‘De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.’
(Uit Psalm 103 de verzen 15-16)
Geciteerd: De mens heeft toch een opgaande ontwikkeling doorgemaakt van magie, via religie, naar wetenschap? Eerst waren mensen primitief en geloofden ze om het even wat – dat was magisch denken. Daarna gingen ze de wereld zien door een religieuze bril, en was de ontluikende wetenschap een manier om Gods werken te doorgronden. En nu zijn we eindelijk rationeel en kunnen we via wetenschap de échte realiteit leren kennen. Wetenschap is de superieure opvolger én tegenpool van religie en magie.
Dat is inderdaad de gangbaarste, maar niet de behulpzaamste of zelfs de kloppendste manier om te kijken naar de relatie tussen magie, religie en wetenschap, stelt de Britse archeoloog Chris Gosden, emeritus hoogleraar aan Oxford, in zijn boek The History of Magic. Daarin bespreekt hij voorbeelden van magie en sporen van magisch denken. Zijn voorbeelden gaan van 40.000 jaar terug tot aan vandaag, en komen van over de hele wereld. Zo bespreekt hij allerlei vormen van voorouderverering, sjamanisme, begrafenisrituelen, het geloof in spoken, alchemie, astrologie, amuletten…
Magie is, kortom, zo oud als de mens. Wat nieuw is, is de slechte naam die magie de laatste eeuwen heeft gekregen in het Westen, dankzij een succesvolle lastercampagne vanuit de religie en de wetenschap. Maar, zo betoogt Gosden: ‘Elke vorm van menselijk gedrag die zó wijdverbreid is en zó lang aanhoudt, moet wel een belangrijke rol vervullen voor individuen en culturen.’ Magie heeft ons iets te bieden, ook – of juist – vandaag.
Het was je misschien al opgevallen: magie is hot. Je kunt vandaag geen boekhandel meer binnenstappen of je treft een aparte kast aan voor spreuken, toverdranken en volkswijsheden. Mijn lokale Ekoplaza biedt smudge sticks en kristallen aan.
Een niche is het ook niet, als het dat ooit al was. Meer dan de helft van de Nederlanders gelooft in iets paranormaals (zoals contact met de doden, of voorspellende dromen); ons geloof in buitenaardse wezens, spoken, geesten en elfen is de afgelopen veertig jaar verdubbeld.
Wie Gosdens boek leest, begrijpt waarom.
Religie gaat vaak over een god of goden die min of meer onbereikbaar zijn; het draait om mysterie en verwondering. Wetenschap scheidt mens en wereld, en probeert van een afstandje naar de fysieke werkelijkheid te kijken: het doel is begrip en controle. Magie gaat niet om scheiding, maar juist om vervlochtenheid van de wereld en de mens.
Magie gaat er immers van uit dat het universum jou beïnvloedt, én dat jij het universum kunt beïnvloeden. De stand van de planeten bepaalt een deel van jouw lot of karakter, en met jouw spreuken of handelingen stuur jij de wereld een tikje bij. Kortom: mens en wereld zijn intiem met elkaar verbonden.
Opgemerkt 1: ‘Religie gaat vaak over een god of goden die min of meer onbereikbaar zijn‘. Vaak, blijkbaar toch niet altijd… Wat Gods Woord ons aanreikt is al zo oud als de mensheid en daar horen we vanaf het begin dat God Zich intiem verbonden heeft met de mens. Het was de mens zelf die afstand creëerde/nam. Lees het maar na in de boeken van Mozes en daar blijkt dat God Zelf alle moeite heeft gedaan en op Zich heeft genomen om weer met ons verbonden te raken. Lees het maar na in ‘onze Bijbel’, het Oude en het Nieuwe Testament.
Opgemerkt 2: God heeft geen ‘hoge pet’ opgehad (en nog altijd niet) van wat wij mensen hier op aarde met onze kennis en kunde zouden weten te bereiken. Hij heeft Abraham niet opgescheept met de opdracht om de aarde voor Hem door kennis en kunde van de mens voor Hem te veroveren… Ook voor christenen was dat niet de opdracht… AA Hij wist wel wat van Zijn maaksel te verwachten was en is (Psalm 103).
Bron citaat: De Correspondent – ‘Een wereld waarmee we in contact staan, is een wereld vol magie’ – door Bregje Hofman (Correspondent nieuwe goden)
‘En over de rechtvaardigheid die op grond van het geloof geschonken wordt staat geschreven: “Zeg niet bij uzelf: wie zal opstijgen naar de hemel? – en dat betekent: Wie zal Christus naar beneden brengen? Of: “Wie zal afdalen naar de onderwereld?” – en dat betekent: Christus bij de doden vandaan naar boven brengen. Maar vervolgens zegt Mozes: “Het Woord is dichtbij jullie, in jullie mond en jullie hart” – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen is dichtbij jullie. Als jullie mond belijdt dat Jezus de Heer is en jullie hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zullen jullie worden gered (van afhankelijkheid van jullie eigen kennis en kunde). Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.” En er is geen onderscheid tussen de Joden en de andere volken, want ze hebben allen dezelfde Heer. Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die Hem aanroepen, want er staat (geschreven): “Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.“‘ (Uit Romeinen 10 de verzen 6-13)
Bron afbeelding: A Reason for Hope