefde niet mogen opgeven of laten uitblussen, maar des te vaster daaraan moeten vasthouden. En als er misschien toch onwilligheid of onenigheid ontstaat, moet men de liefde en vriendschap weer herstellen en verbeteren.”
[Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis (Druck Frühjahr 1538), WA 45, 683ff]
(1) Rufinus van Aquileia (ca. 345–410) was een groot bewonderaar van Origenes (ca. 185–253) en vertaalde diens werken. Hiëronymus (ca. 347–420), die aanvankelijk eveneens door Origenes was beïnvloed, keerde zich later tegen hem en beschuldigde Rufinus van ketterij. (Dr. Ernst Schäfer, Luther als Kirchenhistoriker, Druck C. Bertelmann, Gütersloh, 1897. S. 260)
(2) Ondanks hun geschillen over de Septuagint en de Vulgaat (en, zoals Luther opmerkt, ook over de oudtestamentische wetten) bleven Augustinus (354–430) en Hiëronymus (ca. 347–420) elkaar respecteren en wisselden zij brieven uit. Uiteindelijk erkenden zij elkaars intellectuele en geestelijke waarde, al bleef er spanning bestaan. (Dr. Ernst Schäfer, idem, S. 261)
Leestip: Psalm 55
Opgemerkt: Aan het lezen van deze Psalm was ik vanochtend toe. Wie zou bij deze Psalm (en m.n. de verzen 13-15 en 21-22) niet denken aan hoe Achitofel, die een gezien raadslid was aan het hof van David, zich tegen koning David keerde vanwege de zonden van David tegen Bathseba en tegen Uria haar man en tegen zijn eigen manschappen die voor hun gezalfde koning streden. Moeten we niet van Achitofel zeggen dat hij – ondanks zijn wijsheid en verstand – aardse belangen nastreefde en daardoor geen zicht (meer) had op het werk dat de Geest – en dat dus ondanks en door Davids zonden heen – door deze gezalfde koning wilde verrichten ten bate van het volk van God. Toen zijn streven en streken geen resultaat opleverden was er blijkbaar geen plaats voor openlijk schuld belijden, voor berouw en bekering, zoals die er door Gods genade bij David wel gevonden werd. Davids berouw en openlijk schuld erkennen en belijden zijn ons zondaars tot hoop- en moedgevend (en ootmoedgevend!) voorbeeld geschonken. God had David ook kunnen bewaren voor de genoemde zonden – zoals Hij bijvoorbeeld eerder David door Abigaïl (de vrouw van de rijke Nabal, zie 1 Samuël 25) geholpen had om onnodig en onterecht bloedvergieten te voorkomen…
‘Wie beheerst wordt door het aardse, streeft aardse zaken na, maar wie beheerst wordt door de Geest, streeft na wat de Geest wil.‘ (Uit Romeinen 8 vers 5)
Bron afbeelding: DailyVerses-net