De (bekeerde) jonge(n) Augustinus?

Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: de zalving die jullie ontvangen hebben is blijvend, jullie hebben geen leraar nodig. Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft.‘ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 26-27)

Geciteerd 1: Zou het soms zijn beschermengel zijn geweest? De jonge Augustinus had in de tuin toch duidelijk een stem gehoord. ‘Tolle, lege’, had die gezegd – neem en lees. Augustinus greep de Bijbel, het begin van zijn bekering tot het christendom.
Opgemerkt 1: De ‘jonge’ Augustinus was toen al 40 jaar en had al een heel (losbandig) leven achter zich en had het Bijbelonderwijs en de vele smeekbeden van z’n lieve moeder (voor wie hij ‘alles’ was) lange tijd hardvochtig genegeerd…

Geciteerd 2: Al vóór Augustinus verkondigden de grote theologen van de vroege kerk dat er engelen zijn die ‘de verlosten op handen dragen’. Basilius de Grote (329-379) zegt dat ‘iedere gelovige terzijde wordt gestaan door een engel om hem als een behoeder en herder naar het leven te leiden’ – een zin die tot op vandaag letterlijk in de Catechismus van de Katholieke Kerk staat.
Opgemerkt 2: De kerk heeft niets aan ‘grote theologen’. (1) ‘Grote theologen’ zijn (vormden en vormen) in de kerken een ‘tegenspraak’ met (tegen) de eenvoud van de Evangelie en zijn ‘in levende lijve’ een ontkenning van het (geloofs)feit dat de heilige Geest machtig en gewillig genoeg is om voorgangers (‘de engel’ (2) van een gemeente in het boek Openbaring) en gemeenteleden (w.o. de ‘oudsten’) de nodige wijsheid en liefde te schenken, die nodig is om Gods Woord te kunnen verkondigen en uitleggen en toepassen in de tijd en omstandigheden waarin zij leven.

Geciteerd 3: Als het dienstmeisje Rhodé beweert dat de gevangengenomen Petrus voor de deur staat, denken de volgelingen van Jezus dat het ‘zijn engel’ moet zijn (Handelingen 12, vers 15). Blijkbaar lijken beschermengelen sprekend op ‘hun’ mensen. De gedachte dat ieder mens een geestelijke begeleider heeft, komt overigens in veel meer religies dan alleen het christendom voor.
Opgemerkt 3: Dat is toch geen conclusie die bij/uit dit verhaal te maken/halen valt. Hooguit zou je eruit kunnen concluderen dat de engel de stem van Petrus zou hebben nagebootst.

Opgemerkt slot: Gods Woord leert ons dat wij vrijmoedig en zonder schroom God mogen en zullen naderen. De Roomsen (en zij niet alleen) hebben van God toch weer een boze Boeman (3) gemaakt, waarbij je eigenlijk nooit zeker weet of je wel in een goed blaadje staat bij Hem. En dan zijn er altijd weer allerlei andere middelaars nodig (tot aan ‘bekeerde’ voorgangers toe) die zich (of anderen) dan graag weer een middelaarsrol toewijzen (aanwijzen) en daarmee het volmaakte werk van onze Heer blameren en God de Vader ‘klein-eren’.

(1) Jezus had en ‘kweekte’ geen ‘grote theologen’ op en had ook niet veel op met de ‘grote theologen’ van Zijn dagen hier op aarde, maar Hij zag wel mensen met een ‘groot geloof’, maar dat waren beslist geen theologen. De ‘beste’ onder hen (die ‘theologen’) waren volgens Hem ‘niet ver van het Koninkrijk Gods’.
(2) Dan worden er dus ook brieven geschreven aan daadwerkelijke engelen? Die uitleg dat het hier om echte engelen gaat lijkt me niet (goed) verdedigbaar.
(3) Waar Maarten Luther van bevrijd moest worden en – geleerd door Gods Woord – ons ook weer heeft willen bevrijden.

Leestip: 1 Timoteüs 3 : 1-7 (i.v.m. Augustinus geschiktheid als ‘opziener’ van een gemeente)

Zie ook: ‘Strijden met de machtigste Engel…

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Heeft iedere gelovige een beschermengel? Dit is waarom sommige christenen denken van wel’ – door Dick Schinkelshoek.

Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord. door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen.’ (Uit 2 Timoteüs 2 vers 2)

Bron afbeelding: Free Bible Study Lessons

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie