‘Kom ga met ons en doe als wij’… (II)

Of weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn en dat de Geest van God in jullie midden woont? Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem (of haar) vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel zijn jullie zelf.’ (Uit 1 Korintiërs 3 vers 16)

Geciteerd 1: Het woord van de apostolische prediking is het Woord, dat de zonden van de gehele wereld lichamelijk heeft gedragen; het is de in de Heilige Geest tegenwoordige Christus. Christus in Zijn gemeente, dat is het ‘onderwijs’ van de apostelen, de apostolische prediking. Deze leer maakt zichzelf nooit overbodig, maar schept Zich de gemeente, die zich gedurig aan haar houdt, omdat ze door het Woord is aangenomen en daar altijd weer van vergewist wordt.

Bij de zichtbaarheid van het lichaam van Christus in de prediking komt nog de zichtbaarheid in Doop en Avondmaal. Beide komen voort uit het waarachtig menszijn van onze Heer Jezus Christus. In beide ontmoet Hij ons lichamelijk en maakt ons de gemeenschap van Zijn lichaam deelachtig. Bij beide handelingen hoort de verkondiging. In de Doop zowel als bij het Avondmaal is het de verkondiging van de dood van Christus voor ons (Romeinen 6 ver 3 vv; 1 Korintiërs 11 vers 26). Bij beide is de gave het lichaam van Christus. In de Doop worden wij tot leden van Zijn lichaam gemaakt; In het Avondmaal krijgen wij deel aan de lichamelijke gemeenschap met het lichaam van de Heer en juist daarin met de leden van dit lichaam. Zo worden wij door de gave van Zijn lichaam één lichaam met Hem.

Noch de gave van de Doop, noch die van het Avondmaal is in zijn geheel verstaan, wanneer wij die als zondevergeving aangeven. De gave van het lichaam, die in de sacramenten geschonken wordt, schenkt ons de lichamelijke Heer in Zijn gemeente. Zondevergeving is echter mee besloten in de gave van het lichaam van Christus als gemeente. Van hieruit is het begrijpelijk, dat oorspronkelijk de uitdeling van de Doop en het Avondmaal – volkomen in tegenstelling tot ons hedendaagse gebruik – niet aan het ambt van de apostolische verkondiging gebonden is, maar door de gemeente zelf voltrokken wordt (1 Korintiërs 1 vers 14 vv). Doop en Avondmaal behoren alleen aan de gemeente van het lichaam van Christus. Het Woord richt zich tot gelovigen en ongelovigen. De sacramenten behoren alleen aan de gemeente. Zo is de christelijke gemeente in eigenlijke zin Doop- en Avondmaalsgemeente en pas van hieruit predikgemeente.
Het is duidelijk geworden, dat de gemeente van Jezus Christus in deze wereld een ruimte voor de verkondiging verlangt. Het lichaam van Christus is zichtbaar in de om Woord en Sacrament verzamelde gemeente.

Geciteerd 2: De doop in het lichaam van Christus is het, die elke christen het volle leven in Christus, in de gemeente waarborgt. Het is een verkeerde, geheel on-nieuwtestamentische verschraling, wanneer de gave van de Doop beperkt wordt tot het deelnemen aan de prediking en het Avondmaal (en soms zelfs dat laatste ook niet); dat wil dus zeggen aan het deel hebben van de heilsgoederen, misschien ook nog aan de ambten en diensten van de gemeente. Veeleer is met de Doop de ruimte van het gemeenschappelijk leven van de leden van het lichaam van Christus in alle levensverhoudingen voor iedere gedoopte zonder voorbehoud opengesteld.

Wie een gedoopte broeder (of zuster) de deelneming aan de godsdienstoefening toestaat, hem of haar echter in het dagelijks leven de gemeenschap ontzegt, hem (of haar) misbruikt of veracht, die maakt zich aan het lichaam van Christus Zelf schuldig (1 Korintiërs 3 vers 16). Wie gedoopte broeders de heilsgaven toekent, hun echter de gaven van het aardse leven weigert of willens en wetens in aardse nood en moeilijkheden laat, maakt de heilsgave tot een bespotting en wordt tot leugenaar. Wie daar, waar de heilige Geest gesproken heeft, nog gehoor schenkt aan de stem van zijn/haar bloed, van zijn/haar natuur, van zijn/haar sympathieën en antipathieën, bezondigt zich aan dit sacrament. De Doop in het lichaam van Christus verandert niet alleen de persoonlijke heilsstatus van de gedoopte, maar ook al zijn/haar levensverhoudingen.

Geciteerd slot: Wie door de doop tot het lichaam van Christus behoort (is ‘ingelijfd’), is uit de wereld bevrijd en eruit geroepen, die moet voor de wereld zichtbaar worden, niet alleen door de gemeenschap van de godsdienstoefening en de gemeente orde, maar ook door de nieuwe gemeenschap van het broederlijke (en zusterlijke) samenleven. Waar de wereld de christelijke broeder/zuster veracht, zal de christen hem/haar liefhebben en dienen; waar de wereld hem/haar geweld aandoet, zal hij/zij helpen en verzachten; waar de wereld hem/haar onteert en beledigt, zal een lidmaat van Christus’ gemeente zijn/haar eer geven voor de broeder of zuster. Waar de wereld winst zoekt, zal hij/zij daar afstand van doen; waar de wereld uitbuit, zal hij/zij zich geheel geven, waar de wereld onderdrukt, zal hij/zij zich neerbuigen en oprichten. Ontzegt de wereld gerechtigheid, zo zal hij/zij barmhartigheid oefenen; hult de wereld zich in leugens, zo zal hij/zij de mond opendoen voor de stommen en getuigenis afleggen voor de waarheid.
Terwille van de broeder of zuster, of hij/zij nu Jood is of Griek, slaaf of vrije, sterk of zwak, edel of onedel, zal een lidmaat van Christus’ gemeente zich onthouden van alle gemeenschap met de wereld; want hij/zij dient de gemeenschap van het lichaam van Jezus Christus. Zo kan een lidmaat van Christus’ gemeente in deze gemeenschap ook niet verborgen blijven voor de wereld. De dopeling is eruit geroepen en volgt na.

Zie ook: ‘Kom ga met ons en doe als wij’… (I)

Bron citaat: ‘Navolging’ – Uit hoofdstuk: ‘De zichtbare gemeente’ – Dietrich Bonhoeffer – Ten Have, vijfde druk (2012)

Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus gestorven zijn, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo moeten jullie jezelf ook zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 7-11)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie