‘Kijken vanuit Gods perspectief’?

De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: “Vrees niet…”‘ (…) ‘”En ga nu snel naar Zijn leerlingen en zeg hun: Hij is opgestaan uit de dood en dit moeten jullie weten: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien.“‘ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 1-10)

Geciteerd: Toch was vroeger niet alles beter. Er was onrechtvaardigheid en uitbuiting in arbeidsverhoudingen. Ook mijn moeder had graag meer willen en kunnen doen dan de mulo. De emancipatie van de ”kleine luyden” en later die van de vrouw zijn niet uit de lucht komen vallen. Toch moeten we onszelf de vraag stellen in hoeverre iets in zichzelf echt oneerlijk is of dat we het nu als oneerlijk zien door onze nieuwe manier van kijken. Is het vanuit Gods perspectief werkelijk onrechtvaardig dat een getrouwde vrouw haar handelingsbevoegdheid verloor vanuit het Bijbelse verbondsdenken? Nee, de getrouwde vrouw werd eigendom van haar man. Dat horen we iedere week in de kerk bij het lezen van het tiende gebod. Natuurlijk brengt dat verplichtingen mee (Efeze 5:25-33) en moeten we beseffen dat God mens en schepping ziet vanuit Adam als verbondshoofd. Maar geloven we het nog? Of vinden we het ook oneerlijk en hebben we daarmee ten diepste het wereldbeeld en het verwachtingspatroon van onze tijd.

Opgemerkt: De wet was een (harde) ‘tuchtmeester’ tot Christus. Dat bleek juist ook nog altijd bij de man-vrouw verhouding onder het oude Verbond. En we moeten niet spreken over ‘verbondsdenken’, maar heel ons leven zien onder de koepel van Gods verbondsspreken. Op Zijn woorden en beloften kunnen we aan, ze zijn ‘ja en amen’ in Christus, de tweede Adam. In dat licht hebben we nu te spreken over de verhouding tussen man en vrouw en hoe we zullen omgaan met onze gelovige broeders en zusters (w.o. homofielen). Dat Paulus wilde/moest teruggrijpen op de oude verbondsorde, dat was niet vanwege zijn theologie, maar vanwege zijn pastoraat. De ‘zuigelingengemeenten’ waren (daar en toen) nog niet toe aan de inbreng van vrouwen bij de geregelde verkondiging van Gods Woord in de gemeenten. Net als in de synagogen moesten de mannen uit de schriften van het Oude Testament (voor)lezen en daar een verkondiging aan vastknopen op basis van wat ze van de apostelen gehoord en geleerd hadden. Dat leren we m.n. uit het onderwijs van Paulus in 1 Korintiërs 14. Wat (jaren) later (blijkt uit zijn brieven aan Timoteüs en Titus) dat de gemeenten die orde blijkbaar ook daadwerkelijk hebben aanvaard en overgenomen. Uit de brief aan de gemeente in Tyatira (Openbaring 2 : 18-29) blijkt dat ze daar toch ook al een profetes gelegenheid hebben gegeven om (haar leringen) in de gemeente te verkondigen. Dat profeteren wordt haar niet verboden door onze Heer, maar ze diende zich wel te bekeren van haar verkeerde leringen…

Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus ons heeft liefgehad en Zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.’ (Uit Efeziërs 5 de verzen 1-2)

> Leestips: Jesaja 53 en 2 Korintiërs 5 : 11-21.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Niet ons gevoel van oneerlijkheid maar Gods maatstaf is de norm’ – door dr. B.A. Zuiddam.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één Mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat Hij voor allen is gestorven op dat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.‘ (Uit 2 Korintiërs 5 de verzen 14-15 en lees ook het vervolg!)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie