‘Daarom, iedere Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.‘ (Uit Matteüs 13 vers 52)
Leven in de eenentwintigste eeuw van het Nieuwe Testament
Geciteerd 1a: Nieuwtestamenticus Donald Hagner schreef jaren geleden een prachtig boekje met (vertaald) de titel: Hoe niéuw is het Nieuwe Testament? Dat is een fascinerende vraag. Het Bijbelonderzoek van de laatste jaren benadrukt sterk de continuïteit tussen het Oude en Nieuwe Testament. Dat is grote winst. Ook de aandacht van het feit dat de Heere Jezus een Jood was (net als Paulus), en dat we Hem daarom vanuit de Joodse context moeten begrijpen, is toe te juichen. Dat is weleens anders geweest. De keerzijde is echter dat wie alleen de doorgaande lijn benadrukt, het punt mist dat Jezus’ komst naar de aarde de tijd voorgoed veranderd heeft. Je struikelt in het Nieuwe Testament over woorden als een nieuw gebod, de nieuwe mens, de nieuwe gehoorzaamheid, een nieuw verbond, de nieuwe schepping, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe leer, de nieuwe wijn, een nieuw lied, het nieuwe Jeruzalem. We zouden zonder moeite een tijdje door kunnen gaan.
Hoe voorkomen we dat we een lap van een nieuw bovenkleed op een oud bovenkleed naaien? Het nieuwe past immers niet bij het oude (Lukas 5 : 35)? Wat de Heere Jezus meebrengt, is niet het oude met een kleine update, maar werkelijk nieuw – splinternieuw. Zijn we ons daarvan voldoende bewust? Naar mijn mening niet. Er schuilt een gevaar in het opsluiten van de Heere Jezus en Paulus in de Joodse context. Want waarom werd Hij door Zijn volksgenoten gekruisigd? En van wie had de apostel het meest te duchten? Om welke reden?
Geciteerd 1b: (…) In de context van hoofdstuk 13 van het Matteüsevangelie gaat het erom dat de Heere Jezus in precies zoveel gelijkenissen de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen uitlegt. Tussen haakjes: Matteüs gebruikt de uitdrukking ‘Koninkrijk der hemelen’ niet zozeer om de naam van God (voor zijn Joodse lezers) te vermijden. Dat is slechts ten dele waar. De klemtoon valt op het feit dat het Koninkrijk waar Jezus over spreekt bij de hémel hoort en op geen enkele manier door menselijke inspanning tot stand komt. Het komt bij God vandaan, uit de hemel. Vandaar dat er velen zijn die van de gelijkenissen niets begrijpen.
Geciteerd 1c: We kunnen niet simpelweg een isgelijkteken zetten tussen de Schriftgeleerde uit Mateüs 13 vers 52 en de dominee van vandaag. Toch zijn er ook frappante overeenkomsten tussen beiden. Behoort een predikant geen Schriftgeleerde te zijn, een dienaar van het Woord? En is verkondiging niet opdiepen van nieuwe en oude schatten, in die volgorde?
Geciteerd 1d: Kerkenraden gaan in vacaturetijd naarstig op zoek naar de alleskunner. Er ‘moet’ ook zoveel. Echter: een voorganger (dominee/predikant) is ook maar een mens. Niet ook, maar dat ís een mens. Als ik de Bijbel goed begrijp, is het zelfs zo dat God bij voorkeur gebruik of zelfs uitsluitend gebruik maakt van het zwakkere(re). Om de sterke(ren) te beschamen, om ons allemaal te leren dat het Gods werk is (1 Korintiërs 1 : 19-21, 26-31, 2 Korintiërs 13 : 9). Precies, dat het het Koninkrijk van Gód is. Dienaren van het nieuwe verbond (2 Korintiërs 3 : 6) zijn geen krachtpatsers. Juist niet. Zouden kerkenraden een in onze ogen zwakke(re) broeder (dienaar van het Woord… AJ) durven beroepen? Zodat wie roemt, dat alleen in de Heere doet? Dat is een serieuze vraag die ons geestelijk gehalte toetst.
Geciteerd slot: Uiteindelijk is niet de evangelist Matteüs, maar de Heere Jezus Zelf de ware Schriftgeleerde. Dat wist de vroege kerk al. Christus brengt uit Vaders voorraad nieuwe en oude schatten tevoorschijn én deelt er ook van uit. Ik wees al op het onbekommerde: de schatten worden uitgeworpen. (1) Volgens nieuwtestamenticus Adolf Schlatter is het zelfs zo dat het nieuwe zich steeds opnieuw – en díéper – in Christus voor het geloofsoog ontvouwt. We vallen zogezegd van de ene in de andere verrassing. Tot de dag aanbreekt waarop de nieuwe hemel en de nieuwe aarde definitief gestalte krijgen. Vanwege Hem Die zegt: Zie Ik maak alle dingen nieuw.” (Openbaring 21 : 5)
(1) Vertrouwen! Zie ook Jezus’ woorden in Matteüs 6 : 33)
(Wordt vervolgd)
Bron citaat: De Waarheidsvriend (15 januari 2026) – ‘Leven in de eenentwintigste eeuw van het Nieuwe Testament – Nieuw is echt nieuw’ – door ds. C.H. Hogendoorn (Zwolle, redactielid)
“Zorg ervoor dat jullie Timoteüs niet afschrikken wanneer hij bij jullie komt, want hij werkt net als ik ten dienste van de Heer. Dus niemand mag op hem neerzien.’ (Uit 1 Korintiërs 16 de verzen 10-11 – zie hierbij ook 1 Korintiërs 4 : 6-7 en 1 Timoteüs 4 : 1-13)
Bron afbeelding: Susan Barnes