In het huis van moord en leugen…

Luther schrijft een troostbrief (1527) aan de ‘lieve vrienden van Christus’ in Halle. De brief aan de gemeente te Halle was naar aanleiding van de moord op ‘de goede en vrome man, magister Georg Winkler uit Bischofswerda’, verder: dat de gemeente ‘daardoor ook van hun trouwe predikant en Gods Woord beroofd werd’. Een deel van deze brief is terug te vinden in het onderstaande citaat:

(…) “Aan u echter en aan ons, lieve vrienden, moet het toch tot troost en vrede zijn: dat het geen wonder is dat zulke moorden en rampen in de wereld gebeuren. Want dit aardse leven is geen leven, maar een moordkuil – aan de duivel onderworpen. Christus zegt immers dat de duivel de ‘vorst van deze wereld’ is, en ook dat hij ‘vanaf het begin een moordenaar en leugenaar’ is (vgl. Johannes 14:30; 16:11; 8:44). Wanneer we nu in deze wereld zullen en moeten leven, dan moeten we ook begrijpen dat we gasten zijn en in een herberg wonen, waar de waard [of: herbergier] een doortrapte schurk is, en dat aan zijn huis, boven de deur, een uithangbord of wapenschild hangt, waarop geschreven staat ‘IN HET HUIS VAN MOORD EN LEUGEN’.

Want dit merkteken en wapenschild heeft Christus Zelf boven zijn deur en aan zijn huis gehangen – en wel als Hij zegt: dat de duivel een moordenaar en leugenaar is. Een moordenaar om het lichaam te doden, een leugenaar om de ziel te bedriegen – dat is zijn bezigheid, zo houdt hij huis, zo gaat het in deze herberg toe, dat zal niet veranderen. En wie tot zijn helpers behoren, die moeten hem daarin bijstaan. Wie echter zijn gast is, die moet maar afwachten wat er met hem gebeurt en zijn leven wagen.

Dit weten we ook bij ondervinding. Want de duivel laat duidelijk zien dat hij een moordenaar is: omdat in de wereld zoveel wordt gemoord: op het water, in bossen en velden, in huizen en hoeven, overal. Daar wordt iemand doodgestoken, hier breekt iemand zijn nek, hier verdrinkt iemand, daar verbrandt een ander, deze komt onder een muur, die wordt verscheurd door de wolven. Zo kunnen we wel doorgaan, omdat er ontelbare manieren van sterven zijn. In dit alles heeft de duivel zijn hand, door zichzelf of door zijn helpers.

Het begint pas echt als in de hele wereld oorlog uitbreekt en het overal enkel oorlog en moord, strijd en bloedvergieten wordt en dat zonder ophouden en einde, precies alsof de mensen tot niets anders dan tot moorden geboren waren, ja dat ze niet konden sterven of ze moesten zichzelf en elkaar doden en vermoorden. Maar de duivel vermoordt nog met het meeste plezier hen die Christus’ Woord in zijn herberg willen verkondigen, want die kan hij onmogelijk verdragen. Zij maken zijn gasthuis verdacht en maken alom bekend dat hij een moordenaar en leugenaar is.”

Maarten Luther: Tröstung an die Christen zu Halle 1527 (Drucke), vgl. WA 23, 403, 34 – 405, 27

(…) Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.  (Johannes 8 : 44)

Bron:  www.maartenluther.com

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente, Geschiedenis, Politiek. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie