Geciteerd 1: De Britse biograaf Emily Herring noemt Henri Bergson „de beroemdste filosoof ter wereld”. En daarmee overdrijft ze niet.
Bergsons hele oeuvre gaat over het recht doen aan de echte tijd en aan het echte leven. Om zijn positie enigszins te begrijpen, is een korte blik op zijn belangrijkste werken nodig. Vanuit dat perspectief krijgt de gedetailleerde biografie van Herring het juiste reliëf.
Bergsons toehoorders waren diep onder de indruk van zijn manier van denken, die afweek van het in de filosofie heersende zuivere rationalisme. Hij stelde dat je met alleen logisch nadenken het echte leven niet kunt begrijpen; volgens hem was het minstens zo belangrijk om het leven van binnenuit te voelen en te ervaren. Hij boeide bovendien met een stijl van spreken die bijzonder dichterlijk was.
Als docent distantieerde Bergson zich van de Engelse filosoof Herbert Spencer, die met zijn sociaal darwinisme de evolutie van de mens dacht te kunnen beschrijven: „Bergson zou een van de belangrijkste spreekbuizen worden van degenen die het idee hadden dat (met de industriële ontwikkeling) de ziel uit de wereld was gerukt en dat kilheid en zinloosheid de overhand begonnen te krijgen”, schrijft Herring.
In het mijnenveld van de materialistische filosofie ging Bergson behoedzaam te werk. Met zijn ideeën (het „bergsonisme”) was hij niet uit op een openbaar gevecht, laat staan op een strijd op leven en dood. Op een beschaafde manier verdedigde hij zijn visie op het leven en zijn kritiek op de technologische ontwikkelingen die dat leven naar zijn mening in gevaar brachten. Voor die overtuiging oogstte hij veel waardering, vooral bij vrouwen. Bergsons tegenstanders zeiden daarom smalend dat zijn filosofie een wijsbegeerte voor vrouwen was.
Mechanisch gedrag, dat vanbuiten wordt opgelegd en niet uit het innerlijk afkomstig is, is voor Bergson verraad van het leven. Daarom is ook de mechanische ordening van het leven, bijvoorbeeld door de klok die de tijd reguleert, in zijn ogen een ontkenning van het echte leven, het ”élan vital”. Hij wil recht doen aan de tijd als ”stroom” en ”duur”, aan Gods voortdurende schepping.
In ”Les deux sources de la morale en de la religion” (1932, ”De twee bronnen van de moraal en van de religie”) spreekt Bergson over de verhouding tussen de stuwkracht van het leven en God. Onder invloed van de apostel Paulus en van mystici als Teresa van Avila is Bergson tot het besef gekomen dat het onze bestemming als door God geschapen mensen is om lief te hebben en om voorwerp van liefde te zijn. De liefde is in zijn ogen de definitie van scheppende energie: God heeft ons tot aanzijn geroepen om scheppers te zijn, om Zijn liefde voor Zijn schepping in ons eigen leven werkzaam te laten zijn.
Geciteerd 1 slot: Bergson slaagde er niet in om tegenwicht te bieden tegen de vernieuwende natuurkundige inzichten van Albert Einstein. Toen hij in 1941 stierf, was zijn roem al danig geslonken. Hij stierf aan een longontsteking die hij opliep toen hij de snerpende vrieskou in Parijs trotseerde om zich als Jood te laten registreren. De uitzonderingspositie die hem door de Duitse bezetter van Parijs was aangeboden had hij welbewust afgewezen.
Geciteerd 2: Geschiedenis – in de ruimste zin genomen – omvat ál wat gebeurd is, al wat geschied is.
De zonsopgang van deze morgen, de lichtbundels, die door onze ramen gleden, de onmerkbare uitzetting van de metalen sponningen door de warmte, de vlucht van een vogeltje naar een hogere tak, zijn jubelend lied in al hogere tonen, de wisselende indrukken van het honingzoekende bijtje in de bloesem van de fruitboom voor het venster, het handelen en leven en lijden van de mensenwereld, de noden van de geboorte en de angsten van de stervenden – en ook het uitvloeien van de letters uit mijn pen in bepaalde volgorde, die door mijn gedachtengang word beheerst – ja ook die gedachtengang zelf – dat alles behoort in het naastvolgende ogenblik tot de geschiedenis.
Maar welk schepsel – zelf in de stroom van de tijd vervloeiend – zou in staat zijn om ook maar van één seconde die geschiedenis met zijn verstand te omvatten.
God – boven de tijd verheven – kent het gebeuren van al het bestaande van seconde tot seconde. Er valt, naar het woord van onze Heiland, geen musje ter aarde en geen haar van ons hoofd zonder Zijn wil.
De geschiedenis zelf – de feiten in heel hun samenhang met het natuurgebeuren – zoals een ooggetuige, zoals een historisch romanschrijver het kan vertellen – dát is en blijft geschiedenis waar wij mensen belang bij hebben om die te horen en er kennis van te nemen.
Wij vertellen het verhaal van de Evangelisten – die ons verhalen wat er gebeurd is. We vertellen (dus) het verhaal van ooggetuigen en zoeken in de bronnen van de geschiedenis naar de werkelijk gebeurde feiten. Op die manier is de geschiedenis en het bestuderen en kennis nemen van de geschiedenis voor ons allen van belang.
Bron citaten ‘Geciteerd 1’: RD Recensie – ‘Filosoof Henri Bergson wilde recht doen aan het echte leven’ – door dr. Hans Ester
Bron citaten ‘Geciteerd 2’: Boek – ‘Opvoeding en onderwijs’ – Hoofdstuk: ‘Het werk Gods dat onder de zon is geschied’ (1924) – door A. Janse (1890-1960)
‘Toen zag ik al het werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zou zeggen, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.’ (Uit Prediker 8 vers 17)
Bron afbeelding: ABConcepts