‘Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!
(Uit Psalm 13 vers 4a)
Geciteerd: Op een mooie winteravond dronk Rokus Maasland samen met twee vrienden buiten bij een groot vuur een biertje. Starend in de vlammen ging het gesprek langzaam van grappen naar serieus. De twee waren niet hun geloof kwijtgeraakt, maar wel hun vertrouwen. In de kerk. In mensen. In hoe het blijkbaar kan gaan.
De twee kenden elkaar uit een kerk die inmiddels niet meer bestaat. Niet omdat het gebouw is afgebroken, maar omdat de gemeenschap zichzelf kwijtraakte. Heilige overtuigingen waren gebotst, met alle onheilige gevolgen van dien. Beide mannen hadden het zinkende schip vroegtijdig verlaten. Teleurgesteld, gefrustreerd en gekwetst.
Als hun kerk een dansvloer was, hadden ze allebei jarenlang meegedanst. Ze stonden niet langs de kant maar midden op de vloer, in het zweet. Ze bouwden, organiseerden, inspireerden. De bloeiperiode van die kerk — voor zover je die niet volledig aan God toeschrijft — droeg ook hun handschrift. En toch stonden ze aan het eind buiten. Moe en uitgedanst.
Geciteerd 2: Want ja, er raken mensen de maat kwijt. Er raken mensen beschadigd. Ze stappen van de dansvloer af en blijven jarenlang langs de muur staan. Met een klein restje geloof in hun zak of, zoals Paul het noemt, ‘a thimbleful (vingerhoedje) of faith’. Genoeg om de muziek nog te horen, te weinig om weer onbevangen mee te dansen.
Misschien is dat wel de vraag die de kerk – en dan bedoel ik niet de stapel stenen, maar de leden – zich steeds opnieuw mag stellen: zijn wij een plek waar mensen steeds opnieuw durven binnenkomen? Waar uitgedansten mogen bijkomen, waar wie uit de maat loopt niet wordt weggewuifd, maar vastgehouden?
Een kerk waar we tegen zwervers, hoeren, tollenaars, maar ook tegen mijn twee vrienden zeggen: welkom, je bent weer thuis!
Opgemerkt 1: Het is waar: Jezus zocht de zwervers, de hoeren en tollenaars op, maar hij ‘preekte’ ook in de synagogen. Laten christenen dus vooral mensen zijn die zwervers, hoeren en tollenaren niet mijden en uit de weg gaan maar hen opzoeken en helpen en hen nodigen om ook deel te worden van Christus’ gemeente hier op aarde. Laat je maar dopen dan zal je de Heilige Geest ontvangen en kom onder Zijn gehoor en vier met ons – in de relatief besloten eenvoudige samenkomsten van Zijn gemeente – de maaltijden van de Heer.
Opgemerkt 2: Als we ‘de kerk’ of ‘ónze’ gemeente’ willen inrichten en laten functioneren naar onze eigen denkbeelden en inzichten (wereldwijsheid/wetenschap) en we krijgen het dan toch niet voor elkaar zoals wij dat wensen, dan kunnen we gefrustreerd raken in ‘de kerk’ en de mensen die haar bevolken en reden zien/hebben om ‘hún’ kerk/gemeente maar te verlaten. Maar soms (of eerder: als regel?) hebben juist die eersten de macht of weten die te veroveren en die krijgen het wel voor elkaar het wel voor elkaar om een gemeente naar hun inzicht en streven op te zetten. Maar door zulke mensen zou je nog meer gefrustreerd kunnen raken, wanneer je hun inzichten niet deelt. (1) Want die zijn ook bekwaam om je op allerlei manier duidelijk te maken dat je je heil dan maar elders moet zoeken. Zo niet goedschiks, dan gaat het, wat hun betreft, maar kwaadschiks.
(1) Je zou kunnen zeggen: Wanneer je niet naar hun pijpen danst. *
* “Naar iemands pijpen dansen” betekent alles doen wat een ander wil, iemands wil volledig volgen en geen eigen wil hebben, net zoals je willoos danst op de muziek van iemand die op een fluit (pijp) speelt. Het beeld is dat iemand blindelings de commando’s van een ander uitvoert, zoals een poppenspeler een pop laat dansen op zijn muziek, en wordt vaak in negatieve zin gebruikt om te zeggen dat iemand zich volledig laat leiden.
Leestips: Psalm 13 en Lukas 7 : 18-35.
Bron citaten: Petrus Magazine – ‘Column Rokus: Als het vertrouwen kwijt is’ – door Rokus Maasland.
De schrijver van de column is zanger, liedjesschrijver en auteur van het boek ‘Allen die vermoeid en belast zijn’, waarin hij aan de hand van Psalm 13 op zoek gaat naar waar God is in het lijden en naar de rol van de kerk daarin.
‘Ik vertrouw – ondanks alles wat me overkomen is en nog overkomen zal – op Uw liefde,
mijn hart zal juichen omdat U redding brengt,
Ik zal zingen voor de HEER, Hij heeft mij geholpen.’
(Uit Psalm 13 vers 6)
Bron afbeelding: A Reason For Hope