‘Slokjes nemen uit de gebeden van Augustinus’…

Drinkt allen daaruit en gedenkt en gelooft dat Augustinus het zo gebeden heeft.’ (vrij naar prof. dr. Johannes van Oort, n.a.v. zijn bundel ‘Ik roep U in’ met 62 gebeden van Augustinus )

Geciteerd 1: Augustinus gaat ervan uit dat God in zijn innerlijk werkt en aanwezig is. Dat vormt de grondslag van zijn gebed. (1)
Opgemerkt 1: Geweldig zeg! Dus de grondslag van ons bidden is dat waar een mens vanuit gaat. Daar moet je dan vast wel de bijzonder bekeerde mens Augustinus voor zijn (geweest) om dat te bedenken en te kunnen poneren. Maar ‘gewone gelovigen’ hadden en hebben dat toch al sinds eeuwen her vernomen en geloofd en daarom altijd weer gebeden op grond van Gods Woord en ze hadden en hebben daar geen poneringen, zoals die ontsprongen aan brein en mond van Augustinus, voor nodig.

Geciteerd 2: Augustinus herleest zijn Belijdenissen dertig jaar nadat hij ze dicteerde. Hij zegt dan: „Ze wekken geest en gemoed tot God op.” Bij het schrijven van deze bundel en bij het herlezen had ik dezelfde ervaring.”
Opgemerkt 2: Jammer dat Augustinus een nogal hoge dunk van zichzelf hier (weer) zélf laat blijken. Paulus durfde niet zo hoog van zichzelf opgeven, tenminste dat schrijft hij ook ons in 2 Korintiërs 10 vers 12.

Geciteerd 3: Voor welke doelgroep schreef u uw boek? „Voor jong en oud, christelijke en onchristelijke mensen, voor twijfelaars en zelfs voor ongelovigen. Die laatste categorie erkende Augustinus trouwens niet. Het verlangen naar God is toch in ieders hart gelegd, zo redeneerde hij.
Opgemerkt 3: Hier wil Augustinus wijzer zijn dan wat Gods Woord ons leert. In Gods Woord lezen we: ‘De dwaas zegt in zijn/haar hart: er is geen God.’ (o.a. Psalm 14 : 1 en psalm 73 : 10-12). En die (OT) dwazen geloofden heus wel in het bestaan van God, maar niet in een God die rekenschap van hun daden zou vragen en ze verlangden er ook helemaal niet naar om zo’n/die God te leren kennen en te ontmoeten. En dit is heus niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat Augustinus wijzer wil zijn dan God.

Opgemerkt slot: Paulus schrijft aan Timoteüs dat een ‘mens Gods’ met en door Gods Woord volkomen is toegerust (zie 2 Timoteüs 3 : 16-17) en daar mag ieder mens vanuit gaan – eenvoudigen en hooggeleerden! En op grond van Gods Woord mogen we zeggen dat ieder voor zijn of haar dagelijks leven mag bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer te mogen ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. En wanneer je een trouw hoorder bent van Gods Woord, dan merk je hoe machtig de heilige Geest is om met dat gehoorde Woord werkzaam te zijn in ons dagelijks bestaan.

(1) Augustinuskenner prof. dr. J. van Oort, emeritus hoogleraar van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen, verzamelde en hertaalde tal van de gebeden van de kerkvader. „Wat Augustinus schreef, is nog altijd actueel. Het raakt mensen.”

> Zie hierbij ook deze blog: ‘Dit moest zo gebeuren…

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Slokjes nemen uit Augustinus’ gebed’ – Laura Hendriksen-Bassa

‘De zondaar belaagt de rechtvaardige
met een grijns op het gezicht.
Maar de HEER lacht hem uit
en ziet de dag al van zijn ondergang’
(Uit Psalm 37 de verzen 12-13)

Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes – WordPress-com

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie