De mens een duister fenomeen?

De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Het berouwde God dat hij mensen had gemaakt en het gaf Hem hartzeer.‘ (Naar Genesis 6 vers 5-6)

Geciteerd 1: Tien jaar geleden heb ik in mijn boek De onverwerkte Holocaust betoogd dat kerk en theologie hebben gefaald, doordat ze zich nooit serieus hebben verdiept in de cultuur die de Holocaust mogelijk maakte. De kerk sleept dat onverwerkte verleden met zich mee. Naarmate het langer geleden is, slijt de vraag niet weg. Ze wordt eerder urgenter. Als de Holocaust een duister fenomeen is en als de Holocaust niet los te maken is van onze cultuur, dan is ook onze cultuur een duister fenomeen.’
Opgemerkt 1: is het werkelijk waar dat de kerk en de theologen zich eerst maar eens serieus hebben te verdiepen in de cultuur van het toenmalige Duitsland (en Europa) om te gaan ontdekken waar de duisternis in die (hoge Duitse/Europese/Westerse) cultuur nu toch vandaan kwam en vandaan komt om te ontdekken/leren hoe het ‘in de wereld toch mogelijk was’ dat men een fabrieksmatige/industriële aanpak ging gebruiken om Joden en andere ongewenste bevolkingsgroepen om te brengen en zo mogelijk definitief uit te roeien? Is het dan voor niets dat de Bijbel vanaf de eerste hoofdstukken ons laat zien wat er in de mens ‘huist’ en wat de gevolgen zijn wanneer de mens niet naar God wil luisteren, maar liever afgaat op eigen inzicht om met de middelen die de schepping en het schepsel hem bieden zelfstandig (onafhankelijk) aan de slag te gaan in deze wereld? En wordt in het boek Genesis tot de roeping van Abraham ons niet duidelijk gemaakt dat God Zelf het verlossingswerk ter hand moet nemen en dat we werkelijk niets van de mens en de mensheid zelf iets te verwachten hebben? Werd en wordt dat ons (gedoopte) kerkgangers nog altijd weer in alle ernst voorgehouden of horen we tot in de meest orthodoxe kerken toe in feite toch altijd weer toch (vooral) een ander geluid en menen we dat het toch wel wat meevalt allemaal en dat we onze stem toch ook wel kunnen geven aan wereldleiders die zeggen het beste met de mensheid voor te hebben. Dat we daar (in de kerken) niet werkelijk belijden met woorden en daden dat we niet van wereldleiders maar altijd weer van Gods gunst afhankelijk zijn in wat Hij ons nog aan mogelijkheden tot samenleven als mensen onder elkaar schenken wil?

Geciteerd 2: De neiging om fouten uit het verleden te laten rusten, zag je ook in het kerkelijk personeelsbeleid. Veel predikanten die actief waren geweest bij de Deutsche Christen, de christenen die op de hand waren van Hitler, konden na de oorlog gewoon hun ambtelijke loopbaan voorzetten. Een bizar voorbeeld hiervan is predikant Heinz Brunotte. Hij collaboreerde met de nazi’s, werd na de oorlog Kirchenpräsident van de Evangelische Kerk en kreeg ook de opdracht om het verzet van de kerk na de oorlog te documenteren, omdat men de geschiedschrijving niet wilde overlaten aan de Bekennende Kirche.
Opgemerkt 2: Is dit werkelijk zo verrassend voor wie de Bijbel, de wereld- en de kerkgeschiedenis kent?

Geciteerd 3: Ik moet daarbij denken aan de censura morum, die de kerk vroeger kende in de week voor de avondmaalsviering. Voor individuele gelovigen was dat een oproep tot zelfonderzoek, om fouten te erkennen, zonden te belijden en onderlinge conflicten bij te leggen. Het heeft me altijd verbaasd dat er nooit een censura morum is ingevoerd voor kerkelijke vergaderingen, inclusief de synode. Kunnen die soms geen fouten maken?
Opgemerkt 3a: Als het zelfs daar al niet lukt dat mensen die elkaar in het kerkelijk samenleven de meest verdrietige dingen hebben aangedaan (omdat anderen als vijandelijke groep/persoon konden worden aangemerkt) tot schuld belijden te brengen – er moeten eerst een of meer generaties overheen gaan), wat mogen ‘de kerken’ (wij christenen) dan van ‘de wereld’ verwachten?
Opgemerkt 3b: Zelf heb ik het nu tweemaal meegemaakt om binnen de eigen kerkgemeenschap en/of gemeente te worden aangemerkt als behorende tot de ‘tegenstanders/vijanden’ van het kerkelijk of gemeentelijk leven. En wat broeders en zusters dan tegen gestigmatiseerde groepen en/of personen willen en durven ondernemen…
Daarom nogmaals: Wij zullen ons er niet over verbazen waar wij mensen toe in staat zijn als God het niet verhoedt. Omdat God er zeker aan wil werken dat het met ons niet zo ver komt, daarom zullen wij christenen de ons door God geschonken middelen gelovig (!), trouw en heel bescheiden (!) blijven gebruiken. Dan blijven we onder Gods beloften en bewaart God ons voor grote/grove overtredingen (o.a. Psalm 19 : 13-14).

Opgemerkt slot: Het is toch niet voor niets dat de woorden van Psalm 101 die aan David worden toegeschreven in feite door hem ook nog aangevuld worden met de slotwoorden van Psalm 139 (de verzen 19-24). David wist – had vanwege zijn macht aan het hof ontdekt en geleerd – hoezeer hij als zondaar altijd weer de hulp van God nodig had om niet met andere zondaars verleid te worden tot onrecht en bloedvergieten (moord: zie ook Matteüs 5 : 21-26). Vandaar zijn felle woorden aan het einde van deze psalm met ook weer de vraag om Gods hulp om hem op de goede weg te doen voortgaan.

Bron citaat: ND geloof – ‘Theoloog Ad Prosman over knagende geloofsvragen na Auschwitz. ‘De Holocaust plaatst je voor een raadsel’’ – door Koos van Noppen.

Bron afbeelding: Anchored Voices

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie