‘Want de Wet is door Mozes gegeven; genade en waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.’ (Uit Johannes 1 vers 17)
Geciteerd: Dus verklaar ik dat de Wet een les en een woord ten leven is, maar alleen voor degene die alles wat zij voorschrijft, naleeft en vervult. Want de Wet laat u heel nauwkeurig zien wat u moet doen. Er staat geschreven: “Door dat te doen zal een mens leven” (Lev. 18:5). Maar waar zijn degenen die dit kunnen? We schieten nog steeds tekort in Gods eis dat ons hart op Hem vertrouwt en dat we volledig op Hem vertrouwen; zo verspelen we onze eeuwige redding. Bovendien verbiedt God ten zeerste dat we van Hem wegvluchten, dat we wanhopen en Hem wantrouwen; maar Hij dringt erop aan dat we vertrouwen hebben in Hem als onze Vader. Maar het is onmogelijk voor mij om dit te doen. Wanneer een verleiding mij overvalt, of ik me op de drempel van de dood bevind, beschouw ik God als de duivel, ja, als een boze God die een wrok tegen mij koestert.
Het is passend dat de Wet en Gods geboden mij de juiste richtlijnen voor het leven geven; ze voorzien mij van overvloedige informatie over gerechtigheid en het eeuwige leven. De Wet is een preek die mij de weg wijst naar het leven, en het is essentieel om deze instructie te onthouden; maar we moeten in gedachten houden dat de Wet mij geen leven geeft. Ze is als een hand die mij de juiste weg wijst; zo’n hand is een nuttig lichaamsdeel. Als ik echter geen voeten, een wagen om in te reizen of paarden om op te rijden heb, zal ik die weg nooit bewandelen.
De hand geeft mij de juiste richting, maar hij zal mijn stappen niet leiden. Zo dient de Wet om de wil van God aan te geven en ons te laten beseffen dat we die niet kunnen houden. Ze maakt ons ook vertrouwd met de aard van de mens, met zijn mogelijkheden en met zijn beperkingen. De Wet is ons gegeven om de zonde te openbaren, maar ze heeft niet de macht om ons van de zonde te redden en ons ervan te verlossen. Ze houdt ons een spiegel voor; we kijken erin en zien dat we verstoken zijn van gerechtigheid en leven. En dit beeld spoort ons aan om te roepen: “O, kom, Heer Jezus Christus, help ons en schenk ons genade om ons in staat te stellen aan de de eisen van de Wet te voldoen!”
Dat is de betekenis van deze woorden van de evangelist: “De Wet is door Mozes gegeven; genade en waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.” Het is alsof hij wil zeggen: De Wet, gegeven door Mozes, is inderdaad een Wet van leven, gerechtigheid en al het goede. Maar veel meer werd volbracht door Christus. Hij komt en vult de lege hand en beurs; Hij brengt de vervulling van de Wetten, voorschriften en eisen met Zich mee. Hij schenkt genade en waarheid, en de middelen die mij in staat stellen het Eerste, het Tweede en het Derde Gebod te houden (‘Eerste tafel’).
Zo verkrijg ik vertrouwen en geloof in God als mijn Vader, en begin ik Zijn naam met een vrolijk hart te loven en te heiligen. Maar waar komt dit vandaan? Het is niet te danken aan mijn eigen kunnen, noch is dit alles bereikbaar door mijn verdiensten en door mijn uitvoering van de werken van de Wet. Nee, we danken het allemaal aan onze verlichting door de Heilige Geest, onze wedergeboorte door het Woord van God [door water en Geest – zie Johannes 3 : 5] en ons geloof in Christus. Deze vervullen ons met een nieuwe Geest, waardoor Gods Woord en de Wet ons welgevallig zijn. Nu verheug ik mij in het gebod om boven alles op God te vertrouwen. Ik voel: ik Doe het; ik ben met de les begonnen en heb het alfabet al onder de knie. De genade van God, die Christus mij heeft geschonken omdat ik in Hem geloof, maakt het Eerste Gebod nu tot een genoegen voor mij.’
[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 e.v. – (vertaling gebruikt: Luthers Works, Amerikaanse editie, Concordia Publishing House, deel 22, p. 143/144]
Leestip: Romeinen 7 (en lees 6 en 8 dan ook maar weer).
Bron citaat: Engelstalig Luthercitaat van 6 november 2025: ‘Luther’s sermon of the Gospel of st. John (37) – http://www.maartenluther.com
‘Jullie (en wij) waren dood door jullie (onze) onbesneden staat (1), maar God heeft ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin (en waardoor) wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigt door het aan het kruis te nagelen (2). Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15)
(1) Onbesnedenheid van hart kan hier ook worden genoemd.
(2) ‘Wij hebben het vlees met zijn begeerten en hartstochten aan het kruis genageld.’ (Galaten 5 : 24) betekent niet dat wij deze al overwonnen hebben, maar dat ze ons niet meer kunnen aanklagen en verdoemen.
Bron afbeelding: Pinterest