‘Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn gebonden aan de wereld. Wanneer jullie afgunstig en verdeeld zijn, dan zijn jullie toch gebonden aan de wereld, dan leven jullie toch als ieder ander?! Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus,” en de ander: “Ik ben van Apollos,” zijn jullie dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 : 1-4)
Opgemerkt: De theologen en kerkleiders maken die (om)weg alleen wat langer en daarom zeggen ze trots: Als Jan-tje of Marie-tje niet een kerk hadden (gevonden) gebaseerd op de opvattingen van ons/onze theologen en onze/hun theologie of niet een gemeente hadden (gevonden) gebouwd op basis van ons leiderschap en onze visie(s), dan hadden ze ónze kerk of ónze gemeente natuurlijk al lang verlaten…
‘Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk, jullie hadden toch inmiddels allemaal leraar moeten (kunnen/behoren te) zijn! In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig (1) om jullie de grondslagen van Gods Woord bij te brengen; het is met jullie weer zover gekomen dat jullie weer aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de draagwijdte (2) van de verkondiging van de gerechtigheid. Vast voedsel is voor volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad.’ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-14)
(1) Dat is schuldige onwetendheid en verachtering in de genade: zie 1 Johannes 2 : 26-28.
(2) Zoals dat ‘geen weet hebben’ ook bestaat in de theologie en visies van kerken en gemeenten.’
Zie ook: ‘Mooi stelletje leiders, die discipelen van Jezus…‘
‘Moge de God van de vrede, Die onze Heer Jezus, de machtige Herder van de schapen, door het bloed van een eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, jullie toerusten met al het goede, zodat jullie Zijn wil (daarom bidden we: ‘Uw wil geschiede’) kunnen doen. Moge Hij in ons tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan Wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (Uit Hebreeën 13 de verzen 20-21)
Bron afbeelding: KJV Bible Verses