‘De uitspraken van een rechtvaardige zijn een bron van leven,
de woorden van een goddeloze verhullen geweld.’
(Uit Spreuken 10 vers 11*)
* Zie hierbij ook vers 12!‘Waar geen rust en geen regel is’…
Geciteerd: ‘U/je zult je vader en moeder eren.’ O God, in de eerste plaats leer ik U in dit gebod als mijn Schepper kennen, Die mij wonderlijk met lichaam en ziel hebt geschapen en uit mijn ouders het leven hebt gegeven. Daarbij hebt U hen een hart gegeven (1), dat ze mij als de vrucht van hun lichaam met al hun kracht hebben gediend. Dat wil zeggen: zij hebben mij in deze wereld gebracht, gevoed, opgepast, verzorgd, verpleegd – en mij met grote ijver, zorg, gevaren (2), moeite en arbeid groot gebracht. Tot op dit uur hebt U mij – Uw schepsel – voor ontelbare lichaam- en zielsgevaren en noden behoed, en ook dikwijls daaruit verlost, als schiep U mij alle uren opnieuw. Want de duivel gunt ons het leven niet – zelfs niet voor een ogenblik. (3)
In de tweede plaats dank ik de rijke en goede Schepper voor mijzelf en de hele wereld dat Hij in dit gebod ook de vermeerdering en onderhouding van het menselijke geslacht ingesteld en bewaard heeft – dat wil zeggen: door het gezinsleven en het burgerlijk leven. Zonder deze twee instellingen of overheden kon de wereld geen jaar bestaan, omdat er zonder wereldlijke overheden geen rust en geen regel is. (4) Waar echter geen rust en regel is, daar gaat ook het (huwelijks-) en gezinsleven verloren, waar geen gezinsleven is, daar kunnen geen kinderen geboren en opgevoed worden en moet het (goddelijke!) ambt van vader en moeder ophouden. Maar daarvoor waakt dit (vijfde) gebod en bewaart en beschermt het zowel de gezinnen als de hele burgerij. Want het gebiedt de kinderen gehoorzaam te zijn aan hun ouders en de burgers gehoorzaam te zijn aan hun overheid. Het gebod waakt er ook over dat dit zal gebeuren, of wanneer het niet gebeurt, laat het gebod dit niet ongestraft. Anders hadden de kinderen door ongehoorzaamheid allang het gezinsleven verwoest en de onderdanen door oproer alle burgerlijke instellingen vernietigd (5), omdat hun aantal veel groter is dan dat van ouders en overheden – daarom is deze weldaad – de zegen die aan dit gebod verbonden is – onuitsprekelijk groot.
[Maarten Luther: Ein einfaltige weise zu beten: Für einen guten Freund, 1535, vgl. WA 38, 367, 15-37]
(1) Als er één ding was in mijn leven dan was dat hart voor mijn echtgenote en kinderen. Ik heb door omstandigheden – mee vanwege ons (te) vroege huwelijk – nooit werk kunnen doen dat mijn hart had, en daarom was mijn hart er voor hen. Daarnaast gaf ik na ons trouwen mijn hart ook niet aan (vroegere) hobby’s. Wij waren al die jaren door wel trouwe leden van een Bijbelkring, waar we als regel samen naar toe gingen, maar ik heb geen (avond)functie(s) bekleed in een kerkenraad of elders in de samenleving (bestuursfuncties, oid). Daardoor was ik – naast mijn uithuizigheid vanwege een vijfdaagse werkweek – een echte thuisman. Dat is ons huwelijks- en gezinsleven zeer ten goede gekomen!
(2) Herinner me dat ik in de jaren negentig voor mijn werk naar Emmen moest. Toen nog geen TomTom in de auto en dus een routekaart en een briefje met aanwijzingen op de stoel naast me in de auto. Blijkbaar keek ik op een tweebaansweg wat te lang op het briefje, want toen ik weer op keek, zag ik dat ik op de linkerbaan reed en dat een tegemoetkomende auto door de berm reed om een frontale botsing te voorkomen. In mijn spiegel zag ik dat hij toch weer op de rijbaan terechtkwam en daarom ben ik – flink geschrokken – toch maar doorgereden. Moest denken aan berichtjes in de krant met: dode(n) bij een frontale botsing…
(3) En wat als je broeders en zusters of zelfs je eigen echtgenote en kinderen zich gaan opstellen en gedragen als handlangers van de boze?!
(4) Zie hierbij ook 2 Timoteüs 2 : 1-4. Mijn ervaring is onze voorgangers het (onpartijdig) bidden voor alle overheden nogal eens vergeten/nalaten of ‘gebrekkig’ aan bod laten komen in hun voorbeden, terwijl uit Paulus onderwijs blijkt hoe belangrijk dit bidden is.
(5) Maar wat als echtgenoten/ouders en overheden zelf deze instellingen (gaan) vernietigen?
Bron citaat 1: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de HC’ – Samensteller en vertaler H.C. van Woerden, sr – Den Hertog uitgeverij (2015)
> Zie ook deze blog: ‘Over de zegen van het vijfde gebod… (II)’
‘Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u/jullie de minste willen zijn, want God keert zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen schenkt Hij genade. Onderwerp u/jullie dus aan het hoge gezag van God, dan zal Hij u/jullie op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. We mogen onze zorgen op Hem afwentelen, want wij liggen Hem na aan het hart.’ (Uit Petrus 5 de verzen 5b-7)
Bron afbeelding: JeffRandleman-com