‘Mijn volk was een dolende kudde schapen, hun herders lieten hen dwalen, ze dreven hen de bergen in. Daar dwaalden ze over heuvels en bergen, ze vergaten waar hun schaapskooi was.’ (Uit Jeremia 50 vers 6)
‘Orakels zijn bedrog en waarzeggers vertellen leugens: wat zij dromen komt niet uit, hun troost bestaat uit holle woorden. De mensen dolen rond als schapen, ontredderd, want een herder is er niet.’ (Uit Zacharia 10 vers 2)
‘En Jezus, uitgaande, zag een grote schare (menigte mensen), en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder(s) hebben; en Hij begon hun veel dingen te leren.’ (Uit Markus 6 vers 34)
Geciteerd 1: ‘Dat betekent ook iets voor de kerkdienst. Iemand zei: “Ik kom in de kerk om God te ontmoeten, maar de dominee praat er telkens doorheen”. Waarom creëren we niet meer stiltemomenten, waarin God tot ons kan spreken? Laten de kerkdiensten en ook andere momenten, oases van rust zijn.’
In het omgaan met ‘weerbaarheid en veerkracht’ zou de kerk de lat volgens Visser veel hoger mogen leggen.
‘Want dit vraagt niet om een brave en burgerlijke, maar om een uitnodigende en uitdagende kerk. Een gemeenschap waar karakters worden gevormd. Het zou mooi zijn als er meer initiatieven zoals ‘De vierde musketier’ komen, waarin mannen die niet zoveel interesse hebben in theologie of boeken lezen, maar wél iets met God willen, worden uitgedaagd in outdooractiviteiten. Moeten we niet vaker predikanten van het type Ray van Kamp van Koningsbrugge op de kansel hebben?’
Volgens Visser zet de kerk ‘te vaak alleen in op de zwakken en behoeftigen’ – hoe goed dat op zichzelf ook is. ‘Maar wat is er voor de anderen? In het jeugdwerk lijkt soms het hoogste doel om jongeren bij de kerk te houden. Dus geven we hen chips en cola; ze moeten het vooral fijn vinden. Waarom dagen we hen niet veel meer uit?’
Tegen de ‘tribalisering’ zou de kerk veel meer moeten inzetten op het vormen van een gemeenschap met een doel buiten de eigen kring. ‘Niet onze eigen kerk op de eerste plaats, het voortbestaan, het overleven, maar God en zijn missie.
Laten de predikant en de kerkenraad eens dertig procent van hun tijd gaan besteden aan een doel buiten de kerk. Moet je eens zien hoeveel nieuwe verbindingen dan kunnen ontstaan.
Opgemerkt 1a: Wie was er beter in staat om de moeiten van het Godsvolk te peilen en te duiden dan onze Heer Jezus Christus? En aan wie/Wie vertrouwde Hij het Godsvolk, dat Hij Zich ging werven uit alle volken, toe? En hoe heeft Hij gedurende Zijn leven laten zien hoe Hij Zijn schapen tot Zich wilde trekken? Hebben we werkelijk dit soort praat van een wereldwijze wetenschapper die zich aanmeet ons te kunnen vertellen hoe wij als ‘kerk'(en) – en niet als leden van Christus gemeente ieder op onze eigen plaats in de samenleving – missionair dienen te zijn?
Opgemerkt 1b: Dat het zout werkzaam zal zijn en dat het licht niet onder een korenmaat zal worden geplaatst daar mogen onze voorgangers in navolging van onze Heer – net als vroeger in de synagogen gebeurde en waar ook onze Heer Zijn stem liet horen – aan werken door de bediening van heel Gods Woord en de bediening van de Sacramenten (Doop en Avondmaal) in de liturgie van lof- en dankzegging en belijden in de (nog altijd zondagse) samenkomsten van de gemeenten van onze Heer. Zo wil de Heilige Geest werkzaam zijn door de middelen die van God ons geschonken zijn. Zo zullen gemeenten van onze Heer elkaar wereldwijd herkennen en steunen.
Geciteerd 2: Visser kiest in de missionaire trendrede, die hij zaterdag uitspreekt, voor ‘verwildering’ als trefwoord. Het lijkt nóg dramatischer dan wat zijn voorgangers signaleerden. ‘Maar het beeld van verwildering is nadrukkelijk niet bedoeld om een doemscenario te schetsen’, licht hij toe. ‘Verwildering heeft zeker ook positieve kanten.’
Opgemerkt 2: Moet hierbij denken aan ‘Waar de profetie ontbreekt, verwildert het volk’ (Spreuken 29 : 18). Bij profetie hebben we dan te denken aan het onderwijs van heel Gods Woord en m.n. ook met wat de profeten ons hebben aangereikt (ook in de Psalmen). De apostel Petrus wijst ons ook op de noodzaak van het blijvend aandacht geven aan dat onderwijs, m.n. het begin van zijn tweede brief en Paulus heeft dat ook van het begin af aan Timoteüs aangeraden om daar aandacht aan te geven in de samenkomsten van de gemeente(n) die hij diende.
Dietrich Bonhoeffer heeft zich ingespannen om m.n. ook het onderwijs van de Psalmen onder de aandacht te brengen. Maar we weten wel dat hij binnen de Duitse christenheid van die dagen een roepende in de woestijn is geweest.
Leestip: Lukas 6 : 17-49 en 14 : 25-35.
Bron citaten: ND geloof – ‘Deze wetenschapper pleit voor avontuurlijke kerken. ‘Een ‘wilde God’ kan nooit een tamme kerk hebben’’ – door Koos van Noppen
‘En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen. En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op de sabbat naar de synagoge; en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek (de boekrol) van de profeet Jesaja; en als Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven staat: De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren. En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.‘ (Uit Lukas 4 uit de verzen 15-30 : 15-20)
‘Maar Hij zei tegen hen: “Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het Koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.” En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.‘ (Uit Lukas 4 uit de verzen 31-44 : 43-44)
Bron afbeelding: BiblePic