‘Jullie moeten geen moeite doen voor voedsel dat vergaat – dus door ijverig te bidden om/voor je dagelijkse boterham – , maar tot Mij komen en vragen om het voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het jullie geven, want de Vader, God Zelf, heeft Hém die volmacht gegeven. Ze vroegen Hém (niet Bunyan, etc., etc.): “Wát moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?” “Dit moeten jullie voor God doen: Geloven* in Hém Die Hij gezonden heeft”, antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 6 de verzen 27-29)
* Luisteren naar en je vertrouwen geven aan wat Hij (!) ons zegt in de naam van de Vader.
Geciteerd 1: ”Komen tot Christus”, was het thema van de jaarlijkse winterconferentie, georganiseerd door de werkgroep voor studenten van de GG. De avond werd gehouden in het Hoornbeeck College in Gouda. Dit jaar bezoeken ruim honderdtwintig studenten de avond, die gevuld is met een maaltijd, veel gesprekken, discussie over stellingen en een lezing.
Vanavond is er ook een boekentafel van de John Bunyanstichting en wordt de nieuwe website van de werkgroep gelanceerd. Uit de vragen die binnenkomen na de lezing blijkt dat het onderwerp leeft, door vragen als „Hoe kan ik tot Christus gaan?”, „Hoe gaat dat praktisch?” en „Mag je pleiten op alle beloften?”.
(…) Ds. Visser vertelt dat John Bunyan het komen tot Jezus Christus „een van de grootste wonderwerken van God” noemt.
Opgemerkt 1: Let wel, het gaat hier om gedoopte studenten die van jongs af aan opgevoed zijn bij Gods Woord en bij het dagelijks gebed en de wekelijkse gebeden om het voedsel dat niet vergaat. Ze hebben uit de mond van onze Heer Zelf kunnen horen dat Hij geloofd wil/moet worden op de woorden die Hij gesproken heeft en die Hij ons in de Naam van de Vader liet en laat verkondigen door Zijn apostelen. En nu gaan deze studenten voor zulke basale vragen te rade bij ene ds. R.A.M. Visser (uit Apeldoorn) en die ontleend zijn wijsheid dan vooral aan wat John Bunyan ons te vertellen had/heeft?
Geciteerd 2: Ds. Visser tekent de verandering. „Diegenen die komen, worden ernstig, gaan bidden en Bijbellezen, breken met de zonde en verlaten de godsdienst van de lege buitenkant. Veranderingen zijn soms levensgroot.” Hij waarschuwt: „Let erop: niet iedere verandering is vernieuwing. Het gaat erom dat Christus de hoogste plaats in het leven inneemt. Daarom is het belangrijk dat de Heilige Geest doorwerkt. Zo leer je om alles te verliezen en als een arme, uitgewerkte zondaar uit te gaan tot Hem en het leven te vinden bij de Heere Jezus.”
Opgemerkt 2: Wordt op deze manier niet het gaan tot onze Geneesheer, Die ons in het Hospitaal dat Hij voor ons heeft ingericht en ons daar – al van geboorte af aan – dagelijks heeft ontvangen en ons daar alles schonk en schenkt wat wij nodig hebben, nu bij de ingang al geblokkeerd door het evangelisatietentje van (o.a.) John Bunyan en nodigt ds. Visser, die voor dat tentje staat, deze studenten uit om nu eerst eens bij arts John Bunyan binnen te gaan om daar met hulp van hem eerst eens te gaan doen aan een grondige zelfanalyse? En wanneer daarbij dan blijkt dat je overtuigd genoeg bent van het lijden aan de kwaal waar alle mensen mee behept zijn en je genoeg kunt laten blijken dat je grondig beseft en kunt beschrijven wat die kwaal aan misvorming in jouw leven heeft teweeg gebracht, dat je dan (pas) mag doorlopen (of beter: weer teruglopen) naar het Hospitaal om daar al de middelen uitgereikt te krijgen die nodig zijn om de kwaal effectief te bestrijden? Maar zolang dat niet genoegzaam blijkt, dan wordt je gevraagd om daar bij dat Hospitaal en de grote Geneesheer nog weg te blijven en om in plaats daarvan met enige regelmaat – mee op aanraden van ds. Visser – opnieuw het tentje van John Bunyan te bezoeken om daar met hulp van hem de zelfanalyse nog weer eens opnieuw uit te voeren, totdat aan de daaraan gestelde eisen wordt voldaan…
Geciteerd 3 (vervolg citaat 2): „De beloftewoorden van God doen dan (dan pas?) kracht, geven hoop en verwachting, overwinnen bezwaren, verbreken weerstand en richten je van jezelf af naar boven. Het zijn woorden die naar binnen gaan en ingedragen worden in je ziel”, vervolgt ds. Visser. „Dan wordt er zoveel trekking gevoeld, dat ik ren, loop, struikel of kruip naar Christus om – dan eindelijk? – te ervaren dat het waar is: „Die zal Ik geenszins uitwerpen”. In Christus vind je alles wat je nodig hebt tot de zaligheid en wordt dat toegeëigend.”
Ds. Visser raadt de jongeren aan om biddend met dit thema werkzaam zijn, ook als er zoveel – door John Bunyan en ds. Visser opgeworpen? – bezwaren zijn. „Zeg het maar tegen de Heere, want de Heere Jezus zegt: Ik zal u geenszins uitwerpen.”
Opgemerkt 3: Zullen we niet beter met (alleen) Gods Woord in de hand tegen deze jongeren zeggen: Loop nu maar gauw weer door naar onze grote Geneesheer in Zijn Hospitaal, en gebruik daar trouw en in goed vertrouwen – dus in geloof – álle middelen die Hij ons aangereikt heeft en mij en ook jou aanreikt. En dat betekent dat je ‘heel gewoon’ trouw bent en trouw blijft doorgaan met het lezen van de Bijbel en met bidden en in het bezoeken van de samenkomsten van Christus’ gemeente en dat je niet nalaat om daar ook alle (!) door Hém aangereikte (bevolen!) middelen te gebruiken…
‘Daarop zei Jezus: “Waarachtig Ik verzeker jullie: als je het lichaam van de Mensenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, heb je geen leven in je. Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem of haar zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in Hem. De levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik leef door de Vader; zo zal wie Mij eet leven door Mij.“‘ (Uit Johannes 6 de verzen 53-57)
Opgemerkt slot: Tegen de gedoopte gemeente van Laodicea zegt onze Heer – die Zijn Hospitaal om hen verlaten heeft en aanklopt bij mensen rondom het evangelisatietentje van John Bunyan en er staan nog veel meer van die tentjes op de ‘Voorhof der Heidenen’** bij Zijn Hospitaal – en zegt: Kom en koop bij mij medicijnen ‘om niet’ (gratis dus) en ook: Ik sta voor de deur en Ik klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem of haar en hij/zij met Mij. (Uit Openbaring 3 uit de verzen 14-22 : 18 en 20).
** De Tempel in Jeruzalem had een buitenste gedeelte, de ‘Voorhof der Heidenen’, waar zowel Joden als niet-Joden (heidenen) mochten komen om te bidden, te rusten en te luisteren, hoewel heidenen niet verder de heiligere delen van de Tempel in mochten; dit gebied was een grote open ruimte met zuilengangen waar ook geldwisselaars en handelaren waren en diende als een publieke plek voor iedereen, ondanks de duidelijke scheiding met een muur (de balustrade) die de weg naar de binnenste gedeelten afsloot, met een doodstraf voor wie deze overschreed.
Zie ook deze blog: ‘Geen vrijbrief voor de zonde, wel voor de zondaar…‘
Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Ds. R.A.M. Visser tegen studenten Gereformeerde Gemeenten: Is er levend geloof in Christus in je jonge leven?’ – door Nico van den Berg
‘Want Hij is onze vrede, Hij die met Zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de Wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld om uit die twee Zichzelf één nieuwe Mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in Zijn lichaam (binnen Zijn gemeente) de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hém hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.’ (Uit Efeziërs 2 uit de verzen 1-22 : 14-18)
Bron afbeelding: Facebook (Verse of the Day)