The Passion: Spektakel rond een kruis

… niet alleen het oordelend woord is de discipel verboden, maar ook het verkondigende heilswoord van de vergeving aan de ander heeft zijn grens. De discipel van Jezus heeft geen macht en recht dit een ieder te allen tijde op te dringen. Al het dringen, nalopen, proselieten maken, elke poging met eigen macht iets aan de ander te doen, is vergeefs en gevaarlijk. Vergeefs – want de zwijnen hebben geen begrip voor de parels die men hun voor gooit; gevaarlijk – want zo wordt niet alleen het woord van de vergeving ontheiligd, niet alleen wordt hier de ander, die ik wil dienen, tot een die zich vergrijpt aan het heiligdom gemaakt, maar ook de predikende discipelen komen in het gevaar zonder noodzaak en zonder nut schade te lijden door de blinde woede van de verstokten en verblinden. Het te grabbel gooien van de goedkope genade verveelt de wereld. Zo keert ze zich ten slotte met geweld tegen degenen die haar willen opdrin­gen wat ze niet begeert. Dat betekent voor de discipelen een ernstige beperking van hun werkzaamheid, die overeenkomt met de op­dracht van Mattheüs 10, om het stof van de voeten te schudden, waar het woord van de vrede niet wordt gehoord. De jagende onrust van de discipelschaar, die geen grenzen van haar werkzaamheid wil ken­nen, de ijver die de weerstand niet acht, verwisselt het woord van het evangelie met een zegevierende idee. De idee eist fanatici die geen weerstand kennen en achten. De idee is sterk. Het woord van God is echter zo zwak, dat het zich door mensen laat verachten en verwer­pen. Voor het woord bestaan verstokte harten en gesloten deuren, en het woord erkent de weerstand waarop het stoot, en duldt die. Het is een hard inzicht: voor de idee bestaat er niets onmogelijks, maar voor het evangelie zijn er onmogelijkheden. Het woord is zwakker dan de idee. Zo zijn ook de getuigen van het woord met dat woord zwakker dan de propagandisten van een idee. Maar in deze zwakheid zijn ze vrij van de zieke onrust van de fanatici, ze lijden immers met het woord. De discipelen kunnen ook wijken, kunnen ook vluchten, wanneer ze maar met het woord wijken en vluchten, wanneer maar hun zwakheid de zwakheid van het woord zelf is, wanneer ze maar het woord niet in de steek laten op hun vlucht. Ze zijn immers niets dan dienaren en werktuigen van het woord en willen niet sterk zijn, waar het woord zwak wil zijn. Zouden ze onder alle omstandigheden en met alle middelen de wereld het woord willen opdwingen, dan zouden zij uit het levende woord van God een idee maken en de wereld zal zich terecht te weer stellen tegen een idee die haar niet kan helpen. Maar juist als de zwakke getuigen horen ze tot degenen die niet wijken, maar blijven – weliswaar alleen daar waar het Woord is. De discipelen, die van deze zwakheid van het woord niets weten, zouden het geheim van de kleinheid van God niet hebben ingezien. Dit zwakke woord, dat de tegenspraak van de zondaren duldt, is alleen het sterke, barmhartige woord, dat zondaren bekeert vanaf de grond van hun hart. Zijn kracht is verborgen in zwakheid; zou het woord in ongehulde kracht komen, dan was de dag des oordeels aangebroken. Het is een grote taak die de discipelen gesteld is, om de grenzen van hun opdracht te kennen. Het misbruikte woord zal zich echter tegen hen keren.

Wat moeten de discipelen doen ten aanzien van de gesloten harten? Daar waar de toegang tot de ander niet lukt? Zij moeten inzien, dat ze op geen manier recht of macht over de anderen bezitten, dat ze ook geen directe toegang tot hen hebben, zodat hun alleen de weg blijft tot Hem, in wiens hand zij zelf zijn, zoals ook die anderen. Daarvan spreekt het volgende. De discipelen worden tot het gebed gebracht. Er wordt hun gezegd, dat geen andere weg tot de naaste leidt dan het gebed tot God. Oordeel en vergeving blijven in Gods hand. Hij sluit en ontsluit. De discipelen moeten echter bidden, zoeken, aankloppen, dan zal Hij hen verhoren. Dat moeten de discipelen weten, dat hun zorg en onrust om de anderen hen tot het gebed moet brengen. De belofte die hun gebed geschonken is, is de grootste macht die ze hebben.

Bron: Navolging van Dietrich Bonhoeffer

Persoonlijke opmerkingen -AJ:
God liet en laat zich niet verkondigen met en door spektakel, hoe godsdienstig of zelfs bijbels dit alles zich ook mag voordoen. Niet het spektakel van de kruisiging, niet de verschijningen en verschijnselen en geruchten bij en na de opstanding, en ook niet de vuurvlammen op de hoofden van de apostelen, maar op de verkondiging van Gods Woord, door o.a. Petrus, waarbij hij de mensen opriep tot bekering en durfde zeggen “laat u behouden uit dit verkeerd geslacht”, werden er mensen in hun hart getroffen en kwamen er velen in Jeruzalem tot bekering.

Bij al het spektakel en gebeuren rondom het kruis van The Passion zou je haast gaan denken: Was Mozes bij het spektakel rondom het gouden kalf maar (rustig) de Tien Woorden gaan voorlezen voor het volk in plaats van ter plekke de tafels aan stukken te gooien… Dan waren er vast veel bewonderaars van het gouden kalf best bereid geweest om te komen luisteren… Het ging tenslotte toch allemaal om de God, die Israel uit Egypte bevrijd had… Dan had het samen vrolijk feestvieren ook gewoon door kunnen gaan… Dan had het op die dag ook nog eens de dood van zo’n drieduizend volksgenoten gescheeld…

Overigens, de gewone verkondiging van Gods Woord in de kerken en gemeenten (ook rondom Pasen, wat we wél kunnen en behoren te blijven doen) is voor ons geen garantie voor resultaat en de zegen of het succes ervan is niet meetbaar te maken. Maar het geloof aanvaard wel dat dit toch De Weg is… Jezus zag de mensen in grote getale Hem de rug toe keren na zijn woordverkondiging (Johanes 6).  Zouden wij Hem (en Mozes) met onze huidige kennis van marketing en communicatie een andere aanpak en andere woorden kunnen en durven aanraden…?

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie