‘Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ (Uit Markus 10 vers 15)
Geciteerd: Als we zoeken naar antwoord op de vraag of het wel of niet Bijbels is om kinderen en jongeren het avondmaal mee te laten vieren, wil ik er eerst op wijzen dat deze vraag in de Bijbel zelf niet wordt gesteld en de Bijbel geen ‘antwoordenboek’ is. Wel is het zo dat in de geschiedenis van Gods kerk met name twee gedeelten uit de Bijbel ons richting wijzen.
De eerste passage is 1 Korintiërs 11:17-31. Paulus legt in zijn brief de vinger bij wantoestanden in de gemeente van Korinthe. Men kwam er samen voor een maaltijd en op enig moment werd tijdens de maaltijd de dood en opstanding van Jezus met brood en wijn gevierd. De maaltijd bestond uit een buffet dat was samengesteld van wat de gemeenteleden zelf meenamen. Om te voorkomen dat de arme gemeenteleden het lekkers van de rijken op zouden eten, spraken de rijke gemeenteleden af vroeger aanwezig te zijn.
Paulus is woest over deze egoïstische houding: Als je zo lichtzinnig met het avondmaal omgaat heb je geen benul van de diepe betekenis van het
avondmaal. (1) Op die manier kun je zelfs Gods oordeel over je afroepen. Of sterker God kan zelfs de hele gemeente met zijn toorn treffen. Vanwege de misstanden aan het avondmaal zijn er bij jullie veel zieken en overlijden er veel gemeenteleden. Daarom moet iedereen zichzelf eerst toetsen alvorens hij of zij van het brood eet of uit de beker drinkt. Met andere woorden, één rotte plek kan de hele appel aantasten. (2)
Naar mijn mening kan een kind zichzelf nog niet toetsen. (3) Heeft het nog te weinig onderscheidingsvermogen om de heiligheid van het avondmaal te beseffen. De Hebreeënschrijver vertelt dat kinderen geen verstandige dingen kunnen zeggen over gerechtigheid (Hebr.5:13). (4) Daar komt het bij het avondmaal nu juist wel op aan! Het avondmaal is een teken van Gods verbond. In het Oude Testament was de besnijdenis het teken van het verbond. Maar daar mocht het niet bij blijven. Iedereen die besneden was moest tot een persoonlijk antwoord komen. (5) Ook het hart moest worden besneden (Deut.10:16).
In het Nieuwe Testament zijn de doop en het avondmaal de tekenen van Gods verbond. Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen. (6) Jezus had honderden volgelingen, maar stelde het avondmaal in terwijl Hij met zijn twaalf speciale leerlingen aan tafel lag. Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer. Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed: ‘Zij hebben mijn woorden aanvaard en weten echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden’ (Joh.17: 8]. (7)
Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren. (8) Een ander belangrijk Schriftgedeelte is Exodus 12. Daar lezen we hoe het Pascha, als herinnering aan de bevrijding uit de slavernij in Egypte, werd ingesteld. Dit moest voortaan elk jaar in gezinsverband worden gevierd. Vanuit dit gezichtspunt zou je kunnen denken dat dus ook de kinderen het avondmaal mee moeten vieren. Voor mij is het echter de vraag of er dan niet voorbijgegaan wordt aan de veranderde betekenis die Jezus aan het Pascha heeft gegeven. Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen. (9)
[Ds. K. de Groot – reactie geschreven n.a.v. stelling in brochure ‘Samen aan tafel? Kind jongere en avondmaal’ van Kerkpunt (NGK)]
(1) ‘Ze hadden geen benul van de diepe betekenis van het Avondmaal’?
Of deden ze op hun manier van de maaltijd van de Heer vieren m.n. geen recht aan hun broeders en zusters en daarmee ook geen recht aan wat samen het Avondmaal vieren betekent? Juist bij het Avondmaal staan we allemaal op gelijk niveau en zijn er geen standsverschillen, niet in materiële en niet in geestelijke zin. Dát moet daar juist ook uit alles blijken. De Heer gaf Zijn leven voor ons, niemand uitgezonderd en wij verkondigen daar met elkaar en ieder persoonlijk de dood van de Heer totdat Hij komt. Dat gebeuren is trouwens geen intellectueel hoogstandje waar kinderen nog niet genoeg verstand voor en genoeg kennis van hebben om de betekenis ervan te kunnen begrijpen. Dat wij door brood en wijn deel hebben aan het (gebroken) lichaam en het vergoten bloed van Christus tot vergeving van onze zonden, dat is een zaak van eenvoudig geloof, niet een zaak van het begripvolle verstand.
(2) ‘Ieder moet zichzelf toetsen want één rotte plek kan de hele appel aantasten.’
Volgens mij zou er moeten staan: Eén rotte appel (iemand die zichzelf niet getoetst heeft) kan de hele mand (gemeente) aantasten. Maar het is m.i. niet toevallig dat het hier anders wordt gezegd. Maar dit kan zo toch echt niet gebruikt worden tegen de deelname van kinderen aan het Avondmaal. Wanneer er in een gemeente op eerbiedige en gepaste wijze het Avondmaal wordt gevierd en daarbij de Avondmaalswoorden worden gesproken, dan kunnen kinderen heel goed begrijpen dat het Lichaam van de Here Jezus gebroken werd en dat Zijn bloed vergoten werd ook voor hun zonden en dat het Zijn verlangen is dat ze door het eten van het brood en het drinken van de wijn kracht zullen ontvangen van de Heilige Geest om te groeien in het geloof en in de verwachting van Zijn wederkomst.
NB. Hoe zouden wij die ene rotte appel – iemand die zichzelf niet toetst op ?? – uit de mand moeten vissen?
Maar we moeten bij deze misstand van de viering van het Avondmaal toch vooral denken aan een gezamenlijke schuld. En ieder moest voor zichzelf nagaan, vier ik het Avondmaal zoals het bedoeld is en dus op zo’n manier dat niemand zich aan deze gezamenlijke tafel en deze gezamenlijke maaltijd die de Heer heeft ingesteld voor Zijn gemeente zich minder bedeeld zal voelen, maar gezien en behandeld als een volwaardig lidmaat van het Lichaam van Christus – en dat ongeacht dus zijn of haar plaats in dat Lichaam – Lees 1 Korintiërs 12 : 12-26.
(3) Die toetsing houdt volgens 1 Korintiërs 11 in dat degenen die gaan deelnemen aan de maaltijd beseffen – ieder voor zich, maar ook gezamenlijk! – dat heel die maaltijd staat in het teken van het verbroken lichaam en vergoten bloed van onze Heer en dat wij door deelname de dood van de Heer gelovig gedenken, beamen, belijden en verkondigen – Hij stierf ook voor mijn zonden – en dat we dat altijd weer zullen doen in de verwachting van Zijn wederkomst. Het is dus nogal eenvoudig en ook kinderen kunnen het begrijpen en ook als ze het nog niet helemaal begrijpen eerbiedig daarbij aanwezig zijn en eraan deelnemen. Het is daarbij dus ook een heel nivellerende maaltijd, er mogen geen materiële en/of geestelijke standsverschillen blijken en dat gebeurde in Korinte dus wel bij de maaltijden die zij organiseerden.
(4) Moeten kinderen bij deelname aan het Avondmaal verstandige dingen kunnen zeggen over Gods gerechtigheid? Ook de gedoopte zuigelingen van 1 Korintiërs 3 vers 1-2 zullen daar nog niet aan toe zijn geweest en toch mochten zij al als volwaardige lidmaten deelnemen aan de maaltijden van de Heer.
(5) ‘Iedereen die besneden was moest – eerst nog? – tot een persoonlijk antwoord komen.’
Toch deden al de Israëlieten – oud én jong – mee aan al de feesten, werden ze niet geweerd uit de tempel, etc. Dus niet te gebruiken als argument tegen kinderen aan het Avondmaal laten deelnemen.
(6) ‘Evenals de besnijdenis vraagt ook de kinderdoop om een persoonlijk antwoord. Het avondmaal is voor hen die tot persoonlijk geloof zijn gekomen.’
Wij hebben het geloof van onze kinderen altijd serieus genomen en als het werk van de Heilige Geest gezien en niet als geloof dat gewerkt was door ons als ouders. Waar dát geloof en dát belijden van de ouders ontbreekt, dáár is er iets mis en dán is er iets mis en dán gaat er iets mis in de gezinnen én in de gemeente! Het is een gebrek aan vertrouwen op het werk dat God vast en zeker wil doen in de harten van onze kinderen door het werk van de Heilige Geest waarom toch altijd weer gebeden wordt in onze gezinnen – zie Lukas 11 : 1-13.
(7) ‘Deze twaalf leefden in een bijzondere verbondenheid met hun Heer’.
Nee, dat kunnen en zullen we ook niet gebruiken tegen kinderen laten deelnemen aan het Avondmaal. We doen dan o.a. de vrouwen die Jezus volgden vreselijk tekort. En later werden de Emmaüsgangers de ogen geopend bij het breken van het brood…
Wat zaten er aan die Avondmaalstafel trouwens een stelletje vanuit zichzelf zwakke gelovigen. De satan zou hen gaan schiften en Petrus zou zijn Heer nog verloochenen. Het is dat onze Heer voor hen gebeden had… Moest en moet Hij dat niet ook altijd weer doen? Petrus raakte in Antiochië nog weer onder de indruk van de Joodse Wet-strebers (hij ging apart met hen aan tafel) en moest gecorrigeerd worden (Galaten 2 : 11-14). Dus laten we het Avondmaal toch niet vieren door gearriveerde mensen of met een ‘gearriveerdheid’ naar anderen die geen enkele gelovige past!
(8) ‘Zover zijn lang nog niet alle kinderen en jongeren.’
Hoever moeten wij dan komen volgens deze predikant en hoe zullen we bij onszelf of bij een ander toetsen hoever wij/zij ermee zijn? Jammer dat hij het kinderlijk geloof en het eerbiedig meedoen aan de maaltijd niet als voldoende beschouwd. Het is zelfs uitermate ‘onBijbels’ gedacht – dus ook tegen het onderwijs van onze Heer en apostelen in.
(9) ‘Die betekenis is voor volwassenen al moeilijk te vatten, laat staan voor kinderen.’
Of zullen we hierbij denken aan Jezus woorden ‘Voor wijzen en verstandigen verborgen, maar aan kinderkens geopenbaard’, want hoeveel verstand moeten we hebben om de zegen van het deelnemen aan de viering van het Avondmaal te ontvangen? Die zegen is toch helemaal een werk van de Heilige Geest.
Aanvullend nog: De woorden ‘woest’ en het verwijt van ‘geen benul’ zijn toch niet passend bij het onderwijs dat Paulus de gemeente – op hun eigen verzoek – nog weer geeft in 1 Korintiërs 11 : 17-34. Wanneer was onze Heer een keer zeer ontstemd? Dat was die keer dat de discipelen moeders wilden verhinderen om hun kinderen bij Jezus te brengen… (zie Marcus 10 : 13-16)
Opgemerkt slot: Helaas moet ik van de bijdrage van deze predikant zeggen dat ze niet geschreven is in de geest van de predikanten die na de breuk in de vrijgemaakte kerk meenden dat toekomstige student-predikanten van de NGK beter in een eigen opleiding (het latere NGK-seminarie) konden worden opgeleid. Dat had de voorkeur boven het opgeleid worden aan de TUA, en een belangrijke reden daarbij was het verschil in denken over de toe-eigening van het heil.
‘Maar jullie behandelen arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die jullie onderdrukken en jullie voor de rechterslepen? Zijn zij het niet die de voortreffelijke Naam die over jullie is uitgesproken, door het slijk halen? Wanneer jullie echter het koninklijke gebod volbrengen dat de Schrift geeft: “Heb je naaste lief als jezelf”, dan handelen jullie juist.’ (Uit Jakobus 2 uit de verzen 6-13 de verzen 6-8)
Bron afbeelding: in.pinterest-com