‘In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar Zijn wil en verlangen voorbestemd om in Christus Jezus Zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in Zijn geliefde Zoon.‘ (Uit Efeziërs 1 uit de verzen 3-14 : 4-6)
‘Ik was nog maar nauwelijks begonnen te spreken of de Heilige Geest daalde op hen neer, zoals destijds – op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem – ook op ons. Ik herinnerde me dat de Heer tegen ons zei: “Johannes doopt met water, maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest.’ (Uit Handelingen 11 de verzen 15-16)
NB. Bedenk dat de Heilige Geest wel degelijk aan het werk was met en door de waterdoop van Johannes – zie hiervoor Lukas 7 : 24-30 – maar je kon pas na het Pinksteren in Jeruzalem zeggen dat de mensen die door de Evangelieverkondiging van de apostelen tot geloof kwamen gedoopt werden met de Heilige Geest. Zie ook hieronder bij ‘Opgemerkt 2’ en ‘Opgemerkt 3’
Opgemerkt 1: De kinderdoop ligt juist in het verlengde van het Joodse gemeenschapsleven onder Gods verbondsbeloften, waar ook de kinderen het Pascha meevierden en niet alleen in de tempel maar ook thuis onderwezen werden in de boeken van Mozes, de profeten en de Psalmen. Alleen volwassendoop hoort juist helemaal thuis in het Grieks individuele denken!
Opgemerkt 2: Wanneer Petrus in Handelingen 2 spreekt over ‘want voor jullie is de belofte en voor jullie kinderen’ dan heeft hij het over de belofte van de uitstorting van de Heilige Geest. En in het huis van Cornelius laat de Heilige Geest aan Petrus zien dat Hij die belofte al vervult aan Cornelius en zijn huis nog voordat Petrus heeft kunnen vragen of zij door het/hun geloof van harte ‘ja’ willen zeggen op zijn Evangelieverkondiging en op de vraag of zij nu gedoopt willen worden. De Heilige Geest stort Zich zichtbaar en hoorbaar uit op allen die daar aanwezig waren en naar Petrus verkondiging aan het luisteren waren. En dan beseft en zegt Petrus: dan behoren deze mensen beslist ook (nog met water) gedoopt te worden. Dat wordt dan dus niet als een inmiddels leeg en nutteloos ritueel gezien. Nee, die zichtbare bevestiging die hebben zij beslist ook nodig als bewijs van inlijving bij de Gemeente van Christus en als zichtbare bevestiging (tekenen zegel) dat God ook hen menens geroepen heeft en de Heilige Geest geschonken. Wanneer we dan bij dit gebeuren ook nog terugdenken aan Filippus en de Moorman, dan kunnen we ons die doop van de Moorman ook voorstellen zonder dat Filippus hem na zijn verzoek eerst nog de vraag stelde of hij nu ‘van ganser harte geloofde’. De Heilige Geest was zo duidelijk aan het werk geweest met Filippus en de Moorman, dat Filippus – net als Petrus in het huis van Cornelius – besefte: de Heilige Geest wil dat deze man gedoopt wordt.
Opgemerkt 3: Paulus laat in Athene zijn luisteraars op de Areopagus weten dat God hen door Zijn Geest altijd veel meer nabij is geweest en iedere dag hen nabij is dan zij beseften. (1) Maar de Heilige Geest wil werken met wat God aan ons mensen geopenbaard heeft en die Godsopenbaring was niet aan de heidenen geschonken maar aan de Joden alleen. (2) Maar toen de Heilige Geest was uitgestort en de ‘volle raad Gods’ door de apostelen verkondigd werd en wordt, nu kan en wil Gods Geest in alle mensen wonen en werken door de bediening van Zijn Woord en de sacramenten (Doop en Avondmaal). En daarom delen ook onze (kleine) kinderen in Christus’ gemeente voluit in die uitstorting van Gods Geest ‘op alle vlees’ en is ook hun aanbidden en loven en danken een werk van de Geest van God in hen. En daarom behoren zij – net als allen die in het huis van Cornelius aanwezig waren – gedoopt te worden!
(1) Zie Handelingen 17 : 26-30.
(2) Zie o.a. Deuteronomium 29 : 29 en Romeinen 10.
‘Denk terug aan jullie roeping broeders en zusters. Onder jullie waren er niet veel naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel machtigen, niet veel die van voorname afkomst waren (ze waren er dus wel). Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen, wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat (nog) niets is (en daar behoren ook de kleine kinderen toe), heeft God uitgekozen om wat wél iets is (of meent te zijn) teniet te doen. (3) Zo kan geen mens zich tegenover God beroemen. (4) Door Hem zijn jullie één met Christus, Die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals het geschreven staat: “Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij of zij zich op de Heer beroemen.“‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de veren 26-31)
(3) Dat ‘teniet doen wat wel iets is’ (of meent te zijn), dat gebeurt ook altijd nog weer in christelijke gemeenten zelf. Let maar op wat er toch altijd weer gebeurde en gebeurt in de kerkwereld om ons heen. Zie hierbij Openbaring 3 : 7-14.
(4) Lees hierbij wat geschreven staat in 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 : 11.
Bron afbeelding: Bible Portal